De hygiënerichtlijn voor COACentraal Orgaan opvang asielzoekers kleinschalige woonvoorzieningen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (RGO2) is opgesteld in 2019 op basis van de hygiënerichtlijnen voor asielzoekerscentra. Tussentijdse wijzigingen sinds vaststelling staan aangegeven in de Verantwoording.

De reinigingsschema’s bij deze richtlijn kunt u hier downloaden als Word-document. Voor het maken van een checklist of rapport kunt u gebruik maken van de normenlijst.

NB: de hoofdstuk- en paragraafnummering van deze hygiënerichtlijn is gelijk gemaakt aan die van de Hygiënerichtlijn voor asielzoekerscentra. Hoofdstuk 9 en de paragrafen 4.1, 4.7, 4.10, 4.11, 7.3, 10.4 en 10.6 ontbreken daarom in deze richtlijn.

 

1 Inleiding

In deze inleiding staat voor wie de richtlijn is geschreven en wat het doel van de hygiëne-eisen is. Ook wordt er uitgelegd waarom hygiëne belangrijk is. Daarnaast vindt u een leeswijzer als ondersteuning bij het vinden van specifieke informatie. 

Voor wie is deze hygiënerichtlijn?

Deze richtlijn is een hulpmiddel om de hygiëne in kleinschalige woonvoorzieningen (kwv’s) van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COACentraal Orgaan opvang asielzoekers) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) vorm te geven. In deze kwv’s wonen 16 tot 20 jongeren van 15 tot 18 jaar. 

De kwv’s, ook wel RGO2 genoemd, bevinden zich in woonwijken van steden waar een asielzoekserscentrum (azcasielzoekerscentrum) gesitueerd is. Ze bevinden zich dus niet op het terrein van het azc, maar daarbuiten. De kwv’s zijn gericht op minderjarige jongeren die zonder ouders of voogd in Nederland zijn aangekomen en nog geen statushouder zijn. Op de kwv’s is 24/7 uur COA-begeleiding aanwezig. 

(Amv-opvang op COA-terrein zijn de zgnzogenaamde. RGO1 en worden door de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst geïnspecteerd m.b.v. de reguliere COA-checklist)

In de eerste plaats is deze richtlijn geschreven voor de COA-managers bijzondere opvang van de kwv’s voor amv, omdat zij direct verantwoordelijk zijn voor een goede hygiëne binnen de woonvoorziening. Als ondersteuning voor de managers zijn kant-en-klare instructies opgenomen voor de woonbegeleiders van de jongeren. 

Wat is het doel van deze richtlijn?

Deze richtlijn geeft een overzicht van de hygiëne-eisen waar kwv’s voor amv aan moeten voldoen. U vindt in dit document zowel richtlijnen over de bouw, inrichting en schoonmaak als richtlijnen die direct te maken hebben met de hygiënische uitvoering van handelingen zoals dierplaagbeheersing, legionellapreventie en de verwerking van huishoudelijk afval.

In deze richtlijn worden amv aangeduid als ‘bewoners’ of ‘jongeren’. Zij lopen een groter infectierisico dan de gemiddelde burger en zijn risicovormers voor de overdracht van infectieziekten.

Dit komt doordat zij:

  • vaak afkomstig zijn uit landen waar specifieke infectieziekten (endemisch) voorkomen; 
  • soms niet (volledig) gevaccineerd zijn; 
  • soms een verminderde weerstand hebben; 
  • vaak relatief dicht op elkaar leven; 
  • veel gebruikmaken van dezelfde ruimtes en materialen; 
  • snel en regelmatig verplaatsen tussen verschillende opvangcentra; 
  • verschillen in opvattingen over hygiëne. 

Bewoners verblijven in de kwv onder verantwoordelijkheid van COA. Het is de taak van de organisatie om het infectierisico tijdens hun verblijf zo klein mogelijk te maken. Een goed hygiënebeleid is hiervoor nodig. 

Hygiëne en ziekteverwekkers

Een goede hygiëne voorkomt de verspreiding van micro-organismen. Voorbeelden van micro-organismen zijn bacteriën, virussen en schimmels. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, in lichaamsvloeistoffen zoals bloed en sperma, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige kunnen ziekten veroorzaken.

Door contact tussen mensen kunnen deze ziekteverwekkers zich van de ene mens naar de andere verspreiden. Als ze zich vervolgens in het lichaam vermenigvuldigen, kan iemand ziek worden. Zulke ziektes noemen we infectieziekten.

Of een besmetting uitgroeit tot een infectie, heeft met verschillende dingen te maken:

  • de hoeveelheid ziekteverwekker waarmee iemand besmet is;
  • hoe gemakkelijk de ziekteverwekker mensen ziek maakt;
  • iemands lichamelijke conditie. De een wordt ziek, de ander voelt zich niet lekker en een derde heeft nergens last van.

Hoe verspreiden ziekteverwekkers zich?

Ziekteverwekkers verspreiden zich onder andere op de volgende manieren:

  • via de handen;
  • door de lucht (via druppels door hoesten, huidschilfers of stof);
  • via voedsel en water;
  • via voorwerpen (onder andere via brancard of deurklink);
  • via lichaamsvloeistoffen (bloed, ontlasting, braaksel, speeksel enzovoorts);
  • via dieren (huisdieren en insecten).

Hygiëne voorkomt ziekte

Infectierisico’s beperkt u in de eerste plaats door een goede hygiëne. Alle regels in deze richtlijn hebben hiermee te maken.

De basis van hygiëne: 

  • Maak schoon wat vuil is of gooi het weg.
  • Je kunt niet altijd aan de buitenkant beoordelen of iets vuil of schoon is.
  • Alles begint en eindigt met handhygiëne.

Leeswijzer

Elk hoofdstuk begint met een korte inleidende tekst. Hierin leest u waarom het onderwerp belangrijk is. Daarna volgt een opsomming van de hygiënenormen, eventueel gevolgd door tips.

Hygiënenormen

  • De hygiënenormen staan in een geel kader. Dit zijn de minimale eisen waaraan een goed hygiënebeleid moet voldoen. U mag hier alleen van afwijken als u een vergelijkbaar of beter alternatief toepast. Beargumenteer deze afwijking dan in uw hygiënebeleid. 

Tips

  • Tips herkent u aan de schuingedrukte tekst in een grijs kader. Deze punten zijn vrijblijvend. Maar als u de tips opvolgt, werkt u hygiënischer.

In hoofdstuk 10 vindt u schoonmaakschema’s, instructies voor handhygiëne en overige instructies. De schoonmaakschema’s kunt u downloaden als Word-document; ze zijn zoveel mogelijk op losse pagina’s geplaatst, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten en ophangen. De instructies handhygiëne kunt u downloaden als PDFPortable Document Format. Een begrippenlijst en een bronnenlijst zijn eveneens opgenomen als bijlagen.

2 Algemene informatie hygiënisch handelen

In dit hoofdstuk vindt u algemene informatie over hygiënisch handelen. Specifieke informatie over schoonmaken en desinfecteren staat in hoofdstuk 3.

Voor een optimale hygiëne is het niet alleen belangrijk dat de woonbegeleiders weten hoe ze moeten werken, maar ook waarom dat belangrijk is. Kijk voor meer informatie over infectieziekten op lci.rivm.nl.

2.1 Persoonlijke hygiëne van medewerkers

Woonbegeleiders en jongeren hebben veel contact met elkaar. Hierbij kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijk verspreiden via de handen, kleding en gedeelde materialen. Een goede persoonlijke hygiëne verkleint het infectierisico. Hieronder vindt u de eisen aan de persoonlijke hygiëne van medewerkers; de eisen voor bewoners vindt u in hoofdstuk 5.

Hygiënenormen

  • Zorg dat de medewerkers goed weten hoe infectieziekten worden overgebracht én wat ze hier tegen kunnen doen.

Handhygiëne

Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Er zijn twee manieren waarop u handhygiëne kunt toepassen. Door de handen te wassen met water en zeep of door de handen te desinfecteren met een hand desinfecterend middel.

Hygiënenormen

  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als uw handen zichtbaar vuil zijn.
    Gebruik géén handdesinfecterend middel; door zichtbaar vuil vermindert de werking.
  • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan kunt u kiezen of u uw handen wast óf desinfecteert.
    Voor goede handhygiëne is het voldoende als u alleen wast of desinfecteert. Doe het dus niet beide, direct na elkaar; uw huid droogt dan meer uit en beschadigt sneller.
  • Was of desinfecteer uw handen volgens de instructie in paragraaf 10.2.
    Op de website van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu vindt u een instructiefilmpje.
  • Pas handhygiëne toe:
    • als uw handen zichtbaar vuil zijn (gebruik dan alleen zeep en water);
    • na een toiletbezoek;
    • voor en na het bereiden of serveren van eten;
    • voor het begin van de werkzaamheden en na pauzes;
    • voor en na schoonheidsbehandelingen;
    • voor en na wondverzorging;
    • na contact met lichaamsvocht zoals bloed, wondvocht, speeksel, braaksel, urine, ontlasting of sperma;
    • na schoonmaakwerkzaamheden;
    • na het uittrekken van handschoenen;
    • na hoesten, niezen of het snuiten van de neus.
      Dit is ook belangrijk als u een zakdoek hebt gebruikt. Ziekteverwekkers kunnen namelijk via de zakdoek op uw handen komen.
  • Gebruik alleen handdesinfecterende middelen die zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides. Zie paragraaf 10.8.

Na het wassen en desinfecteren kunnen uw handen droog aanvoelen. U kunt dan een handcrème gebruiken. Gebruikt u handcrème? Gebruik dan bij voorkeur een persoonsgebonden tube. Is er een gezamenlijke pot crème? Neem de crème dan met een spatel uit de pot. Zo voorkomt u dat uw handen de crème besmetten met micro-organismen.

(Dienst)kleding en beschermende middelen voor medewerkers

Om het infectierisico te verkleinen, moeten de woonbegeleiders in sommige gevallen persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn schorten en handschoenen. Geef medewerkers de volgende instructies:

Hygiënenormen

  • Trek dagelijks schone (dienst)kleding aan. Trek ook schone kleding aan als de kleding zichtbaar vervuild is met lichaamsvloeistoffen.
  • Zorg dat uw kleding schoon is en u de mouwen kunt oprollen; vervang deze bij zichtbare vervuiling;
  • Draag tijdens verzorgende handelingen geen shawls, vesten of andere belemmerende accessoires over de dienstkleding.
  • Draag beschermende kleding, zoals een plastic schort of overalls, als u in contact kunt komen met lichaamsvloeistoffen.

Tips

  • Zorg voor kleine voorraad van FFP-2 mondneusmaskers voor het geval er bij een bewoner (een vermoeden van) TBCtuberculose geconstateerd is. De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst zal aangeven wanneer dit van toepassing is.

Het dragen van handschoenen is vereist in situaties met een verhoogde kans op besmetting. Denk aan het aanraken van vuile kleding of het schoonmaken van ruimtes. Geef de volgende instructies:

Hygiënenormen

  • Draag handschoenen wanneer uw handen in aanraking kunnen komen met lichaamsvloeistoffen. Dit is bijvoorbeeld bij:
    • het sorteren van de vuile was;
    • het schoonmaken of desinfecteren van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op zitten;
    • wondverzorging.
  • Gebruik in bovenstaande gevallen alleen handschoenen:
    • die gemaakt zijn van poedervrije latex of nitril;
    • die voldoen aan de NENNederlandse norm normen EN 420, EN 455 en EN 374 - deze EN 455 en EN 374 normen moeten op de verpakking zichtbaar zijn;
    • uit een verpakking voorzien van het CEConformité Européenne-logo;
      logo CE-markering
    • uit een verpakking waarop de naam en het adres van de producent staat - als dit geen adres binnen de EUEuropean Union is, moet ook de naam en het adres van de EU- vertegenwoordiger vermeld zijn.
  • Gebruik handschoenen eenmalig en verwissel deze per bewoner. Trek handschoenen na gebruik direct binnenstebuiten uit en gooi ze weg.

Tips

  • Heeft u een latexallergie type I of vermoedt u dat u allergisch bent? Gebruik dan nitril. Raadpleeg bij twijfel uw arts.
  • Raak zo min mogelijk deurknoppen, telefoons en andere apparaten en materialen aan wanneer u handschoenen draagt. Dit om besmetting van de handschoenen en/of omgeving te voorkomen.
  • Draag geen ringen (of andere sieraden) onder handschoenen.

2.2 Wasgoed

Vuile was kan besmet zijn met ziekteverwekkers. In het kwv wassen de jongeren hun eigen was. Geef hen en de woonbegeleiders de volgende instructies mee bij het wassen.

Hygiënenormen

  • Houd schone was gescheiden van vuile was. Sla het niet in dezelfde ruimte op. Bescherm schone was tegen vocht, vuil en ongewenste dieren.
  • Draag handschoenen bij het sorteren van de vuile was indien was van meerdere personen gesorteerd moet worden. Verzamel en verplaats vuile was in een gesloten wasmand of zak. Gebruik alleen schone, vochtwerende en afsluitbare waszakken die gemaakt zijn van een stevig (wegwerp)materiaal.
  • Let op de volgende regels:
    • Was vuil wasgoed dagelijks.
    • Was volgens wasvoorschrift. Gebruik geen verkorte wasprogramma’s.
    • Was met bloed bevuild linnengoed op 60 °C (of minimaal 40 ºC en droog het wasgoed in een droogtrommel).

Tips

2.3 Huishoudelijk afval

Afval kan een bron van ziektekiemen zijn. Bovendien trekt afval ongewenste dieren aan. Daarom moet de opslag en afvoer van afval aan bepaalde eisen voldoen. Deze paragraaf gaat over huishoudelijk afval. Hoe u met scherp afval zoals naalden moet omgaan, staat in paragraaf 7.5. Zie het beleid van uw instelling voor de eisen aan overig afval, zoals klein chemisch afval.

Huishoudelijk afval is het afval dat dagelijks in de kwv wordt geproduceerd, met uitzondering van grofvuil, bouw- en sloopafval en klein gevaarlijk afval. Denk bijvoorbeeld aan etensresten, oud papier en verpakkingsmaterialen.

Hygiënenormen

  • Leeg afvalemmers minstens één keer per dag. Sluit de zakken goed en bewaar ze in gesloten rolcontainers. Stal deze containers niet in een ruimte waar ook schone materialen staan opgeslagen.
  • Verschoon damesverbandcontainers in de meisjestoiletten dagelijks.
  • Verzamel etensresten direct na het gebruik van maaltijden in afsluitbare afvalbakken.
  • Houd de opslagplaats schoon, zodat er geen ratten of andere ongewenste dieren op afkomen. Plaats geen afval naast afvalcontainers. Houd containers gesloten en zorg dat het afval minimaal één keer per week en vóórdat een container vol is wordt opgehaald.

Tips

  • Zorg voor voldoende afvalbakken en leeg deze op tijd.

2.4 Dierplaagbeheersing

Ratten, muizen, duiven en kakkerlakken zijn voorbeelden van dieren die niet alleen overlast en schade geven, maar ook infectieziekten kunnen overdragen of allergieën veroorzaken. Om de begeleiders en de jongeren in kwv’s hiertegen te beschermen, is een goede dierplaagbeheersing nodig. Hierbij moet de beheersing zich in de eerste plaats richten op het voorkómen van dierplagen door wering, en pas in de tweede plaats op bestrijding. Deze benadering van dierplaagbeheersing wordt ook wel Integrated Pest Management (IPM) genoemd.

Maatregelen om ongewenste dieren te weren richten zich op het voorkomen of beperken van:

  • plekken waar deze ongewenste dieren kunnen binnenkomen, schuilen of nestelen;
  • de aanwezigheid van water en voedsel(resten).

Deze maatregelen zijn onder te verdelen in technisch-bouwkundige, hygiënische en bedrijfsmatige maatregelen. Technisch-bouwkundige maatregelen zijn bijvoorbeeld horren plaatsen, kieren en gaten dichten en wild struikgewas (waar dieren in kunnen schuilen) rondom het gebouw verwijderen. Een goede schoonmaak en het bewaren van eten in afsluitbare bakken of potten zijn voorbeelden van hygiënische maatregelen. Onder bedrijfsmatige maatregelen valt onder andere het controleren van binnenkomende producten op (sporen van) ongewenste dieren.

Hygiënenormen

  • Beheers dierplagen op de kwv volgens de IPM-benadering. Schakel zo nodig hulp in van een dierplaagbeheerser die volgens deze methode werkt.
  • Stel een dierplaagbeheersplan op.
  • Evalueer minimaal jaarlijks of de maatregelen uit uw dierplaagbeheersplan nog worden uitgevoerd en effectief zijn.
  • Houd de getroffen maatregelen bij in een logboek.
  • Schakel bij overlast een deskundige dierplaagbeheerser in. Gebruik zelf geen bestrijdingsmiddelen.
  • Verwijder een teek direct met behulp van een zgnzogenaamde. tekenpen.
    Zie voor info de RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu app Tekenbeet of webpagina Verwijderen van een teek met instructiefilmpje.

2.5 Binnenmilieu

Het binnenmilieu wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Bijvoorbeeld de temperatuur, de luchtvochtigheid en de mate van ventilatie. Een gezond binnenmilieu vermindert de kans op hoofdpijn, concentratieproblemen, slaperigheid, allergieën, infecties en andere lichamelijke klachten. Bovendien groeien huisstofmijten en schimmels minder snel in een droge omgeving.

In deze paragraaf vindt u maatregelen die bijdragen aan een gezond binnenmilieu in de kwv.

Tips

  • Twijfelt u over de kwaliteit van het binnenmilieu omdat er bijvoorbeeld schimmelvorming zichtbaar is of hebben mensen klachten die veroorzaakt kunnen worden door een ongezond binnenmilieu? Neem contact op met de technisch hygiëne adviseur van uw lokale GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst.

Luchten en ventileren

Door goed te luchten en ventileren wordt de lucht schoner en worden vervuilingen zoals ziekteverwekkers afgevoerd naar buiten.

Bij ventileren komt voortdurend verse buitenlucht binnen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door ventilatieroosters open te houden. Of misschien heeft het kwv mechanische ventilatie. Hierbij wordt actief lucht weggezogen uit het pand, waardoor verse buitenlucht via ventilatieroosters of -ventielen naar binnen stroomt. Een mechanisch ventilatiesysteem werkt alleen goed als de ventielen en filters regelmatig worden schoongemaakt en er elke vijf jaar onderhoud aan de kanalen plaatsvindt. Zie het schoonmaakschema in paragraaf 10.1.

Luchten is het korte tijd (ongeveer tien minuten) openzetten van alle ramen en deuren in de ruimte. Hierdoor worden vervuilingen en vocht in de lucht snel afgevoerd naar buiten. Luchten is vooral belangrijk tijdens en na:

  • drogen van de was;
  • koken;
  • douchen;
  • een ongewoon groot aantal mensen in de kwv;
  • klussen in het pand (bijvoorbeeld zagen en verven).

Luchten is geen vervanging voor ventilatie; beide zijn belangrijk.

Hygiënenormen

  • Zorg voor een goed werkend ventilatiesysteem. Ventileer alle ruimtes 24 uur per dag.
  • Lucht minstens één keer per dag alle ruimtes.
  • Heeft u een mechanisch ventilatiesysteem? Zorg voor een onderhoudscontract op locatieniveau. Zie ook het schoonmaakschema in paragraaf 10.1.

Tips

  • In het Bouwbesluit 2012 vindt u de eisen aan ventilatievoorschriften. Maar omdat deze eisen een minimum zijn, is het aan te raden om meer te ventileren dan dit minimumniveau.
  • Pas dwarsventilatie toe: zorg dat buitenlucht via twee tegenover elkaar geplaatste ventilatieopeningen binnenkomt, zoals ramen, deuren of roosters.

Temperatuur- en vochtbalans

Naast luchten en ventileren is de temperatuur in de kwv van invloed op de kwaliteit van het binnenmilieu. Een temperatuur van 15 °C of lager bevordert condensvorming, waardoor schimmels en huisstofmijten makkelijker groeien. Bij te hoge temperaturen in het pand kunnen mensen uitdrogingsverschijnselen krijgen.

Tips

  • Stel de temperatuur overdag in op ongeveer 20 °C.
  • Voorkom dat de temperatuur lager dan 15 °C wordt.

Rookbeleid

Bij verbranding van tabak ontstaat veel rook. Rook bestaat uit gassen en vaste deeltjes microstof, een mengsel van honderden verschillende schadelijke stoffen. Deze stoffen hebben een nadelige invloed op de luchtwegen en de longen van zowel de roker als die van de meeroker. Kwv’s zijn rookvrije gebouwen.

2.6 Legionellapreventie

Voor leidingwaterinstallaties van asielzoekerscentra zoals amv-woonvoorzieningen is legionellapreventie verplicht. Voor meer informatie, zie Rijksoverheid.

Hygiënenormen

  • Voer legionellapreventie uit bij waterinstallaties waar legionellapreventie verplicht is.

3 Schoonmaken en desinfecteren

In vuil en stof kunnen ziekteverwekkers zitten. Door schoon te maken, haalt u ook veel ziekteverwekkers weg. Hierdoor verkleint u de kans op ziekte.

Er is een verschil tussen schoonmaken en desinfecteren. Schoonmaken is stof en vuil verwijderen, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen. Zo raakt u ook de meeste ziekteverwekkers in het stof of vuil kwijt. Maar om bijvoorbeeld ziekteverwekkers in bloedvlekken weg te krijgen moet u na het schoonmaken óók desinfecteren. Door te desinfecteren, doodt u de overgebleven ziekteverwekkers tot een aanvaardbaar niveau.

3.1 Schoonmaakregels en -technieken

In de kwv’s maken de jongeren zelf schoon. Alleen de kantoorruimtes worden schoongemaakt door een extern bedrijf. Meer informatie over het schoonmaken door de jongeren staat in hoofdstuk 5.

Er komt veel kijken bij een goede schoonmaak. Als er verkeerd wordt schoongemaakt, kunnen er ziekteverwekkers achterblijven of zelfs verspreid worden.

Hygiënenormen

  • De manager is eindverantwoordelijk voor de schoonmaak in het hele pand.
  • Geef iedereen die schoonmaakt instructie over de manier van schoonmaken en de middelen die ze hiervoor moeten gebruiken.

Er komt veel kijken bij een goede schoonmaak. Als er verkeerd wordt schoongemaakt, kunnen er ziekteverwekkers achterblijven of zelfs verspreid worden.

Hygiënenormen

  • Maak een emmer met handwarm sopwater klaar.
    Zo lost het schoonmaakmiddel goed op.
  • Of gebruik kant-en-klare spuitflacon allesreiniger in combinatie met een (wegwerp)doek.
  • Maak eerst ‘droog’ (afstoffen, stofzuigen) schoon en daarna ‘nat’ (vochtig doekje, stomen, dweilen).
  • Maak schoon van ‘schoon’ naar ‘vuil’ en van ‘hoog’ naar ‘laag’.
  • Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht, zoals een allesreiniger.
  • Gebruik de middelen volgens de instructies op de verpakking.
  • Meng schoonmaakmiddelen nooit met andere middelen.
    Mengen geeft risico op giftige gassen, verlaagde kwaliteit en slechter resultaat.
  • Draag handschoenen bij het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op (kunnen) zitten. Kan uw kleding bij het schoonmaken in contact kan komen met lichaamsvloeistoffen? Draag dan ook een wegwerpschort. Gooi de handschoenen en het schort weg na het schoonmaken.

Tips

  • Let tijdens het schoonmaken vooral op plekken (de zgnzogenaamde. handcontactpunten) en voorwerpen die mensen veel aanraken, zoals kranen, lichtschakelaars, deurklinken en doorspoelknoppen.

3.2 Omgaan schoonmaakmaterialen en -middelen

Schoonmaakmaterialen moeten ook goed schoongemaakt, gedroogd en opgeruimd worden. In paragraaf 10.1 vindt u ook een specifiek schoonmaakschema voor de schoonmaakmaterialen.

Hygiënenormen

  • Gebruik dagelijks schone materialen.
  • Vervang schoonmaakmaterialen en sopwater als deze zichtbaar vuil zijn. Maak voor de keuken en het sanitair altijd een schoon sopje.
  • Gebruik bij het dweilen verschillende emmers (bijvoorbeeld met aparte kleuren) voor schoon en vuil sopwater. Maak de dweil of mop nat in de emmer met schoon sop, en spoel hem uit in de andere.
    Zo blijft sopwater langer schoon.
  • Was schoonmaakmaterialen zoals moppen en doeken na gebruik op 60 °C. Laat ze daarna drogen, aan de lucht of in een wasdroger. Of gebruik wegwerpmaterialen en gooi deze direct na gebruik weg.
  • Maak schoonmaakmaterialen die niet in de wasmachine kunnen en niet weggegooid worden, zoals emmers en trekkers, na gebruik schoon en spoel ze af met water. Maak de materialen daarna handmatig droog, laat ze drogen op een schone ondergrond of hang ze op om te drogen (trekkers). Laat natte schoonmaakmaterialen na gebruik nooit in emmers achter, om te voorkomen dat ziekteverwekkers uitgroeien.
  • Zijn de schoonmaakmaterialen die handmatig worden gereinigd, gebruikt bij het opruimen van bloed of andere lichaamsvloeistoffen met zichtbare bloedsporen? Dan moeten ze nadat ze zijn schoongemaakt ook worden gedesinfecteerd (zie paragraaf 3.4)
  • Vervang het filter van de stofzuiger zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
  • Berg schoonmaakmaterialen en -middelen op in een opslagruimte.
  • Gebruik microvezeldoekjes volgens de werkwijze beschreven in paragraaf 10.3.

Tips

  • Gebruik zoveel mogelijk wegwerpmaterialen.
  • Spuit een oplossing van allesreiniger en water (in een fles of plantenspuit) op (wegwerp)doekjes voor het schoonmaken van bijvoorbeeld materialen. Leeg deze flessen dagelijks, spoel om en laat drogen.

3.3 Schoonmaakschema’s gebruiken

Een schoonmaakschema voorkomt dat onderdelen worden overgeslagen.

Hygiënenormen

  • Werk volgens een schoonmaakschema. Beschrijf hierin hoe vaak elk onderdeel schoongemaakt moet worden en op welke manier. De schoonmaakschema’s in paragraaf 10.1 kunt u als basis gebruiken.
    U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

Tips

  • Houd een logboek bij en vink de schoonmaakwerkzaamheden af. Hierdoor ziet u snel wat er nog moet gebeuren. Dit is vooral handig als er door meerdere personen wordt schoongemaakt.
  • Wordt de schoonmaak door meerdere partijen uitgevoerd? Bijvoorbeeld door een extern schoonmaakbedrijf, de jongeren en begeleiders? Stel dan voor elke partij eigen schoonmaakschema’s op. Zo zijn de verantwoordelijkheden voor iedereen duidelijk.

3.4 Desinfecteren

In sommige gevallen is het schoonmaken van voorwerpen en oppervlakken onvoldoende en moet er na het schoonmaken ook worden gedesinfecteerd. Desinfectie is nodig wanneer een oppervlak of voorwerp vervuild is met bloed, en bij sommige infectieziekten. Hierbij gelden de volgende algemene regels:

Hygiënenormen

  • Desinfecteer een oppervlak of voorwerp als er bloed of een andere lichaamsvloeistof met zichtbare bloedsporen op zit. Dit geldt ook als het bloed er al lang op zit; ook in oud bloed kunnen ziekteverwekkers overleven.
  • Is er in de kwv een ongewoon aantal personen met een (vermoedelijke) infectieziekte? Desinfecteer dan alleen als dit door een arts of uw GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst wordt geadviseerd.
  • Let op: desinfecteer alleen als er éérst is schoongemaakt. Desinfecterende middelen werken onvoldoende als iets nog vuil of stoffig is.
  • Draag bij het desinfecteren altijd wegwerphandschoenen en was de handen na afloop met water en zeep. Draag ook een beschermend schort als uw kleding vervuild kan raken met het bloed.
  • Desinfecteer alleen met middelen die zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.
    Zie paragraaf 10.8 voor meer informatie.
  • Meng een desinfecterend middel nooit met andere (schoonmaak)middelen. Bij het mengen kunnen giftige stoffen ontstaan.

Daarnaast is desinfectie nodig bij bepaalde infectieziekten. Dit zal dan worden aangegeven door een arts infectieziekten of deskundige infectiepreventie.

Voor meer informatie over de toegelaten desinfecterende middelen, zie paragraaf 10.8.

4 Bouw en inrichting

In dit hoofdstuk vindt u de eisen aan de bouw en inrichting die nodig zijn om een goede persoonlijke hygiëne, schoonmaak en hygiënische omgang met materialen, producten en afval mogelijk te maken. Voor elk type ruimte in de kwv vindt u hieronder een paragraaf met de hygiëne-eisen.

NB: de paragrafen 4.1 en 4.7 (en 4.10 en 4.11) van de Hygiënerichtlijn voor asielzoekerscentra zijn in deze richtlijn niet van toepassing. In de paragaafnummering worden 4.1 en 4.7 daarom overgeslagen.

4.2 Algemene eisen

Alle ruimtes in een kwv moeten veilig en goed schoon te maken zijn. Infectieziekten worden gemakkelijk overgedragen wanneer bewoners te dicht op elkaar zitten. Houdt u aan de algemene eisen tijdens de bouw en inrichting van het kwv.

Hygiënenormen

  • Maak wanden, vloeren en plafonds van een glad, niet-absorberend materiaal dat goed schoon te maken is.
  • Plaats alleen deuren die gemaakt zijn van een materiaal dat goed schoon te maken is én goed bij te werken is.
  • Plaats in elke ruimte een afvalemmer met plastic zak. Leeg de afvalemmer tijdig.
  • Zorg voor goede verlichting om bij schoon te maken.
  • Richt ruimtes zo in dat degene die schoonmaken overal bij kunnen. Voorkom moeilijk bereikbare hoeken en oppervlakken.
  • Heeft u geen kamerthermostaat? Plaats dan thermostaatknoppen op radiators.
  • Zorg dat een eventuele buitenruimte goed te onderhouden en afgewerkt is.

Tips

  • Zijn er verbouwingen of onderhoudswerkzaamheden nodig? Schakel een professioneel bedrijf in zodat werkzaamheden goed en zorgvuldig worden uitgevoerd.

De jongeren in het kwv spreken of begrijpen niet allemaal dezelfde taal. Hierdoor is het moeilijk om schriftelijk informatie te geven. Maak daarom gebruik van pictogrammen. Op www.goviralgo.nl vindt u bruikbare pictogrammen en posters over hygiëne in verschillende talen. U kunt deze posters en pictogrammen voor uw kwv gebruiken.

Tips

  • Maak gebruik van pictogrammen. Zorg dat de pictogrammen op een goed zichtbare plek hangen.

4.3 Privévertrek / slaapkamer

Slaapkamers zijn voor jongens en meisjes gescheiden: maximaal 2 personen per slaapkamer. Indeling volgens AMV PvEProductschappen Vee, Vlees & Eieren COACentraal Orgaan opvang asielzoekers: 1 slaapkamer voor één persoon, tien slaapkamers voor 2 personen (minimaal 11 m²).

Een woonbegeleider controleert de slaapkamers van de jongeren minimaal 4 keer per jaar op de volgende eisen:

Hygiënenormen

  • Zorg dat matrashoezen met water afneembaar zijn en de hoofdkussens van wasbaar materiaal zijn.
  • Zorg dat het bedframe van een glad, vrijwel onbeschadigd materiaal is. Er mogen wel krasjes op het bed zitten, maar geen roestplekken; dit belemmert een goede schoonmaak.
  • Bij wisseling van bewoners worden matras en kussen gereinigd.

4.4 Toiletten

Iedereen die van het toilet gebruikmaakt, moet de handen kunnen wassen. Daarnaast moet de toiletruimte goed schoon te maken zijn. Dat gaat alleen als muren en vloeren glad zijn en er geen vocht in kan doordringen. Vocht is namelijk een goede voedingsbodem voor ziekteverwekkers.

Hygiënenormen

  • Zorg voor minimaal 3 toiletten per kwv.
  • Zorg dat de vloer en de wanden tot een hoogte waar urine tegenaan kan spatten, geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk schoon te maken zijn.
  • Zorg voor een wastafel met stromend water, een zeepdispenser, afvalbak en handdoekjes. Gebruik bij voorkeur wegwerphanddoekjes.
  • Plaats speciale containers voor maandverband en tampons in de meisjestoiletten.
  • Vervang beschadigde toiletten direct.
  • De toiletten moeten van binnenuit afgesloten kunnen worden in verband met privacy.

4.5 Douche / badkamer

Omdat douches/badkamers heel vochtig zijn, groeien schimmels en andere micro-organismen er relatief makkelijk. Bewoners kunnen bijvoorbeeld voetschimmel oplopen. Houdt u bij de bouw en inrichting daarom aan de hygiëne-eisen:

Hygiënenormen

  • Zorg voor minimaal 4 douches/badkamers per kwv.
  • Zorg dat de vloer en de wanden tot een hoogte waar water tegenaan spat, geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk schoon te maken zijn. Het materiaal op de rest van de muren en het plafond moet goed bestand zijn tegen water en waterdamp en kan eventueel gedesinfecteerd worden.
  • Plaats een afneembaar rooster met een stankafsluiter op het afvoerputje.
  • Plaats bij elke douchevoorziening in de directe nabijheid een afvalbak.
  • De douches moeten van binnenuit afgesloten kunnen worden in verband met privacy.

4.6 Keukens

Een kwv heeft minimaal twee keukens. Eén keuken kan, mits de situatie zich voordoet, gesitueerd zijn in de woonkamer [= pantry]. Zorg ervoor dat de jongeren instructies krijgen over het gebruik van materialen.

Hygiënenormen

  • Zorg voor een vloer die goed schoon te maken, splintervrij en stroef is.
  • Zorg dat de wand boven het aanrechtblad van een glad materiaal is tot een hoogte waar water en etenswaren tegenaan spatten. Zo is de wand makkelijk schoon te maken.
  • Zorg dat oppervlakken die met eet- en drinkwaren in contact (kunnen) komen van een glad, afwasbaar en moeilijk te beschadigen materiaal zijn gemaakt.
  • Zorg voor een wastafel met stromend water, een zeepdispenser en wegwerphanddoekjes.
  • Plaats onbeschadigde en goed schoon te maken keukenapparaten en zorg dat die niet in de weg staan tijdens het schoonmaken.
  • Zorg dat er voorzieningen zijn voor het schoonmaken van eten, losse keukenmaterialen en gereedschappen.
  • De volgende keukenapparatuur moet aanwezig zijn:
    • afzuigkap;
    • koelkast (met vriesvak of);
    • vrieskist/-kast.
  • Zorg voor kastruimte, zoals afsluitbare onder- en bovenkastjes waar de jongeren losse keukenmaterialen en etenswaren kunnen opbergen.
  • Zorg voor voldoende verlichting.

Tips

  • Vervang de filters van de afzuigkap regelmatig.
  • Houd bij aanschaf van afzuigapparatuur en ventilatoren rekening met intensief gebruik.

4.8 Opslagruimte / inpandige berging

Op een kwv zijn minimaal twee opslagruimtes/ inpandige bergingen aanwezig.

Zorg voor een aparte opslagruimte waar schoonmaakmiddelen en -materiaal opgeborgen kan worden. Zo worden vuile en gevaarlijke stoffen of giftige materialen gescheiden van voedingsmiddelen.

Hygiënenormen

  • Maak een ophangsysteem zodat bezems, trekkers en andere materialen niet op de vloer staan.
    Op deze manier kunnen ze beter drogen.
  • Plaats een uitstortgootsteen waar vuil water wordt ververst en materialen gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt.

Tips

  • Zorg dat de jongeren niet bij de opslagruimte kunnen.
  • Zorg voor een wastafel met stromend water, een zeepdispenser en wegwerphanddoekjes.
  • Plaats gevaarlijke schoonmaakmiddelen in lekbakken.

4.9 Wasruimtes

Op een kwv moeten minimaal twee wasruimtes aanwezig zijn. [= ruimte voor wasmachine en droger] Zie paragraaf 2.2 voor het hygiënisch omgaan met wasgoed.

Hygiënenormen

  • Zorg dat de vloer en de wanden geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk schoon te maken zijn.
  • Zorg voor ventilatie of plaats ramen die geopend kunnen worden.

5 Hygiëne van de jongeren

In de voorgaande hoofdstukken zijn maatregelen beschreven die u en uw medewerkers kunnen nemen om het infectierisico te verkleinen. Maar de jongeren in de kwv kunnen hier ook aan bijdragen. Bijvoorbeeld door zich regelmatig te wassen en geen kleding en spullen met elkaar te delen. Daarom is het belangrijk dat het hygiënisch bewustzijn van de jongeren wordt vergroot.

5.1 Hygiënevoorlichting

Wanneer de jongeren seksueel contact hebben, is het van belang dat het op een veilige manier gebeurt. Door middel van folders en mondelinge voorlichting worden de jongeren geïnformeerd over veilige seks.

Hygiënenormen

  • Informeer de jongeren over de manier waarop infectieziekten worden overgebracht. Verstrek foldermateriaal of geef mondelinge informatie in verschillende talen. Informatie is beschikbaar op zanzu.nl.
  • Zorg dat de jongeren gebruik maken van persoonsgebonden toiletartikelen, zoals een kam, zeep, handdoeken, washandjes, een tandenborstel, tandpasta, scheerbenodigdheden en een nagelknipper.
  • Informeer de jongeren over het belang van veilige seks. Gebruik hiervoor informatie op zanzu.nl en verwijs de jongeren naar deze site.

Tips

  • Zorg dat er op een centrale en toegankelijke plek voorbehoedsmiddelen ter beschikking zijn.
  • Op de website www.goviralgo.nl vindt u instructiefilmpjes en posters in verschillende talen over hygiëne. Gebruik deze filmpjes en posters op uw locatie om de jongeren voor te lichten.

Door het contact tussen de jongeren onderling en tussen de jongeren en woonbegeleiders kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijk verspreiden via de handen, kleding en gedeelde spullen. Stimuleer daarom een goede persoonlijke hygiëne bij de jongeren:

Hygiënenormen

  • Was je handen:
    • na elk toiletbezoek;
    • na contact met lichaamsvocht zoals speeksel, braaksel, ontlasting, wondvocht of bloed.
  • Douche dagelijks, en:
    • douche na inspannende activiteiten zoals sporten;
    • draag badslippers;
    • droog uw lichaam met uw eigen, schone handdoek.
  • Let op de algemene hygiëneregels:
    • Gebruik wegwerpzakdoekjes bij hoesten of snuiten. Gooi deze zakdoek direct na gebruik in de afvalbak.
    • Gooi gebruikte pleisters en verbandmiddelen direct na gebruik in de afvalbak.
    • Gebruik alleen schoon servies en bestek; deel dit niet met een ander.
    • Gebruik alleen je eigen toiletartikelen zoals tandenborstels, scheermesjes, haarborstels en crèmes.
    • Draag alleen je eigen kleding en schoenen.
    • Slaap of rust alleen op je eigen bed en beddengoed.

Menstruatie

Meisjes kunnen vanaf 10 jaar al menstrueren. Zij zorgen in principe zelf voor maandverband of tampons.

Tips

  • Het is prettig als er op de kwv maandverband beschikbaar is voor onverwachte situaties. De meisjes moeten dan uiteraard weten waar zij het maandverband kunnen vinden of aan wie zij het kunnen vragen (bij voorkeur aan een vrouwelijke begeleider).

5.2 Schoonmaakinstructies

De jongeren helpen mee met het schoonmaken in de kwv. Heldere schoonmaakinstructies en afspraken zijn nodig voor een goed resultaat.

Hygiënenormen

  • Geef de jongeren duidelijke schoonmaakinstructies.
  • Zorg dat de jongeren hun eigen kamer en de gemeenschappelijke ruimtes schoonhouden.
  • Geef de jongeren de volgende instructies:
    • Was volgens wasvoorschrift. Gebruik geen verkorte wasprogramma’s.
    • Houd schone en vuile was gescheiden.
    • Verzamel en vervoer vuile was in een afgesloten zak.

Tips

  • Laat de jongeren hun was in een wasdroger drogen.

6 Voedselveiligheid

Om te voorkomen dat medewerkers en bewoners ziek worden is het belangrijk dat er op een hygiënische manier met eten wordt omgegaan. In het kwv worden de maaltijd intern verzorgd door de jongeren, onder begeleiding van de begeleiders. COACentraal Orgaan opvang asielzoekers is eindverantwoordelijk voor de voedselkwaliteit. In de “Warenwet Hygiëne van Levensmiddelen3” staat dat iedereen die eten verstrekt aan ‘derden’ maatregelen moet nemen om de kans te verkleinen dat iemand ziek wordt van het eten. Deze maatregelen noemen we ook wel een voedselveiligheidssysteem of Hygiënecode.

Hygiënenormen

  • De hygiënecode voor kleinschalige woonvoorzieningen is aanwezig en wordt als leidraad gebruikt.

Basisprincipes van voedselveiligheid

Voedselveiligheidsmaatregelen zijn gebaseerd op drie basisprincipes: beheersing van de temperatuur, netheid en controle van de houdbaarheid.

Beheersing van de temperatuur

De temperatuur van gekoelde of diepvriesproducten beïnvloedt de voedselveiligheid. Hoe kouder deze producten worden bewaard, hoe minder kans ziekteverwekkers hebben om uit te groeien. Bij hoge temperaturen worden veel ziekteverwekkers juist gedood. Daarom gaan veel regels in de Hygiënecode over de temperatuurnormen. Zo mag de temperatuur in een koelkast niet hoger zijn dan 7 °C en moet rauw vlees tot minstens 75 °C worden verhit.

Netheid

Via vuile handen en vuile materialen (zoals keukenspullen of andere etenswaren) kan voedsel besmet raken met ziekteverwekkers. Bovendien kan groente en fruit bij aanschaf al besmet zijn. In de Hygiënecode voor woonvormen staan zowel eisen die gesteld worden aan de persoonlijke hygiëne als regels gericht op de schoonmaak van materialen en werkruimten.

Houdbaarheid

Al het voedsel kan bederven. Daarom is het controleren en garanderen van de houdbaarheid van producten een belangrijk aspect van voedselveiligheid.

Drink- en etenswaren die niet gekoeld bewaard hoeven te worden, kunt u in een magazijn bewaren.

Zie ook paragraaf 10.5 Werken met eten en drinken.

7 Medische zorg bewoners

Ziekteverwekkers kunnen gemakkelijk overgebracht worden via kleding en handen. Tijdens het verlenen van medische zorg is er een verhoogde kans op besmetting. Om dit risico op besmetting te verkleinen moet u zich tijdens het verlenen van zorg houden aan de eisen uit dit hoofdstuk. Daarnaast gelden uiteraard de algemene maatregelen op het gebied van persoonlijke hygiëne (zie paragraaf 2.1) en schoonmaak en desinfectie (zie hoofdstuk 3).

NB: paragraaf 7.3 van de Hygiënerichtlijn voor asielzoekerscentra is in deze richtlijn niet van toepassing. In de paragaafnummering wordt 7.3 daarom overgeslagen.

7.1 Medicijnen

Medicijnen kunnen hun werking verliezen als ze te lang of bij een verkeerde temperatuur worden bewaard. Hanteer de volgende regels als medicijnen worden verstrekt binnen de kwv:

Hygiënenormen

  • Controleer de houdbaarheidsdatum van medicijnen maandelijks en vóór gebruik. Gebruik de medicijnen niet na deze datum.
  • Sla medicijnen op volgens het ‘first in, first out’ (fifo)-principe. Dit betekent dat medicijnen die het eerst geleverd zijn, ook het eerst gebruikt worden. Plaats hiervoor de nieuwe voorraad achteraan in de medicijnkast en schuif de oude voorraad naar voren.
  • Noteer de openingsdatum op medicijnen die na openen beperkt houdbaar zijn.
  • Bewaar medicijnen op de voorgeschreven temperatuur.
    ‘Bewaren tussen 15 en 25 °C’ betekent kamertemperatuur en bij ‘gekoeld bewaren’ plaatst u het in de koelkast.
  • Gebruik een aparte koelkast voor medicijnen. Is deze er niet? Bewaar de medicijnen dan in een afgesloten bak in een levensmiddelenkoelkast.
  • Controleer dagelijks en registreer wekelijks de temperatuur van de koelkast met medicijnen. Leg hiervoor een thermometer in de koelkast. Zorg dat de temperatuur tussen de 2 en 7 °C is. Bij voorkeur 4 °C i.v.m. het vaak openen van de koelkast.
  • Dien medicijnen toe volgens het protocol van uw instelling of dien medicijnen toe volgens de landelijke instructie Voor Toediening Gereedmaken (VTGM) van medicatie in verpleeg- en verzorgingshuizen van de V&VNVerpleegkundigen en Verzorgenden Nederland.
    Kijk voor meer informatie op de website van Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland: www.venvn.nl.

7.2 Steriele materialen

Steriele materialen, zoals gaasjes en pincetten, moeten op de juiste manier worden opgeslagen; anders neemt de steriliteit af. Steriel verpakte instrumenten blijven alleen steriel als de verpakking droog en onbeschadigd is. Gebruik zoveel mogelijk wegwerpmaterialen. Wilt u medische instrumenten die de huid doorboren of die in contact komen met de beschadigde huid hergebruiken? Dan moet u deze eerst grondig schoonmaken voordat u begint met steriliseren.

Let op de volgende regels wanneer steriele materialen worden gebruikt:

Hygiënenormen

  • Controleer de houdbaarheidsdatum van steriele materialen en instrumenten minimaal maandelijks en vóór gebruik. Gebruik de materialen niet na deze datum.
  • Wijs een medewerker aan die verantwoordelijk is voor het maandelijks controleren van de houdbaarheidsdatum van medicijnen en steriele medische materialen.
  • Sla steriele materialen apart van niet-steriele materialen op in een stofvrije ruimte.
  • Berg steriel verpakte instrumenten voorzichtig op:
    • Prop ze niet in kastjes en laatjes.
    • Hanteer het fifo-principe (first in, first out).
    • Bewaar ze niet op plaatsen waar ze nat kunnen worden, zoals het aanrecht.
    • Bewaar ze niet op de vloer.
    • Maak geen bundels van de steriele verpakkingen; gebruik geen nietjes, paperclips of elastiekjes.
    • Schrijf of stempel niet op de verpakking.
    • Transporteer de verpakkingen in een goed afsluitbare schone kunststof box.

7.4 Wondverzorging

Via wonden kunnen ziekteverwekkers ons lichaam in komen. Bovendien kunnen wonden zelf geïnfecteerd raken. Een goede hygiëne is daarom van groot belang tijdens de wondverzorging.

Hygiënenormen

  • Was of desinfecteer uw handen direct vóór en na iedere wondverzorging.
  • Draag handschoenen tijdens de wondverzorging; draag ook een wegwerpschort wanneer uw kleding besmet kan raken met bloed of wondvocht.
  • Raak met de handschoenen geen oppervlakken aan (zoals deurknoppen of telefoons).
  • Vermijd het opdwarrelen van stof tijdens de wondverzorging; sluit deuren en zorg dat er tijdens de wondverzorging niet wordt schoongemaakt.
  • Zet voordat u begint alle benodigdheden klaar binnen handbereik, op een schone ondergrond. Gebruik als schone ondergrond een celstofmatje of desinfecteer het oppervlak. Plaats ook een afvalzakje of verbandemmer binnen handbereik, zodat u vuil wondverzorgingsmateriaal direct kunt weggooien.
  • Controleer de vervaldatum van alle producten en materialen vóór elke wondbehandeling.
  • Noteer de openingsdatum en -tijd op middelen die na openen beperkt houdbaar zijn, zoals zalven en spoelvloeistoffen. Gebruik spoelvloeistof tot maximaal 24 uur na opening. Noteer ook de naam van de bewoner; geopende wondverzorgingsmaterialen mogen niet bij andere personen gebruikt worden.
  • Gebruik bij voorkeur tubes in plaats van potjes met zalf. Heeft u toch een potje? Neem de zalf dan met een schone spatel uit de pot.
    Zo voorkomt u dat uw handen de zalf besmetten met micro-organismen.

Tips

  • Plaats de instructie voor wondverzorging in de EHBOeerste hulp bij ongelukken-trommel.
  • Hanteer de no touch-methode door pincetten te gebruiken.

7.5 Omgang met medisch scherp afval

Bij het verlenen van medische zorg of het injecteren van medicijnen kunnen scherpe materialen zoals naalden of mesjes worden gebruikt. Omdat deze materialen tijdens het gebruik besmet kunnen raken met ziekteverwekkers van bewoners, gelden de onderstaande eisen. Door u hieraan te houden, verkleint u de kans op een prikaccident.

Hygiënenormen

  • Maak bij injecteren gebruik van zgnzogenaamde. ‘veilige naalden’.
  • Schuif hoesjes nooit terug over de naald.
  • Gooi naalden en andere scherpe wegwerpinstrumenten die de huid of slijmvlies doorboren, direct na gebruik in een naaldcontainer met het UNUnited Nations-keurmerk.
    logo UN-keurmerk
    Zorg dat de naaldcontainer tijdens het prikken of snijden binnen handbereik staat. Gooi het scherpe afval nooit in een gewone afvalemmer.
  • Vervoer scherpe instrumenten die u hergebruikt, zoals pincetten en scharen, in een bekken naar de spoelkeuken of verstuur deze naar de sterilisatieafdeling van een ziekenhuis. Naalden mag u niet hergebruiken!
  • Vervang naaldcontainers wanneer ze tot de maximale vullijn vol zitten. Sluit het deksel en lever de volle naaldcontainer in volgens het protocol van uw instelling. Zet direct een nieuwe naaldcontainer neer.
  • Volle naaldcontainers vallen in de categorie ‘ziekenhuisafval’. Aan de afvoer van ziekenhuisafval zijn bij wet eisen gesteld (zie hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer). Zo mag u uw containers alleen inleveren bij inzamelaars die een zogeheten VIHB-nummer hebben. Op www.niwo.nl kunt u een lijst met goedgekeurde inzamelaars vinden.

7.6 Wet publieke gezondheid

WPGWet Publieke Gezondheid, melding instellingen, Artikel 26

Binnen het kwv kunnen infectieziekten op verschillende manieren worden gemeld. Managers zijn verplicht om mogelijke uitbraken van infectieziekten onder bewoners en/of medewerkers te melden bij de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst. Deze meldingsplicht is geregeld in de Wet publieke gezondheid, artikel 26.

De (huis)artsen (van het GZA) hebben ook een meldingsplicht voor individuele gevallen, welke vastgelegd is in de Wet publieke gezondheid, artikel 21, 22 en 25.

Hygiënenormen

  • Zorg dat er werkafspraken zijn gemaakt over het melden van (mogelijke) infectieziekten in uw instelling.
    Houd hierbij rekening met de privacy van de bewoner of medewerker.
  • Zorg dat medewerkers zich direct melden bij:
    • een bijtaccident;
    • het prikken aan een met bloed besmette naald;
    • ernstige infecties (aan de handen);
    • steenpuisten;
    • acute en aanhoudende diarree;
    • langdurig hoesten.

Op grond van de Wet publieke gezondheid, artikel 26 is de manager wettelijk verplicht om maatregelen te nemen bij een (eventuele) uitbraak van infectieziekten.

Hygiënenormen

  • Neem binnen één werkdag contact op met de afdeling infectieziekte bestrijding van de plaatselijke GGD als er een ongewoon aantal zieken is. Als locatiemanager moet u zelf inschatten wat een ‘ongewoon aantal zieken’ is voor uw kwv. Neem voor advies contact op met uw regionale GGD.
  • Bepaal samen met de huisarts en deskundigen van de GGD welke maatregelen u moet nemen.

Zorg ervoor dat u duidelijke afspraken maakt over de melding van infectieziekten met de (huis)artsen (van het GZA). Als manager moet u op de hoogte zijn van uitbraken binnen uw instelling. Houd hierbij rekening met de privacy van de jongeren. U heeft als manager niet altijd gegevens nodig van de jongeren.

Meer informatie over de Wet Publieke Gezondheid, artikel 26 melding instellingen, vindt u op de website van het RIVM.

Zie tevens paragraaf 10.7 Melding infectieziekten.

8 Medische zorg medewerkers en vrijwilligers

De zorg voor amv die in een kwv wonen moet maximaal aansluiten op de reguliere zorg in Nederland. GGDen zijn verantwoordelijk voor de Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers (PGApublieke gezondheid asielzoekers) in de asielzoekerscentra. Daarnaast is er GZA of een huisarts.

8.1 Algemene eisen

Hygiënenormen

  • Zorg voor een compleet gevulde EHBOeerste hulp bij ongelukken-koffer. Informatie over de inhoud staat in Verbandrichtlijnen van het Oranje Kruis.
    En eventueel BHV-koffer een AED (automated external defibrillator).
  • Zorg dat alle medewerkers weten waar materialen staan en hoe te gebruiken.
  • Controleer de houdbaarheidsdatum van medische materialen en medicijnen regelmatig, en controleer de inhoud van koffers minimaal twee keer per jaar.

8.2 Bijt-, snij-, krab-, spat- en prikaccidenten

In de kwv kunnen bijt-, snij-, krab-, spat- en prikaccidenten plaatsvinden. Hier spreekt men van als het bloed of de slijmvliezen van een begeleider of jongere in contact komt met bloed, wondvocht of de slijmvliezen van een ander. Bij zo’n accident kunnen ziekteverwekkers worden overgedragen, zoals het hepatitis B of C virus en hivhumaan immunodeficientievirus. Bij een bijt- of krabaccident lopen zowel de bijter/krabber als de degene die gebeten of gekrabd is het risico om besmet te worden door de ander.

Door een protocol voor bijt-, snij-, krab-, spat- en prikaccidenten dat bekend is bij de medewerkers, verkleint u de kans dat medewerkers of bewoners bij zo’n accident een infectieziekte oplopen.

Hygiënenormen

  • Stel het protocol voor bijt-, snij-, krab-, spat- en prikaccidenten voor uw medewerkers beschikbaar en breng ze hiervan op de hoogte. Beschrijf hierin in ieder geval de volgende stappen:
    • Laat een wondje goed doorbloeden.
    • Spoel het wondje of het slijmvlies met water of fysiologisch zout.
    • Ontsmet een wondje (slijmvliezen niet) met een wond desinfecterend middel voorzien van een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen-nummer (bijvoorbeeld Betadine of Sterilon).
    • Dek een wondje af.
    • Meld het accident direct.
      Neem in het protocol de contactgegevens op van de instantie(s) aan wie het accident gemeld moet worden. Maak zo nodig onderscheid tussen meldingen binnen en buiten kantooruren.
  • Bij melding wordt een risico-inschatting gemaakt en worden eventuele vervolgstappen bepaald. Noteer hiervoor de volgende gegevens:
    • de personen die bij het accident zijn betrokken;
    • het type verwonding (bijv. prik- of bijtwond);
    • het materiaal waarmee iemand verwond is (het type naald in het geval van een prikaccident).

8.3 Vaccinaties

Vanwege de doelgroep van de kwv, kunnen medewerkers een verhoogd risico lopen op besmetting met sommige infectieziekten. Tegen sommige van deze ziekten kunnen medewerkers zich laten vaccineren. Bijvoorbeeld tegen hepatitis B. Het aanbieden van vaccinaties kan, afhankelijk van het werk van uw medewerkers, verplicht zijn op basis van de Arbowet. Adviseer externe partijen (schoonmaak, catering e.d.) die binnen de kwv werkzaam zijn op de mogelijke risico’s. ArboArbeidsomstandigheden-eisen vallen echter buiten de reikwijdte van deze richtlijn en zullen hier niet verder worden uitgewerkt, zie voor meer informatie onder andere het Arbobesluit, art. 4.91 en www.kiza.nl.

10 Schoonmaakschema’s en instructies

In dit hoofdstuk vindt u schoonmaakschema’s en printklare instructies, bijvoorbeeld voor het wassen en desinfecteren van de handen. Deze schema’s en instructies zijn op losse pagina’s geplaatst, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten. U kunt ze dan direct ophangen, bijvoorbeeld bij wastafels of in een schoonmaakkast.

NB: de paragrafen 10.4 en 10.6 van de Hygiënerichtlijn voor asielzoekerscentra zijn in deze richtlijn niet van toepassing. In de paragaafnummering worden 10.4 en 10.6 daarom overgeslagen.

10.1 Schoonmaakschema’s

In de schoonmaakschema’s staat hoe vaak en op welke manier gereinigd moet worden.

U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken, mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

U kunt de schoonmaakschema’s uitprinten als Word-document. De schema’s zijn zoveel mogelijk op losse pagina’s geplaatst, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten en ophangen. Tevens kunt u de schema’s aanpassen aan de eigen situatie. Bespreek binnen uw eigen organisatie de schoonmaakschema’s en werk ze in nader detail uit tot een eigen werkinstructie.

10.2 Instructies handhygiëne

Bacteriën en virussen zijn overal, op deurknoppen, tafels, telefoons en andere voorwerpen, apparaten en materialen. Sommigen kunnen ziekteverwekkend zijn. Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Door regelmatig handhygiëne toe te passen wordt de kans dat u of iemand uit uw omgeving ziek wordt klein.

Pas voor een goede handhygiëne onderstaande regels toe:

  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als ze zichtbaar vuil zijn. Gebruik dan geen desinfecterend middel (handalcohol); door zichtbaar vuil vermindert namelijk de werking.
  • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast óf desinfecteert. Pas de manieren echter niet allebei toe; de huid droogt dan te veel uit en beschadigt sneller. De handen worden voldoende schoon als u ze alleen wast of alleen desinfecteert.
Instructies handhygiëne

Het schema Instructies handhygiëne kunt u hier downloaden als pdfPortable Document Format.

10.3 Microvezeldoekjes

Tegenwoordig wordt er steeds meer gebruik gemaakt van microvezeldoekjes. Doordat de vezels in deze doekjes zijn gesplitst, hebben microvezeldoekjes een veel groter oppervlak dan katoenen schoonmaakdoekjes. Zo kunnen microvezeldoekjes vuil en ziekteverwekkers veel beter opnemen dan gewone schoonmaakdoekjes. Bovendien raspen de vezels het vuil los, waardoor u vlekken gemakkelijker verwijdert. U kunt microvezeldoekjes zowel droog als vochtig gebruiken.

Voor een optimaal resultaat gaat u als volgt te werk:

  • Gebruik de microvezeldoekjes altijd zonder schoonmaakmiddelen. Wijk hier alleen van af als de leverancier dit aangeeft.
  • Wilt u de doekjes vochtig gebruiken? Maak ze dan vlak voor gebruik licht vochtig onder de kraan of met het middel dat de leverancier voorschrijft. Leg de doekjes niet in een emmer water. Hierdoor nemen ze direct hun maximale hoeveelheid aan vocht op en verliezen ze hun reinigende werking.
  • Vouw de doekjes voor gebruik een aantal keer dubbel, zodat er meerdere vlakken ontstaan. Gebruik een nieuw, schoon vlak zodra de werking minder wordt.
  • Stop vuile microvezeldoekjes direct in de was; spoel ze tussentijds niet uit. Microvezeldoekjes trekken vuil zó goed aan dat handmatig uitspoelen geen zin heeft. Alleen in de wasmachine wordt een vuil doekje weer schoon.
  • Was de doekjes volgens de voorschriften van de fabrikant.
  • Droog gewassen microvezeldoekjes volgens de gebruiksinstructie. Let op: niet alle microvezeldoekjes kunnen in de droogtrommel. Berg de doekjes nooit vochtig op; hierdoor kunnen ziekteverwekkers uitgroeien.

10.5 Werken met eten en drinken

Informatie voor medewerkers en vrijwilligers die werken met eten en drinken

Als u door uw werkzaamheden in aanraking komt met eten en drinken is het belangrijk dat u zich houdt aan de hygiëneregels. Tijdens het bewaren, bereiden en serveren van gerechten kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijke verspreiden, waardoor bezoekers of medewerkers ziek kunnen worden. Let dus op uw persoonlijke hygiëne, was uw handen regelmatig en houdt rekening met de eisen die gesteld worden aan de bereiding van eten en drinken. 

Let op dat u tijdens de werkzaamheden:

  • geen hand- of polssieraden draagt;
  • wondjes aan handen afdekt;
  • verzorgde en schone (baard)haren heeft;
  • schone werkkleding draagt;
  • schone kookspullen gebruikt; 
  • eten niet met de blote handen aanraakt;
  • koksdoeken alleen gebruikt als pannenlappen voor hete pannen en borden;  
  • niet rookt, niet eet en geen kauwgom kauwt.
Handen wassen

Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. De handen krijgt u schoon door ze te wassen met water en zeep of ze in te wrijven met een hand desinfecterend middel. 

  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als ze zichtbaar vies zijn. Gebruik dan geen hand desinfecterend middel; door zichtbaar vuil vermindert de werking.
  • Maak uw handen schoon:
    • voor en na elke nieuwe reeks handelingen;
    • als ze zichtbaar vuil zijn;
    • na een toiletbezoek;
    • voor en na het eten;
    • na het uittrekken van handschoenen;
    • na schoonmaakwerkzaamheden;
    • na contact met lichaamsvocht zoals speeksel, braaksel, ontlasting, wondvocht of bloed; 
    • na hoesten, niezen of het snuiten van de neus.
      Dit is ook belangrijk als u een zakdoek hebt gebruikt. Ziekteverwekkers kunnen namelijk door de zakdoek heen op uw handen komen.
Bereiden van eten en drinken

Tijdens de bereiding van eten en drinken kan er het een en ander mis gaan. Ziekteverwekkers kunnen zich in een relatief korte tijd tot grote hoeveelheden vermenigvuldigen. Dit kan gebeuren als producten bedorven zijn, maar dat hoeft niet altijd. Houd u tijdens de bereiding van eten en drinken aan de volgende regels:

  • Bewaar koelverse producten in de koeling (max. 7 °C en pluimvee max. 4 °C).
  • Houd rauwe producten gescheiden van bereide gerechten.
  • Gebruik geen producten waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken.
  • Let op de houdbaarheid van de bereide producten. Maak de meest risicovolle gerechten (zoals vlees, pasta, rijst, puree en salades) als laatste klaar. Zet de planning zo nodig op papier. 
  • Zorg dat bij de bereiding van koude gerechten de temperatuur zo laag mogelijk blijft (max. 7 °C).
  • Verhit rauwe producten tot een temperatuur boven de 75 °C. 
  • Warm maaltijden op tot een temperatuur boven de 60 °C. 
  • Serveer warme gerechten bij minimaal 60 °C en koude gerechten bij maximaal 7 °C. Heeft u geen (goede) koelvoorzieningen in de uitgifte? Gebruik dan de twee-uursregeling ongekoeld aanbieden. De voorwaarden hiervoor vindt u in de Hygiënecode.

10.7 Melding infectieziekten

Als locatiemanager heeft u een meldingsplicht van infectieziekten in een asielzoekerscentrum. In de Wet publieke gezondheid, artikel 26 is deze meldingsplicht geregeld.

In onderstaande tabel ziet u wanneer u contact moet opnemen met de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst, afdeling infectieziekten:

Symptomen

      Meld uw ziek(en) bij de GGD wanneer:

maag- en darmproblemen, overgeven of diarree

  • meerdere bewoners of medewerkers binnen uw centrum klachten hebben; of
  • als de oorzaak bij eten of drinken ligt wat meerdere mensen hebben gegeten of gedronken.

geelzucht

  • er één ziektegeval is.

schurft

  • u vermoedt dat de schurft verspreid binnen het centrum.

huiduitslag

  • er binnen twee weken twee of meerdere gevallen zijn met spontane huiduitslag.

overige ernstige besmettelijke aandoeningen

  • u vermoedt dat ziektegevallen bepaalde ernstige besmettelijke aandoeningen hebben.

10.8 Ctgb-databank

Hieronder staat hoe u desinfecterende middelen kunt vinden op de website van het Ctgb.

Hebt u al een desinfecterend middel en wilt u weten of u dit mag gebruiken? Gebruik dan optie A. Wilt u een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen? Gebruik dan optie B.

A. Zoeken naar een specifiek desinfecterend middel

  • Ga naar www.ctgb.nl en klik op ‘Toelatingendatabank’. Of ga direct naar https://toelatingen.ctgb.nl.
  • Hier kunt u zoeken op de naam van het product.
  • Controleer in het actuele gebruiksvoorschrift altijd of het middel geschikt is voor uw toepassing en welke maatregelen bij gebruik moeten worden genomen.

B. Een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen zien

  • Ga naar www.ctgb.nl en klik op ‘Toelatingendatabank’. Of ga direct naar https://toelatingen.ctgb.nl.
  • Klik op de knop ‘Toon uitgebreide filters’.
  • Voer de gewenste selectiecriteria in. Bij Gebruik kunt u professioneel invoeren. Bij Producttype kiest u een optie die hieronder beschreven staat:
    • Middelen die geschikt zijn voor het desinfecteren van handen hebben een PT01-code (‘Biociden voor menselijke hygiëne’).
    • Middelen die geschikt zijn voor materialen en oppervlakken hebben een PT02-code (‘Desinfecterende middelen voor privégebruik en voor de openbare gezondheidszorg, alsmede andere desinfectantia’).
    • Middelen die geschikt zijn voor oppervlakken waarop eet- en drinkwaren kunnen komen, hebben een PT04-code (‘Ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders’).
  • Controleer in het actuele gebruiksvoorschrift altijd of het middel geschikt is voor uw toepassing en welke maatregelen bij gebruik moeten worden genomen.
  • U kunt via de knop downloaden de selectie exporteren naar een Excel-bestand.

Deze zoekhulp is opgesteld in augustus 2019. Klopt het advies niet meer en heeft u hulp nodig? Neem dan contact op met de Servicedesk van het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides via telefoonnummer 0317 – 471 810 of door het servicedesk-verzoekformulier in te vullen. Het LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid is niet verantwoordelijk voor eventuele wijzigingen aan de website van het Ctgb.

Extra informatie

11.1 Begrippenlijst

Binnenmilieu

Het binnenmilieu is het milieu in gebouwen. Het binnenmilieu wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Bijvoorbeeld de temperatuur, de luchtvochtigheid en de hoeveelheid zuurstof in de ruimte.

Biofilm

Een laag micro-organismen omgeven door zelfgeproduceerd slijm. Biofilm is vastgehecht aan een oppervlak of drijft op een wateroppervlak. Legionellabacteriën vermeerderen zich in bepaalde eencellige organismen, protozoa genaamd, die in de biofilm leven.

CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het Ctgb beoordeelt op basis van Europese wet- en regelgeving of desinfecterende middelen toegelaten worden op de Nederlandse markt.

Desinfecteren

Desinfecteren is het doden van ziekteverwekkers met een speciaal daarvoor bestemd desinfecterend middel.

FFP-2 maskers

Dit zijn persoonsgeboden ademhalingsbeschermingsmaskers die de gebruiker beschermen tegen het inademen van aerosolen. Deze maskers morgen maximaal acht uur achtereen gebruikt worden.

Fifo-systeem

First in, first out-systeem. Dit betekent dat materialen die het eerst geleverd zijn, ook het eerst gebruikt worden. Hiervoor moet de nieuwe voorraad achteraan geplaatst worden en de oude voorraad naar voren geschoven.

HACCP

Hazard Analysis Critical Control Points (HACCP), een systeem om de voedselveiligheid te beheersen. Hygiënecodes zijn een praktische uitwerking van HACCP.

Handdesinfecterend middel

Een handdesinfecterend middel is een vloeistof waarmee ziekteverwekkers op de handen kunnen worden gedood. Als handen niet zichtbaar vuil of plakkerig zijn, kan een handdesinfecterend middel worden gebruikt in plaats van water en zeep.

IPM

Integrated Pest Management. IPM is een methode die zich in de eerste plaats richt op het voorkómen van dierplagen door wering, en pas in de tweede plaats op bestrijding.

Legionellabeheersplan

In een legionellabeheersplan staan de maatregelen en controles die nodig zijn om de groei van legionellabacteriën te beheersen.

Legionellarisicoanalyse

Een legionellarisicoanalyse laat zien of legionellabacteriën kunnen groeien en vernevelen in de waterinstallatie.

Lichaamsvloeistoffen

Lichamelijke vloeistoffen zoals bloed, speeksel, braaksel, urine, ontlasting en wondvocht.

Luchten

Luchten is het korte tijd (ongeveer tien minuten) openzetten van alle ramen en deuren. Hierbij wordt het niet veel kouder, maar is wel alle binnenlucht ververst.

Micro-organismen

Bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën zijn micro-organismen. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige micro-organismen kunnen ziekten veroorzaken.

Microvezeldoekjes

Microvezeldoekjes bestaan uit een weefsel van microscopisch kleine vezels. Samen vormen de vezels een veel groter oppervlak dan de vezels in bijvoorbeeld een katoenen doek. Hierdoor kunnen microvezeldoekjes meer vuil absorberen. De vezels bestaan uit materiaal dat vetten goed vasthoudt.

Naaldcontainer

Een naaldcontainer is een container speciaal ontworpen voor scherp afval zoals naalden en scheermesjes. Bij goed gebruik bieden naaldcontainers bescherming tegen prikken en snijden aan scherp afval.

Natte koeltoren

Natte koeltorens zijn installaties die onderdeel zijn van de klimaatregulering van een gebouw of worden gebruikt bij het afkoelen van een productieproces. In de koeltoren wordt water verneveld. Hierbij kunnen de waterdruppeltjes verspreid worden in de omgeving van de inrichting. Natte koeltorens die gebruikt worden voor de klimaatregulering van een gebouw staan vaak boven op het dak maar ze kunnen ook in het gebouw staan.

Schoonmaken

Schoonmaken is stof en vuil verwijderen, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen.

Ventileren

Bij ventileren komt voortdurend verse buitenlucht binnen, bijvoorbeeld door een rooster of een open raam.

11.2 Programma van eisen opvang AMV in kwv, 2016

Eisen en voorschriften van overheidsinstanties, Nutsbedrijven, NENNederlandse norm -normen, Bouwbesluit-reguliere woonfunctieBestemming ‘Maatschappelijke doeleinden’

Brandveiligheid, Asbest, Legionellabeheersing en Installaties (BALI);

Kwaliteit, leefbaarheid, beheersbaarheid

Ruimten

Technische programma van Eisen

Voor meer informatie over het programma van eisen kunt u contact leggen met het COACentraal Orgaan opvang asielzoekers.

11.3 Overzicht afkortingen locaties

Code

Opvangvorm – maart 2019

AVO

Aanvullende opvang

AZCasielzoekerscentrum

Asielzoekerscentrum

COLcentrale opvanglocatie

Centrale Ontvangstlocatie

EBTL

Extra begeleiding en toezichtlocatie

GLOgezinsopvanglocatie

Gezinslocatie

IBO

Intensief begeleidende opvang

KWE

Kleinschalige wooneenheid

KWV

Kleinschalige woonvoorziening

RGO

Regionale Opvang

POA

Proces Opvanglocatie AMV

POL

Procesopvanglocatie

VBL

Vrijheidsbeperkende locatie

11.4 Bronnenlijst

Literatuur

Richtlijnen & wetten

Losse informatie

  • Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). www.coa.nl.
  • Programma van Eisen; Kleinschalige woonvoorziening voor AMV, COA, versie 2, 2016

Verantwoording

De hygiënerichtlijn voor COACentraal Orgaan opvang asielzoekers kleinschalige woonvoorzieningen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (RGO2) is opgesteld in 2019 op basis van de hygiënerichtlijnen voor asielzoekerscentra. Aan de ontwikkeling hebben de volgende organisaties bijgedragen: 

  • Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
  • Gezondheidscentrum Asielzoekers
  • GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst GHORGeneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio NL
  • GGD Groningen
  • RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Landelijk Centrum Infectieziekten (LCILandelijke coördinatie infectieziektebestrijding)

 

De hygiënerichtlijn is een uitgave van:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid
Postbus 1 | 7200 BA Bilthoven
E-mail: lchv@rivm.nl 
Web: www.lchv.nl