Het RIVM deelt wekelijks op woensdag de actuele cijfers over het RS-virus Respiratoir Syncytieel-virus (Respiratoir Syncytieel-virus) in Nederland.  

Update 11 februari 2026: RS-virus Respiratoir Syncytieel-virus (Respiratoir Syncytieel-virus) blijft rondgaan in Nederland

Het RS-virus werd afgelopen week in de laboratoria (de Virologische Weekstaten) vaker aangetoond dan de week ervoor. In de monsters die huisartsen afnamen bij een deel van hun patiënten met luchtwegklachten was het percentage positief voor RS-virus in de afgelopen week vergelijkbaar met de week ervoor (10% respectievelijk 8% in de week ervoor).  Bij deelnemers aan Infectieradar met luchtwegklachten fluctueert het percentage keel- en neusmonsters waarin RS-virus aangetoond wordt per week. In de afgelopen week is dit gestegen naar 6,4% ten opzichte van 1,6% in de week ervoor.  

In veel bronnen wordt minder vaak RS-virus aangetoond dan vorige jaren rond deze tijd. Dit is mogelijk voor een deel te verklaren door de invoering van immunisatie tegen RS-virus van 0-jarigen.

Naast het RS-virus zorgen ook andere ziekteverwekkers voor luchtweginfecties. 

Direct naar  

Figuren over RS-virus

In de figuren hieronder staat informatie over RS-virus Respiratoir Syncytieel-virus (Respiratoir Syncytieel-virus) in Nederland in Nederland. De cijfers van de laatste weken zijn nog niet volledig. Dat komt omdat sommige cijfers later binnenkomen.   

Laboratoria melden RS-virus in Virologische Weekstaten

Aantal positieve monsters

Skip chart 'RS-virus in monsters van laboratoria' and go to datatable

Bron grafiek: virologische diagnostiek rapportages Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie.

Noot. In de grafiek zijn alleen gegevens meegenomen van die laboratoria die voor minstens 95% van de weken sinds het luchtwegseizoen 2023/2024 hun gegevens hebben doorgegeven én die voor alle laatste vijf weken hun gegevens hebben doorgegeven. Van welke laboratoria in de grafiek gegevens worden getoond, kan daarom per week verschillen. Ook het totaal aantal keren dat het RS-virus Respiratoir Syncytieel-virus (Respiratoir Syncytieel-virus) is aangetoond kan daardoor per week wisselen.

Let op: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.

Percentage positieve monsters

Skip chart 'RS-virus in monsters van laboratoria' and go to datatable

Bron grafiek: virologische diagnostiek rapportages Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie.

Noot. Een deel van de laboratoria meldt zowel het aantal geteste monsters als het aantal detecties. Het percentage positieve monsters in bovenstaande figuur is gebaseerd op de meldingen waarin ook het aantal monsters is gemeld. Niet alle laboratoria die het aantal geteste monsters melden hebben hun data gerapporteerd voor de meest recente week. Het percentage positieve monsters van afgelopen week staat daarom nog niet vast.

Let op: Deze data is eigendom van de laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten, vertegenwoordigd door het bestuur van de Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie (NWKV). Het database beheer ligt bij het RIVM. Verder gebruik van deze data is niet toegestaan zonder toestemming. Toestemming voor gebruik van deze data kan aangevraagd worden door contact op te nemen via virweekstaten@rivm.nl.

Ziekenhuizen melden opnames met RS-virusinfectie op kinder intensive cares (PICU)

Skip chart 'Aantal IC-opnames met RS-virusinfectie' and go to datatable

Bron grafiek: Deze gegevens komen van Nederlandse intensive care afdelingen voor kinderen (PICU), verzameld door het UMC Universitair Medisch Centrum (Universitair Medisch Centrum) Utrecht.

Noot.  We willen het aantal opnames in de laatste weken goed kunnen vergelijken met de voorgaande weken en jaren. Daarom laten we in de bovenstaande grafiek alleen de opnames zien van de PICU pediatrische intensive care units (pediatrische intensive care units)’S die alle weken hun aantallen gemeld hebben.  De aantallen van voorgaande seizoenen kunnen daarom steeds een beetje anders zijn. De bovenstaande figuur bevat aantallen van de zeven PICU’s in Nederland. Deze grafiek wordt één keer in de twee weken bijgewerkt.

Het respiratoir seizoen van 2021/2022 was een seizoen met minder ziekenhuisopnames dan normaal. In de zomer 2021 was er een verhoging van het aantal mensen dat RS-virus Respiratoir Syncytieel-virus (Respiratoir Syncytieel-virus) kreeg. De rest van dat respiratoire seizoen (2021/2022) bleef het RS-virus langdurig circuleren, op een laag niveau. Dit noemen we een endemisch seizoen. Over het seizoen van 2023/2024 is er geen informatie, omdat er geen onderzoeksdata beschikbaar is.

Deze gegevens komen van Nederlandse intensive care afdelingen voor kinderen. Zij sturen deze gegevens naar het UMC Universitair Medisch Centrum (Universitair Medisch Centrum)(Universitair Medisch Centrum) Utrecht. Het UMC Utrecht verzamelt deze informatie in de winter van 2025-2026 en 2026-2027 via de BRICK-II-studie.  Deze studie wordt uitgevoerd door het UMC Utrecht, met financiering van geneesmiddelenfabrikant Sanofi. Een deel van de gegevens uit deze studie wordt belangeloos en geanonimiseerd gedeeld met het RIVM, met toestemming van de deelnemende PICU pediatrische intensive care units (pediatrische intensive care units)’s. Om het aantal opnames te kunnen vergelijken met afgelopen seizoenen, deelt het UMC Utrecht gegevens uit de BRICK-I-studie (2021 – 2023) en het eerste jaar van de BRICK-II studie (2024-2025).