Op deze pagina vindt u een terugblik op de circulatie van het coronavirus (severe acute respiratory syndrome)-CoV-2 in Nederland tijdens het respiratoir seizoen 2025/2026. We beschrijven hoe vaak het virus voorkwam, hoe dit zich verhield tot eerdere seizoenen en welke varianten dominant waren.
Omdat de meeste luchtweginfecties vooral in de winter voorkomen, worden de data gepresenteerd voor een respiratoir seizoen of een respiratoir jaar. Een respiratoir jaar loopt van week 40 van het ene jaar tot en met week 39 van het daaropvolgende jaar. Een respiratoir seizoen loopt van week 40 van het ene jaar tot en met week 20 van het daaropvolgende jaar. Deze rapportage gaat voornamelijk over het respiratoir seizoen 2025/2026, de periode van week 40 van 2025 tot en met week 20 van 2026. In enkele gevallen worden ook gegevens over de periode van week 21 tot en met week 39 2025 gepresenteerd. Dat is dus de periode voorafgaand aan het seizoen 2025/2026. Meer achtergrondinformatie over de verschillende surveillancebronnen staan in het document ‘achtergrond en methoden over de respiratoire surveillance van 2025/2026’ (in het Engels).
Weinig SARS-CoV-2
In de periode van half september (week 38) tot eind oktober (week 44) 2025 was er sprake van een lichte verheffing in de circulatie van het coronavirus (severe acute respiratory syndrome)-CoV-2 in Nederland. Na week 41, net na de start van het respiratoir seizoen 2025/2026, daalde de hoeveelheid SARS-CoV-2 weer in de meeste bronnen. In de verschillende bronnen was de hoogte van de verheffing van half september tot eind oktober 2025 lager of vergelijkbaar met de verheffing in de herfst van 2024. Vanaf begin 2026 tot en met het einde van het respiratoir seizoen bleef de circulatie van het virus op een laag niveau.
De hoeveelheid SARS-CoV-2-virusdeeltjes in het rioolwater was tijdens de verheffing in de herfst van 2025 lager dan tijdens die in de herfst van 2024. Het hoogste aandeel deelnemers aan Infectieradar dat een positieve corona zelftest rapporteerde per week tijdens de herfst van 2025 (1,5%) was net zo hoog als tijdens de herfst van 2024 (1,5%). In de monsters afgenomen in de huisartspraktijken van de Nivel peilstations werd in de verheffing in de herfst van 2025, relatief vaak SARS-CoV-2 aangetoond vergeleken met andere periodes in 2025/2026.
Het aantal mensen met luchtwegklachten buiten het respiratoire seizoen is aanzienlijk lager dan tijdens het respiratoire seizoen. Het aantal monsters dat buiten dit seizoen wordt afgenomen is dan ook laag. Aangezien SARS-CoV-2, zoals hierboven genoemd, ook circuleert buiten het respiratoire seizoen, fluctueert het wekelijkse percentage monsters positief voor dit virus in deze periode daardoor sterk. Dit is zichtbaar in de laatste week van juli 2025 (week 31). Toen was een hoog percentage van de monsters positief voor SARS-CoV-2 maar dit was gebaseerd op slechts 3 monsters.
In de virologische weekstaten werden tijdens de verheffing in de herfst van 2025 maximaal 380 SARS-CoV-2–detecties per week gerapporteerd (week 41). Op basis van laboratoria die ook het aantal uitgevoerde testen melden in aanvulling op het aantal positieve testuitslagen kan ook het percentage monsters dat positief is voor SARS-CoV-2 worden gerapporteerd. Het hoogste percentage positief per week was tijdens de verheffing in de herfst van 2025 12,4% (week 40 en 41). Zowel het totale aantal als het percentage positieve testen lag in de herfst van 2025 lager dan in de herfst van 2024.
Ziekenhuisopnames en sterfte SARS-CoV-2
Vanaf 2025 ontvangt het RIVM via NICE data van het aantal patiënten dat vanwege een acute luchtweginfectie (Severe Acute Respiratory Infection, oftewel SARI) werd opgenomen op een Intensive Care (IC). SARI-opnames kunnen verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld een longontsteking door een bacterie of virus, of een infectie met influenzavirus, (Respiratoir Syncytieel-virus) of SARS-CoV-2. In de data van 44 (Intensive care)’s was te zien dat het wekelijks aantal SARI-IC opnames in september 2025 (vanaf week 37) licht toenam en tijdens de verheffing van SARS-CoV-2 in de herfst van 2025 (week 38-44) op een laag niveau bleef. Tijdens de verheffing van SARS-CoV-2 in de herfst 2025 was er geen sprake van oversterfte.
Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2
Het RIVM onderzoekt welke varianten van SARS-CoV-2 rondgaan en welke eigenschappen deze hebben. Binnen deze kiemsurveillance worden sequentie analyses uitgevoerd op 1) monsters die een groot aantal klinisch diagnostische laboratoria in Nederland instuurt voor analyse 2) monsters van de Nivel huisartsenpeilstations van mensen met een acute luchtweginfectie en 3) monsters van Infectieradar van mensen uit de algemene bevolking met een zelfgerapporteerde acute luchtweginfectie.
Sinds 2024 zijn SARS-CoV-2 variant JN.1 en diverse subvarianten en recombinanten van JN.1 dominant in Nederland. Van week 21 van 2025 tot en met week 20 van 2026 werden hiervan KP.3, XEC, NB.1.8.1, LP.8.1 en XFG het meest gezien in de kiemsurveillance. Vanaf begin juli van 2025 (week 28) was subvariant XFG dominant. In het najaar van 2025 had XFG een aandeel van 80-90% in de kiemsurveillance. Sinds de zomer van 2025 werd variant BA.3.2 aangetroffen. Aanvankelijk werd deze variant sporadisch gezien, maar vanaf half november 2025 (week 46) nam het aandeel BA.3.2 en in het bijzonder subvariant BA.3.2.2 toe. In het voorjaar van 2026 kwamen XFG en BA.3.2. samen het meeste voor in Nederland. Doordat vanaf begin februari in 2026 (week 7) door lage mate van circulatie van SARS-CoV-2 slechts weinig monsters beschikbaar zijn voor typering is niet duidelijk of een van deze varianten in aandeel toe zal nemen. Hoewel BA.3.2 en subvarianten hiervan antigeen afwijken van eerdere varianten en het huidige vaccin, wordt verwacht dat de huidige vaccins nog steeds bescherming bieden tegen ernstige ziekte (WHO).
Coronavaccinatie
De najaarsronde COVID-19-vaccinatie voor mensen van 60 jaar en ouder en specifieke risicogroepen liep van 15 september tot en met 5 december 2025. De vaccinatiegraad voor de totale groep 60-plussers in de najaarsronde was 41,7% en was het hoogst voor de 80- tot 84-jarigen (55,8%). De vaccin-effectiviteit van de najaarsronde van 2025 tegen SARS-CoV-2-infectie bij personen van 60 jaar en ouder was 36% (95% BI: 25-45), gebaseerd op gegevens uit de VASCO-studie. Schattingen van de vaccin-effectiviteit van de najaarsronde van 2025 tegen ziekenhuisopname zijn nog niet beschikbaar. Voor de najaarsronde van 2024 was de vaccin-effectiviteit tegen ziekenhuisopname voor personen van 60 jaar en ouder naar schatting 55-62% in de eerste 3 maanden na vaccinatie.
Figuren over coronavirus SARS-CoV-2
Coronavirusdeeltjes in rioolwater
Sla de grafiek 'Gemiddelde hoeveelheid coronavirusdeeltjes' over en ga naar de datatabelBron: Nationale rioolwatersurveillance, RIVM
Mensen met coronavirus SARS-CoV-2-infectie bij de huisarts - Nivel Peilstations
Sla de grafiek 'Coronavirus SARS-CoV-2 in monsters van patiënten met een acute respiratoire infectie' over en ga naar de datatabelBronnen: Nivel Peilstations en (Nationaal Influenza Centrum)-locatie RIVM
Coronavirus SARS-CoV-2 in monsters van laboratoria - Virologische Weekstaten
Aantal positieve monsters
Sla de grafiek 'Coronavirus SARS-CoV-2 in monsters van laboratoria' over en ga naar de datatabelBron: Virologische weekstaten, (Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie)
Voetnoot: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.
Let op: De gegevens in dit figuur zijn weergegeven vanaf week 12 van 2023, het moment waarop de (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)-teststraten sloten.
Percentage positieve monsters
Sla de grafiek 'Coronavirus SARS-CoV-2 in monsters van laboratoria' over en ga naar de datatabelBron: Virologische weekstaten, (Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie)
Voetnoot: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.