Belangrijk bij interpretatie van de resultaten van dit onderzoek
  • De resultaten komen uit een cohortstudie. Dit betekent dat we mensen volgen over de tijd. Sommige mensen blijven meedoen, anderen stoppen, en weer anderen stromen later in. Dit type onderzoek is geschikt om patronen over de tijd te bestuderen (bijvoorbeeld ‘er is een toename in vertrouwen van 15 procentpunt’) en vergelijkingen te maken binnen personen (‘Draagvlak voor 1,5 meter afstand houden is 5 procentpunt lager dan voor regelmatig handen wassen’).
  • Het cohort is demografisch niet representatief voor de Nederlandse bevolking (zie toelichting). Cijfers op één tijdstip, zoals ‘de vaccinatiegraad’ in juli 2021, kunnen afwijken van onderzoeken die op dat moment een representatief sample hebben geworven en gewogen. We beoordelen deze afwijkingen elke ronde t.o.v. de cijfers op het Coronadashboard en die blijken beperkt (0 - 10 procentpunt). Waar deze verschillen wel duidelijk aanwezig zijn, geven we dit aan.

Lukt het mensen om de gedragsregels toe te passen?

Sinds half maart 2020 gelden in ons land diverse gedragsregels die erop gericht zijn om verspreiding van het coronavirus te bestrijden. De gedragsregels zijn gericht op het beperken van het aantal contacten (bijvoorbeeld thuiswerken) en het beperken van het risico op besmetting per contactmoment (bijvoorbeeld 1,5 meter afstand houden en de hygiënemaatregelen). De huidige situatie vraagt ook veel van mensen: de maatregelen beperken onze vrijheid en mogelijkheden. Dit kan impact hebben op onze mentale, fysieke, en sociale gezondheid. En op de mate waarin mensen de maatregelen steunen. Deze inzichten helpen de overheid om burgers beter te kunnen ondersteunen en informeren om de gedragsregels te blijven naleven.

De vragenlijst van meetronde 16 is afgenomen tussen 20 en 24 oktober. Sommige vragen gaan over het gedrag van deelnemers in de week voor het invullen van de vragenlijst. Andere vragen gaan over een periode van 6 weken voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst. Voor elk onderwerp wordt aangegeven over welke periode de vragen zijn gesteld. In de periode tussen meetronde 15 en 16 (huidige meetronde) zijn een aantal maatregelen versoepeld. Zo was het niet meer verplicht om 1,5 meter afstand te houden (maar dit werd nog wel geadviseerd). Thuiswerken had de voorkeur, maar als het nodig was kon op locatie worden gewerkt, en voor evenementen gold alleen een maximum aantal bezoekers als deze binnen plaatsvinden en er geen vaste zitplaats is. Daarnaast is het coronatoegangsbewijs ingevoerd voor bezoek aan horeca, evenementen, bioscoop/theater, festival/concert en professionele sportwedstrijden. Voor de horeca geldt nog wel de sluitingstijd van middernacht. De veranderingen in geldende maatregelen zijn terug te vinden in de tijdlijn van maatregelen voor bestrijding COVID-19.

Meetrondes

Ronde 1: 17-24 april 2020 | Ronde 2: 7-12 mei | Ronde 3: 27 mei - 1 juni | Ronde 4: 17-21 juni | Ronde 5: 8-12 juli | Ronde 6: 19-23 augustus | Ronde 7: 30 september - 4 oktober | Ronde 8: 11-15 november | Ronde 9: 30 december 2020 - 3 januari 2021 | Ronde 10: 10-14 februari | Ronde 11: 24-28 maart | Ronde 12: 5-9 mei | Ronde 13: 16-20 juni | Ronde 14: 28 juli - 1 augustus | Ronde 15: 8-12 september | Ronde 16: 20-24 oktober

Houden aan gedragsregels

Het gedragsonderzoek van meetronde 16 laat zien dat de meeste hygiënemaatregelen nog altijd goed worden nageleefd. Deelnemers geven aan dat zij in 90% van de gevallen in de week voorafgaand aan het onderzoek geen handen hebben geschud en 97% droeg een mondkapje in het openbaar vervoer. Wanneer het nodig was om handen te wassen, deden de deelnemers dat in 73% van de situaties. Als deelnemers moesten hoesten of niezen, deden zij dat in 70% van de gevallen in de elleboog.

Sinds 19 juli geldt de gedragsregel: zorg voor voldoende frisse lucht. Van de deelnemers geeft 39% aan dat zij zorgen voor voldoende frisse lucht in de ruimtes in huis waar zij de meeste tijd doorbrengen. Dit betekent dat zij meestal of altijd een raam op een kier of ventilatierooster open hebben en minimaal twee keer per dag doorluchten door ramen of deuren wijd open te zetten.

Sinds 25 september is afstand houden geen verplichting meer. Wel is het dringende advies om daar waar het kan afstand te houden en drukte te vermijden. Daarom zal hierover wel worden gerapporteerd. In 56% van het aantal keer dat afstand houden geadviseerd wordt, gebeurde dit ook. In de paragraaf ‘afstand houden’ is te lezen hoeveel procent van de deelnemers het lukt om in verschillende situaties afstand te houden. De deelnemers die thuis kunnen werken, werken gemiddeld 53% van hun werkuren thuis. Van de deelnemers die op het moment van invullen of in de 6 weken daarvoor klachten hadden (niet door een onderliggende aandoening), heeft 33% zich laten testen op het coronavirus. Bovendien bleef 36% van de deelnemers met klachten (niet door een onderliggende aandoening) thuis. Verderop op deze pagina staat meer informatie over thuiswerken en testen en quarantaine in verschillende situaties.

Het naleven van een gedragsmaatregel hangt vooral sterk samen met het draagvlak voor de maatregel en hoe moeilijk of makkelijk het is om je aan de maatregel te houden. De mening over de aanpak van de Nederlandse overheid en in hoeverre mensen zien dat in hun omgeving een maatregel wordt nageleefd spelen in mindere mate een rol. Het vertrouwen in het beleid van de overheid rond corona staat in de verdiepende analyses los van naleving van de maatregelen. Dit blijkt uit de verdiepende analyses.

Veranderingen in het houden aan de gedragsregels

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. De naleving van de hygiënemaatregelen is ten opzichte van de vorige meetronde ongeveer gelijk gebleven en ook het percentage deelnemers dat een mondkapje droeg in het openbaar vervoer is vergelijkbaar. Ten opzichte van de vorige meetronde is het percentage deelnemers dat zorgt voor voldoende frisse lucht in de woning gedaald met 34 procentpunt. Mogelijk houdt dit verband met de lagere buitentemperatuur. Het percentage deelnemers dat drukke plekken vermijdt (of omkeert bij een te drukke situatie) is ten opzichte van de vorige meetronde met 8 procentpunt gedaald. Voor het naleven van de maatregelen om te testen en thuis te blijven bij klachten is de daling vanaf ronde 12 (mei 2021) doorgezet tot de huidige ronde.

Coronatoegangsbewijs

Deze meetronde is de deelnemers voor het eerst gevraagd naar het coronatoegangsbewijs. Vanaf 25 september heeft iedereen van 13 jaar en ouder op sommige plekken een coronatoegangsbewijs nodig. Bijvoorbeeld in de horeca, bij een evenement, sportwedstrijd of culturele voorstelling. 67% van de deelnemers heeft in de week voor het invullen van de vragenlijst minimaal een van die locaties bezocht. Onder volledig gevaccineerde deelnemers is een bezoek aan de horeca het populairst (61%), gevolgd door de bioscoop of theater (16%). Respectievelijk 6 en 4 procent zijn bij een concert/festival of professionele sportwedstrijd geweest (cijfers niet in figuur). Onder niet volledig gevaccineerde deelnemers liggen deze percentages een stuk lager. 26% heeft een bezoek gebracht aan de horeca, 3% is bij een concert/festival geweest, 3% bij de bioscoop/theater en 2% bij een professionele sportwedstrijd.

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom mensen niet naar een locatie gaan waar een coronatoegangsbewijs verplicht is. Voor volledige gevaccineerde deelnemers was de voornaamste reden omdat zij geen behoefte of tijd hadden (83%). Voor deelnemers die niet volledig gevaccineerd zijn was de voornaamste reden dat zij zich niet willen laten testen voor toegang (51%).

De overgrote meerderheid van de deelnemers laat het coronatoegangsbewijs zien via de CoronaCheck app in plaats van op papier. 21% van de deelnemers geven aan dat ze binnen de horeca tijdens hun laatste bezoek volledig zijn gecontroleerd (coronatoegangsbewijs plus legitimatie) en 59% gedeeltelijk (coronatoegangsbewijs), tegenover ongeveer 50% en 33-48% op de andere locaties waar een coronatoegangsbewijs verplicht is. Bij deze andere locaties worden doorgaans aan de deur kaartjes gecontroleerd, waardoor de locaties beter ingericht zijn op het controleren van het coronatoegangsbewijs. 

Meer inzicht in naleving

Testen algemeen

Het advies om te testen op het coronavirus geldt in verschillende situaties. Daarnaast zijn er verschillende manieren om te testen op het coronavirus. Van alle deelnemers heeft 12% zich in de afgelopen 6 weken laten testen. Van hen deed 24% dat meer dan één keer. 11% heeft zich laten testen voor toegang tot evenementen en 14% heeft zich laten testen in verband met een buitenlandreis. Daarnaast heeft van alle deelnemers 29% een zelftest gedaan in de afgelopen 6 weken, zie voor verdere toelichting onder 'zelftesten'.

Van deelnemers die zich in de afgelopen 6 weken hebben laten testen, hebben de meesten (68%) dat gedaan bij de  GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). 17% heeft dit bij een bedrijf laten doen op eigen initiatief of op het initiatief van de werkgever en 4% heeft zich in het buitenland laten testen.  

In de huidige meetronde is gevraagd aan de deelnemers of zij de CoronaMelder app op hun telefoon hebben staan. De CoronaMelder app kan helpen voorkomen dat het coronavirus zich verder verspreidt. De app waarschuwt je namelijk nadat je in de buurt bent geweest van iemand met corona. Van de deelnemers heeft 51% aangegeven dat zij de app op hun telefoon hebben staan. 4% heeft de app niet omdat zij deze niet kunnen downloaden of omdat zij geen smartphone hebben.

Van alle deelnemers die zich hebben laten testen (bijvoorbeeld bij de GGD, of als test voor toegang), kreeg 5% een positieve uitslag. 90% van de deelnemers heeft na een positieve uitslag contact gehad met de GGD. De GGD vraagt naar de contacten (in de periode dat deelnemers mogelijk besmettelijk waren) in verband met het bron- en contactonderzoek. 44% van de deelnemers heeft na een positieve testuitslag hun contacten doorgegeven aan de GGD. 16% geeft aan de nauwe contacten te hebben doorgegeven aan de GGD en zelf hun niet-nauwe contacten te hebben gewaarschuwd. 31% geeft aan alleen zelf hun contacten te hebben gewaarschuwd.

Zelftesten

Sinds april 2021 zijn zelftesten te koop. Deze zelftesten geven binnen een kwartier een uitslag. De zelftesten zijn minder betrouwbaar dan testen bij de  GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). Ze zijn daarom niet bedoeld om te testen bij klachten, na contact met een besmet persoon, of om quarantaine te beëindigen. Ze zijn alleen bedoeld als extra zekerheid, bijvoorbeeld als je naar school of werk moet. Van de deelnemers gaf 29% aan een zelftest te hebben gedaan in de afgelopen zes weken en van hen heeft 45% vaker dan één keer een zelftest gedaan. De meest genoemde redenen om een zelftest te doen waren ‘ik had corona-gerelateerde klachten’ (36%) ‘om meer zekerheid te hebben dat ik het coronavirus niet had’ (32%), en ‘om meer zekerheid te hebben dat ik anderen niet kon besmetten toen ik op bezoek ging’ (24%). Dit patroon is ongeveer hetzelfde als in de vorige meetronde.

Van de deelnemers die een zelftest hebben gedaan, had 1% een positieve testuitslag. Van die groep deelnemers zegt 90% na de positieve uitslag naar de GGD te zijn gegaan om zich opnieuw te laten testen. 1% heeft dat niet gedaan, maar heeft wel de positieve uitslag bij de GGD gemeld. In dat laatste geval wordt ook het bron- en contactonderzoek opgestart (zie hierboven)

Verandering in het gebruik van zelftesten

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Sinds de zelftesten beschikbaar kwamen in meetronde 12, is het gebruik ervan in elke meetronde toegenomen. Deelnemers van 18-24 en 25-39 jaar gebruiken vaker zelftesten dan oudere deelnemers. Dit verschil loopt op tot 48 procentpunt tussen de oudste en de jongste leeftijdscategorie. Het verschil is sinds meetronde 15 licht afgenomen (6 procentpunt).

Testen bij klachten

Als je klachten hebt die horen bij het coronavirus, is het advies om je te laten testen bij de  GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). Van de mensen die hebben deelgenomen aan meetronde 16, heeft 34% nu klachten of in de afgelopen 6 weken klachten gehad die kunnen wijzen op een besmetting met het coronavirus (cijfer niet in figuur). Dit percentage is flink gestegen ten opzichte van de vorige meetronde, toen was dit 23%. Voor 61% van de deelnemers met klachten zijn de klachten (waarschijnlijk) niet gerelateerd aan een onderliggende aandoening, van hen liet 33% zich testen. Van deze deelnemers deed 68% dat binnen 2 dagen na aanvang van de klachten. De meest genoemde reden waarom deelnemers met klachten die (waarschijnlijk) niet door een onderliggende aandoening komen zich niet hebben laten testen is dat zij al een zelftest hadden gedaan (39%), heel milde klachten hadden (37%), altijd klachten hebben in deze periode (30%) of al gevaccineerd zijn en het daarom niet nodig vonden zich te laten testen (28%, cijfers niet in figuur).

Verandering in percentage mensen dat zich laat testen bij klachten

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Nadat het percentage deelnemers dat zich liet testen een aantal rondes was toegenomen, is sinds meetronde 13 (juni 2021) een daling ingezet. De daling zet licht door, maar blijft op hetzelfde niveau als in de vorige meetronde. Het percentage deelnemers met mogelijk corona-gerelateerde klachten (gedurende de afgelopen 6 weken en nu) dat zich liet testen ligt nu op het laagste niveau tot nu toe. Bij deelnemers voor wie de klachten (waarschijnlijk) niet komen door een onderliggende aandoening is een sterke daling zichtbaar (8 procentpunt), bij deelnemers voor wie de klachten (waarschijnlijk) wel komen door een onderliggende aandoening is er geen verschil met de vorige meetronde.

Wanneer je klachten hebt die door het coronavirus veroorzaakt zouden kunnen worden, zijn zelftesten niet geschikt omdat ze minder betrouwbaar zijn. Het advies is daarom om je te laten testen bij de  GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). Toch gebruiken deelnemers zelftesten wanneer zij klachten hebben. In de cijfers is te zien dat steeds meer deelnemers aangeven een zelftest te gebruiken en steeds minder deelnemers zich laten testen bij de GGD. In meetronde 12 (mei 2021) heeft 62% van de deelnemers met klachten niet door een onderliggende aandoening zich vanwege deze klachten laten testen bij de GGD. In meetronde 16 was dat nog slechts 29%. Daartegenover gebruikte in meetronde 12 nog slechts 5% van de deelnemers met klachten een zelftest vanwege deze klachten, wat in meetronde 16 is gestegen naar 32%. Het totaal aantal deelnemers met klachten dat niet heeft getest (bij de GGD of met een zelftest) is deze meetronde licht gestegen (van 35 naar 39%).

De cijfers in het onderstaande figuur over laten testen bij de GGD wijken af van cijfers in het figuur 'Verandering laten testen bij klachten (GGD)' bij klachten niet door een onderliggende aandoening. Deelnemers die klachten hadden kunnen zich namelijk ook om een andere reden hebben laten testen in de afgelopen 6 weken, bijvoorbeeld voor- of nadat ze klachten hadden. Hierdoor vallen de cijfers voor laten testen bij de GGD in het onderstaande figuur lager uit (met maximaal 7 procentpunt).

Deelnemers die niet gevaccineerd zijn doen vaker een GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) test bij klachten dan deelnemers die wel gevaccineerd zijn. Deelnemers die het makkelijker vinden om zich te laten testen en deelnemers die sterker overtuigd zijn van de effectiviteit van het advies doen vaker een GGD test. Deelnemers die denken dat laten testen bij klachten helpt om het coronavirus te bestrijden doen vaker een coronatest bij klachten. Binnen de groep deelnemers die een coronatest doet bij klachten, doen deelnemers met meerdere klachten of met zwaardere klachten (zoals moeilijk ademen of koorts) vaker een GGD test dan een zelftest. Dit blijkt uit de verdiepende analyses.

Testen bij terugkomst of bezoek buitenland

Van alle deelnemers geeft 22% aan de afgelopen zes weken in het buitenland te zijn geweest. Van hen was 18% in een groen gebied, 60% in een geel gebied, 6% in een oranje of rood gebied en 16% weet niet welke kleurcode het land had.

Van alle deelnemers die in het buitenland zijn geweest heeft 21% een coronatest gedaan ná terugkomst (2% heeft zich laten testen en 19% deed een zelftest). Van de deelnemers die in een gebied met een oranje of rode kleurcode zijn geweest, was dit 29%. Na terugkomst uit een geel gebied was dit 25% en uit een groen gebied 17%.

De deelnemers die geen test hebben gedaan ná terugkomst uit het buitenland, geven het vaakst de redenen: ‘Ik ben gevaccineerd tegen corona en vond het daarom niet nodig om een coronatest te doen’ (55%); ‘Ik heb geen klachten en vond het daarom niet nodig een coronatest te doen’ (44%) en ‘de kans dat ik met corona ben besmet is klein’ (38%).

Van de deelnemers die hebben getest, heeft 60% dat binnen 24 uur na thuiskomst gedaan en 33% tussen de 2 en 4 dagen. 96% van de reizigers geeft aan geen klachten te hebben gehad na thuiskomst uit het buitenland. Van de deelnemers die hebben getest ná terugkomst, had 2% een positieve testuitslag.

Testen bij kinderen

Voor kinderen geldt een testadvies als zij op school, op de kinderopvang, of ergens anders in contact zijn geweest met een besmet persoon. Ook moeten kinderen zich laten testen als zij zelf klachten hebben die passen bij het coronavirus. Voor kinderen jonger dan 12 jaar hoeft dat alleen als ze zware klachten hebben. Kinderen op middelbare scholen en basisscholen kunnen bovendien gratis zelftesten krijgen om uit voorzorg thuis af te nemen. Dit is in aanvulling op het advies om bij de  GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) te laten testen bij klachten of na nauw contact.

De afnameperiode van meetronde 16 viel in of rond de herfstvakantie, nadat de nieuwe regel in is gegaan waarbij basisschoolklassen niet meer in quarantaine hoeven na één positieve coronatest. Van de deelnemers met thuiswonende kinderen gaf 28% aan dat hun oudste kind klachten had waardoor een testadvies gold en 11% dat een kind in (nauw) contact was geweest met een besmet persoon waardoor een testadvies gold. Wanneer ouders meerdere kinderen hadden die klachten hadden en/of die contact hadden gehad met een besmet persoon, is aan hen gevraagd om het oudste kind voor wie dit gold in gedachten te houden. Van deze kinderen met klachten is 40% getest (of de test moet nog plaatsvinden; kinderen die een zelftest hebben gedaan zijn hierbij niet meegerekend), dit is iets hoger dan in meetronde 15 (september 2021). Toen was dit 34%. Van de kinderen die contact hadden gehad met een besmet persoon is 56% getest (of de test moet nog plaatsvinden). In meetronde 15 was dit 66%.

Als belangrijkste reden om hun kind niet te laten testen, gaven deelnemers aan dat hun kind al een zelftest had gedaan (59%). Van de deelnemers gaf 26% aan dat hun kind milde klachten had, en 22% gaf aan dat de kans klein is dat hun kind besmet is met corona.

Verandering in testen bij kinderen

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. In de huidige meetronde geven deelnemers aan hun kinderen met klachten vaker te hebben laten testen, vergeleken met meetronde 15 (toename van 5 procentpunt). Na nauw contact is het aantal kinderen dat is getest juist afgenomen, met 10 procentpunt (cijfers niet in figuur).

Wanneer je klachten hebt die door het coronavirus veroorzaakt zouden kunnen worden, zijn zelftesten niet geschikt omdat ze minder betrouwbaar zijn. Het advies is daarom om je te laten testen bij de  GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). Toch gebruiken deelnemers zelftesten bij hun kinderen wanneer zij klachten hebben.

In de cijfers is te zien dat steeds meer deelnemers aangeven dat hun kind bij corona gerelateerde klachten een zelftest heeft gedaan. In meetronde 16 geeft 37% van de deelnemers aan dat hun kind een zelftest heeft gedaan, een toename van 7 procentpunt ten opzichte van meetronde 15. Sinds meetronde 12 (mei 2021) is dit aantal zelfs gestegen met 32 procentpunt. Het aantal kinderen dat zich bij de GGD liet testen is sinds meetronde 12 juist afgenomen. Wel is de dalende trend die in meetronde 12 is ingezet in de huidige meetronde doorbroken (toename van 5 procentpunt ten opzichte van de vorige meetronde). Het totaal aantal kinderen met klachten dat géén test heeft gedaan (zelftest of bij de GGD) is sinds de vorige meetronde afgenomen met 12 procentpunt.

 

Thuisquarantaine

Het advies om in thuisquarantaine te gaan geldt als je klachten hebt die bij een besmetting met het coronavirus passen, of als je een positieve coronatestuitslag hebt gehad. Deelnemers die aangeven alleen voor een coronatest naar buiten te zijn gegaan of naar buiten gingen na een negatieve testuitslag, worden niet meegerekend in de cijfers over ‘naar buiten gaan in quarantainesituaties’.

Bij thuisquarantaine of isolatie is de regel dat je thuis moet blijven (met als uitzondering je eigen buitenruimte zoals tuin of balkon) en geen bezoek mag ontvangen (medisch bezoek uitgezonderd). Deelnemers die een positieve coronatestuitslag hebben gehad, geven aan de regels beter na te leven dan deelnemers die klachten hebben, of hebben gehad (die waarschijnlijk niet komen door een onderliggende aandoening). Van de deelnemers met klachten bleef 36% thuis en ontving 70% geen bezoek. Van de deelnemers die zelf positief zijn getest, rapporteert 70% thuis te zijn gebleven en 97% geen bezoek te hebben ontvangen. Van de positief geteste deelnemers die wel naar buiten zijn gegaan deed de meerderheid dit om een frisse neus te halen (exacte percentage niet beschikbaar vanwege een te kleine groep).

Veranderingen in naar buiten gaan bij thuisquarantaine situaties

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. In de berekening zijn zowel deelnemers meegenomen die tijdens het invullen van de vragenlijst klachten hadden, als deelnemers die in de afgelopen zes weken klachten hebben gehad. Van de deelnemers voor wie een isolatieadvies gold omdat zij positief getest waren, is het percentage dat zich hier aan houdt sinds meetronde 8 (herfst 2020) ongeveer gelijk gebleven. 

Redenen om uit huis te gaan

Voor de mensen met corona gerelateerde klachten zijn een frisse neus halen en boodschappen doen de belangrijkste redenen om naar buiten te gaan. Van de mensen waarbij de klachten (waarschijnlijk) niet komen door een onderliggende aandoening ging 58% naar buiten om een frisse neus te halen en eveneens 56% ging naar buiten om boodschappen te doen. Van de deelnemers met klachten ging 34% naar buiten om te werken. 

Ventilatie

De deelnemers hebben vragen beantwoord over ventilatie van hun woning. De meerderheid van de deelnemers (60%) geeft aan dat zij dagelijks twee keer of vaker de ruimtes in huis waar zij de meeste tijd doorbrachten, minimaal een kwartier hebben doorgelucht door deuren of ramen wijden open te zetten. Van de deelnemers die minimaal 2x gelucht hebben op een dag, geeft 24% aan dat zij de hele dag deuren of ramen wijd open hadden. 57% van de deelnemers geeft aan dat ze meestal tot altijd een raam of ventilatierooster open hadden in de ruimte waar ze het meeste waren. Onder de deelnemers die bezoek binnen in hun huis hebben ontvangen is gevraagd of zij voor, tijdens en na het bezoek hebben gezorgd voor voldoende frisse lucht in de woning. Van de deelnemers die bezoek ontvingen geeft 36% aan de woning minimaal een kwartier goed te hebben doorgelucht voordat het bezoek kwam, 50% van de deelnemers ventileerde tijdens het bezoek door een raam of ventilatierooster open te houden en 37% van de deelnemers heeft na het bezoek de woning minimaal een kwartier goed laten doorluchten.

Om een cijfer te presenteren voor het houden aan de basismaatregel ‘zorg voor voldoende frisse lucht’ is een combinatie gemaakt van het meestal of altijd open hebben van een raam of ventilatierooster én minimaal twee keer per dag doorluchten. Het percentage deelnemers dat zich hier aan houdt is 39%. In de vorige meetronde (september 2020) was dit 73%. 

Handen wassen

Aan de deelnemers is gevraagd om in te schatten hoe vaak ze hun handen wassen in situaties waarin dat wordt geadviseerd. Van de deelnemers geeft 59% aan vaak tot altijd hun handen te wassen na thuiskomst. Verder blijkt dat mensen duidelijk de gewoonte hebben om hun handen te wassen na een toiletbezoek: 90% van de deelnemers geeft aan hun handen dan vaak tot altijd te wassen. De gewoonte is gemiddeld een stuk minder sterk in de andere situaties, zoals voordat mensen naar buiten gaan (26%) of als mensen bij anderen op bezoek gaan (42%). Deelnemers gaven aan in 39% van de gevallen hun handen nauwgezet en tenminste 20 seconden met water en zeep te hebben gewassen (cijfers niet in figuur). Het aantal deelnemers dat aangeeft vaker dan 10 keer per dag hun handen te hebben gewassen is 30% (cijfers niet in figuur).

Veranderingen in het handen wassen

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Bij alle situaties zijn de percentages ten opzichte van de vorige meetronde heel licht gedaald tot het laagste niveau tot nu toe gemeten.

Afstand houden

Onderstaande figuur geeft situaties weer waarbij we het houden van voldoende afstand rapporteren als de mate waarin mensen zelden tot nooit dichterbij komen dan 1,5 meter. Sinds 25 september is afstand houden geen verplichting meer. Wel is het dringende advies om daar waar het kan afstand te houden en drukte te vermijden. In een aantal situaties blijkt het lastig om 1,5 meter afstand te realiseren. Bij een feestje (zoals een verjaardag of bruiloft) rapporteert slechts 14% van de deelnemers dat mensen nooit of zelden te dichtbij komen. Bij boodschappen doen gaat het om 16%. 18% van de deelnemers geeft aan dat mensen nooit of zelden te dichtbij komen wanneer zij buitenshuis werken. Bij horecagelegenheden en bij culturele instellingen is dit 26%. In situaties buiten (frisse neus halen, rondje fietsen of hardlopen) zijn de hoogste percentages deelnemers te zien die aangeven dat anderen zelden tot nooit te dichtbij komen.

Veranderingen in het dichtbij komen

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Ten opzichte van de vorige meetronde is bij alle situaties een daling te zien in het percentage deelnemers dat aangaf goed afstand te kunnen houden. De sterkste daling is te zien bij culturele instellingen (23 procentpunt). In sommige gevallen kan het lage percentage samenhangen met het coronatoegangsbewijs dat in deze situaties gevraagd wordt: er hoeft dan ook geen 1,5 meter afstand gehouden te worden.

Thuiswerken

Sinds het begin van de coronapandemie gold het advies om zoveel mogelijk thuis te werken. Deze maatregel is tussen meetronde 13 en 14 voor korte tijd versoepeld. Voorafgaand aan de huidige meetronde is de maatregel aangepast naar 'thuiswerken als het kan en op locatie als het nodig is'. Aan de deelnemers is gevraagd of zij thuis kunnen werken en in hoeverre zij dat ook doen. Van de deelnemers in meetronde 16 die werk hebben, geeft 70% aan (deels) thuis te kunnen werken. Gemiddeld werken mensen die thuis kunnen werken 53% van hun werkuren thuis (cijfers niet in figuur). 22% werkt alle werkuren thuis en 17% werkt geen van de werkuren thuis.

Veranderingen in het thuiswerken

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Onder de deelnemers die thuis kunnen werken, nam het percentage van het totaal aantal werkuren dat wordt thuisgewerkt in deze meetronde verder af met 5 procentpunt.

Sociale activiteiten

Bezoek ontvangen

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan. Ten opzichte van de vorige meetronde is het percentage deelnemers dat minimaal 1 keer bezoek heeft ontvangen in de week voorafgaand aan het onderzoek ongeveer gelijk gebleven. De veranderingen over tijd zijn te zien in de figuur. Bij ronde 9 was een duidelijke éénmalige piek te zien, waarschijnlijk door de feestdagen. Sinds meetronde 11 is het percentage weinig veranderd.

Hoewel er tijdens meetronde 16 geen maximaal aantal bezoekers gold dat men thuis mocht ontvangen, heeft de grote meerderheid van de deelnemers die bezoek heeft gehad niet meer dan vier bezoekers tegelijk ontvangen (92%). Slechts 4% kreeg vijf of zes bezoekers over de vloer en 4% ontving zeven of meer bezoekers (cijfers niet in figuur). Het percentage deelnemers dat meer dan twee personen ontving lag in de huidige meetronde ongeveer even hoog (23%) als in de vorige meetronde.

Naar buiten gaan

In de week voor het invullen van de vragenlijst gingen de deelnemers gemiddeld 19 keer naar buiten. Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan minimaal twee meetrondes hebben meegedaan.

Ten opzichte van de vorige meetronde is de grootste stijging te zien voor het percentage deelnemers dat de deur uit gaat om een culturele instelling te bezoeken (8 procentpunt).