Het RIVM meet continu de hoeveelheid UV ultraviolet (ultraviolet)-straling. Dat doen we om de zonkracht te kunnen berekenen. Op deze pagina leggen we uit wat we dan precies moeten, hoe we dat doen en welke berekeningen er nog voor nodig zijn.

Landelijk meetpunt zonkracht

Het RIVM-meetpunt voor de zonkracht is het landelijke referentiepunt. Elke 10 à 12 minuten wordt door onze meetapparatuur een groot deel van het UV-spectrum van de zon gemeten. Op basis van deze meetgegevens publiceert het RIVM de hele dag automatisch data over zonkracht. De metingen worden ook gebruikt voor langetermijn-trendanalyses van zonkracht.

Metingen

Voor de metingen worden drie opstellingen gebruikt, die alle in Bilthoven staan. Twee hiervan zijn al sinds de jaren ’90 in gebruik. De derde opstelling is in 2020 aangeschaft, zodat een van de oudere opstelling buiten gebruik kan worden genomen. Aan de hand van de metingen wordt de zonkracht berekend en op de website geplaatst.

Model

De UV-straling wordt niet alleen gemeten, maar ook gemodelleerd. In het model gaat het zonlicht (net als in het echt) eerst door een laag van de atmosfeer die ozon bevat. Van iedere golflengte van het spectrum wordt berekend welk percentage de ozonlaag passeert, afhankelijk van de dikte van de ozonlaag op dat moment. Daarna wordt aangenomen dat de overgebleven UV-straling een laag van de atmosfeer passeert waar bewolking kan zijn. Hierdoor wordt nog meer UV weerkaatst of opgenomen. Het model berekent, afhankelijk van de bewolking op dat moment, welk percentage door het wolkendek komt en uiteindelijk de grond bereikt.

Het model heeft hiervoor wel goede waarden nodig die de hoeveelheid ozon en bewolking beschrijven. De dikte van de ozonlaag wordt iedere dag bepaald aan de hand van verschillende meetopstellingen, zowel satellieten als grondopstellingen (zoals van het KNMI). Het effect van bewolking wordt ter plaatse door het RIVM bepaald.