In de periode 1987-1991 heeft een groep bewoners van Doetinchem en omgeving, mannen en vrouwen tussen 20 en 60 jaar, meegedaan aan een onderzoek naar risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Circa tweederde van de deelnemers wordt sindsdien om de 5 jaar uitgenodigd voor onderzoek. Dit onderzoek bestaat uit diverse metingen (zoals longfunctie, bloeddruk, lengte en gewicht), bloedafname en het invullen van vragenlijsten. Op dit moment, van 2018-2022, loopt de 7e meetronde. Voor het resterende deel van de oorspronkelijke deelnemers loopt op dit moment de tweede meting, dus met 30 jaar ertussen.

De start van de studie was het Peilstationsproject Hart-en vaatziekten in 1987-1991 en deze werd uitgevoerd in Doetinchem, Amsterdam en Maastricht.

In Doetinchem en omringende plaatsen werden namen en adressen van 20.154 mannen en vrouwen in de leeftijd tussen 20 en 60 jaar op basis van toeval geselecteerd uit het bevolkingsregister (later Gemeentelijke basisadministratie, tegenwoordig Basis Registratie Personen). Deze mensen kregen verspreid over 5 jaar een uitnodiging voor het onderzoek en 62% daarvan deed mee, 12.404 volwassenen.

Voor de tweede meetronde van de Doetinchem Cohort Studie  in 1993-1997 (destijds MoRGeN-project) werd het protocol uitgebreid en konden niet alle ruim 12 duizend mensen opnieuw worden gemeten. Op basis van toeval is opnieuw een selectie gemaakt van 7.768 volwassenen die een uitnodiging kregen voor een 2e (uitgebreidere) meting. Ruim 6.100 daarvan hebben deelgenomen aan deze tweede meetronde. 

Voor elke volgende meetronde zijn vervolgens diegenen uitgenodigd die ook waren uitgenodigd voor de voorgaande ronde, met uitzondering van mensen die waren overleden, geëmigreerd of die hadden aangegeven niet meer mee te willen doen. De derde meetronde is uitgevoerd van 1998-2002 (ruim 4.900 deelnemers), de vierde meetronde van 2003-2007 (ruim 4.500 deelnemers), de vijfde meetronde van 2008-2012 (ruim 4.000 deelnemers) en de zesde meetronde van 2013-2017 (bijna 3.450 deelnemers). In 2018 is de 7e meetronde gestart. 

Voor 4.636 Doetinchem-ers was de meting in het Peilstationsproject Hart- en Vaatzieken in 1987-1991  een eenmalige meting. Voor de 7e meetronde (2018-2022) wordt een deel van deze mensen weer uitgenodigd om ook mee te doen aan de Doetinchem Cohort Studie.

Elke meetronde bestaat uit 2 onderdelen: het (thuis) invullen van vragenlijsten en een lichamelijk onderzoek dat uitgevoerd wordt bij de lokale GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Elke volgende meetronde zijn thema’s toegevoegd, zowel in de vragenlijsten als bij de lichamelijke metingen.

Overzicht van de metingen, naar thema

Leefstijl: roken (incl. rookhistorie), lichamelijke activiteit (vanaf ronde 6 ook met beweegmeter), aantal uren zitten (vanaf ronde 6), voedingsgewoonten (uitgebreide voedselfrequentievragenlijst (FFQ food frequency questionnaire) in ronde 2, 3 en 4), alcoholgebruik, fysieke belasting in het dagelijks leven, slaapkwaliteit/chronotype (vanaf ronde 6), blootstelling aan lawaai (vanaf ronde 6)

Biologische aspecten: bloeddruk (inclusief enkel-arm index vanaf ronde 4), totaal- en HDL hoge dichtheid lipoproteinen-cholesterol, bloedglucose (vanaf ronde 2), bloedopslag voor toekomstig onderzoek, longfunctiemeting (vanaf ronde 2), lengte en gewicht, middel- en heupomtrek (vanaf ronde 2), botdichtheid van de enkel via ultrageluid (vanaf ronde 5), Advanced Glycation Endproducts (AGEs, vanaf ronde 6), creatinine (vanaf ronde 6), urinemonster (opslag voor toekomstig onderzoek) (vanaf ronde 5),  voor vrouwen: reproductiegeschiedenis en aanvullende gegevens over menstruatie en anticonceptiegebruik. 

Functioneren: kwaliteit van leven en lichamelijk functioneren (SF36, vanaf ronde 2), fysieke functietesten (knijpkracht, balanstest, stoeltest)  (vanaf ronde 5), cognitief functioneren (voor deelnemers vanaf 45 jaar, vanaf ronde 2), gehoorproblemen en gezichtsvermogen (vanaf ronde 4)

Sociale aspecten: belangrijke sociale contacten (vanaf ronde 2), positieve en negatieve sociale ervaringen (ronde 1 en 2), sociaal functioneren/maatschappelijke participatie  (aantal en soort sociale activiteiten vanaf ronde 4), sociale steun en eenzaamheid (vanaf ronde 5), sociale cohesie in de buurt (vanaf ronde 6), sociale netwerken (vanaf ronde 6), tussen ronde 2 en 3 een uitgebreide vragenlijst met vragen over stress, diverse psychosociale aspecten en levenservaringen

Gezondheid: diabetes, hart- en vaatziekten (coronaire hartziekten, beroerte, claudicatio), migraine, klachten van het bewegingsapparaat van rug en bovenste extremiteiten, kanker, astma en COPD chronic obstructive pulmonary disease (inclusief longfunctietest vanaf ronde 2), incontinentie, artrose-gerelateerde klachten, depressie (vanaf ronde 5), zorggebruik en informele zorg (vanaf ronde 6), depressieve klachten (vanaf ronde 6), mondgezondheid (tanden en tandvlees) (vanaf ronde 6).

Achtergrondvariabelen: leeftijd, geslacht, burgerlijke staat, opleidingsniveau, werk en beroep, kenmerken huishouden, geboortegewicht (ronde 6)

Overig: familiegeschiedenis van ziekten (hart- en vaatziekten, diabetes, fracturen (vanaf ronde 5), dementie (vanaf ronde 6), menopauze (vanaf ronde 6), maatschappelijke participatie (vanaf ronde 5), vaccinatiebereidheid (vanaf ronde 6), vragen rondom infectieziekten (vanaf ronde 6), perceptie van beweegmogelijkheden en beweeggedrag (vanaf ronde 6), gezondheidsvaardigheden (Health Literacy) (vanaf ronde 6), nachtwerk en onregelmatig werk (ronde 6), contact met (kleine) kinderen (ronde 6), consumptie van kraanwater (ronde 6). 

Koppelingen met registraties: Basisregistratie Personen (BRP Basisregistratie personen) (voorheen Gemeentelijke Basisregistratie (GBA bevolkingsregister), doodsoorzaken (CBS Centraal Bureau voor de Statistiek), ziekenhuisopname naar diagnose (LMR Landelijke Medische Registratie), geneesmiddelen (PHARMO), Landelijke kankerregistratie (LKR).

Elke meetronde vullen de deelnemers thuis een basisvragenlijst in, de Algemene Vragenlijst (AVL). Voor een aantal onderwerpen (zoals diabetes, claudicatio, kortademigheid) is er een korte aanvullende vragenlijst (inlegvel), die op de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst wordt ingevuld door deelnemers voor wie dat van toepassing is.  De AVL wordt regelmatig aangepast. Soms tijdens een meetronde, maar in de meeste gevallen bij een nieuwe meetronde. In ronde 2, 3 en 4 is ook een (papieren) voedingsvragenlijst (FFQ food frequency questionnaire) ingevuld en vanaf ronde 7 wordt deelnemers gevraagd online een voedingsvragenlijst in te vullen. Indien gewenst kan deze ook op papier worden ingevuld. Vanaf ronde 6 krijgen de deelnemers bij het bezoek aan de GGD een tweede basisvragenlijst (de AVL2) mee om thuis in te vullen en terug te sturen naar de GGD. 

Vragenlijsten per ronde 

  basisvragenlijst voedingsvragenlijst
Ronde 1 AVLr1  
Ronde 2 AVLr2 FFQ
Ronde 3 AVLr3 FFQ
Ronde 4 AVLr4 FFQ
Ronde 5 AVLr5  
Ronde 6 AVL1r6 ; AVL2r6  
Ronde 7 AVL1r7 ; AVL2r7 FFQ new

Alle onderdelen van het lichamelijk onderzoek zijn vastgelegd in protocollen in het draaiboek van het werk op de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst.
Ter illustratie vermelden we hier de protocollen voor antropometrie en voor het meten van de bloeddruk.

In elke meetronde wordt biologisch materiaal, met name bloed en in latere rondes ook urine, verzameld voor diverse bepalingen. Een deel daarvan is opgeslagen in vriezers (-20, -80 of -195 C) voor bepalingen in de toekomst.

Vanaf het begin van de studie is in het bloed van vrijwel alle deelnemers in elke meetronde het totaal- en HDL hoge dichtheid lipoproteinen-cholesterolgehalte bepaald, in ronde 1 en 2 in EDTA Ethyleendiaminetetra-azijnzuur-plasma en vanaf ronde 3 in serum. Vanaf ronde 2 is ook het niet-nuchter plasmaglucosegehalte bepaald en vanaf ronde 6 het creatininegehalte. 
In 2012 zijn voor alle deelnemers die op dat moment deel uitmaakten van het de Doetinchem Cohort Studie biomarkers bepaald in bloedmonsters van ronde 2 tot en met ronde 5 (indien beschikbaar). De volgende biomarkers zijn gemeten: albumine, ALT Anthonie van Leeuwenhoek Terrein, GGT, creatinine, triglyceriden, urea, urinezuur, plasma CRP C-reactief proteïne en cystatine C.
In 2017 zijn alle deelnemers die minimaal aan drie meetrondes hadden deelgenomen opgenomen in een zogenaamde genome-wide association study (GWAS). 
Voor selecties van deelnemers zijn aanvullende bepalingen uitgevoerd, zie voor een overzicht daarvan.

De Doetinchem Cohort studie wordt sinds 1987 continu uitgevoerd op de onderzoekslocatie van de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst NOG in Doetinchem. De mensen, de metingen en de onderzoeksfaciliteiten vertegenwoordigen een infrastructuur van dataverzameling waarbinnen ook aanvullende studies kunnen worden uitgevoerd. Voorbeelden van aanvullende studies zijn:

  • 24-uurs urine voor onderzoek naar zoutiname;
  • Extra vragenlijst per post voor achterhalen life time depression (BIONIC);
  • Biomonitoring blootstelling cadmium en lood: hiervoor werd extra bloed en ochtendurine verzameld.

In het kader van het Peilstationsproject Hart- en Vaatziekten werden in een periode van 5 jaar (1987-1991) in Doetinchem bijna 12.500 personen gemeten. Een deel daarvan werd daarna uitgenodigd voor deelname aan het zogenaamde MORGEN-project: Monitoring Risicofactoren van Gezondheid in Nederland, waarin, evenals in het Peilstationsproject, tevens volwassenen uit Amsterdam en Maastricht werden onderzocht. In het MORGEN-project (1993-1997) werd het blikveld van de studie verbreed: naast hart- en vaatziekten en de klassieke risicofactoren (waaronder voeding),  kwam er ook aandacht voor diabetes, kanker, astma en COPD chronic obstructive pulmonary disease (onder andere testen van de longfunctie), migraine, klachten van het bewegingsapparaat en kwaliteit van leven.

Europese studie naar kanker
De Doetinchem Cohort Studie (2e ronde) is tevens onderdeel van een groot Europees onderzoeksproject waarbij in totaal meer dan een half miljoen mannen en vrouwen uit 10 Europese landen zijn betrokken. Dit is het EPIC-onderzoek (European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition) met als centrale thema voeding en kanker. Het EPIC-onderzoek staat onder supervisie van het International Agency for Research on Cancer, het IARC International Agency for Research on Cancer. Inmiddels heeft ook binnen EPIC verbreding plaatsgevonden en participeert het RIVM ook in EPIC-HEART (gericht op hart- en vaatziekten) en EPIC-Diabetes.