De hygiënerichtlijn voor publieksvoorzieningen is voor het laatst volledig herzien in 2014. Het streven is om de richtlijnen eens in de 3 tot 5 jaar te herzien. Tussentijdse wijzigingen sinds de laatste herziening staan aangegeven in de Verantwoording.

De reinigingsschema’s bij deze richtlijn kunt u hier downloaden als Word-document. Voor het maken van een checklist of rapport kunt u gebruik maken van de normenlijst.

 

1 Inleiding

In deze inleiding staat voor wie de richtlijn voor publieksvoorzieningen is geschreven en wat het doel van de hygiëne-eisen is. Ook wordt uitgelegd waarom hygiëne belangrijk is. Daarnaast vindt u een leeswijzer als ondersteuning bij het vinden van specifieke informatie.

Voor wie is deze hygiënerichtlijn? 

De meeste informatie in deze hygiënerichtlijn is geschreven voor beheerders van publieksvoorzieningen. Publieksvoorzieningen zijn voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn maar waar mensen niet in de eerste plaats komen om iets te kopen, lenen, bekijken of om er te slapen (zoals in winkelcentra, bibliotheken, musea en hotels). Voorbeelden van publieksvoorzieningen zijn buurthuizen, sportaccommodaties, kinderboerderijen, openbare speeltuinen en openbare toiletten. Ze kunnen in het beheer zijn van een bedrijf, stichting of gemeente.

Wat is het doel van deze richtlijn?

Deze richtlijn geeft een overzicht van de hygiëne-eisen waaraan publieksvoorzieningen moeten voldoen. Deze richtlijn is een hulpmiddel om de hygiëne in publieksvoorzieningen vorm te geven. Als ondersteuning voor beheerders zijn kant-en-klare instructies opgenomen voor uitvoerend medewerkers en vrijwilligers.

Hygiëne en micro-organismen

Een goede hygiëne voorkomt de verspreiding van ziekmakende micro-organismen. Bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën zijn micro-organismen. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige micro-organismen kunnen ziekten veroorzaken. 

Door contact tussen mensen kunnen deze ziekteverwekkers zich van de ene mens naar de andere verspreiden. Als ze zich vervolgens vermenigvuldigen, kan iemand ziek worden. Deze ziekten noemen we infectieziekten.

Of een besmetting uitgroeit tot een infectie, heeft met verschillende dingen te maken: 

  • de hoeveelheid ziekteverwekker waarmee iemand besmet is;
  • hoe gemakkelijk de ziekteverwekker mensen ziek maakt; 
  • iemands lichamelijke conditie. De een wordt ziek, de ander voelt zich niet lekker en een derde heeft nergens last van.

Hoe verspreiden micro-organismen zich?

Micro-organismen verspreiden zich op de volgende manieren: 

  • via de handen;
  • door de lucht (via druppels door hoesten, huidschilfers of stof);
  • via voedsel en water;
  • via voorwerpen als wc-potten en deurklinken;
  • via lichaamsvloeistoffen (speeksel, braaksel, ontlasting, bloed, enzovoorts); 
  • via dieren, zoals boerderijdieren, huisdieren en insecten.

Hygiëne voorkomt ziekte

Infectierisico’s beperkt u in de eerste plaats door een goede hygiëne. Alle regels in deze richtlijn hebben hiermee te maken.

In de basis is hygiëne niet meer dan het volgende:

  • Breng wat vuil is niet in contact met wat schoon is en andersom.
  • Maak schoon wat vuil is of gooi het weg.
  • Je kunt niet altijd aan de buitenkant beoordelen of iets vuil of schoon is. 
  • Alles begint en eindigt met handen wassen.

Leeswijzer

Elk hoofdstuk en elke paragraaf begint met een korte inleidende tekst. Hierin leest u waarom het onderwerp belangrijk is. Daarna volgt een opsomming van de hygiënemaatregelen. Is een paragraaf of hoofdstuk niet van toepassing op uw voorziening, dan gelden deze maatregelen uiteraard niet.

Hygiënemaatregelen

  • De hygiënemaatregelen staan in een geel kader. Dit zijn de minimale eisen aan een goed hygiënebeleid. Wijk hier alleen van af als u een vergelijkbaar of beter alternatief toepast.

Tips

  • Tips herkent u aan de schuingedrukte tekst in een grijs kader. Deze punten zijn vrijblijvend. Maar als u de adviezen opvolgt, werkt u hygiënischer.

De hoofdstukken 2 tot en met 4 bevatten algemene informatie voor publieke voorzieningen. Heeft u een kinderboerderij? Lees dan ook hoofdstuk 5.

In de bijlagen vindt u printklare reinigingsschema’s, instructies handhygiëne en overige instructies voor uitvoerend medewerkers. In de bijlagen vindt u tevens een begrippenlijst en een bronnenlijst.

2 Algemene hygiëne

In dit hoofdstuk vindt u algemene informatie over hygiënisch handelen. Specifieke informatie over schoonmaken en desinfecteren staat in hoofdstuk 3. Sommige informatie, zoals paragraaf 2.1 over persoonlijke hygiëne, is relevant voor al uw medewerkers. Andere informatie is alleen relevant voor bepaalde medewerkers, zoals de facilitaire dienst of schoonmaakpersoneel.  

Hygiënemaatregelen

  • Breng uw medewerkers op de hoogte van alle informatie uit deze richtlijn die van toepassing is op hun werk.

2.1 Persoonlijke hygiëne

Ziekteverwekkers kunnen zich gemakkelijk verspreiden via de handen, kleding en gedeelde materialen. Een goede persoonlijke hygiëne, het gebruik van beschermende middelen en het dragen van beschermende kleding verkleint het infectierisico. 

Schone handen

Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. De handen krijgt u schoon door ze te wassen met water en zeep of ze in te wrijven met een handdesinfecterend middel. 

Hygiënemaatregelen

  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als ze zichtbaar vuil zijn.
    Gebruik dan geen handdesinfecterend middel; door zichtbaar vuil vermindert de werking.
  • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast of desinfecteert.
    De handen worden voldoende schoon als u alleen wast of desinfecteert. Doe het dus niet beide, direct na elkaar; uw huid droogt dan meer uit en beschadigt sneller. 
  • Was of desinfecteer uw handen volgens de instructies in bijlage 2.
  • Was of desinfecteer uw handen onder andere:
    • na een toiletbezoek;
    • voor en na het (bereiden van) eten;
    • na schoonmaakwerkzaamheden;
    • na contact met lichaamsvocht zoals speeksel, braaksel, ontlasting, wondvocht of bloed; 
    • na het uittrekken van handschoenen;
      Dit is nodig omdat er bij het uittrekken ziekteverwekkers op de handen kunnen komen. 
    • na contact met dieren of mest; 
    • aan het eind van de werkdag (alleen van toepassing op voorzieningen met dieren, zoals kinderboerderijen);
    • na hoesten, niezen of het snuiten van de neus.
      Dit is ook belangrijk als u een zakdoek hebt gebruikt. Ziekteverwekkers kunnen namelijk door de zakdoek heen op uw handen komen.
  • Gebruik alleen handdesinfecterende middelen die zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides. Zie paragraaf 3.3.

Tips

  • Op de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) staat meer informatie over handen wassen, zoals een filmpje en het antwoord op veelgestelde vragen. Geef deze informatie aan uw medewerkers. Zie https://www.rivm.nl/hygiene.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Om het infectierisico te verkleinen, moeten medewerkers in sommige gevallen persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn plastic wegwerpschorten en handschoenen.

Geef medewerkers de volgende instructies:

Hygiënemaatregelen

  • Draag plastic wegwerpschorten wanneer uw gewone kleding in contact kan komen met lichaamsvloeistoffen. 
    Bijvoorbeeld bij het schoonmaken van een ruimte die vervuild is met ontlasting of braaksel. Bij contact met lichaamsvloeistoffen loopt u een verhoogd risico om met ziekteverwekkers besmet te raken. 
  • Trek schone kleding aan als uw kleding zichtbaar vervuild is.  
  • Draag handschoenen wanneer uw handen in aanraking kunnen komen met lichaamsvloeistoffen. Dit is bijvoorbeeld bij:
    • het schoonmaken van plekken die vervuild zijn met ontlasting of braaksel;
    • het verlenen van EHBOeerste hulp bij ongelukken wanneer iemand een wond heeft.
  • Gebruik in bovenstaande gevallen alleen handschoenen:
    • die gemaakt zijn van poedervrije latex of nitril;
    • die voldoen aan de NENNederlandse norm over informatiebeveiliging in de zorg normen EN 420, EN 455 en EN 374 (deze normen moeten op de verpakking zichtbaar zijn);
    • uit een verpakking waarop een CEConformité Européenne-markering staat (zie afbeelding); 
      logo CE-markering
    • uit een verpakking waarop de naam en het adres van de producent staat; als dit geen adres binnen de EUEuropean Union is, moet ook de naam en het adres van de EU-vertegenwoordiger vermeld zijn. 
  • Heeft u een latexallergie type I of vermoedt u dat u allergisch bent? Gebruik dan nitril. Raadpleeg bij twijfel uw arts. 
  • Raak zo min mogelijk deurklinken, telefoons en andere apparaten en materialen aan wanneer u handschoenen draagt. Dit om besmetting van de handschoenen of van de omgeving te voorkomen.

2.2 EHBO

Het kan voorkomen dat een bezoeker van uw publieksvoorziening zich bezeert, of dat er een ongeluk plaatsvindt. Let op: bel direct 112 bij heftige allergische reacties of als iemand een bijen- of wespensteek in de mond of hals heeft gekregen.

Hygiënemaatregelen

  • Zorg voor minstens één EHBOeerste hulp bij ongelukken-trommel. Vul de inhoud na gebruik aan en vervang materialen die over de datum zijn. Controleer de inhoud minimaal elke drie maanden.
  • Zorg dat de volgende informatie gemakkelijk te vinden is op uw voorziening:
    • instructies bij ongevallen;
    • gifwijzer;
    • lijst met noodnummers (zoals de huisartsenpost en het ziekenhuis).

Tips

  • Heeft u een voorziening met buitenruimte? Zorg dan bij voorkeur voor het volgende:
    • Zorg dat er een speciale anti-gifset aanwezig is, om bijen- en wespensteken uit te zuigen.
    • Zorg dat er een tekenpincet aanwezig is en dat medewerkers weten hoe ze deze moeten gebruiken. 

2.3 Afvalverwerking

Afval kan een bron van ziektekiemen zijn. Bovendien trekt afval plaagdieren aan. Daarom moet de opslag en afvoer van afval aan bepaalde eisen voldoen.

Hygiënemaatregelen

  • Leeg afvalemmers minstens één keer per dag. Sluit de zakken goed en bewaar ze in gesloten afvalcontainers, op een aparte opslagplaats.
  • Verschoon damesverbandcontainers in de damestoiletten dagelijks. Worden de containers geleegd door een leverancier? Spreek dan met hem een geschikte termijn af.
  • Verzamel etensresten direct na het gebruik van maaltijden in afsluitbare afvalbakken.
  • Verzamel papier, karton en overig afval dagelijks in afsluitbare afvalcontainers en voer deze minimaal één keer per week af.
  • Houd de opslagplaats schoon, zodat er geen ratten of andere plaagdieren op afkomen. Plaats geen afval naast afvalcontainers. Zorg dat het afval wordt opgehaald voordat een container vol is.

2.4 Binnenmilieu

Het binnenmilieu wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Bijvoorbeeld de temperatuur, de luchtvochtigheid en de hoeveelheid zuurstof in de ruimte. Een gezond binnenmilieu met droge, zuurstofrijke lucht vermindert de kans op hoofdpijn, concentratieproblemen, slaperigheid, allergieën, infecties en andere lichamelijke klachten. Bovendien groeien huisstofmijten en schimmels minder snel in een droge omgeving. 

In deze paragraaf vindt u maatregelen die bijdragen aan een gezond binnenmilieu in uw publieksvoorziening. 

Tips

  • Twijfelt u over de kwaliteit van het binnenmilieu omdat er bijvoorbeeld schimmelvorming zichtbaar is of hebben mensen klachten die veroorzaakt kunnen worden door een ongezond binnenmilieu? Dan kan de afdeling medische milieukunde of milieu & gezondheid van uw GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst u advies geven.

Luchten en ventileren

De binnenlucht raakt door aanwezigheid van mensen, dieren en bepaalde materialen vervuild met vocht, geurstoffen en andere vervuilingen zoals ziekteverwekkers. 

Bij ventileren gaat vervuilde lucht naar buiten en komt frisse lucht voortdurend naar binnen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door ventilatieroosters open te houden. Of misschien heeft het pand mechanische ventilatie. Hierbij wordt actief lucht weggezogen uit het pand, waardoor verse buitenlucht via ventilatieroosters naar binnen stroomt. Een mechanisch ventilatiesysteem werkt alleen goed als de roosters, ventielen en filters regelmatig worden schoongemaakt (of in het geval van filters van grotere systemen: worden vervangen) en de motor van het ventilatiesysteem jaarlijks en de kanalen vijfjaarlijks worden onderhouden (zie het schoonmaakschema in bijlage 1).

Luchten is het korte tijd (ongeveer tien minuten) openzetten van alle ramen en deuren in de ruimte. Hierdoor worden vervuilingen en vocht in de lucht snel afgevoerd naar buiten. Luchten is vooral belangrijk tijdens en na:

  • drogen van de was;
  • koken;
  • douchen;
  • een ongewoon groot aantal mensen in uw voorziening;
  • klussen in het pand (bijvoorbeeld zagen en verven);
  • roken in het pand.

Luchten is geen vervanging voor ventilatie; beide zijn belangrijk. 

Hygiënemaatregelen

  • Zorg voor een goed werkend ventilatiesysteem. Ventileer alle ruimtes 24 uur per dag.
  • Lucht minstens één keer per dag alle ruimtes. Doe dit bij voorkeur ook tijdens het drogen van de was, koken, douchen, klussen of als er een ongewoon groot aantal mensen in het pand is.
  • Heeft u een mechanisch ventilatiesysteem? Voer dan onderhoud uit volgens de aanwijzingen in het schoonmaakschema ‘Algemeen’ in bijlage 1.

Temperatuur- en vochtbalans

Naast luchten en ventileren is de temperatuur in uw pand van invloed op de kwaliteit van het binnenmilieu. Een temperatuur van 15 °C of lager bevordert condensvorming, waardoor schimmels en huisstofmijten makkelijker groeien. 

Hygiënemaatregelen

  • Stel de temperatuur overdag in op ongeveer 20 °C.
  • Voorkom dat de temperatuur lager dan 15 °C wordt. 

2.5 Eten en drinken

Publieksvoorzieningen die gratis of tegen betaling voedsel verstrekken aan bezoekers, zijn wettelijk verplicht om de kans te verkleinen dat medewerkers en bewoners ziek worden van bedorven eten en drinken. Een goede hygiëne is hiervoor noodzakelijk. 

In hygiënecodes staan voedselveiligheidsmaatregelen die voor alle stadia van voedselverwerking gelden: van het kopen of ontvangen tot het bewaren, het bereiden en het serveren van eten en drinken. Hygiënecodes zijn een praktische uitwerking van de HACCP (Hazard Analysis Critical Control Points; een systeem om de voedselveiligheid te beheersen). Met behulp van een goedgekeurde hygiënecode kunt u voldoen aan de wettelijke voorschriften van voedselveiligheid. Een overzicht van alle goedgekeurde hygiënecodes vindt u op de website van de toezichthouder, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit: www.nvwa.nl

Hygiënemaatregelen

  • Bepaal volgens welke hygiënecode(s) er op uw locatie wordt gewerkt. Zorg dat de gekozen code alle voedselprocessen dekt.
  • Zorg dat iedereen die betrokken is bij voedselprocessen volgens de gekozen hygiënecode werkt.

Basisprincipes van voedselveiligheid

Voedselveiligheidsmaatregelen zijn gebaseerd op drie basisprincipes: beheersing van de temperatuur, netheid en controle van de houdbaarheid. 

Beheersing van de temperatuur

De temperatuur van gekoelde of diepvriesproducten beïnvloedt de voedselveiligheid. Hoe kouder deze producten worden bewaard, hoe minder kans ziekteverwekkers hebben om uit te groeien. Bij hoge temperaturen worden veel ziekteverwekkers juist gedood. Daarom gaan veel regels in de hygiënecode over de temperatuureisen die voor deze producten gelden.

Netheid

Via vuile handen en vuile materialen (zoals keukenspullen, de koelkast of andere etenswaren) kan voedsel besmet raken met ziekteverwekkers. Daarom staan er in de hygiënecode zowel eisen die gesteld worden aan de persoonlijke hygiëne van mensen die werken met voedsel als regels gericht op de schoonmaak van materialen en werkruimten. 

Houdbaarheid

Al het voedsel is bederfelijk. Daarom is het controleren en garanderen van de houdbaarheid van producten een belangrijk aspect van voedselveiligheid.

2.6 Dierplaagbeheersing

Ratten en muizen zijn voorbeelden van dieren die niet alleen overlast en schade geven, maar ook infectieziekten kunnen overdragen of allergieën veroorzaken. Om medewerkers en bezoekers hiertegen te beschermen, is een goede dierplaagbeheersing nodig. Hierbij moet de beheersing zich in de eerste plaats richten op het voorkómen van dierplagen door wering, en pas in de tweede plaats op bestrijding. Deze benadering van dierplaagbeheersing wordt ook wel Integrated Pest Management (IPM) genoemd. 

Maatregelen om dierplagen te weren richten zich op het voorkomen of beperken van:

  • plekken waar plaagdieren kunnen binnenkomen, schuilen of nestelen;
  • de aanwezigheid van water en voedsel(resten).

Deze maatregelen zijn onder te verdelen in technisch-bouwkundige, hygiënische en bedrijfsmatige maatregelen. Technisch-bouwkundige maatregelen zijn bijvoorbeeld horren plaatsen, kieren en gaten dichten en wild struikgewas (waar dieren in kunnen schuilen) rondom het gebouw verwijderen. Een goede schoonmaak en het bewaren van eten in afsluitbare bakken of potten zijn voorbeelden van hygiënische maatregelen. Onder bedrijfsmatige maatregelen valt onder andere het controleren van binnenkomende producten op (sporen van) dierplagen. 

Hygiënemaatregelen

  • Beheers dierplagen op uw voorziening volgens de IPM-benadering. Schakel zo nodig hulp in van een dierplaagbeheerser die volgens deze methode werkt.
  • Stel een dierplaagbeheersplan op.
  • Evalueer minimaal jaarlijks of de maatregelen uit uw dierplaagbeheersplan nog worden uitgevoerd en effectief zijn.
  • Houd de getroffen maatregelen bij in een logboek.
  • Schakel bij overlast een deskundige dierplaagbestrijder in, of raadpleeg uw gemeente of regionale GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst. Gebruik zelf geen bestrijdingsmiddelen.

3 Schoonmaken en desinfecteren

In vuil en stof kunnen ziekteverwekkers zitten. Door schoon te maken, haalt u ook veel ziekteverwekkers weg. Hierdoor verkleint u de kans op ziekte. 

Er is een verschil tussen schoonmaken en desinfecteren. Schoonmaken is stof en vuil verwijderen, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen. Zo raakt u ook de meeste ziekteverwekkers in het stof of vuil kwijt. Maar om bijvoorbeeld ziekteverwekkers in bloedvlekken weg te krijgen moet u na het schoonmaken óók desinfecteren. Door te desinfecteren, doodt u de overgebleven ziekteverwekkers tot een aanvaardbaar niveau. 

3.1 Schoonmaakregels, -technieken en -materialen

Er komt veel kijken bij een goede schoonmaak. Als er verkeerd wordt schoongemaakt, kunnen er ziekteverwekkers achterblijven of zelfs verspreid worden.

Hygiënemaatregelen

  • Geef iedereen die schoonmaakt instructie over de manier van schoonmaken en de middelen die ze hiervoor moeten gebruiken. 
  • Maak eerst ‘droog’ (afstoffen, stofzuigen) schoon en daarna ‘nat’ (vochtig doekje, stomen, dweilen). 
  • Maak schoon van ‘schoon’ naar ‘vuil’ en van ‘hoog’ naar ‘laag’.
  • Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht, zoals een allesreiniger. Gebruik de middelen volgens de instructies op de verpakking.
  • Draag handschoenen bij het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op (kunnen) zitten. Kan uw kleding bij het schoonmaken in contact komen met lichaamsvloeistoffen? Draag dan ook een wegwerpschort. Gooi de handschoenen en het schort weg na het schoonmaken.  

Tips

  • Laat een professioneel bedrijf schoonmaken.
  • Let tijdens het schoonmaken extra op plekjes en voorwerpen die mensen veel aanraken, zoals kranen, lichtschakelaars, deurklinken en doorspoelknoppen.

Omgaan met schoonmaakmaterialen 

Schoonmaakmaterialen moeten ook goed schoongemaakt, gedroogd en opgeruimd worden. In bijlage 1 vindt u ook een specifiek schoonmaakschema voor de schoonmaakmaterialen. 

Hygiënemaatregelen

  • Gebruik dagelijks schone materialen.
  • Vervang schoonmaakmaterialen en sopwater als deze zichtbaar vuil zijn.
  • Was schoonmaakmaterialen zoals moppen en doeken na gebruik op 60° C. Laat ze daarna drogen, aan de lucht of in een wasdroger. Of gebruik wegwerpmaterialen en gooi die direct na gebruik weg.
  • Maak schoonmaakmaterialen die niet in de wasmachine kunnen en niet weggegooid worden, zoals emmers en trekkers, na gebruik schoon en spoel ze af met water. Maak de materialen daarna handmatig droog, laat ze drogen op een schone ondergrond of hang ze op om te drogen (trekkers). Laat natte schoonmaakmaterialen na gebruik nooit in emmers achter, om te voorkomen dat ziekteverwekkers uitgroeien.
  • Zijn schoonmaakmaterialen die handmatig worden gereinigd, gebruikt bij het opruimen van bloed of andere lichaamsvloeistoffen met zichtbare bloedsporen? Dan moeten ze nadat ze zijn schoongemaakt ook worden gedesinfecteerd (zie paragraaf 3.3).
  • Vervang het filter van de stofzuiger zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
  • Berg schone schoonmaakmaterialen en -middelen op in een opslagruimte.

Tips

  • Gebruik bij het dweilen verschillende emmers (bijvoorbeeld met aparte kleuren) voor schoon en vuil sopwater. Maak de dweil of mop nat in de emmer met schoon sop, en spoel hem uit in de andere. Zo blijft sopwater langer schoon.
  • Gebruik microvezeldoekjes volgens de werkwijze in bijlage 3.

3.2 Schoonmaakschema’s gebruiken

Een schoonmaakschema voorkomt dat onderdelen worden overgeslagen. 

Hygiënemaatregelen

  • Werk volgens een schoonmaakschema. Beschrijf hierin hoe vaak elk onderdeel schoongemaakt moet worden en op welke manier. De schoonmaakschema’s in bijlage 1 kunt u als basis gebruiken. 
    U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

Tips

  • Vink de schoonmaakwerkzaamheden af; door de schoonmaakwerkzaamheden af te vinken, is snel te zien wat er nog moet gebeuren. Dit is vooral handig als er door meerdere personen wordt schoongemaakt.
  • Wordt de schoonmaak door meerdere partijen uitgevoerd? Bijvoorbeeld door een extern schoonmaakbedrijf en eigen medewerkers? Stel dan voor elke partij eigen schoonmaakschema’s op. Zo zijn de verantwoordelijkheden voor iedereen duidelijk.

3.3 Desinfecteren

Wanneer een oppervlak of voorwerp vervuild is met bloed, of een andere lichaamsvloeistof waar bloed in zichtbaar is, moet er na het schoonmaken ook worden gedesinfecteerd. Hierbij gelden de volgende algemene regels: 

Hygiënemaatregelen

  • Let op: desinfecteer alleen als er éérst is schoongemaakt. Desinfecterende middelen werken niet als iets nog vuil en stoffig is.
  • Desinfecteer een oppervlak of voorwerp als er bloed of een andere lichaamsvloeistof met zichtbare bloedsporen op zit. Dit geldt ook als het bloed er al lang op zit; ook in oud bloed kunnen ziekteverwekkers overleven.
  • Draag bij het desinfecteren altijd wegwerphandschoenen en was de handen na afloop met water en zeep. Draag ook een beschermend schort als uw kleding vervuild kan raken met het bloed.
  • Desinfecteer alleen met middelen die zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.
    Zie de paragraaf ‘Toegelaten desinfecterende middelen voor oppervlakken, materialen en handen’ hieronder voor meer informatie.
  • Gebruik desinfecterende middelen altijd volgens de gebruiksaanwijzing.
  • Rook niet als u desinfecterende middelen gebruikt.

Toegelaten desinfecterende middelen voor oppervlakken, materialen en handen

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of een desinfecterend middel goed werkt en veilig is. Ook stelt het Ctgb vast waarvoor het gebruikt mag worden. Een middel kan bijvoorbeeld alleen geschikt zijn voor het desinfecteren van de handen, en niet voor het desinfecteren van oppervlakken. Daarnaast zijn sommige middelen alleen effectief tegen sommige bacteriën, terwijl andere middelen ook virussen kunnen doden. 

Middelen die door het Ctgb zijn toegestaan, zijn te herkennen aan een N-code op de verpakking  (4 tot 5 cijfers gevolgd door ‘-N’, bijvoorbeeld: 12345 N). Daarnaast moet de fabrikant op de verpakking melden waarvoor het middel gebruikt mag worden.

Middelen die zijn toegelaten, staan op de website van het Ctgb. Hoe u deze middelen op de website kunt vinden, staat in bijlage 5. Op de website van het Ctgb is voor elk toegelaten middel het ‘Actueel gebruiksvoorschrift’ opgenomen. In dit gebruiksvoorschrift staat waarvoor het middel gebruikt mag worden en tegen welke micro-organismen het effectief is. Ook staat er hoe u het middel moet gebruiken. 

Hygiënemaatregelen

  • Gebruik alleen een desinfecterend middel dat door het Ctgb is toegelaten. Controleer in het actueel gebruiksvoorschrift dat het middel:
    • geschikt is voor het ‘materiaal’ (handen, harde oppervlakken) dat u wilt desinfecteren; en
    • effectief is tegen de micro-organismen die u wilt doden.
      Wilt u een oppervlak desinfecteren dat is verontreinigd met bloed? Zorg dan dat uw middel effectief is tegen virussen. In bloed kunnen virussen zitten zoals het hepatitis B of C virus en hivhumaan immunodeficientievirus.

Let op: u mag een desinfecterend middel alleen gebruiken voor de toepassingen die in het gebruiksvoorschrift staan beschreven! Zie de onderstaande voorbeelden:

  • Voorbeeld 1: 
    U heeft een desinfecterend middel waarmee u uw handen wilt desinfecteren. In het gebruiksvoorschrift staat alleen beschreven dat het middel geschikt is voor de desinfectie van harde oppervlakken. U mag dit middel dan niet voor uw handen gebruiken.
  • Voorbeeld 2:
    U heeft een desinfecterend middel waarmee u een oppervlak wilt desinfecteren dat bevuild was met bloed. In het gebruiksvoorschrift staat dat het middel effectief is tegen bacteriën, gisten en schimmels. U mag dit middel dan niet gebruiken voor de desinfectie van het oppervlak; bij een verontreiniging met bloed heeft u namelijk een middel nodig dat effectief is tegen virussen.

Er is een aantal toegelaten middelen die in één handeling zowel schoonmaken als desinfecteren. Dit staat dan in het gebruiksvoorschrift. Gebruikt u zo’n middel? Dan is schoonmaken voordat u dit middel gebruikt uiteraard niet nodig.

3.4 Wasgoed

Vuile was kan besmet zijn met ziekteverwekkers. U kunt het wasgoed extern door een wasserij laten regelen, of zelf wassen. Regelt uw publieksvoorziening de vuile was zelf? Let op de volgende eisen: 

Hygiënemaatregelen

  • Was vuil wasgoed dagelijks.
  • Was volgens wasvoorschrift.
  • Is de was bevuild met lichaamsvloeistoffen, gebruik dan een totaalwasmiddel; fijnwasmiddel of een wasmiddel voor speciale kleuren werken onvoldoende.

Tips

  • Is de was bevuild met lichaamsvloeistoffen, droog de was dan in een wasdroger of strijk het. Als er na het wassen nog ziekteverwekkers zijn achtergebleven, worden deze door de hitte van het drogen of strijken gedood.

4 Bouw en inrichting

In dit hoofdstuk vindt u de eisen aan de bouw en inrichting. Door aan deze eisen te voldoen is een goede persoonlijke hygiëne, schoonmaak en hygiënische omgang met materialen, producten en afval mogelijk. 

Daarnaast zijn er aanvullende bouwvoorschriften vastgelegd in het Bouwbesluit. Bijvoorbeeld eisen aan het benodigde aantal toiletten. Deze aanvullende eisen uit het Bouwbesluit verschillen per type bouw (bestaande bouw of nieuwbouw); deze details vallen buiten de reikwijdte van deze richtlijn. Het Bouwbesluit vindt u op wetten.overheid.nl. 

In de eerste paragraaf staan de algemene eisen voor alle ruimtes. In de overige paragrafen staan eisen die, in aanvulling op de algemene eisen, specifiek voor een bepaalde ruimte (bijv. toiletten) gelden.

4.1 Algemene eisen

Er kunnen verschillende soorten ruimtes zijn in publieksvoorzieningen, zoals een bar, toiletten en ontvangst- en gebruiksruimtes. Al deze ruimtes moeten veilig en goed schoon te maken zijn. Houd u aan de algemene eisen tijdens de bouw en inrichting van uw inrichting. 

Hygiënemaatregelen

  • Zorg voor goed licht om bij schoon te maken.
  • Richt ruimtes zo in dat schoonmakers overal bij kunnen. Voorkom moeilijk bereikbare hoeken en oppervlakken.
  • Plaats op strategische plekken een afvalbak met plastic zak, zodat klanten snel hun afval kwijt kunnen. 
  • Plaats ruimtes waar gegeten wordt niet te dicht bij dierverblijven.
  • Zorg dat huisregels (bijvoorbeeld over het wel of niet toelaten van huisdieren) op strategische plekken zichtbaar zijn. Hang bijvoorbeeld een bord bij de ingang of gebruik speciale stickers. Heeft u een keuken of kleedkamers? Geef dan in ieder geval in de huisregels aan dat dieren hier niet zijn toegestaan (met uitzondering van een hulphond of een geleidehond).

Tips

  • Geef aan welke ruimtes verboden toegang zijn voor bezoekers.

4.2 Sanitair

Toiletten

Iedereen die van het toilet gebruikmaakt, moet de handen kunnen wassen. Daarnaast moet de toiletruimte goed schoon te maken zijn. Dat gaat alleen als wanden en vloeren glad zijn en er geen vocht in kan doordringen. Vocht is namelijk een goede voedingsbodem voor ziekteverwekkers. Onderstaande regels gelden zowel voor toiletten in een beheerde publieksvoorziening als voor openbare toiletten en urinoirs:

Hygiënemaatregelen

  • Zorg dat de vloer en de wanden tot een hoogte waar urine tegenaan kan spatten, geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk schoon te maken zijn. 
  • Zorg voor een wastafel met stromend water, een zeepdispenser en een gelegenheid om de handen te drogen. Gebruik bij voorkeur wegwerphanddoekjes.

Tips

  • Plaats speciale containers voor maandverband en tampons in de (dames)toiletten.
  • Geef aan hoe en waar bezoekers kunnen aangeven dat de toiletruimte vervuild is.
  • Stel een schoonmaakschema op voor openbare toiletten en urinoirs, waarin staat hoe en wanneer er schoongemaakt moet worden. In bijlage 1 vindt u voorbeelden van schoonmaakschema’s. Zie ook bijlage 3.
  • Zorg voor één of meerdere gehandicaptentoiletten, -douches en -wastafels.

Douches

In douches is het heel vochtig. Schimmels en andere micro-organismen groeien er relatief makkelijk. Houd u bij de bouw en inrichting aan de hygiëne-eisen:

Hygiënemaatregelen

  • Zorg dat de vloer en de wanden tot een hoogte waar water tegenaan spat, geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk schoon te maken zijn. Het materiaal op de rest van de wanden en het plafond moet goed bestand zijn tegen water en waterdamp.

4.3 Opslag schoonmaakmiddelen en -materialen

Zorg voor een aparte opslagruimte waar schoonmaakmiddelen en -materiaal opgeborgen kan worden. 

Hygiënemaatregelen

  • Maak een ophangsysteem zodat bezems, (raam)trekkers en andere materialen niet op de grond staan.
    Op deze manier kunnen ze beter drogen.
  • Plaats gevaarlijke schoonmaakmiddelen, zoals ammoniak, in lekbakken. Zorg dat bezoekers er niet bij kunnen.

Tips

  • Plaats een uitstortgootsteen waar vuil water wordt ververst en materialen gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt.
  • Zorg voor een wastafel met stromend water, een zeepdispenser en wegwerphanddoekjes.

4.4 Watervoorzieningen

In water kunnen ziekteverwekkers leven en zich vermeerderen. Daarom is het belangrijk om bij watervoorzieningen waar het publiek bij kan, zoals zwembaden en fonteinen, maatregelen te nemen om het risico op besmetting zo klein mogelijk te maken.

Zwembadjes

Bij warm weer kunnen er in de zomer tijdelijk kleine zwembadjes worden opgezet. Hiermee worden badjes bedoeld die korter dan een maand blijven staan. Let bij tijdelijke, kleine zwembadjes op de hygiëne-eisen in het onderstaande kader. Schoonmaakregels voor deze badjes vindt u in het schoonmaakschema Algemeen in bijlage 1.

Heeft u een bad dat langer dan een maand blijft staan en dieper is dan 0,5 meter en groter dan 2 m²? Dan valt uw bad onder de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (WhvbzWet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden) en moet u dit melden bij uw Provincie. De regels die dan gelden, vallen buiten de reikwijdte van deze richtlijn.  

Hygiënemaatregelen

  • Zorg dat de wanden en bodem van het zwembadje van glad en waterdicht materiaal zijn gemaakt.
  • Zorg dat badmaterialen (zoals trapjes en speelgoed) van een materiaal zijn gemaakt dat goed schoon te maken is.
  • Zorg dat er geen (huis)dieren in het badje kunnen komen.
  • Ververs het water van het badje dagelijks of eerder bij vervuiling met lichaamsvloeistoffen van mens of dier (zoals ontlasting, urine en bloed). Gebruik water van drinkwaterkwaliteit.

Tips

  • Vult u het zwembadje met water uit een tuinslang? Laat het eerste water uit de tuinslang twee minuten weglopen; dit water kan vervuild zijn.
  • Zorg dat er geen bladeren en gras in het badje komen. Gebeurt dit toch? Verwijder ze dan, bijvoorbeeld met een zeef.

Fonteinen en bedriegertjes

De informatie in deze paragraaf is gebaseerd op het document ‘Water in de openbare ruimte heeft risico’s voor de gezondheid’ (zie Bronnenlijst).

Bij fonteinen wordt water verneveld. De vernevelde waterdruppeltjes kunnen verontreinigd zijn met ziekteverwekkers. Deze ziekteverwekkers kunnen van nature in het water zitten of in het water terecht komen via bepaalde verontreinigingen zoals vogel- of hondenpoep. 

Bedriegertjes zijn een soort fonteinen die wisselend aan- en uitgaan. Bedriegertjes spuiten water omhoog vanuit een ondergronds waterreservoir. Het omhoog gespoten water wordt weer opgevangen en stroomt meestal weer terug in het reservoir. Hierdoor kan het water verontreinigd raken met ziekteverwekkers uit de omgeving, bijvoorbeeld van schoenen of luiers van kinderen die met de bedriegertjes spelen. Daarnaast worden bedriegertjes soms gevuld met water dat al ziekteverwekkers bevat. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer er besmet grond- of regenwater wordt gebruikt. 

Als mensen besmet(te) water(druppeltjes) inslikken of inademen, bestaat het risico dat ze ziek worden. Ze kunnen dan bijvoorbeeld keelpijn of maag-darmklachten krijgen, maar er kunnen ook ernstigere infecties optreden.

Heeft uw publieksvoorziening een fontein met een afgesloten watersysteem of een bedriegertje? Neem dan de volgende maatregelen om het risico op ziekte te verkleinen:

Hygiënemaatregelen

  • Vul het reservoir met drinkwater.
  • Neem tijdens het seizoen wekelijks watermonsters en bepaal de concentratie E. ColiEscherichia coli. Zit er meer dan 100 kvekolonievormende eenheden E. Coli per 100 ml in het water, maak het reservoir dan schoon en desinfecteer het (zie paragraaf 3.3).
  • Desinfecteer het waterreservoir regelmatig. Hoe vaak dit nodig is, kunt u bepalen aan de hand van de metingen: kies voor een frequentie waarbij de concentratie E. Coli maximaal 100 kve per 100 ml is.
  • Zorg dat water op de straat (zoals regenwater of schoonmaakwater) niet kan afstromen in het reservoir van uw fontein of het bedriegertje. Dit kunt u bijvoorbeeld voorkomen door een bedriegertje op een verhoging te plaatsen.

4.5 Zandbakken

Zandbakken en de grond rondom speeltoestellen kunnen vol met viezigheid zitten. Kinderen zijn vatbaarder voor de ziekteverwekkers in uitwerpselen van honden en katten, maar ook straat- en bouwafval zoals plastic verpakkingsmaterialen, glas, blikjes en sigarettenpeuken zorgen voor problemen.  

Hygiënemaatregelen

  • Span bij voorkeur een vochtdoorlatend zeil over de zandbak (± 10 cm boven het zand) om honden en katten te weren.
  • Controleer voor gebruik of de zandbak en het zand rondom speeltoestellen schoon is. Vindt u dierlijke uitwerpselen of afval in het zand? Schep dit er dan met ruim zand eromheen uit. Vervang het zand als deze uitwerpselen (mogelijk) langer dan drie weken in het zand hebben gelegen (na de vakantie bijvoorbeeld).
    Eventuele spoelwormeitjes in de uitwerpselen worden na drie tot vier weken besmettelijk.

Tips

  • Plaats de zandbak op een droge en lichte plek.
  • Gebruik een hark om het zand in de zandbak en rondom speeltoestellen op dierlijke uitwerpselen te controleren.

5 Kinderboerderijen

Dieren kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen. Sommige van deze ziekteverwekkers kunnen ook gevaarlijk zijn voor mensen. Door het aaien en knuffelen van dieren en door contact met mest kunnen ziekteverwekkers van dieren gemakkelijk worden overgebracht op mensen. Dit kan zelfs gebeuren wanneer een dier zelf niet ziek is. Bepaalde bezoekers van kinderboerderijen, zoals bejaarden, zwangere vrouwen en jonge kinderen zijn extra vatbaar voor infecties door deze ziekteverwekkers. 

Vanwege het verhoogde risico op besmetting, is een goede hygiëne onmisbaar op kinderboerderijen. Naast de normen in hoofdstuk 2 en 3 geldt daarom nog een aantal extra normen voor kinderboerderijen. Deze eisen vindt u terug in het Keurmerk Zoönosen. Dit keurmerk is voor alle dierhouders waarbij de dieren contact hebben met mensen. Bijvoorbeeld een kinder- of zorgboerderij, activiteitenboerderij, agrarische kinderdagverblijf of een manege. Maar ook een gewoon bedrijf met bijvoorbeeld melkvee, paarden, varkens, pluimvee, schapen of geiten kan het keurmerk aanvragen.

Hygiënemaatregelen

Bijlagen

In de bijlagen vindt u schoonmaakschema’s en instructies, bijvoorbeeld voor handen wassen en handen desinfecteren. De schoonmaakschema’s en de instructies handhygiëne kunt u downloaden en uitprinten. U kunt ze dan direct ophangen, bijvoorbeeld bij wastafels of in een schoonmaakkast.

Bijlage 1: Schoonmaakschema’s

In de schoonmaakschema’s staat per ruimte aangegeven hoe vaak en op welke manier verschillende oppervlakken en materialen moeten worden schoongemaakt. Ook is er een schema toegevoegd voor de omgang met schoonmaakmaterialen. 

U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken, mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

U kunt de schoonmaakschema’s hier downloaden als Word-document. De schema’s zijn zoveel mogelijk op losse pagina’s geplaatst, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten en ophangen. Tevens kunt u de schema’s aanpassen aan de eigen situatie. Bespreek binnen uw eigen organisatie de schoonmaakschema’s en werk ze in nader detail uit tot een eigen werkinstructie.

Bijlage 2: Instructies handhygiëne

Bacteriën en virussen zijn overal, op deurknoppen, tafels, telefoons en andere voorwerpen, apparaten en materialen. Sommigen kunnen ziekteverwekkend zijn. Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Door regelmatig handhygiëne toe te passen wordt de kans dat u of iemand uit uw omgeving ziek wordt klein.

Pas voor een goede handhygiëne onderstaande regels toe:

  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als ze zichtbaar vuil zijn. Gebruik dan geen desinfecterend middel (handalcohol); door zichtbaar vuil vermindert namelijk de werking.
  • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast óf desinfecteert. Pas de manieren echter niet allebei toe; de huid droogt dan te veel uit en beschadigt sneller. De handen worden voldoende schoon als u ze alleen wast of alleen desinfecteert.
Instructies handhygiëne

Het schema Instructies handhygiëne kunt u hier downloaden als pdfPortable Document Format.

Bijlage 3: Schoonmaak sanitaire voorzieningen

Onderstaande instructies voor de schoonmaak van sanitaire voorzieningen kunt u hier downloaden als Word-document.

Werkwijze dagelijkse schoonmaak sanitaire voorzieningen

  1. Spoel de toiletten door.
  2. Giet schoonmaakmiddel (bijvoorbeeld een wc-reiniger) in de toiletpot.
  3. Borstel de binnenzijde van de toiletpot.
  4. Laat de oplossing enige tijd inwerken.
  5. Leeg ondertussen de afvalbakken en vervang de afvalzak.
  6. Maak de spiegels schoon.
  7. Maak de wastafels aan de binnen-, buiten- en onderkant schoon; gebruik eventueel een schuurspons voor het verwijderen van hardnekkig vuil.
  8. Maak de douchekraan, -kop en -wand schoon.
  9. Controleer de overige wanden op zichtbare vlekken en verwijder deze.
  10. Maak lichtknoppen, deurklinken en andere dingen die veel met de handen worden aangeraakt schoon.
  11. Verwijder vuil uit de afvoerputjes.
  12. Borstel nogmaals grondig de binnenzijde van de toiletpot.
  13. Spoel het toilet door en spoel gelijktijdig de toiletborstel uit.
  14. Maak de doorspoelinstallatie, de buitenkant van de toiletpot en de toiletbril schoon.
  15. Dweil de douche- en overige vloeren.
  16. Dweil de toiletvloer.

Werkwijze wekelijkse schoonmaak sanitaire voorzieningen

  1. Spoel de toiletten door.
  2. Breng een periodieke ontkalker aan onder de randen.
  3. Verdeel het product met toiletborstel door de gehele toiletpot, ook onderin het “waterslot”.
  4. Laat het minimaal 5 minuten inwerken.
  5. Maak ondertussen de buitenkant van de afvalbak, randen, richels, radiatoren, vensterbanken en deuren schoon.
  6. Borstel vervolgens de binnenzijde van de toiletpot grondig.
  7. Spoel het toilet door en maak gelijktijdig de toiletborstel schoon.
  8. Breng een periodieke ontkalker aan op schuursponsje.
  9. Maak hiermee de douchekraan, douchekop en de wastafels schoon.
  10. Maak de douchewanden nat met water.
  11. Breng een periodieke sanitairreiniger aan op een grote spons.
  12. Beweeg de spons met een draaiende beweging over de douchewand. De aanwezige kalkzeep zal loskomen van de wand en gaan schuimen.
  13. Spoel direct hierna af met schoon koud water om te voorkomen dat de kalkzeep weer indroogt en op de wand achterblijft.
  14. Droog na met een raamtrekker en een doek.
  15. Maak de tegelwand rondom de toiletpot schoon tot ± 1 meter hoogte.

Bijlage 4: Microvezeldoekjes

Tegenwoordig wordt er steeds meer gebruik gemaakt van microvezeldoekjes. Doordat de vezels in deze doekjes zijn gesplitst, hebben microvezeldoekjes een veel groter oppervlak dan katoenen schoonmaakdoekjes. Zo kunnen microvezeldoekjes vuil en ziekteverwekkers veel beter opnemen dan gewone schoonmaakdoekjes. Bovendien raspen de vezels het vuil los, waardoor u vlekken gemakkelijker verwijdert. U kunt microvezeldoekjes zowel droog als vochtig gebruiken.

Voor een optimaal resultaat gaat u als volgt te werk:

  • Gebruik de microvezeldoekjes altijd zonder schoonmaakmiddelen. Wijk hier alleen van af als de leverancier dit aangeeft.
  • Wilt u de doekjes vochtig gebruiken? Maak ze dan vlak voor gebruik licht vochtig onder de kraan of met het middel dat de leverancier voorschrijft. Leg de doekjes niet in een emmer water. Hierdoor nemen ze direct hun maximale hoeveelheid aan vocht op en verliezen ze hun reinigende werking.
  • Vouw de doekjes voor gebruik een aantal keer dubbel, zodat er meerdere vlakken ontstaan. Gebruik een nieuw, schoon vlak zodra de werking minder wordt.
  • Stop vuile microvezeldoekjes direct in de was; spoel ze tussentijds niet uit. Microvezeldoekjes trekken vuil zó goed aan dat handmatig uitspoelen geen zin heeft. Alleen in de wasmachine wordt een vuil doekje weer schoon.
  • Was de doekjes volgens de voorschriften van de fabrikant.
  • Droog gewassen microvezeldoekjes volgens de gebruiksinstructie. Let op: niet alle microvezeldoekjes kunnen in de droogtrommel. Berg de doekjes nooit vochtig op; hierdoor kunnen ziekteverwekkers uitgroeien.

Bijlage 5: Ctgb-databank

Hieronder staat hoe u desinfecterende middelen kunt vinden op de website van het Ctgb.

Hebt u al een desinfecterend middel en wilt u weten of u dit mag gebruiken? Gebruik dan optie A. Wilt u een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen? Gebruik dan optie B.

A. Zoeken naar een specifiek desinfecterend middel

B. Een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen zien

  • Ga naar www.ctgb.nl en klik op ‘Toelatingendatabank’. Of ga direct naar https://toelatingen.ctgb.nl.
  • Klik op de knop ‘Toon uitgebreide filters’.
  • Voer de gewenste selectiecriteria in. Bij Gebruik kunt u professioneel invoeren. Bij Producttype kiest u een optie die hieronder beschreven staat:
    • Middelen die geschikt zijn voor het desinfecteren van handen hebben een PT01-code (‘Biociden voor menselijke hygiëne’).
    • Middelen die geschikt zijn voor materialen en oppervlakken hebben een PT02-code (‘Desinfecterende middelen voor privégebruik en voor de openbare gezondheidszorg, alsmede andere desinfectantia’).
  • Vervolgens kunt u via de knop downloaden de selectie exporteren naar een Excel-bestand.

Deze zoekhulp is opgesteld in augustus 2019. Klopt het advies niet meer en heeft u hulp nodig? Neem dan contact op met de Servicedesk van het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides via telefoonnummer 0317 – 417 810 of door het servicedesk-verzoekformulier in te vullen. Het LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid is niet verantwoordelijk voor eventuele wijzigingen aan de website van het Ctgb.

Begrippenlijst

Binnenmilieu

Het binnenmilieu is het milieu in gebouwen. Het binnenmilieu wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Bijvoorbeeld de temperatuur, de luchtvochtigheid en de hoeveelheid zuurstof in de ruimte.

CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het Ctgb beoordeelt op basis van Europese wet- en regelgeving of desinfecterende middelen toegelaten worden op de Nederlandse markt.

Desinfecteren

Desinfecteren is het doden van ziekteverwekkers met een speciaal daarvoor bestemd desinfecterend middel.

Handdesinfecterend middel

Dit middel is bedoeld voor het schoonmaken van handen en bevat een vloeistof die ziekteverwekkers doodt. Als handen niet zichtbaar vuil of plakkerig zijn, kan een handdesinfecterend middel worden gebruikt in plaats van water en zeep.

IPM

Integrated Pest Management. IPM is een methode die zich in de eerste plaats richt op het voorkómen van dierplagen door wering, en pas in de tweede plaats op bestrijding.

Lichaamsvloeistoffen

Lichamelijke vloeistoffen zoals bloed, speeksel, braaksel, urine en ontlasting.

Luchten

Luchten is het korte tijd (ongeveer tien minuten) openzetten van alle ramen en deuren.

Micro-organismen

Bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën zijn micro-organismen. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige micro-organismen kunnen ziekten veroorzaken.

Microvezeldoekjes

Microvezeldoekjes bestaan uit een weefsel van microscopisch kleine vezels. Samen vormen de vezels een veel groter oppervlak dan de vezels in bijvoorbeeld een katoenen doek. Hierdoor kunnen microvezeldoekjes meer vuil absorberen. De vezels bestaan uit materiaal dat vetten goed vasthoudt. 

Schoonmaken

Schoonmaken is stof en vuil verwijderen, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen.

Ventileren

Bij ventileren komt voortdurend verse buitenlucht binnen, bijvoorbeeld door een rooster of een open raam.

Bronnenlijst

Literatuur

  • Evers, E. G. et al (2006). RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu rapport 330080002/2006 ‘Het volksgezondheidsrisico van directe dier-mens overdracht van pathogene bacteriën: epidemiologie en blootstelling.’ Bilthoven: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
  • Handboek Keurmerk Kinderboerderijen. Vereniging Samenwerkende KinderBoerderijen Nederland (vSKBN). 
  • Man, H. de (2014). Water in de openbare ruimte heeft risico's voor de gezondheid. Samenvatting behorend bij het proefschrift ‘Best urban water management practices to prevent waterborne infectious diseases under current and future scenarios’.
  • Risicoprofiel publieksvoorzieningen (2009). Amsterdam: Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid.

Wetten & besluiten

  • Hygiënecode voor de Horeca (2007). Zoetermeer: Bedrijfschap Horeca en Catering. Via nvwa.nl

Losse informatie

  • Toolkit hygiëne. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Rivm.nl/hygiene.

Verantwoording

De hygiënerichtlijn voor publieksvoorzieningen is voor het laatst volledig herzien in 2014. Aan de laatste herziening hebben de volgende organisaties bijgedragen:

  • GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland
  • GGD Hollands Midden
  • GGD Rotterdam-Rijnmond

Wijzigingen sinds laatste herziening:

  • Juli 2017: De tekst over Kinderboerderijen is aangepast. In de vorige versie bevatte het hoofdstuk ‘Kinderboerderijen’ de paragrafen ‘Schoonmaakbeleid’. ‘Zieke dieren’, ‘Inrichting van de kinderboerderij’ en ‘Informatie voor bezoekers’. Deze zijn verwijderd en er wordt verwezen naar de ‘LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid checklist kinderboerderijen’ die gebaseerd is op ‘Handboek Keurmerk Kinderboerderijen’.
  • Juli 2019: de richtlijn is omgezet naar webbased tekst; hierbij zijn enkele niet-inhoudelijke aanpassingen gedaan en zijn diverse hyperlinks geüpdatet (waaronder bovengenoemde ‘LCHV checklist kinderboerderijen’, die is vervangen door een link naar het Keurmerk zoönsosen).
  • Augustus 2019: bijlage 5 (zoekhulp CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides-databank) is geactualiseerd. 

       

      De hygiënerichtlijn is een uitgave van:
      Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
      Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid
      Postbus 1 | 7200 BA Bilthoven
      E-mail: lchv@rivm.nl 
      Web: www.lchv.nl