Op deze pagina vindt u de stand van zaken over het griepvirus. De meest recente data zijn voorlopige data van de voorgaande week. Wekelijks worden de cijfers van de voorgaande weken opnieuw berekend met eventueel nagekomen gegevens betreffende griepmeldingen en/of onderzoek van neus- en keelmonsters om een grotere precisie te bereiken.

Griep: stand van zaken

Het aantal mensen met een influenzavirus infectie (griep) neemt toe in Nederland. Ook worden besmettingen met RS respiratoir syncytieel-virus en een aantal andere luchtwegvirussen gevonden. Afgelopen week (18 t/m 24 oktober) bezochten 22 op de 100.000 mensen de huisarts met griepachtige klachten. Dit is lager dan voorgaande seizoenen en onder de epidemische drempel. Echter, momenteel worden de meeste mensen met griepachtige klachten in eerste instantie getest in de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst teststraten. De resultaten van de Nivel Peilstations, gebaseerd op huisartsgegevens, zijn hierdoor niet direct vergelijkbaar met voorgaande jaren. In de 16 ingestuurde ARI acute respiratoire infectie-monsters die zijn afgenomen in de afgelopen week werd één maal (6%) influenzavirus type A(H3N2), vier maal (25%) rhinovirus, één maal (6%) enterovirus D68, één maal (6%) SARS severe acute respiratory syndrome-CoV coronavirus-2 en één maal (6%) parainfluenzavirus gevonden en geen humaan (seizoens) coronavirus, RS-virus en humaan metapneumovirus gevonden. Dit blijkt uit de gegevens van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

Bron grafiek: Peilstations participerend in Nivel Zorgregistraties eerste lijn.

Virologische uitslagen

In de periode van 18 t/m 24 oktober (week 42) werden zestien keel- en neusmonsters afgenomen bij patiënten met een acute luchtweginfectie. Deze monsters zijn getest op aanwezigheid van influenzavirus, RSV Respiratoir Syncytieel Virus, rhinovirus, enterovirus en SARS severe acute respiratory syndrome-CoV coronavirus-2 en sinds week 1 2021 ook getest op aanwezigheid van andere humane seizoens coronavirussen (hCoV-229E, -OC43, -HKU1 en -NL63), parainfluenzavirussen (type 1, 2 en 3) en humaan metapneumovirus. In de zestien monsters werd 1 maal (6%) influenzavirus type A(H3N2), 4 maal (25%) rhinovirus, 1 maal (6%) enterovirus D68, 1 maal (6%) SARS-CoV-2 en 1 maal (6%) parainfluenzavirus gevonden .

Wekelijks worden de cijfers van de voorgaande weken herberekend, omdat er monsters kunnen nakomen en verdere testen benodigd kunnen zijn. De zorg die huisartsenpraktijken leveren is aangepast vanwege de COVID-19-pandemie. Hierdoor zijn de patiënten waarbij monsters zijn afgenomen mogelijk niet geheel representatief voor alle patiënten met acute luchtweginfecties die de huisarts raadplegen.

Bron grafiek: RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Peilstations participerend in Nivel Zorgregistraties eerste lijn.

    Informatie over bovenstaande grafiek

    Let op! De aantallen mensen met SARS severe acute respiratory syndrome-CoV coronavirus-2 in de steekproef van de Peilstations kunnen niet vergeleken worden met de resultaten van de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst’en.

    Bij een steekproef van de personen die de huisarts consulteren met griepachtige klachten of acute luchtweginfecties, worden monsters afgenomen voor de landelijke respiratoire surveillance. Dit wordt gedaan door ongeveer 40 huisartsenpraktijken die deelnemen aan de Peilstations van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Momenteel worden de meeste mensen met griepachtige klachten getest door de GGD’en. De resultaten van de Peilstations zijn gebaseerd op mensen die op consult komen bij de huisarts. De aantallen mensen met COVID-19 in de steekproef van de Peilstations kunnen niet vergeleken worden met de resultaten van de GGD’en. De actuele COVID-cijfers staan hier: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/actueel.

    Let op: de getallen boven de balken in de grafiek zijn de totale aantallen geteste monsters. Er kunnen dubbelinfecties voorkomen. Hierdoor kunnen de gestapelde proporties in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan in werkelijkheid het geval is.

    Grafiek van het totale aantal en het type influenzavirussen dat in de afgelopen periode van 53 weken per week is aangetoond in Nederland en gerapporteerd aan de WHO (gedetecteerd in Peilstation monsters plus gestuurd aan het NIC Nationaal Influenza Centrum Nationaal Influenza Centrum  ErasmusMC Erasmus Medical Center of RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; vanaf week 40 in 2018 gedetecteerd in Peilstation monsters plus gerapporteerd door laboratoria aan de virologische weekstaten waarvan een deel door NIC (Nationaal Influenza Centrum ErasmusMC of RIVM) is gesubtypeerd.

    In de periode van 2 augustus 2021 tot en met 24 oktober 2021 zijn er 63 influenzavirussen ontvangen door het NIC: 62 maal type A (waarvan 1 type A(H1N1)pdm09 en 50 type A(H3N2)) en 1 maal type B (Victoria-lijn). 

    Gedurende het griepseizoen wordt er regelmatig een influenzanieuwsbrief uitgebracht. Omdat na een winter van afwezigheid er nu weer influenzavirus detecties worden gerapporteerd is de eerste influenzanieuwsbrief voor het 2021/2022 seizoen gepubliceerd. Hierin staat een beschouwing over de karakteriseringen van de eerste gedetecteerde virussen die naar het NIC zijn ingezonden. De meest actuele influenza nieuwsbrief is te vinden op de website van het NIC ErasmusMC.

    Griepvaccin 2021/2022

    In februari 2021 heeft de WHO bekend gemaakt dat de samenstelling van het vaccin voor het seizoen 2021/2022 als volgt is:

    • A/Victoria/2570/2019 (H1N1)pdm09-achtig virus;
    • A/Cambodia/e0826360/2020 (H3N2)-achtig virus;
    • B/Washington/02/2019 (B/Victoria lijn)-achtig virus;
    • B/Phuket/3073/2013 (B/Yamagata lijn)-achtig virus.

    Samenvatting griepepidemie 2020/2021

    Tijdens het griepseizoen zijn er nauwelijks mensen geregistreerd met de griep. Er was daarom deze winter geen griepepidemie. Dit komt waarschijnlijk door de coronamaatregelen, die ook helpen om de verspreiding van andere virussen te voorkomen, zoals de griep.

    Bekijk de belangrijkste feiten en cijfers over de griep in de winter van 2020/2021 in Nederland.

    Monitoring sterftecijfers

    Jaarlijks melden artsen in een beperkt aantal overlijdensgevallen influenza als primaire (onderliggende) doodsoorzaak van de overledene. Bij de directe aanleiding van het overlijden aan een andere doodsoorzaak kan influenza echter wel een rol gespeeld hebben, ook al staat dat niet vermeld op het overlijdenscertificaat. In samenwerking met het CBS Centraal Bureau voor de Statistiek wordt op basis van de totale sterfte (alle doodsoorzaken) met statistische modellen geschat of er oversterfte is. Influenza is een van de mogelijke oorzaken van oversterfte, maar deze kan bijvoorbeeld ook worden veroorzaakt door een warme of een koude periode, of andere infecties.

    Griep is in de winterperiode een besmettelijke ziekte die zich vaak snel door het land verspreidt. Als in een land of regio meer dan een ‘normaal’ aantal mensen tegelijk griep of griepachtige symptomen heeft en er griepvirus aangetoond wordt in afgenomen monsters, dan spreken we van een epidemie. Een griepepidemie wordt ook wel wintergriep of seizoensgriep genoemd en komt vrijwel ieder jaar voor tussen november en april.

    Bij een grieppandemie is er sprake van een nieuw influenzavirus dat zich over de hele wereld verspreidt en mensen ziek maakt. Omdat ieder mens na het doormaken van de griep een tijdelijke weerstand heeft tegen griep zal je niet snel na een griep weer griep krijgen. Alleen wanneer je besmet raakt met een geheel nieuw virus kan je ziek worden.