Het RSrespiratoir syncytieel-virus is het meest voorkomende verkoudheidsvirus bij kinderen. RS-virus is een afkorting voor respiratoir syncytieel virus. Bijna alle kinderen krijgen in het eerste levensjaar een infectie met dit virus. Het virus komt met name in de winter voor.

Wat is een RSrespiratoir syncytieel-virusinfectie?

Een RSVRespiratoir Syncytieel Virus-infectie is een luchtweginfectie die wordt veroorzaakt door het respiratoir syncytieel virus. Het virus veroorzaakt vooral ernstige ziekte bij jonge baby’s die benauwd worden door een ontsteking van de kleine luchtwegen (bronchiolitis) of een longonsteking. Te vroeg geboren kinderen of kinderen met een aangeboren hartafwijking of het syndroom van Down, hebben een verhoogd risico op een ernstiger ziektebeloop. Sterfte door RSV bij kinderen komt in Nederland nauwelijks voor.

Bij ouderen met een zwakke gezondheid is RSV een vaak voorkomende oorzaak van luchtweginfecties. Dit veroorzaakt soms uitbraken in verzorgings- en verpleeghuizen.

Er zijn twee typen van RSV: RSV-A en RSV-B. Deze typen kunnen gelijktijdig onder de bevolking voorkomen en veroorzaken precies dezelfde ziekte. Bepaalde langetermijneffecten, zoals piepende ademhaling en astma, kunnen het gevolg zijn van RSV.

Animatie over RS-virus

RS-virus is een virus waar mensen verkouden of grieperig van kunnen worden. De meest voorkomende klachten zijn neusverkoudheid en hoesten.

Bijna alle kinderen krijgen voor ze twee jaar zijn een infectie met dit virus. Vooral baby’s kunnen soms ernstig ziek worden. Ze krijgen dan een longontsteking en worden benauwd. Soms is opname in het ziekenhuis nodig. Er bestaat geen vaccin tegen RS-virus.

Behandeling van een RS-virusinfectie is meestal niet nodig. De klachten verdwijnen vanzelf na een paar dagen tot een week.

Overleg met de huisarts als uw baby niet goed drinkt of uw kind jonger dan 3 maanden koorts heeft. Overleg ook als uw kind:
• benauwd is of een piepende ademhaling heeft;
• koorts heeft en zich anders gedraagt dan normaal;
• suf, grauw of ontroostbaar is;
• of steeds zieker wordt.

Kijk voor meer informatie op www.rivm.nl/rs-virus

Ervaringen met RS-virus

Het RS-virus komt heel veel voor. Het kan heel heftig zijn als je kind al een onderliggende aandoening heeft. Vertrouw op je moedergevoel als je voelt dat het niet klopt.
Willemijn Rozenberg vertelt over haar dochter Guusje, die op jonge leeftijd het RS-virus heeft gehad.

Onderzoek naar RS-virus

Elke winter worden in Nederland door het RS virus ongeveer 2000 jonge babyÕs met een ernstige longontsteking opgenomen in het ziekenhuis. Daarom is een goed vaccin tegen het RS virus hard nodig. In deze video legt Puck van Kasteren uit hoe dit SPR onderzoekt bijdraagt aan de ontwikkeling en invoering van een goed en veilig vaccin.
Sprekers: Puck van Kasteren, projectleider RIVM. Dionne van Heteren, RIVM.

Wat zijn symptomen van RSrespiratoir syncytieel-virusinfectie?

De tijd tussen besmetting en de eerste ziekteverschijnselen van RSVRespiratoir Syncytieel Virus varieert van 2 tot 8 dagen. De meest voorkomende klachten zijn een neusverkoudheid en hoesten. Een eerste infectie op baby- en peuterleeftijd kan ernstig verlopen en gepaard gaan met koorts, benauwdheid door ontsteking van de kleine luchtwegen (bronchiolitis) of longontsteking. Daarnaast kan een RSV-infectie oorontsteking bij kinderen veroorzaken.

Bij een volgende infectie zijn de symptomen meestal mild, maar griepachtige klachten komen ook voor. Bij ouderen met zwakke gezondheid en bij mensen met een onderliggende hart- of longaandoening neemt de kans op complicaties, zoals longontsteking, toe.

Behandeling van een RS-virusinfectie is in de meeste gevallen niet nodig. Veelal verdwijnen de klachten vanzelf na een paar dagen tot een week. Overleg met een huisarts is raadzaam wanneer:

  • Iemand erg benauwd is;
  • Iemand hoge koorts heeft (hoger dan 39 graden);
  • Iemand langer dan 3 dagen koorts heeft;
  • Een kind jonger dan 3 maanden koorts heeft;
  • Kinderen tot 1 jaar niet goed drinken of eten.

Besmetting en preventie van RS-virusinfectie

Het RS-virus bevindt zich in de neus en keel van geïnfecteerde personen en kan overgedragen worden door druppeltjes die vrijkomen tijdens hoesten, niezen en praten. Besmetting vindt plaats via de neus, ogen of mond. Een persoon met RSV kan anderen besmetten voordat hij zelf ziek wordt. Iemand is niet meer besmettelijk als hij helemaal beter is. Kinderen onder 2 jaar zijn langer besmettelijk, ongeveer drie tot vier weken na de start van de infectie.

Te vroeg geboren kinderen (prematuur) en baby’s met een ernstig hartlijden kunnen in hun eerste levensjaar beschermd worden tegen RSV door passieve vaccinatie met antistoffen.
Op dit moment is er geen vaccin voor actieve vaccinatie tegen RSV beschikbaar. Er zijn veel vaccins in ontwikkeling en de hoop is dat deze over enkele jaren op de markt zullen komen. Borstvoeding draagt bij in de bescherming tegen RSV-infecties bij baby’s.

Hoe vaak komen RS-virusinfecties voor?

RSV komt in Nederland veel voor, vooral in de winter (november t/m maart). Bijna alle kinderen onder de twee jaar komen met het virus in contact. In Nederland komen ongeveer 100 van de 1000 zieke baby’s (10%) bij de huisarts vanwege een RSV-infectie. Daarvan worden 10 baby’s (10%) in het ziekenhuis opgenomen. Hiervan komt één baby (10%) op intensive care (ICintensive care) terecht.

Voor ouderen in verzorgings- en verpleeghuizen is een RSV-infectie wereldwijd de tweede meest voorkomende veroorzaker van uitbraken van infectieziekten. In Nederland wordt geschat dat in sommige seizoenen zelfs meer oudere mensen aan RSV overlijden dan aan griep (influenza).

Onderzoek naar RS-virusinfectie

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu houdt, in samenwerking met NIVELNederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg, in de gaten hoeveel mensen met luchtwegklachten bij de huisarts komen. Bij een aantal patiënten wordt met een wattenstokje een uitstrijkje uit de keel en neus afgenomen om te testen wat de oorzaak van de klachten is. Naast griep (influenza) wordt onder andere ook getest op RSV. Op deze manier krijgen we inzicht bij hoeveel van de mensen die met luchtwegklachten bij de huisarts komt, RSV de veroorzaker is. Kijk voor meer informatie.

Naast surveillance wordt bij het RIVM ook onderzoek naar RSV gedaan, zowel op het gebied van laboratoriumonderzoek (virologie en immunologie) als bevolkingsonderzoek (epidemiologie).

Het RIVM is partner in het RESCEU-project. Dit project heeft onder andere als doel om een beter inzicht in de ziektelast van RSV te krijgen, bijvoorbeeld door risicogroepen te identificeren en de surveillance van RSV te verbeteren. Daarnaast worden laboratoriummethoden ontwikkeld om aan te kunnen tonen of iemand (in het verleden) aan RSV is blootgesteld. Dit zou op termijn gebruikt kunnen worden om vaccinatie te monitoren. RESCEU is een Europees project dat financiering heeft ontvangen vanuit het ‘Innovative Medicines Initiative (IMIInovative Medicines Initiative) 2 Joint Undertaking’, grand agreement 116019. IMI2 ontvangt hiervoor ondersteuning vanuit het ‘European Union's Horizon 2020 research and innovation programme’ en de ‘European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations’.

Het RIVM doet ook onderzoek naar de natuurlijke afweer tegen RS-virus infectie. Het doel hiervan is om erachter te komen hoe iemand beschermd kan zijn tegen dit virus. Deze informatie is belangrijk om in de toekomst te kunnen adviseren over de invoering van nieuwe vaccins. Wij onderzoeken bijvoorbeeld hoe de antistoffen die baby’s tijdens de zwangerschap van hun moeder meekrijgen kunnen bijdragen aan bescherming. Daarnaast onderzoeken wij hoe het RS-virus in staat is de natuurlijke afweerreactie te beïnvloeden. Dit onderzoek wordt deels gefinancierd door ZonMwNederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie.