De hygiënerichtlijn voor kampeergelegenheden, jachthavens en groepsaccommodaties is voor het laatst volledig herzien in 2017. Tussentijdse wijzigingen sinds de laatste herziening staan aangegeven in de Verantwoording.

De schoonmaakschema’s bij deze richtlijn kunt u hier downloaden als Word-document. Voor het maken van een checklist of rapport kunt u gebruik maken van de normenlijst.

 

1 Inleiding

Voor wie is deze hygiënerichtlijn?

Deze richtlijn is een hulpmiddel om de hygiëne van een kampeergelegenheid, jachthaven of groepsaccommodatie vorm te geven. Deze voorzieningen kunnen qua karakter, grootte en bezoekersfrequentie sterk verschillen. Uitgangspunt van deze richtlijn is dat al deze voorzieningen bedoeld zijn als vrijetijdsbesteding waar veel verschillende mensen gebruik van maken.

In de eerste plaats is deze richtlijn geschreven voor eigenaars, omdat zij direct verantwoordelijk zijn voor een goede hygiëne binnen hun voorziening. Als ondersteuning voor eigenaars zijn kant-en-klare instructies opgenomen voor uitvoerend medewerkers. Let op dat u vanwege de grote verschillen tussen voorzieningen alleen rekening hoeft te houden met de eisen die specifiek voor uw voorziening van toepassing zijn.

Daarnaast wordt de richtlijn ook gebruikt door de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst als leidraad in de advisering aan kampeergelegenheden, jachthavens en groepsaccommodaties.

Wat is het doel van deze richtlijn?

Deze richtlijn geeft een overzicht van de hygiëne-eisen waar kampeergelegenheden, jachthavens en groepsaccommodaties aan moeten voldoen. U vindt in dit document zowel richtlijnen over de bouw, inrichting en schoonmaak als richtlijnen die direct te maken hebben met de hygiënische uitvoering van handelingen zoals dierplaagbeheersing, legionellapreventie en de verwerking van huishoudelijk afval.

Status van de richtlijn

De hygiënerichtlijn voor kampeergelegenheden, jachthavens en groepsaccommodatie is een product van overeenstemming tussen betrokkenen uit de branche en deskundigen op het gebied van volksgezondheid. Hiermee krijgt de richtlijn de status van "professionele standaard".

Dat betekent dat de ondernemer, die actief is in de branche voor kampeergelegenheden, jachthavens en groepsaccommodatie, bij het voldoen aan de normen uit de richtlijn aannemelijk kan maken dat aan de verantwoordelijkheid op het gebied van hygiëne en infectiepreventie is voldaan.

Deze richtlijn als geheel is niet wettelijk aangewezen, maar dient als indicatie voor professioneel beleid wanneer daar een uitspraak over moet worden gedaan. Ook dient deze richtlijn als indicator in gevallen waarin autoriteiten op basis van de Wet publieke gezondheid een inschatting van eventuele risico's voor de volksgezondheid maken.

Bekijk per gemeente of de richtlijn in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is opgenomen. Dit kan per gemeente verschillen.

Hygiëne en ziekteverwekkers

Een goede hygiëne voorkomt de verspreiding van micro-organismen. Voorbeelden van micro-organismen zijn bacteriën, virussen en schimmels. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, in lichaamsvloeistoffen zoals bloed, ontlasting en sperma, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige kunnen ziekten veroorzaken.

Door contact tussen mensen kunnen deze ziekteverwekkers zich van de ene mens naar de andere verspreiden. Als ze zich vervolgens in het lichaam vermenigvuldigen, kan iemand ziek worden. Zulke ziektes noemen we infectieziekten.

Of een besmetting uitgroeit tot een infectie, heeft met verschillende dingen te maken:

  • de hoeveelheid ziekteverwekker waarmee iemand besmet is;
  • hoe gemakkelijk de ziekteverwekker mensen ziek maakt;
  • iemands lichamelijke conditie: de een wordt ziek, de ander voelt zich niet lekker en een derde heeft nergens last van.

Hoe verspreiden ziekteverwekkers zich?

Ziekteverwekkers verspreiden zich op de volgende manieren:

  • via de handen;
  • door de lucht (via druppels door hoesten, huidschilfers of stof);
  • via voedsel en water;
  • via voorwerpen (toiletten en deurklinken);
  • via lichaamsvloeistoffen (bloed, ontlasting, braaksel, speeksel enzovoorts);
  • via seksueel contact;
  • via dieren (huisdieren en insecten).

Hygiëne voorkomt ziekte

Infectierisico’s beperkt u in de eerste plaats door een goede hygiëne. Alle regels in deze richtlijn hebben hiermee te maken.

In de basis komt hygiëne op het volgende neer:

  • Breng wat vuil is niet in contact met wat schoon is. En andersom.
  • Maak schoon wat vuil is of gooi het weg.
  • U kunt niet altijd op het oog beoordelen of iets vuil of schoon is.
  • Alles begint en eindigt met handhygiëne.

Leeswijzer

Elk hoofdstuk en elke paragraaf begint met een korte inleidende tekst. Hierin leest u waarom het onderwerp belangrijk is. Daarna volgt een opsomming van de hygiënenormen.

Hygiënenormen

  • De hygiënenormen staan in een geel kader. Dit zijn de minimale eisen aan een goed hygiënebeleid. U mag hier alleen van afwijken als u een vergelijkbaar of beter alternatief toepast. Beargumenteer deze afwijking dan in uw hygiënebeleid.

Tips

  • Tips herkent u aan de schuingedrukte tekst in een grijs kader. Deze punten zijn vrijblijvend. Maar als u de tips opvolgt, werkt u hygiënischer.

In hoofdstuk 6 vindt u printklare schoonmaakschema’s en instructies voor medewerkers. 

2 Algemene hygiëne

In dit hoofdstuk vindt u algemene informatie over hygiënisch handelen. Specifieke informatie over schoonmaken en desinfecteren staat in hoofdstuk 3.

Voor een goede hygiëne is het niet alleen belangrijk dat uw medewerkers weten hoe ze moeten werken, maar ook waarom ze dat moeten doen.

Hygiënenormen

  • Zorg dat uw medewerkers goed weten hoe infectieziekten worden overgebracht én wat ze hier tegen kunnen doen.

2.1 Persoonlijke hygiëne van medewerkers

Door contact tussen werknemers, vrijwilligers en bezoekers kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijk verspreiden via de handen, kleding en gedeelde materialen. Een goede persoonlijke hygiëne verkleint het infectierisico.

Handhygiëne

Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Er zijn twee manieren waarop u handhygiëne kunt toepassen. Door de handen te wassen met water en zeep of door de handen te desinfecteren met een handdesinfecterend middel.

Hygiënenormen

  • Zijn uw handen zichtbaar vuil? Was uw handen dan met water en vloeibare zeep.
    Zichtbaar vuil vermindert de werking van handdesinfecterend middel.
  • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast óf desinfecteert.
    Voor goede handhygiëne is het voldoende als u alleen wast of desinfecteert. Doe het dus niet beide, direct na elkaar; uw huid droogt dan meer uit en beschadigt sneller.
  • Was of desinfecteer uw handen volgens de instructies in paragraaf 6.2.
  • Pas handhygiëne toe:
    • als uw handen zichtbaar vuil zijn (gebruik water en zeep);
    • na toiletbezoek;
    • voor en na het (bereiden van) eten;
    • voor het uitdelen van eten;
    • na schoonmaakwerkzaamheden;
    • na contact met lichaamsvocht zoals bloed, speeksel, braaksel, urine, ontlasting, wondvocht of sperma;
    • na het uitrekken van handschoenen;
    • na hoesten, niezen of het snuiten van de neus.
      Dit is ook belangrijk als u een zakdoek hebt gebruikt. Ziekteverwekkers kunnen namelijk door de zakdoek heen op uw handen komen.
  • Gebruik alleen handdesinfecterende middelen die zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.
    Zie paragraaf 3.4 en paragraaf 6.5.

Tips

  • Laat kinderen de handen wassen met water en zeep. Zorg dat handdesinfectiemiddelen niet binnen het bereik van kinderen staan.

Persoonlijke beschermingsmiddelen voor medewerkers

Om het infectierisico te verkleinen, moeten medewerkers in sommige gevallen persoonlijke beschermingsmiddelen dragen (bijvoorbeeld bij mogelijk contact met lichaamsvloeistoffen). Voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn plastic schorten en handschoenen. Geef medewerkers de volgende instructies:

Hygiënenormen

  • Trek dagelijks schone (dienst)kleding aan. Trek ook schone kleding aan als de kleding zichtbaar vervuild is met lichaamsvloeistoffen. Hiervoor moet dus een reservesetje (privé- of dienst)kleding aanwezig zijn.
  • Draag beschermende kleding wanneer uw gewone kleding in contact kan komen met lichaamsvloeistoffen. Hierbij loopt u een verhoogd risico om met ziekteverwekkers besmet te raken. Bijvoorbeeld bij het schoonmaken van toiletten of dierverblijven.
  • Zorg dat medewerkers weten hoe, wanneer en welke persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden.

Handschoenen

Hygiënenormen

  • Draag handschoenen wanneer uw handen in aanraking kunnen komen met bijvoorbeeld bloed, ontlasting, urine en braaksel.
  • Raak zo min mogelijk deurknoppen, telefoons en andere apparaten en materialen aan wanneer u handschoenen draagt. Dit om besmetting via de handschoenen te voorkomen.
  • Pas na het verwijderen van de handschoenenhandhygiëne toe.

2.2 EHBO/Medische zorg

Het kan voorkomen dat een bezoeker van uw voorziening zich bezeert, of dat er een ongeluk plaatsvindt. Let op: Neem direct contact op met een arts of hulpdienst bij heftige allergische reacties of als iemand een bijen- of wespensteek in de mond of hals heeft gekregen. Neem in alle noodsituaties direct contact op met de hulpdiensten.

Hygiënenormen

  • Zorg dat medewerkers op de hoogte zijn van de risico’s en de te nemen maatregelen.
  • Hang de volgende informatie op een overzichtelijke plek:
    • instructies bij ongevallen;
    • gifwijzer;
    • lijst met noodnummers (zoals de huisartsenpost en het ziekenhuis).
  • Zorg voor minstens één EHBOeerste hulp bij ongelukken-koffer. Vul de inhoud na gebruik aan en vervang materialen die over de datum zijn. Controleer de inhoud minimaal elke drie maanden.

Tips

  • Op de website van het Oranjekruis kunt u een overzicht vinden van de verschillende EHBO-koffers en de inhoud ervan.
  • Zorg voor de aanwezigheid van een AED op het terrein.

Kampeergelegenheden, jachthavens en groepsaccommodaties bevinden zich vaak in bosrijke gebieden, waar insecten voor problemen kunnen zorgen. Vooral teken zijn gevaarlijke beestjes die een steeds groter risico vormen in Nederland. Ze zitten in hoog gras of tussen dode bladeren. Ze bijten zich vast in de huid van passerende mensen en dieren, en kunnen zo bacteriën overbrengen die de ziekte van Lyme veroorzaken.

Neem maatregelen om uw werknemers en bezoekers tegen tekenbeten te beschermen:

Hygiënenormen

  • Zorg voor geschikte materialen om uw medewerkers te beschermen.
  • Zorg voor een puntig pincet of tekenpincet. Gebruik de pincetten volgens de gebruiksaanwijzing.
  • Is een bezoeker gebeten door een teek?
    • Verwijder de teek direct met een (teken)pincet.
    • Desinfecteer het wondje met een middel voorzien van een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer.
    • Zorg dat de bezoeker noteert wanneer u de teek heeft verwijderd in verband met mogelijke nabehandeling. Adviseer dat de bezoeker het wondje tot drie maanden na de beet in de gaten te houden.

Tips

  • Op de site Tekenradar kun je opzoeken hoe teken eruit zien en wat je moet doen om teken correct en snel te verwijderen.

2.3 Uitbraak infectieziekten

 Binnen uw kampeergelegenheid, jachthaven of groepsaccommodatie kunnen infectieziekten verspreid worden. U bent verplicht om mogelijke uitbraken van infectieziekten te melden bij de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst. Deze meldingsplicht is geregeld in de Wet publieke gezondheid, artikel 26.

Hygiënenormen

  • Zorg dat er werkafspraken zijn gemaakt over het melden van (mogelijke) uitbraken van infectieziekten.
    Houd hierbij rekening met de privacy van de bezoeker.

Op grond van de Wet Publieke Gezondheid, artikel 26 is de eigenaar van een kampeergelegenheid, jachthaven of groepsaccommodatie wettelijk verplicht om maatregelen te nemen bij een (eventuele) uitbraak van infectieziekten.

Hygiënenormen

  • Neem binnen één werkdag contact op met de afdeling infectieziekte bestrijding van de plaatselijke GGD als er een ongewoon aantal zieken is.
    Als eigenaar moet u zelf inschatten wat een ‘ongewoon aantal zieken’ is. Neem voor advies contact op met uw regionale GGD.
  • Bepaal samen met de deskundigen van de GGD welke maatregelen u moet nemen.

 Zorg ervoor dat u duidelijke afspraken maakt over de melding van infectieziekten met de managers. Als eigenaar moet u op de hoogte zijn van uitbraken binnen uw locatie. Houd hierbij rekening met de privacy van de bezoeker. U heeft als eigenaar of manager niet altijd gegevens nodig van de bezoeker.

Meer informatie over de Wet Publieke Gezondheid, artikel 26 melding instellingen, vindt u op de website van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

2.4 Wasgoed

Vuile was kan besmet zijn met ziekteverwekkers. U kunt het wasgoed extern door een wasserij laten verzorgen, of zelf wassen. Let op de volgende eisen:

Hygiënenormen

  • Houd schone was gescheiden van vuile was en bescherm schone was tegen vocht, vuil en ongewenste dieren.
  • Draag handschoenen bij het sorteren van de vuile was en verzamel en verplaats vuile was in een gesloten wasmand of zak. Gebruik alleen schone, vochtwerende en afsluitbare waszakken die gemaakt zijn van een stevig (wegwerp)materiaal.
  • Reinigt uw locatie de vuile was zelf? Let dan op de volgende regels:
    • Was vuil wasgoed dagelijks.
    • Was volgens wasvoorschrift. Gebruik geen verkorte wasprogramma’s.
    • Was met bloed bevuild linnengoed op 60 °C (of minimaal 40 ºC en droog het wasgoed in een droogtrommel).
  • Doet een extern bedrijf uw was?
    • Controleer of deze wasserij aan de eisen voldoet van CERTEX.
      CERTEX is het branchespecifieke certificatieschema voor industriële wasserijen.
    • Maak duidelijke afspraken over het af- en aanleveren van wasgoed.

2.5 Huishoudelijk afval

Afval kan een bron van ziektekiemen zijn. Bovendien trekt afval ongewenste dieren aan. Daarom moet de opslag en afvoer van afval aan bepaalde eisen voldoen. Huishoudelijk afval is het afval dat dagelijks in een instelling wordt geproduceerd, met uitzondering van grofvuil, bouw- en sloopafval en klein gevaarlijk afval. Denk bijvoorbeeld aan etensresten, oud papier en verpakkingsmaterialen.

Hygiënenormen

  • Leeg afvalemmers minstens één keer per dag. Sluit de zakken goed en bewaar ze in gesloten rolcontainers. Plaats deze containers niet in een ruimte waar ook schone materialen staan opgeslagen.
  • Verschoon damesverbandcontainers in de damestoiletten dagelijks. Worden de containers geleegd door een leverancier? Spreek dan met hem een geschikte termijn af.
  • Verzamel etensresten direct na het gebruik van maaltijden in afsluitbare afvalbakken.
  • Houd de opslagplaats schoon, zodat er geen ratten of andere ongewenste dieren op afkomen. Plaats geen afval naast afvalcontainers. Zorg dat het afval wordt opgehaald voordat een container vol is.
  • Verzamel glas en ander gevaarlijk afval apart.

Uitgebreide informatie betreft afvalverwerking vindt u op https://lap3.nl

2.6 Binnenmilieu

Het binnenmilieu wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Bijvoorbeeld de temperatuur, de luchtvochtigheid en de hoeveelheid zuurstof in de ruimte. Een gezond binnenmilieu met droge, zuurstofrijke lucht vermindert de kans op hoofdpijn, concentratieproblemen, slaperigheid, allergieën, infecties en andere lichamelijke klachten. Bovendien groeien huisstofmijten en schimmels minder snel in een droge omgeving.

Tips

  • Twijfelt u over de kwaliteit van het binnenmilieu omdat er bijvoorbeeld schimmelvorming zichtbaar is of hebben mensen klachten die veroorzaakt kunnen worden door een ongezond binnenmilieu? Dan kan de afdeling medische milieukunde of milieu & gezondheid van uw GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst u advies geven (tegen uurtarief).

Luchten en ventileren

Door goed te luchten en ventileren wordt de lucht droger, neemt de hoeveelheid zuurstof toe en worden vervuilingen zoals ziekteverwekkers afgevoerd naar buiten.

Bij ventileren komt voortdurend verse buitenlucht binnen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door ventilatieroosters open te houden. Of misschien heeft uw voorziening mechanische ventilatie. Hierbij wordt actief lucht weggezogen uit het pand, waardoor verse buitenlucht via ventilatieroosters of -ventielen naar binnen stroomt. Een mechanisch ventilatiesysteem werkt alleen goed als de roosters, ventielen en filters regelmatig worden schoongemaakt en er elke vijf jaar onderhoud aan de kanalen plaatsvindt. Zie het schoonmaakschema in paragraaf 6.1.

Luchten is het korte tijd (ongeveer tien minuten) openzetten van alle ramen en deuren in de ruimte. Hierdoor worden vervuilingen en vocht in de lucht snel afgevoerd naar buiten. Luchten is vooral belangrijk tijdens en na:

  • drogen van de was
  • koken
  • douchen
  • een ongewoon groot aantal mensen in een ruimte
  • klussen in het pand (bijvoorbeeld zagen en verven).

Luchten is geen vervanging voor ventilatie, beide zijn belangrijk.

Hygiënenormen

  • Zorg voor een goed werkend ventilatiesysteem. Ventileer alle ruimtes 24 uur per dag.
  • Lucht minstens één keer per dag alle ruimtes.
  • Heeft u een mechanisch ventilatiesysteem? Voer dan onderhoud uit volgens het schoonmaakschema in paragraaf 6.1.

Tips

  • In het Bouwbesluit 2012 vindt u de eisen aan ventilatievoorschriften. Maar omdat deze eisen een minimum zijn, is het aan te raden om meer te ventileren dan dit minimumniveau.
  • Pas dwarsventilatie toe: zorg dat buitenlucht via twee tegenover elkaar geplaatste ventilatieopeningen binnenkomt, zoals ramen, deuren of roosters.

Extreme weersomstandigheden

Besteed extra aandacht aan de hygiëne als er extreme weersomstandigheden voorspeld zijn. Door een hittegolf kunnen koelverse producten bijvoorbeeld sneller bederven en micro-organismen sneller vermeerderen. Maar ook extreme kou kan gevaarlijk zijn. Dan kunnen waterleidingen bevriezen waardoor drink- en watervoorzieningen opeens wegvallen.

Hygiënenormen

  • Ga na welke risico’s het weer voor uw voorziening met zich mee kan brengen en neem op tijd maatregelen.

2.7 Legionellapreventie

In waterinstallaties kunnen legionellabacteriën groeien. Als deze installaties hele kleine waterdruppeltjes in de lucht kunnen brengen (‘aerosolvorming’), dan is het mogelijk dat ook legionella meelift en mensen deze bacterie kunnen inademen. Soms krijgen mensen hierdoor longontsteking, ook wel veteranenziekte genoemd. Voorbeelden van aerosolvormende waterinstallaties zijn drinkwaterinstallaties met douches, bubbelbaden en fonteinen.

Voor een aantal aerosolvormende waterinstallaties zijn in regelgeving eisen op het gebied van legionellapreventie. Voor kampeergelegenheden, jachthavens en groepsaccommodaties zijn eisen aan legionellapreventie vastgelegd in:

  • Het Besluit Hygiëne en Veiligheid van Badinrichtingen en Zwemgelegenheden (BhvbzBesluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden), art. 2a-2d. Heeft u een badinrichting, zijn er één of meerdere baden met een wateroppervlak van minimaal 2 m2 en dieper dan 50 cm én zijn er één of meerdere aerosolvormende baden aanwezig (bijvoorbeeld bubbelbad)? Zo Ja, dan is het uitvoeren van legionellapreventie zoals verwoord in artikelen 2a t/m 2d in de Bhvbz verplicht.
  • Hoofdstuk 4 van het Drinkwaterbesluit. Dit hoofdstuk bevat eisen voor het uitvoeren van legionellapreventie en is van toepassing bij drinkwaterinstallaties waar aerosolvorming plaatsvindt (o.a. gebruik douches) én aanwezig zijn: 
    • op een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van op de grond staande bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf; (bijvoorbeeld kampeergelegenheden met douchefaciliteiten voor kampeerders);
    • in een haven met de daarbij behorende grond waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen; (bijvoorbeeld jachthavens met douchefaciliteiten bestemd voor personen aanwezig op de pleziervaartuigen);
    • in een badinrichting zoals omschreven in de Bhvbz, artikel 2 (zie punt 1). Echter, legionellapreventie bij de drinkwaterinstallatie moet ook worden uitgevoerd als er geen aerosolvormende baden aanwezig te zijn;
    • in gebouwen met een logiesfunctie zoals hotels, hostels, groepsaccommodatie en dergelijke;
    • In woongebouwen met bedrijfsmatig nachtverblijf voor meer dan 5 personen zoals een Bed & Breakfast.
  • Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim, ook wel ‘Activiteitenbesluit’ genoemd), art. 3.16a en 3.16b, en de Activiteitenregeling, art. 3.16a. Deze artikelen zijn van toepassing op inrichtingen met natte koeltorens. Natte koeltorens kunnen worden gebruikt bij klimaatregeling van grote gebouwen zoals hoteltorens.
  • De Arbowet, art. 5, en het Arbobesluit, art. 4.85, 4.87a en 4.87b. Hieruit volgt dat werknemers zo min mogelijk blootgesteld mogen worden aan waterinstallaties waarmee legionellabacteriën kunnen worden verspreid. Deze Arbowetgeving valt buiten het bereik van deze richtlijn, en wordt hier niet verder toegelicht.

Valt uw locatie niet onder één van de hierboven omschreven locaties? Of heeft u geen douchefaciliteiten en geen vernevelende (zwem)baden? Dan is legionellapreventie niet verplicht en vanuit volksgezondheidsperspectief ook niet noodzakelijk.

Tips

  • Twijfelt u of uw locatie een locatie met logiesfunctie is, neem contact op met Inspectie Leefomgeving en Transport (ILTInspectie Leefomgeving en Transport). U kunt via het Meld- en Informatiecentrum (MICMinimum inhibitory concentration) contact opnemen. Telefoonnummer: 088 489 0000 of online via een contactformulier.

Legionellapreventie volgens het Drinkwaterbesluit en het Bhvbz

Valt uw locatie onder het Drinkwaterbesluit en/of het Bhvbz? De volgende maatregelen zijn dan noodzakelijk:

Hygiënenormen

  • Laat voor uw drinkwaterinstallatie en/of (zwem)baden een legionellarisicoanalyse uitvoeren.
    Met deze analyse wordt bepaald waar verneveling optreedt in de waterinstallatie, en of er factoren zijn waardoor legionellabacteriën kunnen groeien. Als legionellagroei mogelijk is, moet worden vermeld welke risicofactoren kunnen worden weggenomen door aanpassingen aan uw installatie (‘correctieve maatregelen’ genoemd) en welke factoren moeten worden beheerst.
  • Stel op basis van de risicoanalyse een beheersplan op. Hierin staan de maatregelen die u moet nemen om de groei van de bacteriën te beheersen, en welke controles u moet uitvoeren.
  • Laat de risicoanalyse en het beheersplan voor uw drinkwaterinstallatie uitvoeren door een BRLbeoordelingsrichtlijn 6010-gecertificeerd bedrijf. Voor (zwem)baden is dit niet verplicht, maar wel aanbevolen.
  • Voer de maatregelen en controles uit het beheersplan uit.
  • Houd een logboek bij van alle maatregelen en controles.
  • Bovenstaande eisen zijn een samenvatting van de overeenkomsten in regelgeving. Ga in de betreffende regelgeving na aan welke aanvullende eisen u moet voldoen.

Tips

2.8 Voedselveiligheid

Op grote campings en jachthavens zijn vaak horecavoorzieningen aanwezig. U bent wettelijk verplicht maatregelen te nemen die de kans verkleinen dat medewerkers en bezoekers ziek worden van bedorven eten en drinken. In hygiënecodes staan voedselveiligheidsmaatregelen die voor alle stadia van voedselverwerking gelden: van het inkopen of ontvangen tot het bewaren, het bereiden en het serveren van eten en drinken. Hygiënecodes zijn een praktische uitwerking van de HACCP (Hazard Analysis Critical Control Points; een systeem om de voedselveiligheid te beheersen). Met behulp van een goedgekeurde Hygiënecode kunt u voldoen aan de wettelijke voorschriften van voedselveiligheid.

Een overzicht van alle Hygiënecodes vindt u op de website van de toezichthouder, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Als u volgens een hygiënecode werkt, voldoet u automatisch aan de wettelijke voorschriften van voedselveiligheid. In paragraaf 6.4 vindt u informatie voor medewerkers en vrijwilligers die werken met eten en drinken op een locatie.

Hygiënenormen

  • Bepaal volgens welke Hygiënecode(s) er op uw locatie wordt gewerkt. Zorg dat de gekozen code alle voedselprocessen dekt.
  • Zorg dat iedereen die betrokken is bij voedselprocessen volgens de Hygiënecode voor de horeca werkt.

Tips

  • Het gebruik van barbecues wordt afgeraden omdat er veel risico’s aan zijn verbonden. Het verhitten van vleesproducten is niet goed te controleren en rauwe producten komen gemakkelijk in contact met bereide producten. Besluit u toch om een barbecue te organiseren? Werk dan volgens de eisen van de Hygiënecode.

 De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) controleert steekproefsgewijs of u de regels uit uw code naleeft. U kunt informatiebladen over de regels voor het aanbieden van eten en drinken aanvragen op de website van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit.

Basisprincipes van voedselveiligheid

Voedselveiligheidsmaatregelen zijn gebaseerd op drie basisprincipes: beheersing van de temperatuur, netheid en controle van de houdbaarheid. Alle regels in de hygiënecode zijn gericht op deze principes.

Beheersing van de temperatuur

De temperatuur van gekoelde of diepvriesproducten beïnvloedt de voedselveiligheid. Hoe kouder deze producten worden bewaard, hoe minder kans ziekteverwekkers hebben om uit te groeien. Bij hoge temperaturen worden veel ziekteverwekkers juist gedood. Daarom gaan veel regels in de hygiënecode over de temperatuureisen die voor deze producten gelden.

Netheid

Via vuile handen en vuile materialen (zoals keukenspullen of andere etenswaren) kan voedsel besmet raken met ziekteverwekkers. Bovendien kan groente en fruit bij aanschaf al besmet zijn. Daarom staan er in de hygiënecode zowel eisen die gesteld worden aan de persoonlijke hygiëne van mensen die werken met voedsel als regels gericht op de schoonmaak van materialen en werkruimten.

Houdbaarheid

Al het voedsel is bederfelijk. Daarom is het controleren en garanderen van de houdbaarheid van producten een belangrijk aspect van voedselveiligheid.

2.9 Dierplaagbeheersing

Ratten, muizen, duiven en kakkerlakken zijn voorbeelden van ongewenste dieren die niet alleen overlast en schade geven, maar ook infectieziekten kunnen overdragen of allergieën veroorzaken. Om de medewerkers en bezoekers hiertegen te beschermen, is een goede dierplaagbeheersing nodig. Hierbij moet de beheersing zich in de eerste plaats richten op het voorkómen van ongewenste dieren door wering, en pas in de tweede plaats op bestrijding. Deze benadering van dierplaagbeheersing wordt ook wel Integrated Pest Management (IPM) genoemd.

Maatregelen om ongewenste dieren te weren richten zich op het voorkomen of beperken van:

  • plekken waar ongewenste dieren kunnen binnenkomen, schuilen of nestelen;
  • de aanwezigheid van water en voedsel(resten).

Deze maatregelen zijn onder te verdelen in technisch-bouwkundige, hygiënische en bedrijfsmatige maatregelen. Technisch-bouwkundige maatregelen zijn bijvoorbeeld horren plaatsen, kieren en gaten dichten en wild struikgewas (waar dieren in kunnen schuilen) rondom het gebouw verwijderen. Een goede schoonmaak en het bewaren van eten in afsluitbare bakken of potten zijn voorbeelden van hygiënische maatregelen. Onder bedrijfsmatige maatregelen valt onder andere het controleren van binnenkomende producten op (sporen van) ongewenste dieren.

Hygiënenormen

  • Beheers ongewenste dieren op uw locatie volgens de IPM-benadering. Schakel zo nodig hulp in van een dierplaagbeheerser die volgens deze methode werkt.
  • Stel een dierplaagbeheersplan op.
  • Evalueer minimaal jaarlijks of de maatregelen uit uw dierplaagbeheersplan nog worden uitgevoerd en effectief zijn.
  • Houd de getroffen maatregelen bij in een logboek, inzichtelijk voor de toezichthoudende instanties.
  • Schakel bij overlast een deskundige dierplaagbeheerser in. Gebruik zelf geen bestrijdingsmiddelen.
    Juist de oorzaak van het aantrekken van ongewenste dieren moet aangepakt worden.

Tips

  • Let op: ook rondom oppervlaktewater kunnen ratten voorkomen.

2.10 Dieren

Op sommige kampeergelegenheden, jachthavens en groepsaccommodaties is het toegestaan om huisdieren mee te nemen. Bovendien zijn op bepaalde kampeerboerderijen dieren permanent aanwezig. Zijn er dieren op uw voorziening aanwezig? Let dan op de hygiëne-eisen. Dieren kunnen allerlei ziekteverwekkers met zich meedragen zonder zelf ziek te zijn. Door het aaien en knuffelen van dieren worden ziekteverwekkers gemakkelijk overgebracht omdat er bijvoorbeeld stukjes voedsel of mest in de vacht blijft plakken. Infectieziekten die van dieren naar mensen worden overgedragen, heten zoönosen.

Om medewerkers en bezoekers van uw voorziening zo goed mogelijk tegen infectieziekten te beschermen, is het belangrijk dat dieren gezond zijn. Bespreek de conditie van deze dieren goed met de dierenarts.

Hygiënenormen

  • Zorg dat dieren een vaste dierenarts hebben die de dieren minimaal twee keer per jaar onderzoekt.
  • Zijn de dieren ingeënt met de benodigde vaccinaties? Zorg vooral dat geiten en schapen tegen de Q-koorts zijn gevaccineerd.
  • Neem contact op met de dierenarts, als dieren:
    • ziek zijn of onverwacht of zonder aanwijsbare reden overlijden;
    • drachtig zijn (en overleg of bezoekers bij geboortes aanwezig mogen zijn).
  • Vermijd direct contact met zieke dieren en hun uitwerpselen. Draag beschermende kleding, een masker en handschoenen en laat bezoekers niet bij zieke dieren komen.
  • Zorg voor voldoende dierenverzorgers die verantwoordelijk zijn voor de schoonmaak en hygiëne van dierverblijven. Geef voldoende instructies aan eventuele vrijwilligers. Laat bezoekers geen dierverblijven uitmesten.

Tips

  • Raadpleeg het Keurmerk Kinderboerderijen. U vindt deze informatie op de website van de Vereniging Samenwerkende KinderBoerderijen Nederland.
  • U kunt ook advies aanvragen bij de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit. Kijk op www.nvwa.nl.
  • Zorg dat dieren zelf schoon zijn; als de vacht, veren of haren van dieren bevuild zijn met mest kunnen bezoekers hier ziek van worden.
  • Drink geen rauwe melk.

3 Schoonmaken en desinfecteren

In vuil en stof kunnen ziekteverwekkers zitten. Door schoon te maken, haalt u ook veel ziekteverwekkers weg. Hierdoor verkleint u de kans op ziekte.

Er is een verschil tussen schoonmaken en desinfecteren. Schoonmaken is stof en vuil verwijderen, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen. Zo raakt u ook de meeste ziekteverwekkers in het stof of vuil kwijt. Maar om bijvoorbeeld ziekteverwekkers in bloedvlekken weg te krijgen moet u na het schoonmaken óók desinfecteren. Door te desinfecteren, doodt u de overgebleven ziekteverwekkers tot een aanvaardbaar niveau.

3.1 Schoonmaakregels en -technieken

Er komt veel kijken bij een goede schoonmaak. Als er verkeerd wordt schoongemaakt, kunnen er ziekteverwekkers achterblijven of zelfs verspreid worden.

Hygiënenormen

  • Geef iedereen die schoonmaakt instructie over de manier van schoonmaken, de middelen die ze hiervoor moeten gebruiken en instructie over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Maak recreatieruimtes dagelijks schoon. Bent u eigenaar van groepsaccommodaties? Zorg dat deze ruimtes na elke verhuurperiode wordt schoongemaakt.
  • Maak eerst ‘droog’ (afstoffen, stofzuigen) schoon en daarna ‘nat’ (vochtig doekje, stomen, dweilen).
  • Maak schoon van ‘schoon’ naar ‘vuil’ en van ‘hoog’ naar ‘laag’.
  • Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht, zoals een allesreiniger. Gebruik de middelen volgens de instructies op de verpakking.
  • Meng schoonmaakmiddelen nooit met andere middelen.
    Mengen geeft risico op giftige gassen, verlaagt de kwaliteit en slechter resultaat.
  • Draag handschoenen bij het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op (kunnen) zitten. Kan uw kleding bij het schoonmaken in contact kan komen met lichaamsvloeistoffen? Draag dan ook een wegwerpschort. Gooi de handschoenen en het schort weg na het schoonmaken.

Tips

  • Laat een professioneel schoonmaakbedrijf schoonmaken.
  • Let tijdens het schoonmaken vooral op plekjes en voorwerpen die mensen veel aanraken, zoals kranen, lichtschakelaars, deurklinken en doorspoelknoppen.
  • Verwijder schimmel van gladde materialen met een harde borstel gedrenkt in een sopje soda. Zijn de schimmeldraden getrokken in hout, kit, gips of de voegen tussen tegels? Dan moet u deze materialen vervangen.

3.2 Schoonmaakmaterialen en -middelen

Schoonmaakmaterialen moeten ook goed schoongemaakt, gedroogd en opgeruimd worden. In paragraaf 6.1 vindt u ook een specifiek schoonmaakschema voor de schoonmaakmaterialen.

Hygiënenormen

  • Gebruik dagelijks schone materialen.
  • Vervang schoonmaakmaterialen en sopwater als deze zichtbaar vuil zijn.
  • Gebruik bij het dweilen verschillende emmers (bijvoorbeeld met aparte kleuren) voor schoon en vuil sopwater. Maak de dweil of mop nat in de emmer met schoon sop, en spoel hem uit in de andere.
    Zo blijft sopwater langer schoon.
  • Was schoonmaakmaterialen zoals moppen en doeken na gebruik op 60° C. Laat ze daarna drogen, aan de lucht of in een wasdroger. Of gebruik wegwerpmaterialen en gooi deze direct na gebruik weg.
  • Gooi vuil sopwater direct in een uitstortgootsteen, of eventueel het toilet (en maak het toilet daarna direct schoon).
  • Maak schoonmaakmaterialen die niet in de wasmachine kunnen en niet weggegooid worden, zoals emmers en trekkers, na gebruik schoon en spoel ze af met water. Maak de materialen daarna handmatig droog, laat ze drogen op een schone ondergrond of hang ze op om te drogen (trekkers). Laat natte schoonmaakmaterialen na gebruik nooit in emmers achter, om te voorkomen dat ziekteverwekkers uitgroeien.
  • Zijn de schoonmaakmaterialen die handmatig worden gereinigd, gebruikt bij het opruimen van bloed of andere lichaamsvloeistoffen met zichtbare bloedsporen? Dan moeten ze nadat ze zijn schoongemaakt ook worden gedesinfecteerd.
    Zie ook paragraaf 3.4.
  • Gebruik alleen stofzuigers met HEPAhealth enhancing physical activity (High Efficiency Particulate Air) stoffilters, en vervang deze filters zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
  • Berg schoonmaakmaterialen en -middelen op in een aparte opslagruimte met uitstortgootsteen.
  • Gebruik microvezeldoekjes volgens de werkwijze in paragraaf 6.3.

Tips

  • Bezemen alleen maakt een ruimte onvoldoende schoon omdat de bezem stof doet opdwarrelen dat later weer neerdaalt. Gebruik daarom geen bezem of zorg dat u na het bezemen stofzuigt, stofwist of dweilt.

3.3 Schoonmaakschema’s gebruiken

Een schoonmaakschema voorkomt dat onderdelen worden overgeslagen.

Hygiënenormen

  • Werk volgens een schoonmaakschema. Beschrijf hierin hoe vaak elk onderdeel schoongemaakt moet worden en op welke manier.
    De schoonmaakschema’s in paragraaf 6.1 kunt u als basis gebruiken. U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

Tips

  • Houd een logboek bij en vink de schoonmaakwerkzaamheden af. Hierdoor ziet u snel wat er nog moet gebeuren. Dit is vooral handig als er door meerdere personen wordt schoongemaakt.
  • Wordt de schoonmaak door meerdere partijen uitgevoerd? Bijvoorbeeld door een extern schoonmaakbedrijf en medewerkers? Stel dan voor elke partij eigen schoonmaakschema’s op. Zo zijn de verantwoordelijkheden voor iedereen duidelijk.
  • Let op: maak vaker schoon bij intensief gebruik.

3.4 Desinfecteren

In sommige gevallen is het schoonmaken van voorwerpen en oppervlakken onvoldoende en moet er na het schoonmaken ook worden gedesinfecteerd. Desinfectie is nodig wanneer een oppervlak of voorwerp vervuild is met bloed, en bij sommige infectieziekten. Hierbij gelden de volgende algemene regels:

Hygiënenormen

  • Desinfecteer een oppervlak of voorwerp als er bloed of een andere lichaamsvloeistof met zichtbare bloedsporen op zit. Dit geldt ook als het bloed er al lang op zit; ook in oud bloed kunnen ziekteverwekkers overleven.
  • Let op: desinfecteer alleen als er éérst is schoongemaakt. Desinfecterende middelen werken onvoldoende als iets nog vuil of stoffig is.
  • Draag bij het desinfecteren altijd wegwerphandschoenen en was de handen na afloop met water en zeep. Draag ook een beschermend schort als uw kleding vervuild kan raken met het bloed.
  • Meng een desinfecterend middel nooit met andere (schoonmaak)middelen. Bij het mengen kunnen giftige stoffen ontstaan.

Daarnaast is desinfectie nodig bij bepaalde infectieziekten. Dit zal dan worden aangegeven door een arts of deskundige infectiepreventie. 

Toegelaten desinfecterende middelen

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides) beoordeelt of een desinfecterend middel goed werkt en veilig is. Ook stelt het Ctgb vast waarvoor het gebruikt mag worden. Een middel kan bijvoorbeeld alleen geschikt zijn voor het desinfecteren van de handen, en niet voor het desinfecteren van oppervlakken. Daarnaast zijn sommige middelen alleen effectief tegen sommige bacteriën, terwijl andere middelen ook virussen kunnen doden.

Middelen die door het Ctgb zijn toegestaan, zijn te herkennen aan een code op de verpakking. Dit kunnen de volgende codes zijn:

  • een N-code (4 tot 5 cijfers gevolgd door ‘-N’, bijvoorbeeld: 12345 N);
  • een NL-code (NL- gevolgd door 7 of 11 cijfers);
  • een EUEuropean Union - of SA-code (EU-/SA- gevolgd door 7 cijfers).
    Daarnaast moet de fabrikant op de verpakking melden waarvoor het middel gebruikt mag worden.

Middelen die zijn toegelaten, staan ook op de website van het Ctgb. Hoe u deze middelen op de website kunt vinden, staat in paragraaf 6.5. Op de website van het Ctgb is voor elk toegelaten middel het ‘Actueel gebruiksvoorschrift’ opgenomen. In dit gebruiksvoorschrift staat waarvoor het middel gebruikt mag worden en tegen welke micro-organismen het effectief is. Ook staat er hoe u het middel moet gebruiken.

Hygiënenormen

  • Desinfecteer alleen met middelen die zijn toegelaten door het Ctgb.
    Zie paragraaf 6.5 voor meer informatie.
  • Controleer in het actueel gebruiksvoorschrift dat het middel:
    • geschikt is voor het ‘materiaal’ (bijv. handen, harde oppervlakken) dat u wilt desinfecteren; en
    • effectief is tegen de micro-organismen die u wilt doden.
      Wilt u een oppervlak desinfecteren dat is verontreinigd met bloed? Zorg dan dat uw middel effectief is tegen virussen. Desinfecteert u vanwege een (uitbraak van een) infectieziekte? Bespreek dan met een arts of deskundige infectiepreventie of uw desinfectiemiddel geschikt is tegen de (mogelijke) ziekteverwekker.
  • Gebruik een desinfecterend middel altijd volgens de gebruiksaanwijzing.

Let op: u mag een desinfecterend middel alleen gebruiken voor de toepassingen die in het gebruiksvoorschrift staan beschreven! Zie de onderstaande voorbeelden:

  • Voorbeeld 1:
    U heeft een desinfecterend middel waarmee u uw handen wilt desinfecteren. In het gebruiksvoorschrift staat alleen beschreven dat het middel geschikt is voor de desinfectie van harde oppervlakken. U mag dit middel dan niet voor uw handen gebruiken.
  • Voorbeeld 2:
    U heeft een desinfecterend middel waarmee u een oppervlak wilt desinfecteren dat bevuild was met bloed. In het gebruiksvoorschrift staat dat het middel effectief is tegen bacteriën, gisten en schimmels. U mag dit middel dan niet gebruiken voor de desinfectie van het oppervlak; bij een verontreiniging met bloed heeft u namelijk een middel nodig dat effectief is tegen virussen.

Er is een aantal toegelaten middelen die in één handeling zowel schoonmaken als desinfecteren. Dit staat dan in het gebruiksvoorschrift. 

4 Bouw en inrichting

In dit hoofdstuk vindt u de eisen aan de bouw en inrichting die nodig zijn om een goede persoonlijke hygiëne, schoonmaak en hygiënische omgang met materialen, producten en afval mogelijk te maken. Voor elk type ruimte in uw instelling vindt u hieronder een paragraaf met de hygiëne-eisen.

Daarnaast zijn er aanvullende bouwvoorschriften vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Bijvoorbeeld eisen aan het benodigde aantal toiletten. De specifieke eisen verschillen per type bouw (bestaande bouw of nieuwbouw); deze details vallen buiten de reikwijdte van deze richtlijn. 

4.1 Algemene eisen

Alle ruimtes binnen uw voorziening moeten veilig en goed schoon te maken zijn. Infectieziekten worden gemakkelijk overgedragen wanneer bezoekers te dicht op elkaar zitten. 

Hygiënenormen

  • Zorg dat uw voorziening op elk moment van dag goed te bereiken is voor hulpdiensten, zoals de politie, brandweer en ambulance.
  • Ligt uw terrein in de buurt van water? Zorg voor:
    • voldoende reddingsmaterialen;
    • medewerkers die weten hoe ze dit materiaal gebruiken.
  • Medewerkers moeten overal op het terrein gemakkelijk en snel (nood)hulp in kunnen schakelen. Zorg bijvoorbeeld voor een (mobiele) telefoon op elke locatie.
  • Zorg voor een goede risico-inventarisatie.

Let op de volgende bouw- en inrichtingseisen die gelden voor alle ruimtes van uw kampeergelegenheid, jachthaven of groepsaccommodatie:

Hygiënenormen

  • Maak wanden en vloeren van een glad, niet-absorberend materiaal dat goed schoon te maken is.
  • Plaats voldoende afvalemmers met plastic zak.
  • Zorg voor goede verlichting zodat men goed zicht heeft op het schoonmaken.
  • Richt ruimtes zo in dat schoonmakers overal bij kunnen. Voorkom moeilijk bereikbare hoeken en oppervlakken.
  • Zorg dat waterleidinginstallatie voldoet aan de standaardvoorwaarden uit de Waterwerkbladen. Deze waterwerkbladen zijn een uitwerking van de norm NENNederlandse norm over informatiebeveiliging in de zorg 1006.
    Kijk voor meer informatie op www.infodwi.nl.
  • Zorg dat afvalwater van toiletten, douches, wasbakken en andere huishoudelijke activiteiten in speciale opslagtanks wordt opgevangen of via bestaande riolering wordt afgevoerd.
    Het is verboden afvalwater zonder vergunning te lozen.

4.2 Slaapzalen

U kunt ruimtes speciaal als slaapzaal inrichten, of u kunt algemene ruimtes ’s avonds tot slaapzaal ombouwen. Zorg voor voldoende ruimte tussen de bedden. Daarnaast moeten slaapzalen en bedden goed schoon te maken zijn om de verspreiding van ongewenste dieren en micro-organismen te voorkomen.

Hygiënenormen

  • Maak de slaapzalen goed schoon voordat er een nieuwe groep verblijft.
  • Geef iedere bezoeker een eigen bed met schoon beddengoed.
  • Gebruik wasbare matrashoezen die geen vocht doorlaten.

Tips

  • Zorg voor reserve schoon beddengoed voor het geval bezoekers zelf geen slaapspullen bij zich hebben.

4.3 Sanitair

Toiletten

Iedereen die van het toilet gebruikmaakt, moet de handen kunnen wassen. Daarnaast moet de toiletruimte goed schoon te maken zijn. Dat gaat alleen als muren en vloeren glad zijn en er geen vocht in kan doordringen. Vocht is namelijk een goede voedingsbodem voor ziekteverwekkers.

Hygiënenormen

  • Zorg dat de vloer en de wanden tot een hoogte waar urine tegenaan kan spatten, geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk schoon te maken zijn.
  • Zorg voor een gladde wastafel met stromend water, een zeepdispenser, afvalemmer en handdoekjes. Gebruik bij voorkeur papieren wegwerphanddoekjes.
  • Plaats bij elk toilet een toiletborstel.
  • Plaats speciale containers voor maandverband en tampons in de (dames)toiletten.
  • Vervang beschadigde toiletten direct.

Tips

  • Plaats (afhankelijk van uw doelgroep) condoomautomaten en automaten met maandverband en/of tampons bij de toiletten.

Stortplaats chemische toiletten

Campers en caravans hebben vaak een eigen chemisch toilet. Zorg dat bezoekers deze toiletten op uw kampeerterrein of jachthaven kunnen legen. Het afvalwater van chemische toiletten mag via een gesloten systeem verwijderd worden of op het riool geloosd worden.

Hygiënenormen

  • Zorg voor minstens één stortplaats met afgesloten afvoersysteem waar chemische toiletten in geleegd kunnen worden.
  • Plaats direct boven (of in de buurt van) de stortplaats een kraan met korte slang die alleen voor het schoonmaken van chemische toiletten wordt gebruikt.
  • Zorg voor een handenwasgelegenheid bij de stortplaats.

Tips

  • Plaats een bordje bij de stortplaats waarop staat aangegeven dat men de stortplaats alleen mag gebruiken voor het legen en schoonmaken van chemische toiletten.

Let op: wilt u een chemisch toilet in een gewoon toilet leeggooien? Dan moet u bij het toilet nadrukkelijk vermelden dat u dit toilet alleen gebruikt voor het legen van chemische toiletten. Dit toilet mag dan niet meer gebruikt worden voor andere doeleinden. 

Douches

Omdat het in douches zeer vochtig kan zijn, groeien schimmels en andere micro-organismen er relatief makkelijk. Houd u bij de bouw en inrichting daarom aan de hygiëne-eisen:

Hygiënenormen

  • Zorg dat de vloer en de wanden tot een hoogte waar water tegenaan spat, geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk schoon te maken zijn. Het materiaal op de rest van de muren en het plafond moet goed bestand zijn tegen water en waterdamp.
  • Zorg voor douches met warm en koud, of voorgemengd stromend water.
  • Plaats een afneembaar rooster met een stankafsluiter op het afvoerputje.
  • Zorg dat de vloer schuin afloopt richting het afvoerputje, zodat het douchewater direct kan wegspoelen.
  • Zorg dat het douchegordijn schoon is.
  • Alle materialen in de douches moeten goed bestand zijn tegen water en waterdamp.
  • Zorg voor een goede ventilatie van de douches.

Tips

  • Maak gebruik van schimmelwerende kit in de douches.

Wasgelegenheden

Omdat het in de ruimtes voor wasgelegenheden ook zeer vochtig kan zijn, groeien schimmels en andere micro-organismen er relatief makkelijk. Houd u bij de bouw en inrichting daarom aan de hygiëne-eisen:

Hygiënenormen

  • Zorg dat wastafels onbeschadigd zijn en glad zijn afgewerkt.
  • Zorg dat de vloer en de wanden tot een hoogte waar water tegenaan spat, geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk schoon te maken zijn. Het materiaal op de rest van de muren en het plafond moet goed bestand zijn tegen water en waterdamp.
  • Plaats een afneembaar rooster met een stankafsluiter op het afvoerputje.
  • Voorkom dat men deze ruimtes voor andere bezigheden gaat gebruiken, zoals vaatwassen of voor het bereiden van voedsel.
    Servies, bestek en etenswaren kunnen besmet raken met ziekteverwekkers.

4.4 Afwasplaats en keuken

Afwasplaats

Hygiënenormen

  • Plaats een overdekte voorziening waar bezoekers de afwas kunnen doen en bijvoorbeeld groente kunnen wassen.
  • Voorkom dat men deze afwasplaats voor andere bezigheden gaat gebruiken, zoals het wassen van zichzelf of verschonen van kinderen.

Tips

  • Plaats een bord waarop staat dat men deze afwasplaats alleen maar mag gebruiken voor het doen van de vaat of het wassen van groente.

Keuken

Op campings en jachthavens is er niet altijd een keuken aanwezig, omdat bezoekers meestal hun eigen maaltijden bereiden. Vaak is er wel een koelkast voor bezoekers beschikbaar. Houdt deze koelkast goed schoon. Ook bij groepsaccommodaties worden maaltijden door bezoekers zelf klaargemaakt. Verzorgt u als eigenaar de maaltijden voor deze groepen? Dan moet u voldoen aan de eisen van een professionele keuken. Zie paragraaf 2.8 voor meer informatie.

Als uw voorziening een aparte keuken heeft moet deze aan de volgende eisen voldoen:

Hygiënenormen

  • Zorg voor een vloer die goed schoon te maken, splintervrij en stroef is.
  • Zorg dat de wand boven het aanrechtblad glad is tot een hoogte waar water en etenswaren tegenaan spatten. Zo is de wand eenvoudig schoon te maken.
  • Zorg dat de keuken of het keukenblok gescheiden is van sanitaire voorzieningen.
  • Zorg voor een wastafel met stromend water, een zeepdispenser, afvalemmer en wegwerphanddoekjes.
  • Bewaar gevaarlijke stoffen of giftige materialen (zoals schoonmaakmiddelen) gescheiden van voedingsmiddelen.

4.5 Opslag van schoonmaakmiddelen en -materialen

 Zorg voor een aparte opslagruimte waar het schoonmaakmateriaal opgeborgen kan worden. Zo worden vuile en gevaarlijke stoffen of giftige materialen gescheiden van voedingsmiddelen.

Hygiënenormen

  • Maak een ophangsysteem zodat bezems, vloer- en raamtrekkers en andere materialen niet op de grond staan. Op deze manier kunnen ze beter drogen.
  • Plaats een uitstortgootsteen waar vuil water wordt ververst en materialen gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt.
  • Plaats gevaarlijke schoonmaakmiddelen, zoals ammoniak, in lekbakken. Zorg dat bezoekers er niet bij kunnen.

4.6 Zwemgelegenheden

 Wilt u een permanent zwembad plaatsen of maken bezoekers gebruik van oppervlaktewater dat onder uw toezicht valt? Deze zwemlocaties moeten aan verschillende eisen voldoen:

Officiële zwemlocaties

Hygiënenormen

  • Neem contact op met de provincie voor advies over permanente zwemgelegenheden.
    Op grond van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (WhvbzWet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden) houden zij toezicht op deze locaties.
  • Kijk op www.zwemwater.nl voor alle officiële zwemlocaties.
    De waterkwaliteit en -veiligheid van deze locaties worden tijdens de zomermaanden (mei t/m september) gecontroleerd, zoals de aanwezigheid van obstakels, afval, stroming, diepteverloop, kuilen in de bodem, scheepvaart en andere vormen van recreatie (surfers en jetski’s).

Niet-officiële zwemlocaties

Hygiënenormen

  • Deze locaties worden niet gecontroleerd, dus zorg voor (dagelijks) toezicht op de waterkwaliteit en -veiligheid.
  • Houd een logboek bij waarin afwijkingen in de waterkwaliteit (vuil, olie, schuim, verminderd zicht, etc.) en de waterveiligheid (obstakels, kuilen, afval, etc.) worden genoteerd.

Buitenzwembadje

Met warm weer wordt er mogelijk een zwembadje buiten gezet voor een korte periode. Ook voor zwembadjes is de veiligheid en de hygiëne van het kind enorm belangrijk. Het water in het zwembadje kan vervuild raken door de urine, ontlasting of speeksel van kinderen. Het water kan besmet worden met ziekteverwekkers en een kind kan dit binnen krijgen door het water in te slikken. Voor het beperken van de infectieverspreiding en hygiëne in een zwembadje gelden de volgende normen:

Hygiënenormen

  • Controleer of het bad schoon is voordat u dit vult met water.
  • Vul het bad elke dag met water van drinkwaterkwaliteit.
  • Ververs het water direct zodra het zichtbaar vervuild is.
  • Gebruik alleen speelgoed wat tegen water kan zoals kunststof of roestvrijstaal.
  • Maak badspeelgoed schoon na gebruik.
  • Zorg ervoor dat er geen dieren in het water kunnen komen.
  • Maak het zwembadje schoon na ieder gebruik.
  • Meld het zwembad volgens de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz) als deze het hele jaar door op de voorziening staat.

4.7 Zandbakken

Zandbakken

 Ziekteverwekkers verspreiden zich snel in zandbakken. Let goed op waar en hoe u deze plaatst. Tref de volgende maatregelen:

Hygiënenormen

  • Span een vocht doorlatend zeil over de zandbak (± 10 cm boven het zand) om honden en katten te weren.
  • Controleer het zand op vuil voor het spelen en maak zo nodig schoon.
  • Schep uitwerpselen van honden en katten met ruim zand eromheen uit.
  • Verschoon het zand wanneer er uitwerpselen van honden of katten in liggen, die er mogelijk langer dan drie weken in hebben gelegen.

Tips

  • Plaats de zandbak op een droge en lichte plek, het liefst half in de schaduw en half in de zon.

4.8 Dierverblijven

Dierverblijven zijn aan specifieke bouw- en inrichtingseisen gebonden. Deze moeten gemakkelijk schoon te maken zijn. Bovendien moeten medewerkers en bezoekers hun handen en schoenen na contact met dieren kunnen schoonmaken. Houdt ook rekening met de wettelijke eisen voor huisdieren op een kampeerterrein.

Hygiënenormen

  • Zorg dat de bodem van binnen verblijven geen vocht kan opnemen en gemakkelijk schoon te maken is. Gebruik absorberend materiaal of stro.
  • Richt vogelverblijven zó in dat ze goed schoon te houden zijn, zorg voor voldoende ventilatie en vermijdt de verspreiding van stof.
  • Plaats een wastafel met stromend water, een zeepdispenser, wegwerphanddoekjes en afvalbak in de directe omgeving van de dierverblijven, waar bezoekers, eigenaren en werknemers hun handen kunnen wassen na contact met dieren.
  • Plaats drinkbakken buiten bereik van bezoekers.
  • Laat bezoekers niet in de buurt van mest of dierlijk afval komen.
  • Zorg dat ruimtes waar gegeten wordt niet te dicht bij dierverblijven zijn.
  • Zorg voor speciale uitlaatplekken voor dieren zonder vast verblijf (zoals honden en katten).
  • Zorg dat medewerkers weten hoe en wanneer zij persoonlijke beschermingsmiddelen moeten gebruiken.

Tips

  • Plaats schoenen- of laarzenborstels bij de in- en uitgang van dierverblijven.
  • Gebruik kranten in plaats van vogelzand; bij het verversen van zand dwarrelen bacteriën sneller op dan bij het vervangen van kranten.

5 Informatie voor bezoekers en medewerkers

In de voorgaande hoofdstukken zijn maatregelen beschreven die u en uw medewerkers kunnen nemen om het infectierisico te verkleinen. Maar de bezoekers van uw kampeergelegenheid, jachthaven of groepsaccommodatie kunnen hier ook aan bijdragen.

In dit hoofdstuk vindt u de informatie die u aan bezoekers kan verstrekken, zodat het voor hen duidelijk is hoe ze zichzelf tegen infectieziekten kunnen beschermen.

5.1 Informatie voor bezoekers

Het kan voorkomen dat een bezoeker van uw voorziening zich bezeert, of dat er een ongeluk plaatsvindt.

Hygiënenormen

  • Hang de volgende informatie op een overzichtelijke plek voor uw bezoekers:
    • instructies bij ongevallen;
    • gifwijzer;
    • lijst met noodnummers (zoals de huisartsenpost en het ziekenhuis).

Let op: Neem direct contact op met een arts of hulpdienst bij heftige allergische reacties of als iemand een bijen- of wespensteek in de mond of hals heeft gekregen.

5.2 Tekenbeten

Er zijn een aantal simpele maatregelen om het risico op tekenbeten te verminderen. Als bezoekers in een bosrijke omgeving zijn, kan het dragen van bedekkende kleding flink helpen. Ook een dagelijkse controle van het lichaam en de kleding op teken is noodzakelijk. Zorg dat bezoekers weten hoe ze zichzelf tegen teken kunnen beschermen. Meer informatie kunt u vinden op de website van de RIVM.

Hygiënenormen

  • Zorg dat bezoekers en medewerkers weten hoe ze zich kunnen beschermen.
  • Informeer bezoekers over het risico van tekenbeten. Zorg voor folders of ander informatiemateriaal over:
    • het voorkomen van tekenbeten;
    • het verwijderen van tekenbeten;
    • de symptomen van de ziekte van Lyme.

Tips

  • Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft de app 'Tekenbeet' ontwikkeld. Deze app is gratis te downloaden. Met deze app kunnen mensen (ook buiten, zonder internetverbinding!) opzoeken hoe teken eruit zien en wat je moet doen om teken correct en snel te verwijderen.

5.3 Dieren

Boerderijdieren

Omdat dieren veel ziekteverwekkers met zich mee dragen is het belangrijk dat u bezoekers op de hoogte stelt van de regels omtrent de aanwezige (boerderij)dieren.

Hygiënenormen

  • Hang een informatiebord met hygiëneregels op bij ingang van dierverblijven. Ga na welke regels gelden voor verschillende diersoorten.
    • Blijf uit de buurt van zieke dieren of dieren die aan het bevallen zijn.
    • Neem geen speelgoed, knuffels, flessen of spenen mee naar het dierenverblijf.
  • Zorg dat de volgende informatie in ieder geval op dit bord staat aangegeven:
    • Was uw handen:
      • na het aaien van dieren;
      • vóór en na het eten; voordat u het gezicht aanraakt.
    • Bent u zwanger? Vermijd dan het contact met kleine herkauwers, zoals geiten en schapen.

Huisdieren

Bent u eigenaar van een kampeergelegenheid, jachthaven of groepsaccommodatie en zijn huisdieren op uw terrein toegestaan? Zorg dan dat er geen dierlijke uitwerpselen op het terrein terecht komen. Informeer de eigenaars van huisdieren over de huisregels. 

Hygiënenormen

  • Vermeld de regels met betrekking tot huisdieren duidelijk op een bord bij de ingang van uw terrein.
  • Zorg dat de volgende informatie in ieder geval op een bord staat aangegeven:
    • Dierlijke uitwerpselen mogen niet op het terrein terecht komen.
    • Zorg dat uw hond:
      • altijd onder toezicht staat;
      • altijd aangelijnd is;
      • niet op het kampeerterrein uitgelaten wordt.
    • Laat uw huisdier eerst door de dierenarts controleren (vooral als uw huisdier al een lange tijd niet naar de dierenarts is geweest).

Tips

  • Vraag bezoekers met huisdieren om een gezondheidsverklaring van de dierenarts mee te nemen.
  • Stel hondenpoepzakjes beschikbaar voor uw bezoekers.

6 Bijlagen

In dit hoofdstuk vindt u schoonmaakschema’s en instructies, bijvoorbeeld voor handen wassen en handen desinfecteren. De schoonmaakschema’s en de instructies handhygiëne kunt u downloaden en uitprinten. U kunt ze dan direct ophangen, bijvoorbeeld bij wastafels of in een schoonmaakkast.

6.1 Schoonmaakschema’s

In de schoonmaakschema’s staat hoe vaak en op welke manier verschillende oppervlakken en materialen moeten worden schoongemaakt. Het eerste schema is een algemeen schema dat geldt voor alle ruimtes. De volgende schema’s richten zich op specifieke ruimtes. 

U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Daarnaast moet u extra schoonmaken wanneer een oppervlak of materiaal zichtbaar vervuild is. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken, mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

U kunt de schoonmaakschema’s hier downloaden als Word-document. De schema’s zijn zoveel mogelijk op losse pagina’s geplaatst, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten en ophangen. Tevens kunt u de schema’s aanpassen aan de eigen situatie. Bespreek binnen uw eigen organisatie de schoonmaakschema’s en werk ze in nader detail uit tot een eigen werkinstructie.

6.2 Instructies handhygiëne

Bacteriën en virussen zijn overal, op deurknoppen, tafels, telefoons en andere voorwerpen, apparaten en materialen. Sommigen kunnen ziekteverwekkend zijn. Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Door regelmatig handhygiëne toe te passen wordt de kans dat u of iemand uit uw omgeving ziek wordt klein.

Pas voor een goede handhygiëne onderstaande regels toe:

  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als ze zichtbaar vuil zijn. Gebruik dan geen desinfecterend middel (handalcohol); door zichtbaar vuil vermindert namelijk de werking.
  • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast óf desinfecteert. Pas de manieren echter niet allebei toe; de huid droogt dan te veel uit en beschadigt sneller. De handen worden voldoende schoon als u ze alleen wast of alleen desinfecteert.
Instructies handhygiëne

Het schema Instructies handhygiëne kunt u hier downloaden als pdfPortable Document Format.

6.3 Microvezeldoekjes

Tegenwoordig wordt er steeds meer gebruik gemaakt van microvezeldoekjes. Doordat de vezels in deze doekjes zijn gesplitst, hebben microvezeldoekjes een veel groter oppervlak dan katoenen schoonmaakdoekjes. Zo kunnen microvezeldoekjes vuil en ziekteverwekkers veel beter opnemen dan gewone schoonmaakdoekjes. Bovendien raspen de vezels het vuil los, waardoor u vlekken gemakkelijker verwijdert. U kunt microvezeldoekjes zowel droog als vochtig gebruiken.

Voor een optimaal resultaat gaat u als volgt te werk:

  • Gebruik de microvezeldoekjes altijd zonder schoonmaakmiddelen. Wijk hier alleen van af als de leverancier dit aangeeft.
  • Wilt u de doekjes vochtig gebruiken? Maak ze dan vlak voor gebruik licht vochtig onder de kraan of met het middel dat de leverancier voorschrijft. Leg de doekjes niet in een emmer water. Hierdoor nemen ze direct hun maximale hoeveelheid aan vocht op en verliezen ze hun reinigende werking.
  • Vouw de doekjes voor gebruik een aantal keer dubbel, zodat er meerdere vlakken ontstaan. Gebruik een nieuw, schoon vlak zodra de werking minder wordt.
  • Stop vuile microvezeldoekjes direct in de was; spoel ze tussentijds niet uit. Microvezeldoekjes trekken vuil zó goed aan dat handmatig uitspoelen geen zin heeft. Alleen in de wasmachine wordt een vuil doekje weer schoon.
  • Was de doekjes volgens de voorschriften van de fabrikant.
  • Droog gewassen microvezeldoekjes volgens de gebruiksinstructie. Let op: niet alle microvezeldoekjes kunnen in de droogtrommel. Berg de doekjes nooit vochtig op; hierdoor kunnen ziekteverwekkers uitgroeien.

6.4 Werken met eten en drinken

Informatie voor medewerkers en vrijwilligers die werken met eten en drinken

Als u door uw werkzaamheden in aanraking komt met eten en drinken is het belangrijk dat u zich houdt aan de hygiëneregels. Tijdens het bewaren, bereiden en serveren van gerechten kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijke verspreiden, waardoor bezoekers of medewerkers ziek kunnen worden. Let dus op uw persoonlijke hygiëne, was uw handen regelmatig en houdt rekening met de eisen die gesteld worden aan de bereiding van eten en drinken. 

Let op dat u tijdens de werkzaamheden:

  • geen hand- of polssieraden draagt;
  • wondjes aan handen afdekt;
  • verzorgde en schone (baard)haren heeft;
  • schone werkkleding draagt;
  • schone kookspullen gebruikt; 
  • eten niet met de blote handen aanraakt;
  • koksdoeken alleen gebruikt als pannenlappen voor hete pannen en borden;  
  • niet rookt, niet eet en geen kauwgom kauwt.
Handhygiëne

Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. De handen krijgt u schoon door ze te wassen met water en zeep of door ze in te wrijven met een handdesinfecterend middel. 

  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als ze zichtbaar vies zijn. Gebruik dan geen handdesinfecterend middel; door zichtbaar vuil vermindert de werking.
  • Maak uw handen schoon:
    • voor en na elke nieuwe reeks handelingen;
    • als ze zichtbaar vuil zijn;
    • na een toiletbezoek;
    • voor en na het eten;
    • na het uittrekken van handschoenen;
    • na schoonmaakwerkzaamheden;
    • na contact met lichaamsvocht zoals speeksel, braaksel, ontlasting, wondvocht of bloed; 
    • na hoesten, niezen of het snuiten van de neus.
      Dit is ook belangrijk als u een zakdoek hebt gebruikt. Ziekteverwekkers kunnen namelijk door de zakdoek heen op uw handen komen.
Bereiden van eten en drinken

Tijdens de bereiding van eten en drinken kan er het een en ander mis gaan. Ziekteverwekkers kunnen zich in een relatief korte tijd tot grote hoeveelheden vermenigvuldigen. Dit kan gebeuren als producten bedorven zijn, maar dat hoeft niet altijd. Houdt u tijdens de bereiding van eten en drinken aan de volgende regels:

  • Gebruik geen producten waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken.
  • Bewaar koelverse producten in de koeling (max. 7 °C en pluimvee max. 4 °C).
  • Houd rauwe producten gescheiden van bereide gerechten.
  • Let op de houdbaarheid van de bereide producten. Maak de meest risicovolle gerechten (zoals vlees, pasta, rijst, puree en salades) als laatste klaar. Zet de planning zo nodig op papier. 
  • Zorg dat koude gerechten maximaal twee uur buiten de koeling blijven.
    • Gooi deze gerechten weg als ze na deze twee uur niet zijn opgegeten.
    • Houd een lijst bij waarop staat wanneer de producten buiten de koeling zijn geplaatst en zijn weggegooid.
      Zo kunt u aantonen dat deze twee uur niet overschreden wordt.
  • Zorg dat bij de bereiding van koude gerechten de temperatuur zo laag mogelijk blijft (max. 7 °C).
  • Verhit warme gerechten tot een temperatuur boven 75 °C. 
  • Houd rauwe producten gescheiden van bereide gerechten.

6.5 Ctgb-databank

Hieronder staat hoe u desinfecterende middelen kunt vinden op de website van het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides

Eerst beschrijven we hoe u een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen kunt vinden. Hebt u al een desinfecterend middel en wilt u weten of u dit mag gebruiken? Gebruik dan de tweede zoekstrategie.

Onderstaande zoekstrategieën zijn opgesteld in december 2017. Kloppen de strategieën niet meer en heeft u hulp nodig? Neem dan contact op met het Ctgb, telefoonnummer 0317 – 417 810. Het LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid is niet verantwoordelijk voor eventuele wijzigingen aan de website van het Ctgb.

Zoekstrategie overzicht toegelaten desinfecterende middelen 

  • Klik op ‘Toelatingen’. 
  • Klik onder ‘Overzicht toelatingen’ op ‘Excel-bestand’. 
  • Er opent nu een Excelbestand. In dit Excelbestand staan alle toegestane middelen. Belangrijke informatie in dit Excel bestand: 
    • In kolom B vindt u de naam van de middelen. 
    • In kolom C staan links naar de actuele gebruiksvoorschriften van de desinfecterende middelen. Kopieer een link in uw internetbrowser om het bestand te openen. 
    • In kolom T vindt u welke PTpertussis-toxine code(s) geldt/gelden voor het middel. De PT-code geeft aan voor welk materiaal het middel geschikt is. Middelen die geschikt zijn voor het desinfecteren van handen hebben een PT01-code (‘‘Biociden voor menselijke hygiëne’). Middelen die geschikt zijn voor materialen en oppervlakken hebben een PT02-code ‘Desinfecterende middelen voor privégebruik en voor de openbare gezondheidszorg, alsmede andere desinfectantia’. 

Zoekstrategie specifiek desinfecterend middel

Hebt u al een middel en wilt u weten of deze geschikt is? Dan kunt u op de naam van het product zoeken. 

  • Klik op ‘Toelatingendatabank’. 
  • Hier kunt u zoeken op Zoekterm, Categorie, Status toelichting en Gebruik. Door op ‘Toon uitgebreide filters’ te klikken, kunt u zoeken op nog meer producteigenschappen.

Begrippenlijst

Binnenmilieu

Het binnenmilieu is het milieu in gebouwen. Het binnenmilieu wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Bijvoorbeeld de temperatuur, de luchtvochtigheid en de hoeveelheid zuurstof in de ruimte.

Biofilm

Een laag micro-organismen omgeven door zelfgeproduceerd slijm. Biofilm is vastgehecht aan een oppervlak of drijft op een wateroppervlak. Legionellabacteriën vermeerderen zich in bepaalde eencellige organismen, protozoa genaamd, die in de biofilm leven.

CBGCollege ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beoordeelt en bewaakt de werkzaamheid, risico's en kwaliteit van geneesmiddelen voor de mens. Middelen zijn te herkennen aan een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer.

CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het CTGBBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides beoordeelt op basis van Europese wet- en regelgeving of desinfecterende middelen toegelaten worden op de Nederlandse markt.

Desinfecteren

Desinfecteren is het doden van ziekteverwekkers met een speciaal daarvoor bestemd desinfecterend middel. 

Fifo-systeem

First in, first out-systeem. Dit betekent dat materialen die het eerst geleverd zijn, ook het eerst gebruikt worden. Hiervoor moet de nieuwe voorraad achteraan geplaatst worden en de oude voorraad naar voren geschoven.

HACCP

Hazard Analysis Critical Control Points (HACCP), een systeem om de voedselveiligheid te beheersen. Hygiënecodes zijn een praktische uitwerking van HACCP. 

Handdesinfecterend middel

Een handdesinfecterend middel is een vloeistof waarmee ziekteverwekkers op de handen kunnen worden gedood. Als handen niet zichtbaar vuil of plakkerig zijn, kan een hand desinfecterend middel worden gebruikt in plaats van water en zeep.

Handhygiëne

Handhygiëne is het wassen van de handen met water en zeep of het desinfecteren van de handen met handdesinfectiemiddel, wanneer de handen niet zichtbaar vuil zijn. 

Legionellarisicoanalyse

Een legionellarisicoanalyse laat zien of legionellabacteriën kunnen groeien en vernevelen in de waterinstallatie.

Lichaamsvloeistoffen

Lichamelijke vloeistoffen zoals bloed, speeksel, braaksel, urine, ontlasting en wondvocht.

Luchten

Luchten is het korte tijd (ongeveer tien minuten) openzetten van alle ramen en deuren. Hierbij wordt het niet veel kouder, maar is wel alle binnenlucht ververst.

Micro-organismen

Bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën zijn micro-organismen. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige micro-organismen kunnen ziekten veroorzaken.

Microvezeldoekjes

Microvezeldoekjes bestaan uit een weefsel van microscopisch kleine vezels. Samen vormen de vezels een veel groter oppervlak dan de vezels in bijvoorbeeld een katoenen doek. Hierdoor kunnen microvezeldoekjes meer vuil absorberen. De vezels bestaan uit materiaal dat vetten goed vasthoudt. 

Schoonmaken

Schoonmaken is stof en vuil verwijderen, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen.

Ventileren

Bij ventileren komt voortdurend verse buitenlucht binnen, bijvoorbeeld door een rooster of een open raam.

Wonddesinfecterend middel

Een wonddesinfecterend middel is een middel waarmee ziekteverwekkers in de wond kunnen worden gedood. Een wonddesinfecterend middel wordt gebruikt om de wond te desinfecteren. 

Bronnenlijst

Literatuur

  • Bouma, K. et al. (2002). ‘Zandbakken: Zware metalen en microbiologische besmetting’. Groningen: Keuringsdienst van waren. 
  • Legionellapreventie in leidingwater: Hoofdstuk IIC van het Waterleidingbesluit (2004). Den Haag: Ministerie van VROMVolkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
  • ‘Modelplan Legionellapreventie in zwembadwater’ (2004). Groningen: Ministerie van VROM.
  • Oesterholt, F.I.H.M., (2013). ArboArbeidsomstandigheden-Informatieblad 32: Legionella. Den Haag Sdu Uitgevers. 
  • Stirling J. et al. (2008). Zoonoses Associated with Petting Farms and Open Zoos. Vol. 8, No. 1, Larchmont: Vector Borne and Zoonotic Diseases. 
  • Sundell J. et al. (2011). Ventilation Rates and Health: Multidisciplinary Review of the Scientific Literature. Vol. 21, No. 3. Indoor Air. 

Wetten & besluiten

  • Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (BhvbzBesluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden). wetten.overheid.nl
  • Code voor hygiëne op kinderboerderijen in Nederland (2004). Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ) en Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNVMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit).

Losse informatie

Verantwoording

De hygiënerichtlijn voor kampeergelegenheden, jachthavens en groepsaccommodaties is voor het laatst volledig herzien in 2017. Aan de laatste herziening hebben de volgende GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en en organisaties bijgedragen:

  • GGD Amsterdam
  • GGD Hart voor Brabant 
  • HISWA
  • RECRON
  • Scouting Nederland

Wijzigingen sinds laatste herziening:

  • Juli 2019: de richtlijn is omgezet naar webbased tekst; hierbij zijn enkele niet-inhoudelijke aanpassingen gedaan en zijn diverse hyperlinks geüpdatet.

 

De hygiënerichtlijn is een uitgave van:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid
Postbus 1 | 7200 BA Bilthoven
E-mail: lchv@rivm.nl 
Web: www.lchv.nl