Voor vliegtuiggeluid bestaat nationale en internationale wet- en regelgeving. Deze wet- en regelgeving heeft als doel de omgeving te beschermen tegen geluid, ruimte te bieden aan de luchtvaart en om vliegtuigen te certificeren. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving.
De bescherming van mensen tegen vliegtuiggeluid is in Nederland geregeld in de Wet luchtvaart en de Omgevingswet. Op deze pagina worden verschillende regelingen over vliegtuiggeluid en de bescherming van de omgeving tegen dit geluid toegelicht.
Internationale wetgeving: geluidbelastingkaart en actieplan omgevingslawaai
Voor luchthavens met meer dan 50.000 vliegbewegingen per jaar moet elke vijf jaar een geluidbelastingkaart en een actieplan omgevingslawaai worden opgesteld. Deze verplichtingen komen voort uit de (Europese Unie)-richtlijn 2002/49/EC die in Nederland is opgenomen in de Omgevingswet. Het doel van de geluidbelastingkaart en het actieplan is om omgevingslawaai te voorkomen en het geluid te beperken als dit schadelijke effecten kan hebben op de gezondheid van mensen.
In het actieplan staan de doelstellingen voor een bepaalde periode. Bijvoorbeeld een bepaalde afname van het aantal ernstig gehinderden. In het actieplan staat ook welke maatregelen zijn of worden uitgevoerd om het vliegtuiggeluid van de luchthaven te beperken.
Geluidbelastingkaart en actieplannen voor Schiphol
De Rijksoverheid heeft een geluidbelastingkaart en een actieplan omgevingslawaai opgesteld voor Schiphol. De geluidbelastingkaart van Schiphol staat op de Atlas Leefomgeving. De actieplannen omgevingslawaai die zijn gepubliceerd voor Schiphol zijn:
- Actieplan omgevingslawaai Schiphol, periode 2024-2029
- Actieplan Schiphol 2018-2023
- Actieplan omgevingslawaai Schiphol, periode 2013-2018
- Actieplan Geluid Schiphol 2018-2023 - aanvulling
Exploitatiebeperkingen
De meest vergaande maatregel om de geluidoverlast rondom luchthavens te beperken is om de toegang van bepaalde type vliegtuigen te beperken. Dit zijn exploitatiebeperkingen. Een voorbeeld van zo’n exploitatiebeperking is om vliegtuigen die veel geluid maken niet meer toe te laten op bepaalde (westerse) luchthavens. Deze maatregelen zijn meestal gebaseerd op de certificatie geluidwaarden van vliegtuigen.
In de EU-verordening 598/2014 staat dat een exploitatiebeperking moet worden afgewogen tegen andere mogelijke maatregelen. Dit moet volgens de evenwichtige aanpak (of Balanced Approach) van ICAO. Deze aanpak is gericht op:
- Geluidbeperking bij de bron.
- Ruimtelijke ordening en beheer.
- Operationele maatregelen voor de bestrijding van geluidhinder, voor zover die maatregelen de capaciteit van de luchthaven niet beperken.
- Exploitatiebeperkingen.
Een exploitatiebeperking voor geluid mag alleen als andere maatregelen niet voldoende zijn om de doelstellingen uit het actieplan te halen.
Geluidcertificatie van vliegtuigen
De fabrikant moet elk nieuw type vliegtuig volgens internationale voorschriften laten certificeren. Het belangrijkste doel van een geluidcertificaat voor vliegtuigen is om volgens een vaste procedure te bepalen hoeveel geluid nieuwe vliegtuigtypes maken. Dat gebeurt door het geluid onder voorgeschreven omstandigheden te meten tijdens het opstijgen en dalen. De effecten van nieuwe technologie om het geluid te verminderen worden hierbij meegenomen.
Omdat de regelgeving het gebruik van stillere vliegtuigen stimuleert, proberen vliegtuigbouwers bij het ontwerp van vliegtuigen met technologische ontwikkeling ervoor te zorgen dat een vliegtuig minder geluid maakt. Hierdoor neemt ook het geluid rond luchthavens af bij een gelijkblijvend aantal vluchten.
De geluidproductie moet worden aangetoond door geluidmetingen in drie meetpunten:
- Een meetpunt onder het vliegpad, op 6,5 kilometer na de start.
- Een meetpunt onder het vliegpad, op 2 kilometer voor de landing.
- Een meetpunt op 450 meter zijwaarts van het vliegpad, tijdens de start.
Op de drie meetpunten geldt ook een geluidslimiet. De geluidproductie en de geluidslimieten worden uitgedrukt in de internationale maat Effective Perceived Noise Level (EPNL). De EPNL wordt gebruikt bij de productie van een vliegtuig om te bewijzen dat het vliegtuig aan de meest actuele geluidseisen voldoet.
Om binnen een bepaalde geluidscategorie te vallen moet het totaal gemeten geluidniveau (de som van de drie meetwaarden) voldoen aan de geluidslimieten afhankelijk van het maximale startgewicht.
Zwaardere typen vliegtuigen maken meer geluid dan lichtere. Het gewicht wordt uitgedrukt in Maximum Take Off Mass (MTOM) of Maximum Take Off Weight (MTOW). De geluidslimieten zijn de laatste tientallen jaren aangescherpt.
ICAO en (Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart) (Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart) houden een database bij met certificeringsgeluidsniveaus van alle goedgekeurde vliegtuigconfiguraties. Deze database bevat straalvliegtuigen, zware propellervliegtuigen, lichte propellervliegtuigen en helikopters.
Nederlandse wetgeving: besluiten voor luchthavens
De Wet luchtvaart vormt het nationale kader voor de ruimte die de luchtvaart maximaal mag benutten en voor de bescherming van de omgeving tegen vliegtuiggeluid. In deze wet is geregeld dat voor iedere luchthaven een luchthavenbesluit of regeling geldt. Voor Schiphol zijn regels over ruimte voor de luchtvaart en bescherming tegen vliegtuiggeluid vastgelegd in het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) en het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). Voor de overige luchthavens is dat vastgelegd in luchthavenbesluiten (LHB) of een regeling. Luchthavens met een regeling krijgen nog een luchthavenbesluit.
Bescherming tegen vliegtuiggeluid
In de besluiten voor de luchthavens is de bescherming geregeld in de vorm van beperkingen voor het vliegverkeer (handhavingspunten) en beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw. Voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn rondom de luchthavens gebieden vastgesteld waar beperkingen gelden voor het toelaten van geluidgevoelige gebouwen (zoals woningen). Onderstaande tabel geeft een overzicht van de beperkingen zoals die voor de verschillende luchthavens gelden.
| Categorie Luchthavens | Geen nadere afweging nodig | Niet toegelaten behoudens uitzonderingen | Uitzonderingen |
|---|---|---|---|
| Schiphol (LIB) | Buiten de buitengrens LIB 5-gebied. Voor woningbouwlocaties binnen bestaand stedelijk gebied is buiten de grens van het LIB 4-gebied geen afweging nodig. | Binnen LIB 4-gebied. |
|
| Andere burgerluchthaven (Besluit burgerluchthavens) | Buiten 48 Lden-contour, zoals hieronder genoemd. In het gebied binnen de 48 Lden en buiten de 56Lden -contour, zoals hieronder genoemd. Mag maar hoeft de provincie geen beperkingen te stellen. | Binnen 56 Lden, zoals hieronder genoemd. |
|
| Militaire luchthaven (Besluit militaire luchthavens) | Buiten de 35 Ke-contour. | Binnen 35 Ke-contour. |
De regels en grenswaarden voor het vliegverkeer geven de milieugebruiksruimte per luchthaven. De regels en grenswaarden verschillen per luchthaven. Voorbeelden voor de regels en grenswaarden zijn:
- Een maximumaantal vliegtuigbewegingen.
- Regels aan het baan- en luchtruimgebruik.
- Grenswaarden voor de berekende geluidbelasting op jaarbasis.
De berekende geluidbelasting op basis van het feitelijke vliegverkeer wordt met een voorschreven rekenmodel getoetst aan de grenswaarde voor geluid. Deze grenswaarden zijn gebaseerd op berekeningen met hetzelfde rekenmodel. Er zijn geen grenswaarden voor gemeten geluidniveaus.
Handhavingspunten
In de besluiten voor luchthavens staan handhavingspunten voor de geluidbelasting. Deze video legt uit hoe deze handhavingspunten het geluid in de omgeving van een luchthaven beperken.
Video nieuwe regels voor geluidhinder schiphol
Video nieuwe regels voor geluidhinder schiphol
Om een luchthavenbesluit aan te kunnen passen, is meestal een milieu-effectrapportage (mer) of een mer-beoordeling nodig. De effecten van vliegverkeer op de omgeving worden dan in kaart gebracht. Het bevoegd gezag besluit over de aanpassing van luchthavenbesluiten. Voor Schiphol, de regionale luchthavens van nationale betekenis en de militaire luchthavens is de Rijksoverheid bevoegd gezag. Voor de overige luchthavens is de provincie het bevoegd gezag.
Het totale geluid volgens de Omgevingswet
In de omgeving van luchthavens zijn vaak ook andere geluidbronnen, zoals wegverkeer, windturbines of industrie. Geluidcumulatie gaat over het effect dat al het geluid samen heeft op de omgeving. Voor deze situaties staat in de Omgevingswet dat het bevoegd gezag ‘kwalitatief moet motiveren wat aanvaardbaar is voor het geluid van al die bronnen samen’. Binnen een bepaald gebied rondom luchthavens moet ook het vliegtuiggeluid betrokken worden.
Geluidregister
Volgens de Omgevingswet moeten bevoegde gezagen de gegevens van verschillende geluidbronnen aanleveren aan het Geluidregister. In het Geluidregister zijn geluidcontouren voor luchthavens opgenomen. In het register staan berekende contouren vanaf een geluidbelasting van 48 (decibel). Deze geluidbelasting is vastgelegd in de besluiten voor luchthavens. Het zijn niet de contouren van het werkelijke (gemeten) geluid.
Het Geluidregister is onderdeel van de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). Gegevens in het digitale register zijn voor iedereen toegankelijk. De geluidcontouren kunnen gedownload worden.