Ongeveer 55 procent van de Nederlandse huishoudens heeft een of meerdere huisdieren. Dit zijn in totaal bijna twee miljoen honden, ruim drie miljoen katten, bijna twee miljoen konijnen, vijf miljoen vogels, 19 miljoen vissen en een kwart miljoen amfibieën en reptielen (bron: Ministerie van EZEconomische Zaken). Wanneer een huisdier ziek wordt, is dat meestal alleen vervelend voor het dier zelf en voor zijn soortgenoten. Echter, een aantal ziektes zijn ook overdraagbaar van (huis)dier op mens.

Welke ziektes kan ik van mijn huisdier krijgen?

  • Door het aaien van een huisdier kan iemand schimmelinfecties (ringworm) oplopen, ook wanneer het dier zelf geen kale plekken heeft. De schimmelsporen kunnen bovendien aanwezig zijn in de mand, in borstels en in kleden van het dier.

  • De spoelwormen van hond en kat (Toxocara canis en Toxocara cati) zijn beruchte zoönotische aandoeningen. De eitjes van deze spoelworm worden veel gevonden in zandbakken. Het is daarom belangrijk dat kinderen goed de handen wassen wanneer ze in het zand gespeeld hebben. Toxoplasma is een parasiet van de kat, de oöcysten ookwel ‘eitjes’ genoemd, kunnen ook in het zand of aarde terecht komen. De kleine lintworm van de hond (Echinococcus), die een gevaarlijke blaasworm bij de mens kan geven, is in Nederland inmiddels zeldzaam. Maar hond en kat kunnen ook met de vossenlintworm besmet raken, die vervolgens weer mensen kunnen besmetten. Dit is tot dusver nog niet voorgekomen in Nederland.

  • Katten dragen een bacterie bij zich die de kattenkrabziekte veroorzaakt. Via een krab of beet van de kat kan deze bacterie, Bartonella henselae, overgedragen worden.

  • Vogels kunnen de bacterie Chlamydophila verspreiden, deze bacterie veroorzaakt papegaaienziekte, vogels hoeven hier zelf niet ziek voor te zijn.

  • Vrijwel alle dieren, tot de schildpad aan toe, kunnen Salmonella bij zich dragen.

Preventie:

  • Laat het huisdier vaccineren, ontworm regelmatig en bestrijd vlooien, luizen en teken. Overleg eventueel met de dierenarts.

  • Was uw handen na contact met dieren.

  • Laat een dier niet in uw gezicht likken.

  • Laat geen huisdieren in de keuken en slaapkamer.

  • In geval een krab of een beet: maak de wond goed schoon en ontsmet die. Neem contact op met de huisarts als u twijfelt over de ernst van de wond of als u ziek wordt.

  • Geef dieren schoon water en goede voeding. Voer dieren geen rauw vlees of slachtafval.