Tijdens het respiratoir seizoen 2025/2026 (week 40 van 2025 tot en met week 20 van 2026) gingen zoals gebruikelijk meerdere virussen rond die acute luchtweginfecties kunnen veroorzaken. De grootste piek in het aantal mensen met acute luchtweginfecties was in de periode dat er veel influenzavirus voorkwam. In deze periode was ook een verheffing in (Intensive care)-opnames vanwege luchtweginfecties te zien. Bij jonge kinderen waren er twee pieken in luchtweginfecties, beide vielen in de periode dat er veel (Respiratoir Syncytieel-virus) rondging. Tijdens de tweede piek ging er ook veel influenzavirus rond.
Weinig coronavirus (severe acute respiratory syndrome)-CoV-2
Anders dan influenza- en (Respiratoir Syncytieel-virus), dat veel rondgaat in de winter, heeft het coronavirus SARS-CoV-2 (nog) geen stabiel seizoenspatroon. Er was een lichte verheffing in de circulatie tussen half september en eind oktober 2025. Deze verheffing was in de verschillende bronnen lager of vergelijkbaar met de verheffing in de herfst van 2024. Tijdens de rest van het respiratoire seizoen bleef de circulatie van het coronavirus SARS-CoV-2 op een laag niveau.
Minder RS-virus
Op de kinder intensive care (pediatrische intensive care units; (pediatrische intensive care units)) werden dit respiratoir seizoen minder kinderen jonger dan 1 jaar met RS-virus opgenomen dan voorgaande jaren. Dit is in ieder geval voor een deel te verklaren door de invoering van de prik tegen RS-virus van 0-jarigen. Dit was het eerste seizoen dat deze prik in Nederland aangeboden werd. Ook in andere surveillance bronnen werd minder RS-virus aangetoond. Dit was zowel het geval bij de huisarts, in de algemene populatie als in monsters van laboratoria. Dit kan wijzen op wat minder circulatie van RS-virus in vergelijking met voorgaande seizoenen. De piek van RS-virus detecties lag zowel bij de laboratoria als op de PICU dit jaar in februari. Dit is later dan voorgaande seizoenen, toen de piek meestal rond de jaarwisseling lag.
Griepepidemie vanaf begin 2026
De griepepidemie duurde dit respiratoir seizoen zes weken; van eind januari t/m begin maart 2026. Half februari was er een piek in het aantal huisartspatiënten met een acute respiratoire infectie en in het aantal mensen met klachten van een acute respiratoire infectie in de algemene bevolking. Tot en met begin maart werd er nog vaak influenzavirus aangetoond in monsters van deze huisartspatiënten en van mensen met klachten in de algemene bevolking. De griepvirussen die dit seizoen het meeste voorkwamen waren type A(H3N2) en type A(H1N1)pdm09.
Sterfte
Tijdens dit respiratoir seizoen was er een periode met oversterfte, die grotendeels samenviel met de griepepidemie. Tijdens de lichte verheffing van het coronavirus SARS-CoV-2 in de herfst van 2025 was er geen sprake van oversterfte. De totale oversterfte tijdens dit respiratoir seizoen was lager dan in de respiratoire seizoenen 2020/2021 t/m 2023/2024 en dan in de vijf seizoenen vóór de COVID-19-pandemie.
Andere virussen
Ook andere virussen zorgden in het respiratoir seizoen 2025/2026 voor luchtweginfecties. Dit waren bijvoorbeeld rhinovirus, humane seizoenscoronavirussen, humaan metapneumovirus (hMPV) en adenovirus. Tijdens het seizoen 2025/2026 was er een eerdere toename en hogere circulatie van (Humaan metapneumovirus) vergeleken met het seizoen 2024/2025 toen er relatief weinig hMPV rondging.
Zicht houden op luchtweginfecties
We houden op verschillende manieren zicht op de ontwikkeling en verspreiding van luchtweginfecties in Nederland. In de surveillance werken we samen met onder andere onderzoeksinstituut Nivel en Nederlandse laboratoria die melden in de Virologische Weekstaten van de Nederlandse Werkgroep Klinische Virologie (NWKV) van de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM). Om beter zicht te krijgen op de ernst van luchtweginfecties werkt het RIVM samen met onder andere Stichting NICE en Dutch Hospital Data (DHD) aan het opzetten van surveillance in ziekenhuizen. Vanaf september 2025 rapporteert het RIVM wekelijks het aantal (Intensive care)-opnames van volwassenen met een luchtweginfectie. Deze gegevens worden door stichting NICE gedeeld met het RIVM. Deze informatie kan van groot belang zijn tijdens een (onverwachte) uitbraak van een luchtweginfectie en om de ernst van een verheffing tijdens het luchtwegseizoen te kunnen duiden.
Meer over surveillance luchtweginfecties