Op deze pagina vindt u de stand van zaken over het griepvirus. De meest recente data zijn voorlopige data van de voorgaande week. Wekelijks worden de cijfers van de voorgaande weken opnieuw berekend met eventueel nagekomen gegevens betreffende griepmeldingen en/of onderzoek van neus- en keelmonsters om een grotere precisie te bereiken.

Griep: stand van zaken

menigte mensen

Afgelopen week bezochten 109 op de 100.000 mensen de huisarts met griepachtige klachten. Daarom spreken we van een epidemie. De incidentie griepachtige klachten is het meest gestegen in de leeftijdsgroep 0-4 jaar. Daarnaast was de stijging van het aantal patiënten met griepachtige klachten voornamelijk te zien in de regio Zuid(zeeland/Noord-Brabant/Limburg), terwijl deze is gedaald in regio Noord (Groningen/Friesland/Drenthe). Er wordt steeds minder influenzavirus gevonden in de monsters die worden afgenomen bij een deel van patiënten met een acute luchtweginfectie. Vorige week werd in 2% van de monsters van patiënten met een acute luchtweginfectie het influenzavirus gevonden. Er waren meer (11%) monsters waarin het nieuwe coronavirus (SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2) werd gevonden. Deze positieve SARS-CoV-2 monsters waren voornamelijk afkomstig van patiënten uit gebieden met veel COVID-19. Dit blijkt uit de gegevens van de Peilstations van NivelNederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Zorgregistraties Eerste Lijn en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

In opdracht van het RIVM is Nivel recent gestart met een monitor naar zelf gerapporteerde griepachtige klachten onder de algemene bevolking. In week 11 gaf 20% van de deelnemers aan griepachtige klachten te hebben. Elf procent van de mensen met klachten heeft hiervoor een arts geraadpleegd.

Bron grafiek: Peilstations participerend in NivelNederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Zorgregistraties eerste lijn.

Virologische uitslagen

In week 12 van 2020 werden 61 keel- en neusmonsters afgenomen bij patiënten met een acute luchtweginfectie. Deze monsters zijn getest op aanwezigheid van influenzavirus, RSVRespiratoir Syncytieel Virus, rhinovirus, enterovirus en SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2. In deze monsters werd eenmaal (2%) influenzavirus subtype A(H3N2), zeven maal (11%) SARS-CoV-2 en acht maal (13%) rhinovirus gevonden.

Bron grafiek: RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Peilstations participerend in Nivel Zorgregistraties eerste lijn.

Acute klachten aan de luchtwegen omvat griepachtige klachten en andere acute luchtweginfecties.
Let op: de getallen boven de balken in de grafiek zijn de totale aantallen geteste monsters. Er kunnen dubbelinfecties voorkomen. Hierdoor kunnen de gestapelde proporties in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan in werkelijkheid het geval is.

 

In de periode van 30 september 2019 tot en met 22 maart 2020 zijn 634 influenzavirussen ontvangen door het ErasmusMCErasmus Medical Center: 624 maal type A (waarvan 176 subtype A(H3N2) en 117 subtype A(H1N1)pdm09) en 10 maal type B (waarvan 4 Victoria-lijn).

Grafiek van het totale aantal en het type influenzavirussen dat in de afgelopen periode van 53 weken per week is aangetoond in Nederland en gerapporteerd aan de WHO (gedetecteerd in Peilstation monsters plus gestuurd aan het NICNationaal Influenza Centrum Nationaal Influenza Centrum  ErasmusMC; vanaf week 40 in 2018 gedetecteerd in Peilstation monsters plus gerapporteerd door laboratoria aan de virologische weekstaten waarvan een deel door NIC Nationaal Influenza Centrum  ErasmusMC is gesubtypeerd).

Gedurende het griepseizoen wordt er regelmatig een influenzanieuwsbrief uitgebracht. De meest actuele influenza nieuwsbrief is te vinden op de website van het NIC ErasmusMC.

Samenvatting griepepidemie 2018/2019

De griepepidemie in 2018/2019 in Nederland duurde 14 weken, van 10 december 2018 t/m 17 maart 2019. Dit is langer dan het gemiddelde van 9 weken in de afgelopen 25 jaar. In het begin van de epidemie werd in de monsters afgenomen bij patiënten met griepachtige klachten die bij de huisarts zijn geweest voornamelijk RSV en rhinovirussen gevonden. In het begin van 2019 nam het aandeel influenzavirus toe. Deze winter kwam vooral influenza A-virussen en weinig influenza B-virus voor, terwijl het voorgaande seizoen 2017/2018 vooral een influenza B seizoen was. Van alle tot nu toe gevonden influenzavirussen afgenomen bij patiënten met griepachtige klachten bij de huisarts was 52% influenzavirus type A(H1N1)pdm09, 46% type A(H3N2) en 1% type B. In het begin van het influenza seizoen werd vooral influenza type A(H1N1)pdm09 gevonden, richting het einde van het seizoen werd voornamelijk type A(H3N2) gevonden. Ook in andere Europese landen kwam dit griepseizoen vooral influenza A en weinig influenza B voor.

De epidemie in 2018/2019 was een milde griepepidemie. Het totaal aantal mensen dat zich in het seizoen met griepachtige klachten en met longontsteking bij de huisarts heeft gemeld, was dit seizoen lager dan in de vier vorige seizoenen. Ook de oversterfte was het afgelopen seizoen laag in vergelijking met de voorgaande twee winterseizoenen.

Griepvaccin 2019/2020

De WHO heeft op 21 maart 2019 bekend gemaakt welke A(H3N2)-influenzavirus stam is geselecteerd voor het influenzavaccin voor volgend seizoen. Dit is een A/Kansas/14/2017 (H3N2)-achtig virus geworden. Dit is een virus van de 3C.3a clade, dat de laatste weken van het seizoen steeds vaker gevonden werd in sommige delen op het noordelijk halfrond. Dit was vooral het geval in de VSVerenigde Staten, maar minder in Europa.

De samenstelling van het vaccin voor het seizoen 2019/2020:

• A/Brisbane/02/2018 (H1N1)pdm09-achtig virus;
• A/Kansas/14/2017 (H3N2)-achtig virus;
• B/Colorado/06/2017-achtig virus (B/Victoria/2/87 lijn);
• B/Phuket/3073/2013-achtig virus (B/Yamagata/16/88 lijn)

In Nederland was tijdens het seizoen ongeveer een vijfde deel van de A(H3N2) virussen van clade 3C.3a. De overige A(H3N2) virussen waren twee varianten van clade 3C.2a1b virussen die veel in Europa zijn aangetoond. De gekozen A(H3N2) vaccinstam van clade 3C.3a lijkt niet goed te kunnen beschermen tegen deze twee varianten. Hoe goed de A(H3N2) component van het vaccin volgend seizoen zal werken hangt daarom af van of er volgend seizoen meer clade 3C.3a virussen dan clade 3C.2a1b virussen zullen rondgaan in Nederland, net zoals nu al het geval is in de VS.

Monitoring sterftecijfers

Jaarlijks melden artsen in een beperkt aantal overlijdensgevallen influenza als primaire (onderliggende) doodsoorzaak van de overledene. Bij de directe aanleiding van het overlijden aan een andere doodsoorzaak kan influenza echter wel een rol gespeeld hebben, ook al staat dat niet vermeld op het overlijdenscertificaat. In samenwerking met het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek wordt op basis van de totale sterfte (alle doodsoorzaken) met statistische modellen geschat of er oversterfte is. Tijdens de griepepidemie in de winter van 2017/2018 is in Nederland de sterfte in de leeftijdsgroep 65 jaar en ouder sterk verhoogd ten opzichte van de sterfte die deze tijd van het jaar wordt verwacht. Vanaf week 50 in 2017 tot en met week 14 in 2018 was de totale sterfte (alle doordsoorzaken) sterk verhoogd in Nederland. Dit viel precies samen met de griepepidemie. Influenza is een van de mogelijke oorzaken van oversterfte, maar deze kan bijvoorbeeld ook worden veroorzaakt door een warme of een koude periode, of andere infecties.

    Griep is in de winterperiode een besmettelijke ziekte die zich vaak snel door het land verspreidt. Als in een land of regio meer dan een ‘normaal’ aantal mensen tegelijk griep of griepachtige symptomen heeft en er griepvirus aangetoond wordt in afgenomen monsters, dan spreken we van een epidemie. Een griepepidemie wordt ook wel wintergriep of seizoensgriep genoemd en komt vrijwel ieder jaar voor tussen november en april.

    Bij een grieppandemie is er sprake van een nieuw influenzavirus dat zich over de hele wereld verspreidt en mensen ziek maakt. Omdat ieder mens na het doormaken van de griep een tijdelijke weerstand heeft tegen griep zal je niet snel na een griep weer griep krijgen. Alleen wanneer je besmet raakt met een geheel nieuw virus kan je ziek worden.