De overheid stelt vast hoeveel stoffen en organismen maximaal in het drinkwater mogen voorkomen.

De wettelijke kwaliteitseisen voor drinkwater staan in het Drinkwaterbesluit. Zo zijn er eisen aan de hoeveelheden lood (10 microgram per liter water) en kwik (1 microgram per liter water) in drinkwater. Deze eisen zijn gebaseerd op de Europese Drinkwaterrichtlijn (Engels). Op deze website is eind 2016 de evaluatie van de Europese drinkwaterrichtlijn 98/83 EGEuropese Gemeenschap gepubliceerd.

De resultaten van de evaluatie geven aan dat de Drinkwaterrichtlijn een relevant instrument is dat de drinkwaterkwaliteit in Europese lidstaten garandeert. Op de volgende punten is nog wel ruimte voor verbetering:

  • Kwaliteitsparameters
  • Risico-gebaseerde aanpak
  • Informatie voor consumenten
  • Materialen in contact met drinkwater 

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu werkt samen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu aan deze onderwerpen.

Beschermingsbeleid drinkwaterbronnen

De Kaderrichtlijn Water (KRWKaderrichtlijn Water, 2000/60/EG) vormt het Europese kader voor een duurzame veiligstelling van grond- en oppervlaktewater voor toekomstige generaties. Naast ecologische en chemische doelstellingen bevat de KRW ook doelstellingen voor water dat is bestemd voor menselijke consumptie (Artikel 7). Deze doelstellingen richten zich in het kort op het behoud van de huidige kwaliteit van bronnen voor drinkwater, geen achteruitgang en verbetering van de waterkwaliteit op termijn met als doel de zuiveringsinspanning te verminderen.

In Nederland is de bescherming van grondwater bestemd voor drinkwaterbereiding, vastgelegd in de Wet Milieubeheer. Provincies kunnen rondom winningen beschermingsgebieden aanwijzen en hebben dit bij bijna alle grondwaterwinningen in Nederland gedaan. Binnen zo’n gebied stellen provincies aanvullende eisen aan bijvoorbeeld het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of het uitvoeren van bepaalde activiteiten. Oppervlaktewaterwinningen worden beschermd via milieukwaliteitseisen die zijn opgenomen in het Besluit Kwaliteitsdoelstellingen en Monitoring Water (BKMWBesluit Kwaliteitsdoelstellingen en Monitoring Water, 2009).

Tijdens de invoering van de KRW bleek dat Nederland weliswaar over voldoende instrumenten beschikt om de bronnen voor drinkwater te beschermen, maar dat de implementatie in de praktijk op dat moment onvoldoende was om de doelstellingen van de KRW te behalen (referentie Buitenkamp Van den Brink, en SGBPStroomgebiedbeheerplan 2008). Knelpunten die daarbij naar voren kwamen, waren onder andere:

  • veel verschillende partijen zijn betrokken bij de bescherming,
  • er is geen gedeeld beeld van risico’s en daarmee de eventuele noodzaak tot maatregelen,
  • de verankering van bescherming in het ruimtelijk beleid ontbreekt,
  • de centrale regie bij het vormgeven van beschermingsbeleid ontbreekt.

Daarom is landelijk afgesproken gebiedsdossiers op te stellen voor winningen voor de openbare drinkwatervoorziening. In een gebiedsdossier van een winning worden door de betrokken partijen (gemeente, provincie, drinkwaterbedrijf en waterbeheerder) huidige en toekomstige risico’s voor de waterkwaliteit geïnventariseerd. Deze risico’s kunnen zowel inhoudelijk als beleidsmatig van aard zijn. In de gebiedsdossiers worden ook mogelijke maatregelen geïdentificeerd waarover de partijen in een volgende fase afspraken maken. Tevens kunnen risico’s en mogelijke maatregelen naar voren komen die beter op een regionale of landelijke schaal kunnen worden opgepakt. De regiehouders voor het opstellen van gebiedsdossiers zijn provincies voor grondwaterwinningen en de waterbeheerder voor oppervlaktewaterwinningen. In 2014 zijn de beschikbare gebiedsdossiers geëvalueerd. Op basis van deze resultaten is in 2016 door de betrokken partijen een nieuw protocol voor het opstellen van gebiedsdossiers en uitvoeringsprogramma’s opgesteld.