Op deze pagina vindt u een terugblik op de wekelijkse sterfte in Nederland tijdens het respiratoir seizoen 2025/2026. We beschrijven in welke weken sprake was van oversterfte, hoe deze samenhing met luchtweginfecties zoals griep en hoe de sterfte zich verhield tot eerdere seizoenen en de COVID-19-pandemie.
Het RIVM rapporteert wekelijks het aantal sterfgevallen op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Op basis van het aantal gemelde sterfgevallen schat het RIVM of er sprake is van incidentele oversterfte. Dat betekent dat er meer mensen overlijden in een bepaalde periode dan verwacht op basis van de sterftecijfers in voorgaande jaren. Eerdere incidentele sterftepieken worden uitgesloten voor het bepalen van de verwachte sterfte. Vaak valt oversterfte samen met een bijzondere gebeurtenis, zoals een griepepidemie, een hitte- of koudegolf of de COVID-19-pandemie. Over de afgelopen vijf jaar (2021–2025) was in Nederland het gemiddelde aantal sterfgevallen per week 3.282. Meer achtergrondinformatie over deze sterftemonitoring staat in het document ‘Achtergrond en methoden over de respiratoire surveillance van 2025/2026’ (alleen beschikbaar in het Engels). De wekelijks gemelde sterfte bevat geen informatie over doodsoorzaken.
Oversterfte in acht weken van het luchtwegseizoen 2025/2026
Tijdens het respiratoir (luchtweg) seizoen van 2025/2026 (van week 40 in 2025 t/m week 20 in 2026) werd in 8 van de 33 weken oversterfte waargenomen. Deze periode met oversterfte liep van week 2 t/m week 9 van 2026. De periode van oversterfte in het respiratoir seizoen 2025/2026 viel grotendeels samen met de griepepidemie van week 5 t/m 10, waarbij influenzavirus type A dominant was. De oversterfte tijdens het respiratoir seizoen 2025/2026 was het hoogst onder mensen van 80 jaar en ouder.
In week 2 van 2026 was de oversterfte het hoogst. In die week overleden in totaal 4.095 mensen, 582 sterfgevallen meer dan verwacht op basis van voorgaande jaren. Deze oversterfte was iets lager dan tijdens de piekweek (in week 8 van 2025) in het respiratoir seizoen 2024/2025, toen de oversterfte 598 overlijdens bedroeg. De oversterfte was ook aanzienlijk lager dan tijdens de COVID-19-pandemie (2020 t/m 2023). In die periode was een piek in oversterfte te zien in week 14 van 2020, week 1 van 2021, week 48 van 2021 en week 51 van 2022, waarbij het aantal overlijdens respectievelijk 2.139, 1.076, 1.296 en 885 hoger lag dan verwacht. Tijdens de lichte verheffing van het coronavirus (severe acute respiratory syndrome)-CoV-2 (het virus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt) in de herfst van 2025 werd, net als tijdens de SARS-CoV-2 verheffing (in de zomer en herfst van 2024) in het vorige respiratoir seizoen (2024/2025), geen significant verhoogde incidentele sterfte waargenomen.
Totale oversterfte in de afgelopen respiratoire seizoenen
Tijdens de 33 weken van het respiratoir seizoen 2025/2026 was de totale oversterfte 2.368. Deze oversterfte was lager dan in de respiratoire seizoenen 2020/2021 t/m 2023/2024. De respiratoire seizoenen 2020/2021, 2021/2022 en 2022/2023 vielen samen met de COVID-19-pandemie. De totale oversterfte in deze seizoenen bedroeg respectievelijk 15.299, 13.179 en 7.133. De oversterfte in het respiratoir seizoen 2025/2026 was ook lager dan in de vijf seizoenen vóór de COVID-19-pandemie, toen de cumulatieve oversterfte gemiddeld 7.285 (extra) sterfgevallen bedroeg per respiratoir seizoen van 2014/2015 t/m 2018/2019. De oversterfte in het respiratoir seizoen 2025/2026 was echter hoger dan in het respiratoir seizoen 2024/2025, waarin de totale oversterfte 1.042 bedroeg. Tijdens het respiratoir seizoen 2025/2026 viel de periode van verhoogde sterfte samen met een koudegolf. In week 2, toen de oversterfte begon, waren er vier dagen met een gemiddelde temperatuur onder de 0 °C (KNMI). Daarnaast heerste er in deze periode volgens meerdere surveillancebronnen ook griep.
Totale sterfte tijdens de griepepidemie
Tijdens de 6 weken van de griepepidemie bedroeg de totale oversterfte 2.414 sterfgevallen. Dit is lager dan tijdens de griepepidemie van het voorgaande respiratoir seizoen (3.366 in 2024/2025) en de griepepidemie van 2022/2023 (5.595), maar hoger dan die van het respiratoir seizoen 2023/2024 (2.075).
Tabel 1. Totale hoeveelheid oversterfte* van juli t/m juni, binnen de griepepidemieën van 2016/2017 t/m 2025/2026 en tijdens ieder respiratoir seizoen (van week 40 in het ene jaar tot en met week 20 in het jaar daarop).
| Seizoen | Totale oversterfte* van juli t/m juni | Aantal weken van juli t/m juni | Totale oversterfte* tijdens griepepidemie | Aantal weken van de griepepidemie | Totale oversterfte* tijdens respiratoir seizoen | Aantal weken van het respiratoir seizoen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016/2017 | 9.897 | 52 | 7.399 | 16 | 8.809 | 33 |
| 2017/2018 | 7.951 | 52 | 9.297 | 18 | 8.607 | 33 |
| 2018/2019 | 2.767 | 52 | 2.412 | 14 | 2.699 | 33 |
| 2019/2020** | 12.730 | 52 | 757 | 5 | 12.324 | 33 |
| 2020/2021** | 16.685 | 52 | Geen griepepidemie | Geen griepepidemie | 15.299 | 34 |
| 2021/2022** | 16.322 | 53 | 3.686 | 13 | 13.179 | 33 |
| 2022/2023** | 8.830 | 52 | 5.595 | 14 | 7.133 | 33 |
| 2023/2024 | 2.718 | 52 | 2.075 | 9 | 4.351 | 33 |
| 2024/2025 | 279 | 52 | 3.366 | 9 | 1.042 | 33 |
| 2025/2026 | 2.713 | 52 | 2.414 | 6 | 2.368 | 33 |
*Oversterfte wordt gedefinieerd als de optelsom van alle afwijkingen van de verwachte sterfte, zowel hoger als lager dan verwacht. Hierdoor kan de totale oversterfte over een korte periode soms hoger uitvallen dan over een langere periode.
** COVID-19-pandemie in Nederland. De COVID-19-epidemie begon in maart 2020. De (World Health Organization) verklaarde op 5 mei 2023 dat de pandemie ten einde was.
Figuur 1. Waargenomen en verwachte ('baseline') wekelijkse aantal sterfgevallen van juli 2024 t/m 14 juni 2026 naar week van overlijden. (Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek).
Legenda:
- Zwarte lijn: waargenomen aantal sterfgevallen per week
- Oranje vlakken: Weken van griepepidemie
- Roze vlakken: Weken met COVID-19-verheffingen in Nederland. De COVID-19-epidemie begon in maart 2020. De (World Health Organization) verklaarde op 5 mei 2023 dat de pandemie ten einde was.
- Blauwe lijn: Het aantal sterfgevallen dat het RIVM als baseline hanteert. Dit is gebaseerd op cijfers uit voorgaande jaren, waarbij sterftepieken zijn uitgesloten. Het gaat hierbij om de 25% hoogste wekelijkse sterftecijfers van de afgelopen vijf jaar en de 20% hoogste sterftecijfers in juli en augustus. De berekening maakt gebruik van een lineair regressiemodel met een lineaire tijdstrend en sinus/cosinus-termen om mogelijke seizoensschommelingen te beschrijven.
- Blauwe band: de spreiding in de verwachte sterfte. De bovengrens van de band is de baseline sterfte plus twee standaarddeviaties ten opzichte van de baseline. De ondergrens van de band is de baseline sterfte min twee standaarddeviaties ten opzichte van de baseline. Dit betekent dat 95% van de wekelijkse sterftecijfers van de afgelopen vijf jaar (met uitzondering van de pieken) in de band zat. Als de zwarte lijn boven de blauwe band uitkomt, overleden er meer mensen dan verwacht.
Figuur 2. Historische trends: waargenomen en verwachte ('baseline') wekelijkse aantal sterfgevallen van juli 2015 t/m juni 2026 naar week van overlijden (Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek).
Legenda:
- Zwarte lijn: waargenomen aantal sterfgevallen per week
- Oranje vlakken: Weken van griepepidemie
- Roze vlakken: Weken met COVID-19-verheffingen in Nederland. De COVID-19-epidemie begon in maart 2020. De (World Health Organization) verklaarde op 5 mei 2023 dat de pandemie ten einde was.
- Blauwe lijn: het aantal sterfgevallen dat het RIVM als baseline hanteert. Dit is gebaseerd op cijfers uit voorgaande jaren, waarbij sterftepieken zijn uitgesloten. Het gaat hierbij om de 25% hoogste wekelijkse sterftecijfers van de afgelopen vijf jaar en de 20% hoogste sterftecijfers in juli en augustus. De berekening maakt gebruik van een lineair regressiemodel met een lineaire tijdstrend en sinus/cosinus-termen om mogelijke seizoensschommelingen te beschrijven.
- Blauwe band: de spreiding in de verwachte sterfte. De bovengrens van de band is de baseline sterfte plus twee standaarddeviaties ten opzichte van de baseline. De ondergrens van de band is de baseline sterfte min twee standaarddeviaties ten opzichte van de baseline. Dit betekent dat 95% van de wekelijkse sterftecijfers van de afgelopen vijf jaar (met uitzondering van de pieken) in de band zat. Als de zwarte lijn boven de blauwe band uitkomt, overleden er meer mensen dan verwacht.