Via de handen kunnen makkelijk ziekteverwekkers worden verspreid. Door regelmatig je handen te wassen met water en zeep, verklein je de kans dat je zelf of iemand in je omgeving ziek wordt.

Wanneer handen wassen?

  • als je handen vuil zijn;
  • voor het (klaarmaken van) eten; en na aanraken van rauw vlees.
  • na toiletbezoek;
  • na hoesten, niezen in de handen (Tip: nies of hoest in de arm!)
  • na neus snuiten;
  • na buitenspelen;
  • na verschonen van een kind;
  • na aaien of knuffelen van (huis-)dieren;
  • na schoonmaken. Dus ook nadat je een vaatdoekje hebt gebruikt.

Hoe moet ik mijn handen wassen?

Volg tijdens het handen wassen de volgende stappen:

  • Maak je handen goed nat.
  • Neem wat vloeibare zeep uit een pompje.
  • Wrijf de handen lang genoeg over elkaar, zorg dat de boven- en onderkant goed bedekt zijn met zeep.
  • Wrijf hierbij goed alle vingertoppen in.
  • Wrijf ook tussen de vingers.
  • Neem ook de polsen mee.
  • Spoel de zeep zorgvuldig af met stromend water.
  • Droog je handen goed af, vergeet hierbij niet de huid tussen de vingers.

Bij het drogen van de handen kunnen er ziekteverwekkers op de handdoek komen. Doe stoffen handdoeken regelmatig in de was.

Het belang van handen wassen

Video Belang van handen wassen - hygiëne
Sprekers: Kim van der Zwaluw (onderzoeksmedewerker bacteriologie), Thijs Veenstra (beleidsadviseur Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid RIVM) en een vrijwilliger.

VRIJWILLIGER: Jeetje, wat een verschil. Ik ga gelijk mijn handen wassen.

BEELDTEKST: Belang van handen wassen.

VAN DER ZWALUW: We hebben hier een paar vrijwilligers, die hun handen gaan drukken in een voedingsbodem. Een hele grote plaat. Speciaal voor deze gelegenheid extra groot, zodat er een volwassen hand in past. Met een voedingsbodem, waar bacteriën zich heel prettig bij voelen. Die kunnen erop gaan groeien. We willen ook kijken wat er gaat groeien, nadat ze hun handen hebben gewassen.

VEENSTRA: Virussenen bacteriën kom je overal tegen in de omgeving. Maar het zijn vaak je handen die ze verplaatsen van de omgeving naar bijvoorbeeld je mond of oogleden. Dat is de manier waarop je besmet raakt. Was je je handen, dan heb je daar een moment waarop je daar wat bacteriën en virussen vanaf haalt, ook niet allemaal. Dan wordt de kans een heel stuk kleiner dat je daar zelf mee geïnfecteerd raakt.

VAN DER ZWALUW: Door te wassen kun je die tijdelijke bewoners die transiënte flora, kun je wegwassen. Waarbij je alleen je goede bacteriën, je eigen flora, overhoudt.

VEENSTRA: Je hoeft niet de hele dag door je handen te wassen. Er zijn een aantal momenten. Als je daaraan denkt, heb je de belangrijkste momenten wel te pakken. De meeste kennen we al: na het toilet, dat weet iedereen. Ook voor het klaarmaken van eten. Maar andere momenten, waarop je zelf kunt bedenken dat er meer ziekteverwekkers op je handen kunnen zijn. Nadat je in je tuin gewerkt hebt, aan dieren hebt gezeten of een kind hebt verschoond. Dan weet je: dit zijn de momenten waarop ik extra mijn handen moet wassen, om zo minder te verzamelen op je handen.

VAN DER ZWALUW: We hebben de handafdrukken genomen van de vrijwilligers. De platen daarvan, die hebben we twee dagen in een stoof van 37 graden bebroed. Dat vinden bacteriën lekker, die gaan dan groeien. En overal waar ooit een bacterie op die plaat gekomen is, is nu een kolonie gevormd. Een klein rondje met identieke bacteriën, die elkaars afstammelingen zijn. En dan gaan we bekijken of wij een verschil zien tussen de hand die nog niet gewassen is en de hand die gewassen is. We beginnen even met de handen voordat ze gewassen zijn. We beginnen met jouw hand. De hele contour is te zien en je ziet dat er een mooi, heel scala aan bacteriën groeit. En hier zien we je hand, nadat je gewassen hebt. Je ziet ook dat het een illusie is om te denken dat je alles wegwast. Maar de aantallen en de diversiteit zijn een stuk lager. Dit is een heel mooi voorbeeld.

BEELD: Een voedingsbodem met veel gele bacteriekolonies in de vorm van een hand.

VRIJWILLIGER: En dat is voor het wassen?

VAN DER ZWALUW: Dit is voor het wassen, dit is jouw hand. Maar ook bij jou kun je heel duidelijk zien, ook nadat je gewassen hebt, gele kolonies zijn duidelijk minder geworden. Weer een extra bevestiging dat je handen wassen zorgt voor minder transmissie van ziekten.

BEELDTEKST: Meer weten? www.rivm.nl/hygiene

Veelgestelde vragen over handen wassen

Door regelmatig je handen te wassen zorg je ervoor dat je handen schoon worden. Zo voorkom je dat de bacteriën op je handen waar je ziek van kunt worden zich verspreiden. Was daarom je handen bijvoorbeeld; vóór het eten klaarmaken, vóór het eten, na het toilet bezoek, na contact met dieren, na het buiten spelen, bij het verzorgen van een zieke of op het werk.

Het is belangrijk je handen op een goede manier te wassen. Was je handen net zolang tot ze schoon zijn.

De momenten waarop je je handen moet wassen, veranderen niet als jij of je huisgenoot ziek is. Maar het is wel extra belangrijk dat je je handen goed genoeg wast. Droog je handen bij ziekte bij voorkeur met een papieren handdoek. Heb je alleen een stoffen handdoek? Doe deze dan dagelijks in de was.

Het is beter om sieraden af te doen tijdens het handen wassen. Onder sieraden blijven vuil en bacteriën gemakkelijk zitten. Als het niet lukt het sieraad af te doen, was deze dan mee tijdens het handen wassen.

Ja, je kunt thuis ook een zeepblok gebruiken. Op andere plekken, zoals op het werk, kan het echter praktischer zijn om vloeibare zeep in een houder met een pompje te gebruiken.

Bij voorkeur was je je handen met stromend water en vloeibare zeep. Handalcohol of alcoholgel gebruik je als er geen handenwasgelegenheid is en je handen niet zichtbaar of niet voelbaar vuil zijn. Dus bijvoorbeeld als je je neus gesnoten hebt en je hebt geen water, zeep en handdoek in de buurt. Als je handalcohol of handgel gebruikt, controleer dan of op het etiket een toelatingsnummer staat en volg de gebruiksaanwijzing. Meer informatie over het gebruik van desinfectiemiddelen en het toelatingsnummer is te vinden op de pagina zorgvuldig gebruik van desinfecterende middelen in huis.

Het maakt niet uit of je koud of warm water gebruikt. Vuil en bacteriën laten bij koud water even goed los als met warm water. Kies wat je prettig vindt.

Belangrijk is dat je handen goed droog worden. Bij het gebruik van een blazer blijven de handen vaak nog nat. Een schone, droge doek gebruiken is beter.