Tussen 2018 en 2021 ondersteunde het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu huisartsen om patiënten met chronische Q-koorts op te sporen. Mensen met hartklep- en vaataandoeningen of met een verzwakte afweer kregen een uitnodiging van hun huisarts voor dit onderzoek.

Dit onderzoek was bedoeld om mensen met chronische Q-koorts op te sporen in gebieden waarin tussen 2007 en 2010 veel acute Q-koorts voorkwam. Alleen mensen met een bepaalde aandoening aan hartkleppen of bloedvaten of mensen met een verzwakte afweer konden meedoen. Deze mensen hebben namelijk een grotere kans op chronische Q-koorts. Deze mensen werden door hun huisarts uitgenodigd. Ze konden dan bloed laten prikken bij een bloedprikpost in de buurt. Als uit dit bloedonderzoek  bleek dat mensen misschien chronische Q-koorts hadden, konden zij naar een ziekenhuis voor vervolgonderzoek. Als uit dit vervolgonderzoek bleek dat ze inderdaad chronische Q-koorts  hadden, konden deze mensen door de artsen in het ziekenhuis worden behandeld. 

Resultaten en advies vervolgtraject

In opdracht van het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de resultaten van het proces om chronische Q-koortspatiënten op te sporen op een rij gezet. Op basis daarvan adviseert het RIVM de medische opsporing nog scherper te richten op gebieden waar in het verleden veel Q-koorts was. Vooral in de buurt van besmette bedrijven: een zogeheten haardgerichte opsporing. Daarbij is speciale aandacht nodig voor hoog-risicogroepen, zoals mensen met bepaalde hart- en vaatziekten én mensen met een ernstig verzwakt afweersysteem.