De Toetsgroep probitrelaties beoordeelt op inhoudelijke gronden stofdocumenten waarin een probitrelatie is afgeleid. De afleiding van een probitrelatie gebeurt aan de hand van een vastgestelde methodiek op basis van in de wetenschappelijke literatuur beschikbare gegevens. 

Voor bepaalde stoffen wordt het vaststellen van een probitrelatie van algemeen belang geacht, bijvoorbeeld omdat de stoffen vaak voorkomen in kwantitatieve risicoanalyses (QRA quantitative risk assessment (quantitative risk assessment) quantitative risk assessments). Voor dergelijke stoffen wordt de samenstelling van het stofdossier en de afleiding van de probitrelatie verzorgd door (of door derden in opdracht van) het RIVM. De beoordeling van het stofdocument wordt door de onafhankelijke Toetsgroep probitrelaties gedaan.

Werkplan

Voor de volgende stoffen wordt op dit moment gewerkt aan het stofdocument en de afleiding van een probitrelatie:

Stofnaam CAS-nummer
Isopropylamine 75-31-0
Chlooracetylchloride 79-04-9
Chloorsulfonzuur 7790-94-5
Nickelhydroxycarbonaat 12607-70-4
Ethylisocyanaat 109-90-0

Stoffen die niet in het werkplan zijn opgenomen

Voor stoffen waarvoor door een bepaalde partij een probitrelatie gewenst is, maar die niet in het werkplan van de toetsgroep zijn opgenomen, is de samenstelling van het stofdossier en de afleiding van de probitrelatie de verantwoordelijkheid van deze partij. Een aanvrager kan (gemotiveerd) verzoeken een bepaalde stof op te nemen in het werkplan. Correspondentie rond de afleiding en vaststelling van probitrelaties verloopt via de Helpdesk Omgevingsveiligheid.