Het aantal consulten bij huisartsen over seksueel overdraagbare aandoeningen ( soa seksueel overdraagbare aandoening (seksueel overdraagbare aandoening)) en diagnoses neemt toe. Dit is echter niet het geval bij de Centra Seksuele Gezondheid ( CSG Centrum Seksuele Gezondheid (Centrum Seksuele Gezondheid)’s). Dat staat in het Soa-jaarrapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Hierin worden landelijke trends gepresenteerd van de CSG, huisartsengegevens van Nivel (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg), en andere registratiebronnen met betrekking tot soa en/of hiv humaan immunodeficientievirus (humaan immunodeficientievirus), zoals de gegevens van Stichting HIV humaan immunodeficientievirus (humaan immunodeficientievirus) Monitoring. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen uit het jaarrapport van 2018 samengevat. Het volledige rapport is beschikbaar via rivm.nl/soahiv.

Auteur

Auteurs: I.A.L. Slurink, F. van Aar, E.L.M. Op de Coul, J.C.M Heijne, D.A. van Wees, B.M. Hoenderboom, M. Visser, C. den Daas, P.J. Woestenberg, H.M. Götz, M. Nielen, A.I. van Sighem, B.H.B. van Benthem

Infectieziekten Bulletin: november 2019, jaargang 30, nummer 6

Soaconsulten

In 2018 zijn er 152.217 consulten geweest bij de CSG Centrum Seksuele Gezondheid (Centrum Seksuele Gezondheid). Dit aantal is vrijwel gelijk aan het aantal consulten in 2017 (150.593). Het aantal consulten nam toe onder mannen die seks hebben met mannen ( MSM mannen die seks hebben met mannen (mannen die seks hebben met mannen))(+10%) en nam af onder vrouwen (-6%) en heteroseksuele mannen (-1%). Bij de CSG kunnen mensen die tot een hoogrisicogroep voor soa seksueel overdraagbare aandoening (seksueel overdraagbare aandoening) behoren zich volgens een landelijk triagesysteem kosteloos op soa laten testen. Tot deze groepen behoren onder andere MSM, personen die voor een soa gewaarschuwd zijn door een (ex-)partner of aan soa gerelateerde klachten hebben en mannen/vrouwen onder de 25 jaar. Het percentage consulten op de CSG waarbij een of meerdere soa (chlamydia, gonorroe, infectieuze syfilis, hiv humaan immunodeficientievirus (humaan immunodeficientievirus) of infectieuze hepatitis B) werden gediagnosticeerd was 18,2% in 2018. Dit percentage steeg van 13,6% in 2010 naar 18,4% in 2016, voornamelijk door een sterke stijging in 2015, maar is in de afgelopen 2 jaar stabiel gebleven. De stijging in 2015 kan verklaard worden door het aanscherpen van het toegangsbeleid van CSG’s met betrekking tot risicogedrag. Het vindpercentage in 2018 verschilt per (risico) groep:

  • 16,1% onder vrouwen en 18,9% onder heteroseksuele mannen. 
  • 20,6% onder MSM met 1 of meer soa. Dit percentage varieert tussen 19,2- 21,2% over de jaren (Figuur 1). 
  • De hoogste percentages werden gezien bij mannen/vrouwen die gewaarschuwd waren voor soa (33,1%) en bij degenen die hivpositief waren (32,6%). 
  • De percentages waren ook hoog bij mannen/vrouwen die klachten rapporteerden (25,9%) of een laag/gemiddeld opleidingsniveau hadden – i.e. geen opleiding, basisschool, lbo, mavo, vmbo, mbo middelbaar beroepsonderwijs (middelbaar beroepsonderwijs) (21,9%).

Het vindpercentage in alle CSG-regio’s varieerde van 10,6-22,3%.

Grafiek percentage positieve testen bij CSG op basis van geslacht en voorkeur 2009-2018

Figuur 1. Totaal aantal testen en het percentage positieve testen bij de CSG naar geslacht en seksuele voorkeur, 2009-2018

Net als in voorgaande jaren werden landelijk de meeste soaconsulten door de huisarts uitgevoerd. Dit blijkt uit de cijfers van 367 huisartsenpraktijken die aangesloten zijn bij Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn (Nivel-PCD). Het aantal soagerelateerde episodes (een infectie of ‘angst voor soa’) dat bij de huisarts werd geregistreerd, was het dubbele van het aantal bij de CSG’s, met naar schatting 307.400 episodes in 2017. Dit is een toename ten opzichte van 2016 (281.300 episodes) en 2015 (267.400 episodes). Het aantal aan soa gerelateerde episodes per 1.000 inwoners steeg voornamelijk bij mannen/vrouwen ouder dan 25 (15,9 in 2015, 16,9 in 2016 en 18,5 in 2017). 

Chlamydia

Chlamydia is de meest voorkomende bacteriële soa bij bezoekers van de CSG. In 2018 werden daar 20.021 chlamydiadiagnoses gesteld, dat is 2% minder dan 2017. Chlamydia komt het meest voor bij vrouwen en heteroseksuele mannen onder de 25 (53%). Naar mate zij ouder worden komt het minder voor. Vrouwen en heteroseksuele mannen (15,0% en 17,7%) hebben vaker chlamydia dan MSM (9,8%) (figuur 2). In 2018 werden 278 diagnoses van LGV Lymphogranuloma venereum (Lymphogranuloma venereum) (lymphogranuloma venereum, een infectie met een invasieve chlamydiavariant) gesteld. Dit aantal is vergelijkbaar met de 271 in 2017. Het percentage hivnegatieve mannen/vrouwen met LGV nam toe van 21% in 2014 tot 50% in 2018. Het geschatte aantal chlamydia-episodes gerapporteerd door huisartsen (39.800) nam toe ten opzichte van de afgelopen jaren. Het aantal chlamydia-episodes per 1.000 mannen/vrouwen steeg voornamelijk bij jongeren onder de 25 jaar (3,0/1.000 in 2016 tot 3,3/1.000 in 2017).
 

grafiek van totaal aantal testen tov percentage positieve testen van chlamydia, gonororoe, syfilis en HIV

 Figuur 2. Totaal aantal testen en percentage positieve testen voor chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv bij de CSG, naar geslacht en seksuele voorkeur, 2018

Gonorroe

Het aantal gonorroediagnoses bij de CSG’s nam, ten opzichte van 2017, in 2018 toe met 9% tot 7.362 diagnoses. Deze toename is vooral het gevolg van een toename van MSM met de infectie. Het gonorroevindpercentage was in 2018 (11,2%) vergelijkbaar met 2017 (11,0%) en 2016 (11,3%) (Figuur 2). Het vindpercentage bleef laag onder heteroseksuele mannen en vrouwen (2,0% en 1,7% respectievelijk). Het aantal geschatte gonorroe-episodes bij de huisarts nam toe tot 9.550 in 2017 (9000 in 2016), voornamelijk onder mannen/vrouwen ouder dan 25 jaar. In de Gonokokken Resistentie tegen Antibiotica Surveillance (GRAS) is nog geen resistentie tegen ceftriaxon gerapporteerd bij CSG-bezoekers. Ceftriaxon is het huidige eerstekeuze-antibioticum voor de behandeling van gonorroe. Wel bleef resistentie tegen azitromycine toenemen, tot 10,8% in 2018. 

Syfilis

In 2018 werden er 1.224 syfilisinfecties gediagnosticeerd bij de CSG’s, nagenoeg hetzelfde aantal als in 2017 (1.228) en 2016 (1.223). Hiervan werd 96% vastgesteld onder MSM. In de afgelopen jaren nam het syfilisvindpercentage onder MSM steeds toe, maar het nam af in 2017 tot 2.4% in 2018. Dit is vooral het gevolg van een afnemend vindpercentage onder bekend hivpositieve MSM (van 7,2% in 2017 naar 6,6% in 2018). Het syfilisvindpercentage onder hivnegatieve MSM bleef stabiel (1,9% in 2017 en 1,8% in 2018). Onder vrouwen en heteroseksuele mannen bleef het vindpercentage zeer laag (respectievelijk 0,08% en 0,15%)(Figuur 2). Er zijn geen cijfers beschikbaar over het aantal syfilisinfecties dat gediagnosticeerd is bij de huisartsen.

HIV humaan immunodeficientievirus (humaan immunodeficientievirus)

Bij de CSG’s werden 249 nieuwe patiënten met een hivinfectie gevonden in 2018, iets minder dan in 2017 (286). 90% was MSM. Het vindpercentage onder MSM bij de CSG bleef dalen tot 0,5% in 2018 (figuur 2). Van de 23 vrouwen en heteroseksuele mannen die gediagnosticeerd werden met hiv bij een CSG had 91% een migratieachtergrond uit een soa/hivendemisch land. Bij Stichting HIV Monitoring werden in 2018 909 nieuwe patiënten met een hivinfectie aangemeld in zorg (1.037 in 2017). (2) 527 van hen waren ook gediagnosticeerd in 2018 (dit was 615 in 2017), maar dit aantal kan nog oplopen door rapportagevertraging. Vergelijkbaar met voorgaande jaren werd 69% van de nieuw gediagnosticeerde hivinfecties vastgesteld bij MSM. Van de nieuw gediagnosticeerde patiënten kwam 48% laat in zorg ( CD4 cluster of differentiation 4 (cluster of differentiation 4) < 350/mm3 of aids). Dit percentage was lager voor MSM (44%) dan voor vrouwen (59%) en heteroseksuele mannen (68%). Nederland voldeed in 2017 aan de 90-90-90-doelen van de WHO World Health Organization (World Health Organization) voor 2020. In 2017 was naar schatting 90% van alle mannen/vrouwen met een hivinfectie in Nederland gediagnosticeerd en in zorg. 93% van hen was ook gestart met behandeling, en hiervan had 95% een onderdrukte virale lading. De 95-95-95 doelen van de WHO voor 2030 zijn nog niet behaald.

Genitale wratten en genitale herpes

Genitale wratten en genitale herpes worden voornamelijk gediagnosticeerd bij de huisarts. In 2017 waren er naar schatting 42.000 diagnoses van genitale wratten (37.500 in 2016) en 25.800 diagnoses van genitale herpes (22.500 in 2016). Huisartsen rapporteerden genitale wratten vaker bij mannen dan bij vrouwen (58%), terwijl genitale herpes vaker bij vrouwen werd gezien (75%). In 2018 lag het aantal diagnoses van genitale wratten en genitale herpes bij de CSG’s veel lager met respectievelijk1.314 en 426 diagnoses. Dit komt omdat de CSG’s geen routinematig onderzoek naar genitale wratten en genitale herpes verrichten.

Hepatitis B en C

Het aantal patiënten met acute hepatitis B is afgenomen naar 101 (115 in 2017). Onbeschermd seksueel contact was de meest gerapporteerde transmissieroute (59%). Er waren 62 patiënten met acute hepatitis C. Dit aantal ligt al sinds 2011 rond de 60 patiënten per jaar. De belangrijkste transmissieroute van acute hepatitis C was onbeschermd seksueel contact tussen mannen (61%).

Conclusies

Het aantal soaconsulten bij de CSG’s nam toe tot 2017 en stabiliseerde in 2018. Vindpercentages bleven vrijwel stabiel in 2018 ten opzichte van 2017 en 2016. Bij huisartsen blijft het aantal soagerelateerde episodes toenemen. Surveillance van soa en risico op soa onder hoogrisicogroepen die de CSG’s bezoeken is belangrijk. Maar voor een geïntegreerde soasurveillance is het ook noodzakelijk om zicht te houden op de algemene bevolking, die zich meer via andere zorgaanbieders of met een zelf(afname)test laat testen. Daarom zullen nationale prevalentiesurveys herhaald worden om huidige surveillancebronnen in perspectief te plaatsen. In het Nationaal Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid van 2017-2022 staan de doelstellingen om de ziektelast van chlamydia te verminderen en het aantal nieuwe patiënten met syfilis, gonorroe en hiv te halveren. Deze doelstellingen zijn nog niet behaald en een integrale aanpak is nodig. Verdere inspanningen, zoals promotie van condoomgebruik, herhaald testen en effectievere (tijdige en complete) partnerwaarschuwing zijn nodig om te zorgen dat hoogrisicogroepen effectief bereikt worden. Op dit moment wordt het gebruik van Pre-Expositie Profylaxe ( PrEP pre-expositie profylaxisis (pre-expositie profylaxisis)) geïmplementeerd en worden de effecten ervan ervan op soaprevalentie en risicogedrag onder MSM gemonitord. Test- en behandelstrategieën moeten geoptimaliseerd worden om het effect van deze strategieën te maximaliseren en om degenen die zorg het meeste nodig hebben goed te kunnen bereiken.

Auteurs: 

I.A.L. Slurink, F. van Aar, E.L.M. Op de Coul, J.C.M Heijne, D.A. van Wees, B.M. Hoenderboom, M. Visser, C. den Daas, P.J. Woestenberg, H.M. Götz, M. Nielen, A.I. van Sighem, B.H.B. van Benthem, Centrum Infectieziektebestrijding, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven

Correspondentie:

isabel.slurink@rivm.nl

  1. Boersma-van Dam E., Weesie Y., Hek K, Davids R., Winckers M., Korteweg L., de Leeuw E., Urbanus T., Schermer T., Nielen M. Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties eerste lijn: Jaarcijfers 2017 en trendcijfers 2011-2017. Utrecht: Nivel, Juli 2018.
  2. van Sighem A.I., Boender T.S., Wit F.W.N.M., Smit C., Matser A., Reiss P. HIV humaan immunodeficientievirus (humaan immunodeficientievirus) Monitoring Report 2018, Human Immunodeficiency Virus (HIV) Infection in the Netherlands. Amsterdam: Stichting HIV Monitoring, 2018. Beschikbaar op: www. hiv humaan immunodeficientievirus (humaan immunodeficientievirus)-monitoring.nl

Reactie toevoegen