De algemene hygiënerichtlijn is opgesteld in 2019. Tussentijdse wijzigingen sinds de laatste herziening worden aangegeven in de Verantwoording.

Bij deze richtlijn vindt u instructies (bijvoorbeeld voor handen wassen), voorbeelden van schoonmaakschema’s en een normenlijst. Voor het maken van een checklist of rapport kunt u gebruik maken van de normenlijst. De instructies, schoonmaakschema’s en normenlijst kunt u hier downloaden.

 

1 Inleiding

Deze richtlijn is bedoeld voor organisaties en bedrijven waarvoor geen andere LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid-hygiënerichtlijn is en die niet zorggerelateerd zijn. Door het uitvoeren van de hygiënenormen en -adviezen in de richtlijn beperkt u verspreiding van ziekteverwekkers.

Voorbeelden van organisaties/bedrijven die deze richtlijn kunnen gebruiken, zijn kantoorgebouwen, buurthuizen, (overdekte) speeltuinen, kinderboerderijen, sporthallen en middelbare scholen.

De hygiënenormen en -adviezen in deze richtlijn zijn aanvullend ten opzichte van eisen in de arbocatalogus of in regelgeving zoals het Arbobesluit, het Bouwbesluit, de Wet milieubeheer en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Eisen uit regelgeving gaan altijd voor hygiënenormen en -adviezen.

Hygiëne en ziekteverwekkers

Een goede hygiëne beperkt de verspreiding van ziekteverwekkende micro-organismen. Ziekte door micro-organismen noemen we een infectieziekte.

Niet alle micro-organismen veroorzaken ziekte. De meeste micro-organismen zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens.

Voorbeelden van micro-organismen zijn bacteriën, virussen, parasieten en schimmels. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, in lichaamsvloeistoffen zoals bloed en urine, op en in voedsel, op meubelen en gebruiksvoorwerpen, in de lucht en in water.

Let op: soms kan een ziekteverwekker zorgen voor meerdere zieke mensen in een korte tijd, ook wel een ‘uitbraak’ genoemd. Bijvoorbeeld een norovirusuitbraak in een buurthuis of bij de scouting. Als twee of meer mensen ziek worden in korte tijd (bijvoorbeeld overgeven en diarree), raadpleeg dan altijd de GGD bij u in de regio. Neem ook bij twijfel contact op met de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst.

Op RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-pagina ‘Hygiëne’ is meer informatie te vinden over het belang van hygiëne om een infectieziekte te voorkomen. Een illustratie met een overzicht van de belangrijkste hygiënische maatregelen voor thuis of op de werkplaats kunt u hier downloaden

Hoe verspreiden ziekteverwekkers zich?

Ziekteverwekkers verspreiden zich onder andere via:

  • de handen;
  • voedsel en water;
  • voorwerpen en oppervlakken (onder andere via deurklinken, stoelen, toiletbediening, toetsenbord);
  • lichaamsvloeistof (bloed, ontlasting, braaksel, speeksel, enzovoorts);
  • de lucht (via druppels door hoesten, huidschilfers, stof of zeer kleine waterdruppels);
  • dieren (huisdieren, insecten, ratten, muizen, enzovoorts).

Wat zijn hygiënenormen en tips?

Hygiënenormen

  • Hygiënenormen staan in een geel kader.
  • Door het uitvoeren van de normen voert u een goed hygiënebeleid.
  • De hygiënenormen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en/of consensus van een werkgroep waarin vertegenwoordigers van de doelgroep en hygiënedeskundigen zitting hebben.

Tips

  • Tips staan in een grijs kader.
  • De tips zijn een vrijblijvend advies. 
  • Het toepassen van dit advies leidt tot hygiënischer werken.

2 Persoonlijke hygiëne

2.1 Handen wassen

Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers zich verspreiden, is via de handen. Door de handen te wassen met stromend water en zeep uit een pompje (zeepdispenser) worden de ziekteverwekkers zo veel mogelijk verwijderd.

Hygiënenormen

  • Was de handen altijd met stromend water en vloeibare zeep:
    • als ze zichtbaar vuil zijn;
    • wanneer ze plakkerig aanvoelen;
    • na een toiletbezoek;
    • als er lichaamsvloeistoffen op zijn gekomen, bijvoorbeeld na hoesten, niezen of het snuiten van de neus;
    • voor en na het (bereiden van) eten;
    • na schoonmaakwerkzaamheden;
    • na het uittrekken van handschoenen;
    • na handcontact met dieren.
  • Was uw handen volgens het schema ‘Instructies handen wassen’ in deze paragraaf.

Tips

  • Het schema ‘Instructies handen wassen’ is ook als download bij deze richtlijn gevoegd. Print de instructie uit en plaats deze bij de handenwasgelegenheid.
  • Nies en hoest in de arm en niet in de handen.

Instructies handen wassen

 

Het schema ‘Instructies handen wassen’ kunt u hier downloaden als pdfPortable Document Format.

2.2 Handschoenen

Het dragen van handschoenen is vereist in situaties met een verhoogde kans op besmetting. Dit is bijvoorbeeld tijdens:

  • het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar bloed of braaksel op zit;
  • het behandelen van een bloedende wond bij iemand anders.

Gebruik handschoenen die geschikt zijn voor bescherming tegen micro-organismen en volg het gebruiksvoorschrift op de verpakking.

Hygiënenormen

  • Draag handschoenen wanneer uw handen in aanraking kunnen komen met bloed, braaksel of ontlasting.
  • Trek handschoenen direct na gebruik uit en gooi ze weg. Was de handen direct na het uittrekken van de handschoenen (zie paragraaf 2.1).
  • Gebruik alleen handschoenen die voldoen aan de norm ‘(NENNederlandse norm over informatiebeveiliging in de zorg­-)EN 374’. Op de verpakking moet zowel deze norm als de afbeelding ‘beschermt tegen micro-organismen’ staan.
    logo EN-374
     EN 374
  • Op de handschoenenverpakking moet ook het CEConformité Européenne-keurmerk staan.
    logo CE-markering

Tips

  • Verwijder hand- of polssieraden voor gebruik van handschoenen.
  • Online staan verschillende filmpjes hoe u het beste handschoenen kan aan- en uittrekken.

2.3 Kleding

Ziekteverwekkers kunnen zich verspreiden via kleding. Bijvoorbeeld bij het schoonmaken van een ruimte die vervuild is met ontlasting of braaksel.

Hygiënenormen

  • Trek schone kleding aan als uw kleding zichtbaar vervuild is met bijvoorbeeld ontlasting of braaksel.
  • Was de kleding volgens de voorschriften in paragraaf 3.3.

3 Hygiënisch werken

3.1 Eten en drinken

Voedselveiligheidsmaatregelen zijn gebaseerd op drie basisprincipes:

  • beheersing van de temperatuur;
  • netheid;
  • controle van de houdbaarheid.

Als u eten en drinken aan bezoekers, vrijwilligers of medewerkers verstrekt, al dan niet tegen betaling, dan bent u wettelijk verplicht om maatregelen te nemen die de kans op ziek worden door het eten en drinken verkleinen. Gebruik hiervoor de hygiënecode van uw sector. Volg de vijf stappen van het Voedingscentrum als u niet onder de wettelijke verplichtingen valt, bijvoorbeeld als het eten voor eigen gebruik is.

Hygiënenormen

3.2 Afvalverwerking

Afval kan een bron van ziekteverwekkers zijn. Bovendien trekt afval ongewenste dieren aan. Voorbeelden van afval zijn: etensresten, oud papier en verpakkingsmaterialen van voedingsmiddelen.

Hygiënenormen

  • Leeg afvalbakken minstens één keer per dag en zorg voor een schone afvalbak. Spreek voor het legen van professionele damesverbandcontainers met de leverancier een geschikte termijn af.
  • Sluit zakken goed en gooi ze direct in afvalcontainers. Plaats geen afval naast afvalcontainers.
  • Verzamel etensresten direct na het gebruik van maaltijden in afsluitbare afvalbakken.
  • Verzamel glas en ander gevaarlijk afval, zoals scherpe mesjes, apart.

Tips

  • Druk geen lucht uit de volle afvalzak (bijvoorbeeld om de zak makkelijker te sluiten); ziekteverwekkers kunnen zich ook via de lucht verspreiden.
  • Gebruik plastic zakken in afvalbakken (met uitzondering van zelfdovende afvalbakken).
  • Bekijk op de website van Milieu Centraal of het afval bij het restafval mag of op andere wijze moeten worden weggegooid.

3.3 Wasgoed

Vuile was kan besmet zijn met ziekteverwekkers. U kunt het wasgoed zelf wassen of laten wassen door een wasserij.

Hygiënenormen

  • Verzamel en verplaats vuile was in een wasmand of zak.
  • Was met een volledig wasprogramma.
  • Houd schone was gescheiden van vuile was.

Tips

  • Druk geen lucht uit een plastic zak gevuld met wasgoed (bijvoorbeeld om de zak makkelijker te sluiten); ziekteverwekkers kunnen zich ook via de lucht verspreiden.
  • Gebruik geschikte handschoenen (zie paragraaf 2.2) bij het sorteren van de vuile was.

Met wasgoed wordt niet schoonmaakmateriaal bedoeld zoals moppen, vaatdoekjes e.d. Zie voor deze wasinstructies paragraaf 4.2.

3.4 Dieren en dierplagen

3.4.1 Dierplaagbeheersing

Ratten, muizen, insecten, duiven en kakkerlakken zijn voorbeelden van dieren die niet alleen overlast en schade geven, maar ook infectieziekten kunnen overdragen. De te nemen maatregelen zijn onder te verdelen in:

  • technisch-bouwkundige maatregelen,
    bijvoorbeeld horren plaatsen, kieren en gaten dichten, verwijderen van wild struikgewas (waar dieren in kunnen schuilen) rondom het gebouw;
  • hygiënische maatregelen,
    bijvoorbeeld goed schoonmaken, eten bewaren in afsluitbare bakken of potten.
  • bedrijfsmatige maatregelen,
    bijvoorbeeld het controleren van binnenkomende producten op (sporen van) plaagdieren.

Hygiënenormen

  • Voorkom of beperk plekken waar plaagdieren kunnen binnenkomen, schuilen of nestelen door het nemen van technisch-bouwkundige, hygiënische en bedrijfsmatige maatregelen.
  • Voorkom of beperk de aanwezigheid van water en voedsel(resten) door het nemen van technisch-bouwkundige, hygiënische en bedrijfsmatige maatregelen.
  • Schakel bij overlast een deskundige dierplaagbeheerser in. Gebruik zelf geen bestrijdingsmiddelen.

3.4.2 Teken

Teken komen in het hele land voor, in bos, park, hei, duinen of in de tuin. Ze zitten in de buurt van bomen of struiken in hoog gras of tussen dode bladeren. Een tekenbeet kan de ziekte van Lyme overbrengen. Op de RIVM-webpagina Tekenbeten vindt u meer advies over het voorkomen van tekenbeten of wat te doen bij een tekenbeet.

3.4.3 Hoofdluis

Op de RIVM-webpagina Hoofdluis vindt u meer informatie over hoofdluis en manieren om hoofdluis te bestrijden.

3.4.4 Vleermuizen

Vleermuizen kunnen ziekten overbrengen, maar zolang u geen direct contact heeft, is er niets aan de hand. Vang of pak daarom nooit een vleermuis met de blote handen. Een ziekte die bij enkele vleermuissoorten in Nederland voorkomt, is hondsdolheid (rabiës).

Wanneer vleermuizen hun verblijfplaats hebben in uw spouwmuur of onder uw dak, dan levert dat geen gevaar voor u op. Alleen als u een zieke, gewonde, verzwakte of dode vleermuis vindt, moet u ervoor zorgen dat u geen risico loopt. Meer informatie vindt u op de RIVM-webpagina Hondsdolheid (Rabiës).

Hygiënenormen

  • Gebeten door een vleermuis? Neem zo snel mogelijk contact op met uw huisarts of GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst. Ook als dit in Nederland is gebeurd.
  • Reinig de beetwond of aanraakplek goed met stromend lauw water. Desinfecteer daarna met 70% alcohol of een ander geschikt ontsmettingsproduct zoals jodium.

3.4.5 Huis- en boerderijdieren

Dieren kunnen infectieziekten overdragen op mensen. Deze ziekten worden zoönosen genoemd.

Kunnen uw bezoekers, vrijwilligers en/of medewerkers in contact komen met (huis)dieren? Dan is het belangrijk maatregelen te nemen om het risico op overdracht van infectieziekten te verkleinen.

Voor meer informatie over zoönosen, zie de RIVM-webpagina Ziek door dier.

Huisdieren

Huisdieren zijn alle dieren die thuis worden gehouden zoals honden, katten, vissen, vogels en reptielen. Meer informatie over ziekten die huisdieren kunnen overgedragen, vindt u op de RIVM-webpagina Huisdieren.

Hygiënenormen

  • Was de handen na contact met dieren of mest (bijvoorbeeld de kattenbak).
  • Laat een dier niet in uw gezicht likken.
  • In geval een krab of een beet: spoel de wond goed schoon met stromend lauw water. Neem contact op met de huisarts als u bent gebeten.
  • Indien van toepassing: Laat het huisdier vaccineren, ontworm regelmatig, en bestrijd vlooien, luizen en teken. Overleg eventueel met de dierenarts.
Boerderijdieren

Kunnen medewerkers of bezoekers in contact komen met boerderijdieren zoals varkens, koeien en geiten? Neem dan hygiënemaatregelen om besmetting met zoönosen te beperken.

Hiervoor bestaat het GD Keurmerk Zoönosen. Dit keurmerk is voor alle dierhouders waarbij de dieren contact hebben met mensen. Bijvoorbeeld een kinder-, zorg of activiteitenboerderij, een agrarisch kinderdagverblijf of een manege. Maar ook een gewoon bedrijf met bijvoorbeeld melkvee, paarden, varkens, pluimvee, schapen of geiten kan het keurmerk aanvragen.

Hygiënenormen

Zie voor meer informatie ook de website van de Vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland.

4 Schoonmaken

Schoonmaken is het verwijderen van stof en vuil, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen. Zo verwijdert u ook ziekteverwekkers en verkleint u de kans op ziekte.

4.1 Schoonmaakregels en -technieken

Als er verkeerd schoongemaakt wordt, kunnen ziekteverwekkers achterblijven en verspreid worden. Als u zelf (eind)verantwoordelijk bent voor de schoonmaak, houd u zich dan aan de volgende normen:

Hygiënenormen

  • Geef iedereen die schoonmaakt instructies over:
    • de manier van schoonmaken;
    • de middelen die ze hiervoor moeten gebruiken;
    • het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Maak eerst ‘droog’ schoon (afstoffen, stofzuigen) en daarna ‘nat’ (vochtig doekje, stomen, dweilen).
  • Maak schoon van ‘schoon’ naar ‘vuil’ en van ‘hoog’ naar ‘laag’.
  • Werk volgens een schoonmaakschema.
  • Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht, zoals een allesreiniger. Gebruik de middelen volgens de instructies. Deze instructies staan op de verpakking of zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
  • Meng een schoonmaakmiddel nooit met andere (schoonmaak)middelen. Mengen vermindert de werkzaamheid en geeft een slechter resultaat. Bij mengen met bleekhoudende middelen kunnen giftige gassen ontstaan.
  • Draag geschikte handschoenen (zie paragraaf 2.2) bij het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op (kunnen) zitten. Gooi de handschoenen direct na het schoonmaken weg en was de handen op de juiste wijze (zie paragraaf 2.1).

Tips

  • Laat een professioneel schoonmaakbedrijf schoonmaken of laat een deskundige, zoals een erkend schoonmaakbedrijf, instructie geven aan iedereen die schoonmaakt.
  • Vergeet tijdens het schoonmaken niet plekken en voorwerpen mee te nemen die mensen veel aanraken. Denk aan kranen, lichtschakelaars, deurklinken, doorspoelknoppen, etc.
  • Volg bij het schoonmaken van het sanitair de schoonmaakinstructies bij deze richtlijn.

4.2 Omgaan met schoonmaakmaterialen en -middelen

De schoonmaakmaterialen moet u ook goed schoonmaken, drogen en opruimen. Zo voorkomt u dat ziekteverwekkers uitgroeien en worden verspreid. Gebruik schoonmaakmaterialen zoals microvezeldoekjes volgens de instructie op de verpakking. Uit onderzoek blijkt dat microvezeldoekjes na 150 wasbeurten niet meer goed werken (Smith, 2011). Het aantal wasbeurten hoeft echter niet te worden bijgehouden; een schatting voldoet.

Hygiënenormen

  • Gebruik bij elke schoonmaakbeurt schone materialen.
  • Gebruik wegwerpmaterialen en gooi deze direct na gebruik weg
    of
    was schoonmaakmaterialen zoals moppen en (microvezel)doeken na gebruik op minimaal 60 °C. Laat de gewassen materialen daarna drogen aan de lucht of in een wasdroger.
  • Maak schoonmaakmaterialen die niet in de wasmachine kunnen en niet direct na gebruik weggegooid worden, zoals emmers en trekkers, na gebruik schoon. Afspoelen met water. Daarna afdrogen of laten drogen door de materialen omgedraaid op een schone ondergrond te leggen (emmers) of op te hangen (trekkers).
  • Gebruik bij elke schoonmaakbeurt nieuw sopwater. Vervang het sop bij zichtbaar vuil. Gooi het sopwater direct weg na het schoonmaken.
  • Laat natte schoonmaakmaterialen na gebruik nooit in emmers achter.
  • Gebruik alleen stofzuigers met stoffilters en vervang deze filters zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
  • Berg schoonmaakmaterialen en -middelen op in een aparte opslagruimte waar het niet in contact kan komen met levensmiddelen.
  • Gebruik en was microvezeldoekjes volgens de instructie op de verpakking of zoals vermeld op de website van de fabrikant. Vervang de microvezeldoekjes na circa 150 keer wassen, of eerder als dat op de verpakking staat aangegeven.

Tips

  • Gebruik bij het dweilen verschillende emmers (bijvoorbeeld met aparte kleuren) voor schoon en vuil sopwater. Maak de dweil of mop nat in de emmer met schoon sop, en spoel hem uit in de andere. Zo blijft sopwater langer schoon.

5 Bouw en inrichting

Het goed schoonhouden van toiletten, doucheruimtes, de keuken en andere ruimtes is belangrijk om verspreiding van ziekteverwekkers te voorkomen. De inrichting van een gebouw of terrein heeft effect op het gemak waarmee dit kan. Zo zijn gladde wanden in toiletten sneller en beter schoon te krijgen dan ruwe. In dit hoofdstuk staan voor verschillende type ruimtes normen en adviezen voor een goede hygiëne.

In het Bouwbesluit 2012 zijn eisen voor de bouw en inrichting van gebouwen opgenomen. Gemeenten kunnen ook aanvullende bouw- en inrichtingseisen stellen. Deze eisen zijn leidend; onderstaande normen en adviezen kunnen daardoor (deels) voor sommige gebouwen of terreinen niet van toepassing zijn.

5.1 Algemene normen inrichting

Alle ruimtes waar medewerkers en bezoekers komen, zoals een bar, eetruimtes, toiletten en (buiten)speel-, ontvangst- en gebruiksruimtes, moeten veilig en goed schoon te maken zijn.

Hygiënenormen

  • Richt ruimtes zo in dat schoonmakers overal bij kunnen.
  • Er is voldoende verlichting om schoon te maken en het resultaat te kunnen zien.
  • Het meubilair, de vloeren en alle materialen, bijvoorbeeld speelgoed of toetsenbord, zijn goed te reinigen.
  • Plaats op strategische plekken een afvalbak met plastic zak.

Tips

  • Zorg voor een afgesloten afvalemmer met voetbediening in elke ruimte waar personen komen (ook toiletten).

5.2 Binnenmilieu

Een gezond binnenmilieu met droge, zuurstofrijke lucht vermindert de kans op hoofdpijn, concentratieproblemen, slaperigheid, allergieën, infecties en andere lichamelijke klachten. Bovendien groeien huisstofmijten en schimmels minder snel in een droge omgeving. Voor meer informatie en adviezen zie de RIVM-webpagina Binnenmilieu.

5.3 Toiletten

Iedereen die van het toilet gebruikmaakt, moet de handen kunnen wassen. Daarnaast moet de toiletruimte goed schoon te maken zijn.

Hygiënenormen

  • De vloer en de wanden kunnen geen vocht opnemen en zijn gemakkelijk schoon te maken tot een hoogte waar urine tegenaan kan spatten.
  • Er is een wastafel met stromend water, een zeepdispenser, een afvalemmer en er zijn papieren wegwerphanddoekjes om de handen te drogen.

5.4 Douche- en badruimte

In doucheruimtes is het vaak vochtig. Schimmels en andere micro-organismen groeien er relatief makkelijk. Voorkom dat schimmel kan groeien door goed te ventileren.

Als er toch schimmel is gaan groeien, gebruik dan een schimmelverwijderingsmiddel dat is toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides). Een toegelaten middel is te herkennen doordat op het etiket een vijfcijferig nummer staat met daarachter de letter ‘N’ (bijvoorbeeld 12345N) of door de letters EUEuropean Union /NL met daarachter 11 cijfers (bijvoorbeeld EU-1234567-0001). Gebruik alleen een middel dat is toegelaten om schimmels te verwijderen en te koop is voor consumenten.

Hygiënenormen

  • Alle materialen in de douche(s) zijn bestand tegen water en waterdamp.
  • Alle materialen zijn gemakkelijk schoon te maken.
  • De doucheruimtes worden goed geventileerd.
  • Verwijder schimmel of zwarte aanslag met een toegelaten verwijderingsmiddel.
  • Hang schone handdoeken en wasgoed op of leg de schone was op een plank of in een kast.
  • Houd schone handdoeken gescheiden van vuile (natte) handdoeken en wasgoed.

5.5 Keuken

Als er een keuken aanwezig is, volg dan de normen en adviezen zoals opgenomen in uw hygiënecode. Of volg onderstaande normen als er voor uw situatie geen hygiënecode beschikbaar is.

Hygiënenormen

  • De vloer is goed schoon te maken, splintervrij en stroef.
  • De wand boven het aanrechtblad is glad tot een hoogte waar water en etenswaren tegenaan spatten. Zo is de wand eenvoudig schoon te maken.
  • De keuken of het keukenblok is gescheiden van sanitaire voorzieningen.
  • Er is een wastafel met stromend water, een zeepdispenser, afvalemmer en papieren wegwerphanddoekjes.

5.6 Opslagruimte voor schoonmaakmaterialen

Zorg voor een aparte opslagruimte waar het schoonmaakmateriaal opgeborgen kan worden. Zo zijn vuile schoonmaakmaterialen en gevaarlijke stoffen niet bereikbaar voor bezoekers en gescheiden van voedingsmiddelen.

Normen en adviezen over het schoonmaken van schoonmaakmaterialen staan in paragraaf 4.2.

Hygiënenormen

  • Berg schoonmaakmiddelen en -materialen op in een daarvoor bestemde, aparte opslagruimte.
  • Hang bezems, vloer- en raamtrekkers en vergelijkbare schoonmaakmaterialen zodanig op dat ze de grond niet raken. Op deze manier drogen ze beter.
  • Een uitstortgootsteen is aanwezig waar vuil water in wordt weggegooid en materialen gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt.
  • Bewaar gevaarlijke stoffen (zoals schoonmaakmiddelen) gescheiden van voedingsmiddelen.
  • Sla gevaarlijke schoonmaakmiddelen, zoals ammoniak, op volgens de instructies op de verpakking of volgens de instructies van de leverancier. Zorg dat derden er niet bij kunnen.

Tips

  • Bekijk op de website Milieu Centraal of lege verpakkingen van schoonmaakmiddelen bij het restafval mogen of op andere wijze moeten worden weggegooid.
  • Plaats zeep en handdoekjes bij de uitstortgootsteen.

5.7 Speelvoorzieningen

In deze paragraaf staan hygiënenormen voor speelvoorzieningen. Deze normen zijn aanvullend op de eisen in het warenwetbesluit voor attractie- en speeltoestellen. Voor veiligheidseisen van speelvoorzieningen kunt u terecht bij de NVWA en veiligheid.nl.

5.7.1 Speeltoestellen en -materialen in binnenruimtes

Op speeltoestellen en -materialen kan bloed, urine, ontlasting of braaksel komen. Schoonmaken en het uitvoeren van onderhoud verkleint de kans op infecties.

Voor onder meer binnenspeeltuinen, speeltoestellen, ballenbakken en spoelgoed gelden de volgende normen:

Hygiënenormen

  • Volg de onderhoudsinstructie van de leverancier of fabrikant.
  • Maak het toestel of materiaal schoon bij zichtbaar vuil volgens de instructies in paragraaf 4.1 en de onderhoudsinstructie.

5.7.2 Zandbakken en zand(water)tafels

In zandbakken kunnen uitwerpselen en urine van onder meer honden en katten zitten. Hierdoor kunnen ziekteverwekkers worden verspreid, zoals spoelwormen.

Eventuele spoelwormeitjes in de uitwerpselen worden na drie tot vier weken besmettelijk.

Hygiënenormen

  • Dek de zand(water)tafel af na gebruik om honden en katten te weren.
  • Dek de zandbak af na gebruik om honden en katten te weren. Bijvoorbeeld door een vochtdoorlatend zeil over de zandbak te spannen (±10 cm boven het zand). Als afdekking niet mogelijk is, vervang dan periodiek (bijvoorbeeld jaarlijks) het zand.
  • Controleer dagelijks voor gebruik of de zandbak, zand(water)tafel en/of het zand rondom de speeltoestellen schoon is.
  • Schep dierlijke uitwerpselen met ruim zand eromheen uit.
  • Vervang het zand als:
    • uitwerpselen (mogelijk) langer dan drie weken in het zand hebben gelegen (bijvoorbeeld na de vakantie);
    • de vervuiling niet goed te verwijderen is.

Tips

  • Plaats een zandbak niet op een plaats waar veel vogelpoep neerkomt.
  • Gebruik een hark om het zand in de zandbak en rondom speeltoestellen op dierlijke uitwerpselen te controleren.

5.8 Moestuinen

De meeste micro-organismen zijn onschuldig en in de (moes)tuin zelfs onmisbaar en nuttig. Via allerlei processen zorgen ze voor voeding en bescherming van de planten.

Tijdens het werk in de (moes)tuin is ook contact mogelijk met micro-organismen die ziekten kunnen veroorzaken zoals parasieten (toxoplasmose) of bacteriën (tetanus). Ook in ontlasting en urine van plaagdieren (muizen, ratten) komen micro-organismen voor.

Gezonde mensen worden hier meestal niet ziek van. Toch kan er een probleem ontstaan wanneer er sprake is van een (tijdelijk) verminderde weerstand door bijvoorbeeld ziekte of zwangerschap.

Hygiënenormen

  • Was de handen na het werk grondig met stromend water en vloeibare zeep uit een zeepdispenser (zie paragraaf 2.1).
  • Raak tijdens het werk de mond, neus en ogen niet aan.
  • Was een wondje goed uit met water. Dek wondjes af met een vochtwerende pleister.
  • Was groente en fruit goed voor consumptie (zie voedingscentrum voor adviezen).
  • Draag schoenen en werkkleding die tijdens het werken in de tuin zijn gebruikt niet binnen.
  • Zorg tijdens het klaarmaken van voeding na het werken in de (moes)tuin dat de kleren schoon zijn.

Tips

  • Draag tuinhandschoenen, werkkleding en tuinlaarzen/klompen tijdens het tuinieren.

5.9 Watervoorzieningen en -installaties

In water kunnen ziekteverwekkers leven en zich vermeerderen. Daarom is het belangrijk om bij watervoorzieningen waar het publiek bij kan, zoals zwembaden en fonteinen, maatregelen te nemen om het risico op besmetting zo klein mogelijk te maken.

Voor badinrichtingen zijn er eisen opgenomen in de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz). Aanvullende normen zijn opgenomen in de LCHV-hygiënerichtlijn voor sauna’s en badinrichtingen. Onderstaande normen gelden daarom niet voor deze badinrichtingen.

Voor sommige waterinstallaties zijn er regels voor het beheersen van groei en verspreiding van legionella. Zie paragraaf 5.9.3 voor meer informatie.

5.9.1 Waterhoudende of -sproeiende installaties of apparaten

Voorbeelden van waterhoudende of -sproeiende installaties of apparaten zijn (zwem)badjes, sproeiers, fonteinen, bedriegertjes, vernevelaars, luchtbevochtigers en waterspeel(tuin)toestellen.

Hygiënenormen

  • Volg de onderhoudsinstructies van de fabrikant of leverancier voor waterhoudende of -sproeiende installaties of apparaten.
  • Ververs het water van een badje dagelijks. Ververs het water direct bij vervuiling met ontlasting, urine of bloed van mens of dier. Reinig vervuilde baden voor gebruik en volgens de onderhoudsinstructie.
  • De wanden en bodem van zwembadjes zijn van glad, waterdicht materiaal.
  • Voorkom dat (huis)dieren in (zwem)badjes komen.
  • Gebruik voor het vullen van waterbadjes water van drinkwaterkwaliteit.
  • Badmaterialen (zoals trapjes en speelgoed) zijn gemaakt van materiaal dat goed schoon te maken is.
  • Is er water gekomen in bad(speel)materialen (waterpistolen, badeenden, etc.)? Laat ze dan na gebruik leeg lopen en leg ze te drogen op een droge plek.
  • Gebruikt u de tuinslang niet wekelijks? Laat de slang dan na gebruik geheel leeg lopen. Spoel de slang voor gebruik eerst door met water zonder spuitmond.

5.9.2 Waterpleinen en wadi’s (weides)

Waterpleinen en wadi’s worden gebruikt om afstromend regenwater tijdelijk te borgen. Op deze plekken kunnen ook bankjes en speeltoestellen staan. Kinderen kunnen spelen op een ondergelopen waterplein of in een wadi.

Hygiënenormen

  • Beperk zo veel mogelijk verontreiniging van waterpleinen en wadi’s door dierlijke uitwerpselen en vuil(nisNeonatale Gehoorscreeningsinformatiesysteem).

5.9.3 Legionellapreventie

Legionellabacteriën kunnen bij inademen een longontsteking veroorzaken (ook wel ‘veteranenziekte’ genoemd). De meeste mensen worden echter niet ziek als ze in aanraking komen met deze bacterie. Legionella kan bij gunstige temperatuur groeien in waterinstallaties en in de lucht komen als het water wordt verneveld, bijvoorbeeld door een douche, sierfontein of bubbelbad.

Voor de meeste leidingwaterinstallaties is legionellapreventie niet verplicht en ook niet noodzakelijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor scholen, kantoorgebouwen, sporthallen, buurthuizen, ruimten voor dagbesteding en woningen. Lees hier waarom legionellapreventie niet noodzakelijk is.

Legionellapreventie is wel verplicht en noodzakelijk voor leidingwaterinstallaties van: ziekenhuizen, verpleeghuizen, zwembaden en hotels. De zogenaamde ‘prioritaire’ instellingen.

Er zijn nog andere waterinstallaties waarvoor legionellapreventie verplicht is, zoals sommige badinrichtingen en gebouwen met natte koeltorens. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de rijksoverheid.

Voor sommige waterinstallaties vindt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu legionellapreventie vanuit volksgezondheidsrisico noodzakelijk, maar ontbreekt landelijke regelgeving. Voorbeelden hiervan zijn:

  • sproeiende waterinstallaties in een (half)overdekte ruimte, bijvoorbeeld een fontein in een festivaltent;
  • mistsystemen in een (half)overdekte ruimte, bijvoorbeeld mist voor terrasverkoeling onder een luifel;
  • bubbelbaden die niet in een badinrichting staan, bijvoorbeeld op een evenement.

Uw gemeente kan in de algemene plaatselijke verordening (APV) of in de evenementvergunning voor deze waterinstallaties aanvullende regels opgenomen hebben. Adviezen over het uitvoeren van legionellapreventie bij deze waterinstallaties staat in deel C van Preventie en melding van legionellabacteriën in water. Voor meer informatie over de lijst met risicovolle waterinstallaties, zie de Indeling van waterinstallaties naar de mate van risico op legionellose.

Hygiënenormen

  • Bepaal of op uw locatie(s) waterinstallaties in gebruik zijn waar legionellapreventie verplicht is of vanuit volksgezondheidsrisico noodzakelijk is.
  • Voer legionellapreventie uit bij waterinstallaties waar legionellapreventie verplicht is of vanuit volksgezondheidsrisico noodzakelijk is.

Begrippenlijst

Binnenmilieu

De omstandigheden waarin mensen zich in een gebouw bevinden, zoals lucht, temperatuur, geluid, geur en hygiëne.

CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden beoordeelt op basis van Europese wet- en regelgeving of desinfecterende middelen toegelaten worden op de Nederlandse markt.

Desinfecteren

Het zoveel mogelijk doden van ziekteverwekkers met een speciaal daarvoor bestemd desinfecterend middel.

Hygiënecode

Een gids voor bedrijven die met voedsel omgaan, opgesteld door de sector. In deze gids vindt u de regels om de voedselveiligheid en de hygiëne te bewaken. Meer informatie: NVWA.

Lichaamsvloeistoffen

Vloeistoffen afkomstig uit het menselijk of dierlijk lichaam zoals bloed, speeksel, sperma, braaksel, urine en ontlasting. In lichaamsvloeistoffen kunnen ziekteverwekkers zitten.

Micro-organismen

Bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën zijn micro-organismen. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige micro-organismen kunnen ziekten veroorzaken.

Microvezeldoekjes

Microvezeldoekjes bestaan uit een weefsel van microscopisch kleine vezels. Samen vormen de vezels een veel groter oppervlak dan de vezels in bijvoorbeeld een katoenen doek. Hierdoor kunnen microvezeldoekjes meer vuil absorberen. De vezels bestaan uit materiaal dat vetten goed vasthoudt.

Zelfdovende afvalbakken

Afvalbakken waarmee door de constructie (smalle opening) brand door bijvoorbeeld slecht gedoofde sigaretten wordt voorkomen.

Schoonmaken

Schoonmaken is stof en vuil verwijderen, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen.

Ventileren

Bij ventileren komt voortdurend verse buitenlucht binnen, bijvoorbeeld door een rooster of een open raam.

Volledig wasprogramma

Het geheel doorlopen van de wascyclus voor de soort stof die wordt gewassen. Bijvoorbeeld het volledige wasprogramma voor katoen; zonder voor een kortere stand of tijd te kiezen.

Wadi’s

Verdiept grasveld waar water naar toe kan stromen.

Verantwoording

Literatuur

  • Best EL, Parnell P, Wilcox MH (2014). Microbiological comparison of hand-drying methods: the potential for contamination of the environment, user, and bystander. J Hosp Infect. 88:199-206.
  • Bloomfield SF, Carling PC, Exner M (2017). A unified framework for developing effective hygiene procedures for hands, environmental surfaces and laundry in healthcare, domestic, food handling and other settings. GMS Hyg Infect Control. 19;12:Doc8.
  • Bouma K, Dannen F, Bruijn-Mulder AM, Nab-Vonk JMJoint meeting, Wijma E (2002). Zandbakken; zware metalen en micrologische besmetting. Rapport nummer: NDTOY004/01.
  • Duisterwinkel A (2010). Hygiënisch en duurzaam handen drogen. VSR rapport.
  • Gerba C, Kennedy D (2007). Enteric virus survival during household laundering and impact of disinfection with sodim hypochlorite. Appl Environ Microbiol. 73:4425-4428.
  • Gezondheidsraad (2016). Zorgvuldig omgaan met desinfectia. Rapport Nr. 2016/18.
  • Heinzel M, Kyas A, Weide M, Breves R, Bockmühl D (2010). Evaluation of the virucidal performance of domestic laundry procedures. Int J Hyg Environ Health 213:334-337.
  • NHGNederlands Huisartsen Genootschap (2013). Richtlijn wondzorg.
  • Schets F, De Man H, Van Leuken JPG, De Roda Husman AM (2017). De ‘waterkwaliteitscheck’ voor nieuwe en bestaande stedelijk waterconcepten. Het belang van aandacht voor de microbiologische kwaliteit van water in de stad. RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Rapport 2017-0012.
  • Smith DL, Gillanders S, Holah JT, Gush C (2011). Assessing the efficacy of different microfibre cloths at removing surface micro-organisms associated with healthcare-associated infections. J Hosp Infect. 78:182-6.
  • Tuladhar E, Hazeleger WC, Koopmans M, Zwietering MH, Duizer E, Beumer RRrelatieve risico's (2015). Reducing viral contamination from finger pads: handwashing is more effective than alcohol-based hand disinfectants. J Hosp Infect. 90:226-34.

Werkgroep

De Algemene hygiënerichtlijn is in september 2019 vastgesteld op het Landelijk Overleg Hygiëne en Veiligheid. De richtlijn is 31 december 2019 online gepubliceerd. Aan het opstellen van de richtlijn hebben de volgende GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en en organisaties bijgedragen:

  • GGD Brabant Zuid-Oost
  • GGD Groningen
  • GGD Haaglanden
  • GGD regio Utrecht
  • GGD Rotterdam-Rijnmond
  • NVZNederlandse vereniging van ziekenhuizen; brancheorganisatie fabrikanten en importeurs reinigings- en desinfectiemiddelen
  • Tensen en Nolte
  • Unic Medical Services B.V.

 

De Algemene hygiënerichtlijn is een uitgave van:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid
Postbus 1 | 7200 BA Bilthoven
E-mail: lchv@rivm.nl 
Web: www.lchv.nl