Lukt het mensen om de gedragsregels toe te passen?

Sinds half maart gelden in ons land diverse gedragsregels die erop gericht zijn dat tijdens contacten met anderen het coronavirus niet wordt overgedragen (bijvoorbeeld 1,5 meter afstand houden en de hygiënemaatregelen). Als mensen denken dat de gedragsregels helpen om besmettingen van zichzelf of anderen te voorkómen kan dit hun motivatie versterken. Echter, de huidige situatie vraagt ook veel van mensen: de maatregelen beperken onze vrijheid en mogelijkheden. Dit kan impact hebben op onze mentale, fysieke, en sociale gezondheid. En op de verwachting hoe lang mensen de maatregelen steunen. Deze inzichten helpen de overheid om burgers beter te kunnen ondersteunen en informeren om de gedragsregels op te blijven volgen.

Let op: de vragenlijst deze ronde is afgenomen vóór de persconferentie van 14 oktober 2020 waar de gedeeltelijke lockdown werd aangekondigd. Deze resultaten gaan dus over de maatregelen die in de weken vóór de afname van de vragenlijst golden (30 september - 4 oktober).

Het gedragsonderzoek laat zien dat ruim de helft (52%) van de deelnemers in de week voorafgaand aan het onderzoek niet op een drukke plek is geweest waar ze geen 1,5 meter afstand konden houden. Van degenen die wel op een te drukke plek zijn geweest besloot 27% van hen rechtsomkeert te maken. Het niet meer handen schudden is de meest makkelijk na te leven regel. 99% van de deelnemers zegt geen handen meer te schudden. Daarnaast geeft 72% aan in de elleboog te hoesten en niezen. Van het totaal aantal keren dat mensen in een situatie belanden waarin ze handen moeten wassen, lukt dit gemiddeld in 78% van die situaties. Als we aan mensen vragen hoe vaak per dag ze denken dat ze hun handen wassen rapporteert 43% dit frequent (vaker dan 10 keer per dag) te hebben gedaan met water en zeep of met desinfecterende handgel. Van de deelnemers geeft 99% aan niet meer dan 6 mensen op bezoek te ontvangen. In de week dat de vragenlijst werd ingevuld, veranderde de regel van maximaal 6 mensen op bezoek naar maximaal 3 mensen op bezoek. Van de deelnemers gaf 91% al aan niet meer dan 3 mensen op bezoek te ontvangen. Samen met handen schudden lijkt bezoek ontvangen (toen de regel nog maximaal 6 bezoekers was) de makkelijkst na te leven maatregel te zijn.

Verandering in het houden aan de gedragsregels

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan alle meetrondes hebben meegedaan. Het percentage deelnemers dat aangeeft zich te houden aan de hygiënemaatregelen, zoals handen wassen en hoesten of niezen in de elleboog, is stabiel gebleven. Het afstand houden lijkt weer iets beter te gaan. Na een continue afname in de eerste vijf meetronden, is in de laatste twee meetronden weer een lichte verbetering te zien in het voldoende afstand houden: een toename van 5 procentpunt ten opzichte van de vijfde meetronde. Het aantal deelnemers dat niet op een te drukke plek is geweest, is stabiel gebleven. Het aantal deelnemers dat is omgekeerd indien de plek te druk bleek te zijn, is echter afgenomen met bijna 5 procentpunt. De regel om een maximum aantal bezoekers thuis te ontvangen lijkt, met een toename van 7 procentpunt, beter te worden nageleefd.

Handen wassen

Aan de deelnemers van het onderzoek is gevraagd om in te schatten hoe vaak ze handen wassen in situaties waarin dat moet. Van de situaties waarin er handen wordt gewassen blijkt dat mensen duidelijk de gewoonte hebben om hun handen te wassen na een toiletbezoek: 93% van de deelnemers geeft aan hun handen dan vaak tot altijd te wassen. Bijna 75% van de deelnemers geeft aan vaak tot altijd hun handen te wassen na thuiskomst. De gewoonte is een stuk minder sterk in de andere situaties, zoals vóórdat mensen naar buiten gaan (38%) of na het neus snuiten (66%).

Verandering in het handen wassen

Voor veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan alle meetrondes hebben meegedaan. Voor de meeste situaties zijn er geen grote verschillen ten opzichte van de eerdere metingen omtrent handen wassen.

De dalende trend van deelnemers tussen de eerste en vijfde ronde die aangeven handen te wassen als zij bij iemand op bezoek gaan en wanneer zij weer thuis komen lijkt verder gestabiliseerd in deze ronde. In de overige gevallen geven de deelnemers aan nog ongeveer even vaak handen te wassen als in het begin van de coronatijd. 

Afstand houden

Het blijft lastig om in verschillende situaties 1,5 meter afstand te realiseren. Met name bij het boodschappen doen en buitenshuis werken blijkt het lastig afstand te houden. Bij het boodschappen doen rapporteert 16% van de deelnemers dat mensen zelden tot nooit te dichtbij komen. Zo'n 28% geeft aan dat mensen zelden tot nooit te dichtbij komen wanneer zij naar buiten gaan voor werk. Bij bezoek aan een feestje (zoals een verjaardag of bruiloft), het bezoeken van vrienden/ familie of bezoek thuis ontvangen gaat het om respectievelijk 41, 39 en 51%. Tijdens een bezoek aan een de horeca geeft 49% aan dat mensen nooit of zelden te dichtbij komen. Bij een bezoek aan een culturele instelling (zoals bioscoop, theater of museum) is dit 69%.

Verandering in het dichtbij komen

Voor de veranderingen over de tijd is gekeken naar de deelnemers die aan alle meetrondes hebben meegedaan. Na een continue verslechtering in de eerste vijf meetrondes, lijken deelnemers de laatste twee rondes weer wat beter de 1,5 meter afstand te kunnen realiseren.

Ondanks dat in vergelijking met de eerste meetronde nog steeds een toename te zien is van het aantal mensen dat dichtbij komt, laten de laatste twee meetrondes voor verschillende situaties toch een verbetering zien. Situaties waarbij het afstand houden weer beter gaat ten opzichte van meetronde vijf zijn buitenshuis werken (verbetering van 6 procentpunt), maar ook in sociale settingen zoals familie of vrienden bezoeken (verbetering van 13 procentpunt), bezoek thuis ontvangen (verbetering van 12 procentpunt), feestjes (verbetering van 11 procentpunt ten opzichte van vorige meetronde), en naar een horecagelegenheid gaan (verbetering van 8 procentpunt). Daarnaast zijn ook verbeteringen te zien in de praktische situaties, zoals de hond uitlaten of met kinderen buiten spelen (verbetering van 9 procentpunt), een frisse neus halen (verbetering van 10 procentpunt) en voor iemand (mantel)zorgen (verbetering van 7 procentpunt).

Verandering in het dichtbij komen

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

* De dalende lijn voor school/opleiding ten opzichte van vorige meetronde is mogelijk vertekend door de lage aantallen wegens de zomervakantie.

Thuiswerken

Deze meetronde is voor het eerst gevraagd in hoeverre de deelnemers thuis kunnen werken en dat dan vervolgens ook doen. Van de deelnemers die werk hebben, geeft 36% aan niet thuis te kunnen werken. Degenen die wel thuis kunnen werken, werken bijna driekwart (72%) van hun wekelijkse werkuren thuis.

Testen

Van de mensen die hebben deelgenomen aan meetronde 7, heeft 35% klachten of in de afgelopen 6 weken klachten gehad die kunnen wijzen op een besmetting met het coronavirus. In de vorige meetronde was dit 26%. Van de mensen met klachten geeft deze ronde 46% aan dat deze klachten (waarschijnlijk) komen door een onderliggende langdurige aandoening.

Van de mensen met klachten die (waarschijnlijk) niet komen door een andere aandoening, heeft 42% zich laten testen. Dit percentage is ongeveer gelijk gebleven aan vorige meetronde (45%). Van de mensen met klachten die (waarschijnlijk) wel komen door een onderliggende langdurige aandoening, heeft 20% zich laten testen. Van de mensen die zich hebben laten testen heeft 84% dat binnen 4 dagen gedaan en 49% binnen 2 dagen na aanvang van de klachten.

Van de deelnemers die geen klachten hebben of hebben gehad in de afgelopen 6 weken, geeft 80% aan bereid te zijn zich te laten testen als ze nu klachten zouden hebben. De intentie om zich te laten testen is dus aanzienlijk hoger dan wat we terugzien in daadwerkelijk gedrag. Van de deelnemers die zich in de afgelopen 6 weken al hebben laten testen, geeft 84% aan dat weer te zullen doen als ze komende weken opnieuw klachten zouden krijgen.

Thuisquarantaine

In deze meetronde is voor zes situaties waarbij het advies is om in thuisquarantaine te gaan, gevraagd aan de deelnemers of ze dat ook hebben gedaan:

  • Bij klachten
  • Bij een positieve coronatest
  • Als een huisgenoot klachten heeft
  • Als een huisgenoot positief getest is op het coronavirus
  • Na een melding van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst over nauw contact met een besmet persoon
  • Na terugkeer uit een oranje of rood gebied

Bij een thuisquarantaine is de regel dat je thuis moet blijven (met als uitzondering je eigen buitenplaats zoals tuin of balkon) en geen bezoek mag ontvangen. 

Een groot deel blijkt de thuisquarantaine niet op te volgen. Bij een positieve coronatest wordt de thuisquarantaine echter het beste nageleefd. Bij degenen die zelf positief zijn getest, rapporteert 79% thuis te blijven en 93% geen bezoek te ontvangen. Bij degenen die een huisgenoot hebben die positief is getest, rapporteert 61% thuis te blijven. Thuisquarantaine bij klachten en na terugkeer uit een oranje of rood gebied worden het minst goed nageleefd. Van de deelnemers met verkoudheidsklachten die (waarschijnlijk) niet komen door een onderliggende aandoening geeft 29% aan niet naar buiten te zijn geweest, en van de deelnemers die terugkeren uit een oranje of rood gebied rapporteert slechts 27% niet buiten te zijn geweest.

Naar buiten ...

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Voor de situaties ‘terugkeer uit oranje/rood gebied’, ‘na melding GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’, en ‘huisgenoot met klachten’ is gevraagd naar de afgelopen 6 weken. De situaties ‘zelf positief getest’ en ‘huisgenoot of gezinslid positief getest’ zijn gevraagd aan iedereen die ooit positief getest is. De percentages zijn zeer vergelijkbaar voor de respondenten die de afgelopen 6 weken positief getest zijn. De situatie ‘zelf klachten’ betreft mensen op het moment van invullen van de vragenlijst klachten ervoeren en aangaven dat die klachten nieuw waren.

Bezoek ontvangen in 4 thuisquarantaine situaties

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Voor de situaties ‘terugkeer uit oranje/rood gebied’, ‘na melding GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’, en ‘huisgenoot met klachten’ is gevraagd naar de afgelopen 6 weken. De situaties ‘zelf positief getest’ en ‘huisgenoot of gezinslid positief getest’ zijn gevraagd aan iedereen die ooit positief getest is. De percentages zijn zeer vergelijkbaar voor de respondenten die de afgelopen 6 weken positief getest zijn. De situatie ‘zelf klachten’ betreft mensen op het moment van invullen van de vragenlijst klachten ervoeren en aangaven dat die klachten nieuw waren.
** Geen bezoek ontvangen is niet gevraagd in de situaties dat een huisgenoot of gezinslid positief getest is en na terugkeer uit een oranje of rood gebied.

De belangrijkste reden om uit huis te gaan blijkt het regelen van praktische zaken, zoals boodschappen doen. Andere veelgenoemde redenen in de verschillende situaties zijn de inschatting dat het niet risicovol was om naar buiten te gaan, en dat men naar het werk moest en dit niet vanuit huis kon doen.

Als we kijken waar mensen die nu klachten hebben (die niet komen door een onderliggende aandoening) daadwerkelijk naartoe gaan als ze naar buiten gaan, zien we overeenkomsten met de aangegeven redenen om naar buiten te gaan bij klachten. Van de deelnemers met klachten geeft 80% aan naar buiten te gaan om boodschappen te doen, 62% om een frisse neus te halen, en 49% om te werken. Opmerkelijk hierbij is dat er relatief weinig verschil is in de mate waarin mensen naar buiten gaan tussen degenen met en zonder klachten.