BRMO-casuïstiek in 2015: omvang en werkinzet bij 8 GGD’en / IB 11-2017
Hoewel de gevoeligheid voor antibiotica van de meeste bacteriën in Nederland gelijk is gebleven, stijgt het aantal uitbraken voor een beperkt aantal resistente micro-organismen.
Antibiotica zijn fantastische middelen om levensbedreigende infecties (zoals een pneumokokkenpneumonie) onder controle te krijgen.
De dreiging van resistente ziekteverwekkers voor de volksgezondheid wordt alom erkend. De bestrijding van infectieziekten wordt lastiger en duurder naarmate meer ziekteverwekkers resistent zijn.
Antimicrobiële resistentie vormt een steeds belangrijkere dreiging voor de gezondheidszorg wereldwijd. (1) Het gebruik van antibiotica in mens en dier is een belangrijke risicofactor voor deze toenemende resistentie.
In een artikel over quinolonen en resistentie uit 2012 staat het volgende over veterinair antibioticagebruik: “Veelgebruik leidt tot veel resistentie.
Bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen die drager zijn van een bijzonder resistent micro-organisme (BRMO) worden vaak langdurig verpleegd door verpleegkundigen die ter bescherming een schort, handschoenen en een mondkapje dragen.
Antibiotica zijn belangrijk bij de behandeling van bacteriële infecties. Sommige bacteriën produceren extended-spectrum β-lactamase (ESBL-) enzymen.
Jaap van Dissel werkte zo’n 30 jaar als infectieziekten-internist en de laatste jaren als hoofdopleider interne geneeskunde bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).