Het RIVM deelt wekelijks op woensdag de actuele cijfers over het (Respiratoir Syncytieel-virus) in Nederland.
Update 13 mei 2026: Aantal mensen met (Respiratoir Syncytieel-virus) is laag
Er is weinig RS-virus in Nederland. Zowel in de algemene bevolking (Infectieradar), bij de huisarts en in de door laboratoria gerapporteerde diagnostiek gegevens (de Virologische Weekstaten), is de afgelopen weken geen of weinig RS-virus aangetoond. Het is gebruikelijk dat aan het einde van het luchtwegseizoen af en toe RS-virus wordt gevonden.
Naast het RS-virus zorgen ook andere ziekteverwekkers voor luchtweginfecties.
Direct naar
Figuren over RS-virus
In de figuren hieronder staat informatie over (Respiratoir Syncytieel-virus) in Nederland in Nederland. De cijfers van de laatste weken zijn nog niet volledig. Dat komt omdat sommige cijfers later binnenkomen.
Laboratoria melden RS-virus in Virologische Weekstaten
Aantal positieve monsters
Sla de grafiek 'RS-virus in monsters van laboratoria' over en ga naar de datatabelBron grafiek: virologische diagnostiek rapportages Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie.
Noot. In de grafiek zijn alleen gegevens meegenomen van die laboratoria die voor minstens 95% van de weken sinds het luchtwegseizoen 2023/2024 hun gegevens hebben doorgegeven én die voor alle laatste vijf weken hun gegevens hebben doorgegeven. Van welke laboratoria in de grafiek gegevens worden getoond, kan daarom per week verschillen. Ook het totaal aantal keren dat het (Respiratoir Syncytieel-virus) is aangetoond kan daardoor per week wisselen.
Let op: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.
Percentage positieve monsters
Sla de grafiek 'RS-virus in monsters van laboratoria' over en ga naar de datatabelBron grafiek: virologische diagnostiek rapportages Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie.
Noot. Een deel van de laboratoria meldt zowel het aantal geteste monsters als het aantal detecties. Het percentage positieve monsters in bovenstaande figuur is gebaseerd op de meldingen waarin ook het aantal monsters is gemeld. Niet alle laboratoria die het aantal geteste monsters melden hebben hun data gerapporteerd voor de meest recente week. Het percentage positieve monsters van afgelopen week staat daarom nog niet vast.
Let op: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.
Ziekenhuizen melden opnames met RS-virusinfectie op kinder intensive cares (PICU)
Sla de grafiek 'Aantal IC-opnames met RS-virusinfectie' over en ga naar de datatabelBron grafiek: Deze gegevens komen van Nederlandse intensive care afdelingen voor kinderen (PICU), verzameld door het (Universitair Medisch Centrum) Utrecht.
Noot. De bovenstaande figuur bevat aantallen van de zeven (pediatrische intensive care units)’s in Nederland. Deze cijfers worden door de PICU’s bijgehouden van oktober tot mei, wanneer (Respiratoir Syncytieel Virus) het meeste voorkomt. Voor seizoen 2025/2026 zijn er gegevens van week 40 2025 t/m week 18 2026. Vanaf oktober 2026 zal deze figuur weer bijgewerkt worden.
Het respiratoir seizoen van 2021/2022 was een seizoen met minder ziekenhuisopnames dan normaal. In de zomer 2021 was er een verhoging van het aantal mensen dat (Respiratoir Syncytieel-virus) kreeg. De rest van dat respiratoire seizoen (2021/2022) bleef het RS-virus langdurig circuleren, op een laag niveau. Dit noemen we een endemisch seizoen. Over het seizoen van 2023/2024 is er geen informatie, omdat er geen onderzoeksdata beschikbaar is.
Deze gegevens komen van Nederlandse intensive care afdelingen voor kinderen. Zij sturen deze gegevens naar het (Universitair Medisch Centrum)(Universitair Medisch Centrum) Utrecht. Het UMC Utrecht verzamelt deze informatie in de winter van 2025-2026 en 2026-2027 via de BRICK-II-studie. Deze studie wordt uitgevoerd door het UMC Utrecht, met financiering van geneesmiddelenfabrikant Sanofi. Een deel van de gegevens uit deze studie wordt belangeloos en geanonimiseerd gedeeld met het RIVM, met toestemming van de deelnemende (pediatrische intensive care units)’s. Om het aantal opnames te kunnen vergelijken met afgelopen seizoenen, deelt het UMC Utrecht gegevens uit de BRICK-I-studie (2021 – 2023) en het eerste jaar van de BRICK-II studie (2024-2025).