Het RIVM deelt wekelijks op woensdag de actuele cijfers over luchtweginfecties in Nederland.

Update 4 maart 2026: Aantal mensen met luchtwegklachten lijkt over de piek heen

Hoewel er nog veel luchtwegvirussen rondgaan in Nederland, lijkt het aantal mensen met luchtwegklachten over de piek heen te zijn. Het aandeel deelnemers aan Infectieradar met luchtwegklachten is in de afgelopen week licht gedaald. Een deel van deze deelnemers stuurde een keel- en neusmonster naar het RIVM. In die monsters waren seizoenscoronavirussen, rhinovirus/enterovirus* en het griepvirus de meest voorkomende virussen. 

Het aantal mensen dat de afgelopen week de huisarts bezocht met acute luchtwegklachten is licht gestegen ten opzichte van de week ervoor. Bij een deel van deze patiënten is een monster afgenomen en opgestuurd naar het RIVM. In deze monsters was het griepvirus de afgelopen weken het meest aangetoonde virus. In 23 (43%) van de 53 monsters die de afgelopen week zijn afgenomen werd griepvirus gevonden. Het aandeel RS-virus in deze monsters is afgelopen week licht gedaald (4%). In de cijfers van laboratoria in Nederland (de Virologische Weekstaten) werden de afgelopen week griepvirus en RS-virus het meest aangetoond. Hoewel het griepvirus nog steeds veel gevonden wordt, blijkt uit de verschillende bronnen dat er in de afgelopen weken sprake is van een stabilisatie of afname, wat erop wijst dat de piek inmiddels bereikt of al voorbij is. In zowel de monsters van huisartsen als van de laboratoria werden ook andere luchtwegvirussen aangetoond, waaronder vooral humaan metapneumovirus (hMPV), rhinovirus en seizoenscoronavirussen. 

Het aantal IC Intensive care (Intensive care)-opnames als gevolg van luchtwegklachten (SARI-surveillance) nam afgelopen week af, maar blijft op een verhoogd niveau schommelen.

*De laboratoriumtest die gebruikt wordt bij infectieradar maakt geen onderscheid tussen rhinovirus en enterovirus. Uit ander onderzoek met deze test weten we dat het merendeel meestal rhinovirus is en een klein deel enterovirus. De laboratoriumtest die gebruikt wordt bij monsters afgenomen door huisartsen maakt dit onderscheid wel. 

Direct naar

Figuren over luchtweginfecties

In de figuren hieronder staat informatie over luchtweginfecties in Nederland. De cijfers van de laatste weken zijn nog niet volledig. Dat komt omdat sommige cijfers later binnenkomen.

Infectieradar deelnemers hebben klachten van een acute luchtweginfectie als ze hoesten, keelpijn hebben, kortademig zijn, een loopneus of een verstopte neus hebben doorgegeven.

Het RIVM vraagt deelnemers aan het Infectieradar zelftestonderzoek een corona zelftest te doen als zij klachten hebben die passen bij corona of bij een andere luchtweginfectie, zoals hoesten, keelpijn, kortademigheid, een loopneus of een verstopte neus. Een deel van deze mensen wordt gevraagd om ook een neus- en keelmonster op te sturen naar het RIVM. Het RIVM onderzoekt of dit monster het coronavirus, een griepvirus of een verkoudheidsvirus bevat. Het merendeel van deze mensen met klachten heeft hiervoor niet de huisarts bezocht.

Let op: de lijn in de grafiek is het totale aantal geteste monsters. Iemand kan meerdere infecties tegelijk hebben. Hierdoor kunnen de gestapelde percentages in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan in werkelijkheid het geval is. Nog niet alle monsters die de afgelopen week zijn opgestuurd zijn al getest. Deze uitslagen zullen volgende week worden aangevuld.

Mensen met een acute luchtweginfectie bij de huisarts – Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn

Sla de grafiek 'Aantal patiënten met een acute luchtweginfectie' over en ga naar de datatabel

Let op: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.

Bij een steekproef van de personen die de huisarts bezoeken met een luchtweginfectie worden monsters afgenomen voor de landelijke respiratoire surveillance. Dit wordt gedaan door huisartsenpraktijken die deelnemen aan de Peilstations van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Zo’n 140 huisartsenpraktijken bemonsteren wekelijks een aantal mensen met een acute luchtweginfectie. Bij een deel van deze personen is de luchtweginfectie een griepachtig ziektebeeld. Iemand heeft een griepachtig ziektebeeld als de klachten plotseling opkomen, koorts heeft en één van de volgende klachten heeft: hoesten, neusverkoudheid, rauwe keel, hoofdpijn, spierpijn, of pijn op de borst. De resultaten van deze personen met een griepachtig ziektebeeld zijn op de griepwebpagina te vinden.

Door een lage hoeveelheid virus kan het in enkele gevallen voorkomen dat het rhinovirus en het enterovirus niet van elkaar te onderscheiden zijn. Hierbij is het niet te bepalen of rhinovirus of enterovirus allebei voorkomen, of één van de twee. Daarom wordt deze uitslag in de grafiek als Rhino/Enterovirus weergegeven.

Let op: de lijn in de grafiek is het totale aantal geteste monsters. Iemand kan meerdere infecties tegelijk hebben. Hierdoor kunnen de gestapelde percentages in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan in werkelijkheid het geval is. 

Ziekenhuizen melden IC-opnames met een luchtweginfectie in NICE

Sla de grafiek 'Aantal IC-opnames met een acute luchtweginfectie ' over en ga naar de datatabel

Bron grafiek: Nationale Intensive Care Evaluatie (NICE) registratie.

Noot: De grafiek toont het wekelijks aantal patiënten dat vanwege een acute luchtweginfectie opgenomen is op de 35 Intensive Care afdelingen. Diagnosecodes kunnen na opname nog aangepast worden. Dit gebeurt vooral in de meest recente acht weken. Deze cijfers zijn in een lichtere kleur weergegeven in de grafiek. Deze gegevens worden de komende weken definitief vastgesteld.

*Exclusief data van intensive care afdelingen voor kinderen (PICU's)

Een opname in de grafiek staat voor een patiënt op de IC Intensive care (Intensive care) met een acute luchtweginfectie als opnamediagnose. Er zijn op dit moment voor 35 van de zeventig IC-afdelingen in Nederland wekelijkse gegevens beschikbaar.
De getoonde gegevens kunnen wekelijks veranderen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als meer IC's geautomatiseerd gegevens gaan aanleveren, of als er één of meerdere IC’s problemen ondervinden met de data aanlevering. Ook kan het aantal opnames met terugwerkende kracht, voornamelijk over de laatste acht weken, wekelijks veranderen. Dit gebeurt onder andere door aanpassingen in diagnosecodes of doordat meldingen later binnenkomen. Meer informatie vindt u op deze pagina