Omwonenden van luchthavens willen graag dat vliegtuiggeluid gemeten wordt, en niet alleen maar berekend. Er is veel maatschappelijke druk om hier snel mee te starten. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, het NLRNationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium en het KNMIKoninklijk Meteorologisch Instituut hebben op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een advies uitgewerkt om te komen tot een stelsel van metingen en berekeningen dat waardevol is voor omwonenden en ook voor beleidsmakers.

Er zijn verschillende mogelijkheden om het meten en berekenen van vliegtuiggeluid te verbeteren. Om dit goed en betrouwbaar te doen is het belangrijk om activiteiten rond meten, berekenen en beleven van vliegtuiggeluid bij alle Nederlandse luchthavens in samenhang uit te voeren. Belangrijk hierbij is draagvlak voor de aanpak en werkwijze, en dat kost tijd. RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, NLRNationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium en KNMIKoninklijk Meteorologisch Instituut adviseren over deze aanpak na een verkenning van wensen en ontwikkelopties.
 
Binnen de voorgestelde aanpak wordt systematisch gekeken naar de geluidsniveaus en de gezondheidseffecten van vliegtuiggeluid: hoe zit het precies met de geluidbelasting in de omgeving van luchthavens? Komen metingen en berekeningen goed overeen? Hoe beleven omwonenden het geluid? Ervaren zij geluidhinder en wat zijn de mogelijke effecten op de gezondheid? Kunnen burgers zelf bijdragen aan de meting van vliegtuiggeluid? Over al deze onderwerpen moet de overheid het publiek helder kunnen informeren. Tegelijk met de uitvoering van deze taken wordt een onderzoeksprogramma uitgevoerd. Doel daarvan is om de kwaliteit van meten en rekenen op termijn te verbeteren en meer kennis te verzamelen over hinder en gezondheid.
 
Het RIVM, het KNMI en het NLR bevelen verder aan om zo veel mogelijk uit te gaan van bestaande voorzieningen en beschikbare data, zodat snel voortgang gemaakt kan worden. De vernieuwde gegevens over geluid door vliegverkeer moeten voor iedereen herkenbaar zijn en zo een stevige basis vormen voor beleidsmatige beslissingen en betrouwbare informatie voor burgers.