Hibhaemophilus influenzae type b is een afkorting voor Haemophilus influenzae type B. Dit is een bacterie die mensen ziek kan maken. Mensen kunnen verschillende ziektes krijgen door Hib.

Omdat kinderen worden ingeënt tegen Hib, komt de ziekte in Nederland niet veel meer voor.

De meeste mensen die besmet raken, worden niet ziek.

Als mensen ziek worden, zijn de klachten vaak:

  • verkoudheid,
  • oorontsteking of keelontsteking,
  • ontsteking van de bijholtes (deze holtes zitten links en rechts naast de neus).

Soms zijn de klachten ernstig, zoals:

  • hersenvliesontsteking:
    • koorts,
    • suf,
    • hoofdpijn
    • een pijnlijke en stijve nek, vooral als je het hoofd voorover buigt.
  • longontsteking:
    • hoge koorts,
    • hoesten,
    • benauwd zijn.
  • ontsteking van het strottenklepje (het strottenklepje zit achter in de keel):
    • koorts,
    • niet goed kunnen slikken
    • benauwd zijn.
  • Ontsteking van gewrichten zoals de heup of de schouder:
    • koorts,
    • pijn in het gewricht,
    • niet goed kunnen bewegen.

Als mensen erg ziek worden door Hibhaemophilus influenzae type b, kan dit heel snel gebeuren.

De bacterie zit in de keel van iemand die besmet is. Door hoesten en niezen komen kleine druppeltjes met de bacterie in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet raken.

Iedereen kan Hibhaemophilus influenzae type b krijgen. Heeft er iemand in het gezin Hib? Dan hebben de anderen in het gezin meer kans om ook ziek te worden door Hib.

Sommige mensen hebben meer kans om erg ziek te worden door Hib:

  • mensen zonder milt of met een milt die niet goed werkt,
  • kinderen tot 4 jaar die niet zijn ingeënt tegen Hib of niet alle inentingen hebben gehad,
  • mensen met een minder goede afweer tegen ziektes.

Inenten

Er zijn inentingen om de ziekte te voorkomen. Deze inentingen zijn opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Kinderen krijgen deze inenting op het consultatiebureau als ze 2, 3, 4 en 11 maanden oud zijn.

Medicijnen

Heeft iemand Hibhaemophilus influenzae type b? Dan is het soms nodig om medicijnen te geven aan andere mensen om de ziekte te voorkomen. Bijvoorbeeld in het gezin. De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst bekijkt samen met de arts of dit nodig is.

Als je moet hoesten en niezen:

  • Gebruik een papieren zakdoek. Heb je geen papieren zakdoek bij de hand? Hoest dan in de plooi van je elleboog.
  • Gebruik een zakdoek maar één keer.
  • Gooi de zakdoek na gebruik weg.
  • Was hierna je handen.
  • Het is niet nodig om bij iedereen die hoest of niest uit de buurt te blijven. Houd pasgeboren baby’s wel uit de buurt van hoestende en niezende mensen.

Hibhaemophilus influenzae type b gaat niet vanzelf over. Iemand met Hib krijgt antibiotica. Mensen met een ernstige Hib-infectie worden opgenomen in het ziekenhuis.

Voelt iemand met Hibhaemophilus influenzae type b zich weer goed? Dan kan hij gewoon naar de kinderopvang, school of werk.

Heb je contact gehad met iemand met Hib? Dan kan je gewoon naar de kinderopvang, school of werk. Thuisblijven helpt niet om de ziekte te voorkomen.

Heeft je kind Hib? Vertel het dan aan de pedagogisch medewerker of de leerkracht. Zij kunnen in overleg met de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op de klachten van Hib bij hun kind. Soms zijn extra maatregelen op de kinderopvang of op school nodig.

Heb je meer vragen over Hib?

Vraag het de GGD-afdeling Infectieziekten of de huisarts.