Aan de invoering van een nieuw bevolkingsonderzoek gaat een heel traject vooraf.

Bij de afweging, beslissing en implementatie van bevolkingsonderzoeken zijn verschillende overheidspartijen betrokken.

Minister van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Milieu: eindverantwoordelijk

De minister van VWS is eindverantwoordelijk voor het Nationale Programma Bevolkingsonderzoek en beslist over invoering en eventuele aanpassing van een bevolkingsonderzoek. Een landelijk bevolkingsonderzoek wordt pas ingevoerd of aangepast als het aan de criteria voor verantwoorde screening voldoet en de voordelen opwegen tegen de nadelen. De minister gebruikt hierbij het advies van de Gezondheidsraad (zie hieronder). Ook aspecten als de financiering van het bevolkingsonderzoek spelen een rol bij de beslissing. De minister van VWS bepaalt de randvoorwaarden en geeft, indien nodig, vergunningen af voor de uitvoering van een bevolkingsonderzoek.

Gezondheidsraad: advies

Een enkele maal neemt de Gezondheidsraad zelf het initiatief maar meestal is het de minister van VWS die de Raad verzoekt een advies  uit te brengen. De Gezondheidsraad beoordeelt op basis van wetenschappelijke inzichten of het wenselijk is om een bevolkingsonderzoek in te voeren, uit te breiden of aan te passen. Daarbij kijkt de Gezondheidsraad ook of het nut van een bevolkingsonderzoek opweegt tegen eventuele risico's voor deelnemers.
Om tot haar advies te komen, gebruikt de Gezondheidsraad de criteria van Wilson en Junger en de aanvullende criteria van de WHO. De Raad adviseert over de doelgroep, de te gebruiken screeningstest (aard, afkapwaarde), het aantal screeningsronden, de screeningsfrequentie en de kwaliteitseisen. Ook adviseert zij of voor een bevolkingsonderzoek een WBOWet op het bevolkingsonderzoek-vergunning nodig is.

ZonMwNederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie: proefbevolkingsonderzoek

Soms zijn er nog onvoldoende gegevens om vast te kunnen stellen of een medisch onderzoek aan de criteria voor verantwoorde screening voldoet en landelijk ingevoerd kan worden als bevolkingsonderzoek. Vaak vinden er dan onder auspiciën van ZonMw proefbevolkingsonderzoeken, pilots, aanvullend onderzoek en studies naar kosteneffectiviteit  plaats. De resultaten daarvan worden gebruikt voor een verdere afweging van het wel of niet invoeren van een bevolkingsonderzoek.

RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu/CvBCentrum voor Bevolkingsonderzoek: uitvoeringstoets en implementatie

De minister van VWS geeft het RIVM-Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CvB) de opdracht voor een uitvoeringstoets. De toets beantwoordt de vraag hoe het bevolkingsonderzoek in de praktijk kan worden vormgegeven en onder welke voorwaarden.
Indien de minister van VWS besluit tot invoering, uitbreiding of aanpassing van een bevolkingsonderzoek zal het RIVM/CvB samen met de betrokken partijen de implementatie voorbereiden en uitvoeren. Het RIVM/CvB heeft bij de uitvoering de rol van regisseur. Zie verder onder “Uitvoering”.

IGZInspectie voor de Gezondheidszorg: toezicht na invoering

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft geen rol bij de voorbereiding van het bevolkingsonderzoek. Maar zodra een bevolkingsonderzoek is geïmplementeerd, is het de taak van IGZ om toezicht te houden op de juiste uitvoering van het bevolkingsonderzoek.

Thumbnail

Figuur:
Belangrijkste overheidspartijen betrokken bij de afweging, beslissing, implementatie, uitvoering en toezicht van bevolkingsonderzoeken.

De innovaties in de bevolkingsonderzoeken worden nader toelicht in de film 'Innovaties in bevolkingsonderzoeken, Hoe komen ze tot stand?