Lukt het mensen om de gedragsregels toe te passen?

Sinds half maart gelden in ons land diverse gedragsregels die erop gericht zijn het aantal contacten met anderen te reduceren (bijvoorbeeld 1,5 meter afstand houden). De regels moeten er verder toe bijdragen dat tijdens contacten met anderen het coronavirus niet wordt overgedragen (hygiënemaatregelen). Als mensen denken dat de gedragsregels helpen om besmettingen van zichzelf of anderen te voorkómen kan dit hun motivatie versterken. Echter, de huidige situatie vraagt ook veel van mensen: ze beperken onze vrijheid en mogelijkheden. Dit kan impact hebben op onze mentale, fysieke, en sociale gezondheid. En op de verwachting hoe lang mensen de maatregelen steunen. Deze inzichten helpen de overheid om burgers beter te kunnen ondersteunen en informeren om de gedragsregels op te blijven volgen.

Het gedragsonderzoek laat zien dat het niet meer handen schudden de meest makkelijk na te leven regel is. Bijna 99% zegt geen handen meer te schudden. Daarnaast geeft 90% aan ‘niet meer dan 3 mensen op bezoek’ te ontvangen. Ook het niet bezoeken van mensen met een kwetsbare gezondheid (82%), het in de elleboog niezen (71%) en het gebruik van papieren zakdoekjes (66%) worden opgevolgd. Van het totaal aantal keren dat mensen in een situatie belanden waarin ze handen moeten wassen, lukt dit gemiddeld in 78% van die situaties. Als we aan mensen vragen hoe vaak per dag ze denken dat ze hun handen wassen rapporteert 41% dit frequent (vaker dan 10 keer per dag) te hebben gedaan. Van alle keren dat mensen in een situatie belanden waarin ze afstand moeten houden, lukt dit in gemiddeld 62% van de gevallen.

Verandering in het houden aan de gedragsregels

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan alle metingen hebben meegedaan. Het percentage deelnemers dat aangeeft zich te houden aan de hygiënemaatregelen, zoals handen wassen en hoesten of niezen in de elleboog, is redelijk stabiel gebleven. Na verloop van tijd geven minder deelnemers aan zich aan de 1,5 meter afstand te houden. In vergelijking met de eerste meting is een afname van circa 10% te zien van het aantal mensen dat afstand houdt. Ook de maatregelen zoals niet meer dan drie mensen op bezoek en niet op bezoek gaan bij iemand met een kwetsbare gezondheid worden door minder deelnemers opgevolgd. Hoe meer mensen elkaar weer ontmoeten, hoe belangrijker het is dat mensen zich aan de maatregelen houden die nog wel gelden, zoals de hygiënemaatregelen.

Handen wassen

Aan de deelnemers van het onderzoek is gevraagd om in te schatten hoe vaak ze handen wassen in situaties waarin dat moet. Van de situaties waarin er handen wordt gewassen blijkt dat mensen duidelijk de gewoonte hebben om hun handen te wassen na een toiletbezoek: ruim 92% van de mensen geeft aan hun handen dan vaak tot altijd te wassen. Ongeveer 78% van de mensen geeft aan vaak tot altijd hun handen te wassen na thuiskomst. De gewoonte is een stuk minder sterk in de andere situaties, zoals na het neus snuiten of bij anderen op bezoek gaan. Vóórdat mensen naar buiten gaan wast 38% van de mensen vaak tot altijd hun handen.

Verandering in het handen wassen

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan alle metingen hebben meegedaan. Er zijn geen grote verschillen ten opzichte van de eerdere metingen omtrent handen wassen. Alleen het percentage deelnemers dat aangeeft handen te wassen als zij bij iemand op bezoek gingen is afgenomen: van 75% in de eerste meting naar 67% in de derde meting. In de overige gevallen geven de deelnemers aan nog even vaak handen te wassen als in het begin van de coronacrisis.

Afstand houden

Het wordt steeds lastiger om 1,5 meter afstand te realiseren. Voorbeelden van situaties zijn boodschappen doen, een frisse neus halen, buiten sporten, bezoek bij familie of vrienden. Bij het boodschappen doen rapporteerde 87% van de deelnemers dat mensen soms tot heel vaak te dichtbij kwamen. Zo'n 74% gaf aan dat mensen te dichtbij kwamen wanneer zij naar buiten gingen voor werk. Bij het bezoeken van vrienden of familie of bezoek thuis ontvangen is dit respectievelijk 63 en 54%.

Verandering in het dichtbij komen

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan alle metingen hebben meegedaan. In vergelijking met de eerste meting is een toename te zien van het aantal mensen dat dichtbij komt. Niet alleen op plekken waar veel andere mensen zijn, ook bij bezoek thuis – binnen, waar mensen vaak langere tijd in elkaars gezelschap zijn. In de eerste meting gaf 39% van de deelnemers aan dat mensen soms tot meestal te dichtbij kwamen wanneer zij vrienden of familie bezochten. In de derde meting is dat percentage opgelopen tot bijna 62%. Ook wanneer thuis bezoek wordt ontvangen blijkt het lastig om voldoende afstand te bewaren: het percentage is met bijna 19% toegenomen. 

Trend trend in afstand houden

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Thuis-isolatie bij klachten

Om verspreiding van het virus tegen te gaan, is thuis-isolatie (2 weken thuisblijven) bij een vermoeden van COVID-19 erg belangrijk. Thuis-isolatie blijkt een moeilijke opgave. Ten eerste geldt dit advies voor mensen met verkoudheidsklachten, koorts of kortademigheid. Van de mensen die deze klachten hebben, geeft 77% aan de afgelopen week het huis uit te zijn geweest en 51 % bezoek te hebben ontvangen.

Ook mensen die positief getest zijn op het coronavirus of iemand hebben ontmoet met COVID-19, moeten thuis blijven. Op de vraag of mensen daartoe bereid zijn, zegt 95% bereid te zijn 2 weken thuis te blijven indien ze zelf COVID-19 hebben, 84% als een huisgenoot dat heeft, en 43% als ze iemand hebben ontmoet met COVID-19. 

Vaccineren

Aan de deelnemers is ook gevraagd of mensen zich willen laten vaccineren als er straks een vaccin is. De helft geef aan de dat zouden willen. 20% geeft dat ze dat zouden willen, maar eerst zouden willen weten of ze corona hebben gehad. Samen is dit 71%. 11% zegt dat niet te willen en 18% weet het nog niet.

Testen

Sinds 1 juni kan iedereen van 12 jaar en ouder zich met  klachten laten testen. Van de mensen zonder verkoudheidsklachten, zegt 67%  zich te zullen laten testen als ze klachten zouden krijgen. Mensen die wel klachten hebben, antwoorden anders op dezelfde vraag: slechts 28% zegt zich te willen laten testen. Een veelgenoemde reden die mensen aangeven om zich niet te laten testen is dat ze hun klachten niet toeschrijven aan Corona. Mensen die de kans groter inschatten dat ze het virus oplopen en denken dat testen helpt om de verspreiding tegen te gaan, zijn meer bereid zich te laten testen.