Tekenencefalitis is een hersen(vlies)ontsteking die veroorzaakt wordt door het tekenencefalitisvirus, ook wel ‘tick-borne encephalitis’ virus (TBEtick-borne encephalitis-virus) genoemd. Besmette teken dragen het TBE-virus over van dier naar dier en soms naar de mens. Sinds 2016 weten we dat teken in bepaalde gebieden in Nederland besmet kunnen zijn met TBE-virus. De kans op een infectie na een tekenbeet is in Nederland echter zeer klein, omdat slechts zeer weinig teken besmet zijn met het TBE-virus.

Wat is tekenencefalitis?

Tekenencefalitis is een hersen(vlies)ontsteking die wordt veroorzaakt door het TBEtick-borne encephalitis-virus. Het virus wordt overgebracht door tekenbeten. Tot voor kort kwam het virus alleen in het buitenland voor, maar in het voorjaar van 2016 kwamen er aanwijzingen dat in Nederland reeën besmet zijn geweest met het virus en is het virus ook bij teken aangetoond in Nederland, op de Sallandse Heuvelrug en de Utrechtse Heuvelrug. Er zijn enkele patiënten die het virus in deze gebieden in Nederland hebben opgelopen.

Wat zijn de klachten bij tekenencefalitis?

De meeste mensen die besmet zijn geraakt met het virus worden niet ziek of krijgen milde klachten 7 tot 14 dagen na een tekenbeet. Bij de mensen die ziek worden, verloopt de ziekte meestal in twee fasen. In de eerste fase lijken de klachten erg op griep.

De klachten in de eerste fase kunnen zijn:

  • milde koorts
  • hoofdpijn en pijn in het hele lichaam: spieren en gewrichten
  • misselijk worden en overgeven
  • moe zijn

Deze fase duurt 2 tot 7 dagen. Hierna heeft een patiënt ongeveer een week geen klachten.
In de tweede fase kunnen de hersenen, hersenvliezen en ruggenmerg ontstoken raken. Dan kunnen de volgende klachten ontstaan door de hersen(vlies)ontsteking, waarvoor ziekenhuisopname noodzakelijk is:

  • zware hoofdpijn
  • verminderd bewustzijn
  • slaperigheid
  • ander gedrag
  • geheugenverlies
  • verlammingen, vaak van de armen en de romp
  • niet goed tegen het licht kunnen
  • misselijkheid en duizeligheid

Er zijn geen specifieke medicijnen tegen tekenencefalitis. Mensen met deze ernstige klachten overlijden heel zelden aan deze ziekte: ongeveer 1-2% van de patiënten met een hersen(vlies)ontsteking overlijdt. Een deel van deze patiënten houdt na de infectie nog neurologische restverschijnselen.

Hoe vaak komt het tekenencefalitisvirus voor?

Sinds 2016 weten we dat teken in bepaalde gebieden in Nederland besmet kunnen zijn met TBE-virus. De kans op een infectie na een tekenbeet is in Nederland zeer klein, omdat er slechts zeer weinig teken besmet zijn met het TBE-virus. In gebieden waar het TBE-virus gevonden is, waren ongeveer 1 op 1500 teken besmet met dit virus. Dat is veel minder dan de borrelia-bacterie, die ongeveer in één op de vijf teken gevonden wordt. Deze borrelia-bacterie veroorzaakt elk jaar ongeveer 27.000 maal de ziekte van Lyme in Nederland. De kans op een TBE-infectie na een tekenbeet is dus veel kleiner dan de kans op de ziekte van Lyme. In de afgelopen jaren zijn er 1-2 patiënten per jaar ziek geworden door het TBE-virus in Nederland.

Het TBE-virus komt vaker voor in andere Europese landen, waaronder Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland het zuiden van de Scandinavische landen, Noordoost Frankrijk en Zuid-Engeland. Ook in Rusland en in bepaalde gebieden in Centraal-Azië komt TBE-virus voor.

Waar in Nederland komt het tekenencefalitisvirus voor?

De kans op een infectie na een tekenbeet is in Nederland zeer klein, omdat er slechts zeer weinig teken besmet zijn met het TBE-virus. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu houdt bij hoeveel patiënten ernstig ziek worden door in Nederland opgelopen TBE. Daarnaast onderzoeken we de verspreiding van TBE-virus in wilde dieren en teken, in samenwerking met DWHC, WUR en Artemis. De verspreiding van het TBE-virus in Nederland is te zien in de kaart hieronder.

Tussen 2016 en 2019 hebben medische laboratoria en GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en zeven patiënten gemeld die tekenencefalitis hebben opgelopen in Nederland. De meest waarschijnlijke plaatsen van besmetting zijn: de Sallandse Heuvelrug, de Utrechtse Heuvelrug, Twente en de Achterhoek.  Aan de grens met Duitsland in de Achterhoek en ten oosten van Nijmegen is het TBE-virus aangetroffen in kleine knaagdieren. Antistoffenonderzoek liet zien dat reeën in Noord Brabant, Limburg, Overijssel en de Achterhoek gebeten zijn door teken met het TBE-virus. Verder onderzoek loopt nog naar de verspreiding en ecologie van het TBE-virus in Nederland.

Verspreiding van het tekenencefalitisvirus in Nederland

Deze kaart toont de verspreiding van het TBE-virus in Nederland (bron: RIVM, DWHC, WUR en Artemis, juni 2020).

Besmetting en preventie van tekenencefalitis

Het virus wordt door besmette teken overgedragen naar de mens. Er is een vaccin dat voor 95% bescherming geeft. Mensen die lange tijd verblijven in gebieden waar tekenencefalitis veel voorkomt, kunnen zich laten vaccineren. Dit wordt bijvoorbeeld aangeraden voor verblijf in delen van Midden- en Oost-Europa. Op de website van de Landelijke Coördinatie Reizigersadvisering staat vermeld in welke landen/gebieden vaccinatie geadviseerd wordt. Vooralsnog is er geen reden om in Nederland te vaccineren.

Ook het zo snel mogelijk verwijderen van een teek verkleint de kans op infectie, hoewel het virus al snel na de beet wordt overgebracht. Een snelle verwijdering kan deze ziekte dus niet altijd voorkomen, maar verkleint ook de kans op andere ziekten die door teken overgebracht kunnen worden, zoals de ziekte van Lyme. Tekenbeten kunnen voorkomen worden door beschermende kleding te dragen en de onbedekte huid in te smeren met een middel dat DEETdiethyltoluamide diethyltoluamide bevat. Deze maatregelen geven geen 100% bescherming, waardoor tekenbeetcontrole altijd nodig is na verblijf in het groen. Het is belangrijk om een teek zo snel mogelijk te verwijderen. Op de pagina Verwijderen van een teek lees je hoe je dit het best kunt doen.

Een andere, zeldzame besmettingsroute voor de mens is het drinken van besmette rauwe melk of het eten van besmette rauwmelkse kaas. Landbouwhuisdieren, zoals schapen, geiten en koeien kunnen namelijk ook besmet raken. Zij scheiden het virus dan uit in de melk.