Op deze pagina vindt u de stand van zaken over het griepvirus. De meest recente data zijn voorlopige data van de voorgaande week. Wekelijks worden de cijfers van de voorgaande weken opnieuw berekend met eventueel nagekomen gegevens betreffende griepmeldingen en/of onderzoek van neus- en keelmonsters om een grotere precisie te bereiken.

Griep: stand van zaken

menigte mensen

Er komt op dit moment (14 augustus 2019) weinig griep voor in Nederland.  In week 32 van 2019 gingen 11 patiënten met griepachtige klachten op de 100.000 inwoners naar de huisarts. In deze week werd geen influenzavirus gevonden in patiënten met griepachtige klachten. Op 2 oktober plaatsen we weer een update.

Op het zuidelijk halfrond is het winter en komt nu griep voor. In Australië is het griepseizoen vroeger dan in de jaren hiervoor. Wel lijkt het seizoen niet ernstiger te verlopen. Het vroege seizoen wordt ook gezien in Chili, Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland. De griep activiteit lijkt in de meeste landen op het zuidelijk halfrond het hoogtepunt te hebben bereikt.

Virologische uitslagen

In week 26 t/m 32 van 2019 werden zeven keel- en neusmonsters afgenomen bij patiënten met griepachtige klachten. Hierin werd eenmaal (14%) enterovirus gevonden. In geen van de monsters werd influenzavirus, RSVRespiratoir Syncytieel Virus of rhinovirus gevonden. Daarnaast werden negen monsters afgenomen bij patiënten met een andere acute luchtweginfectie. Hierin werd twee maal (22%) rhinovirus gevonden. In geen van de afgenomen monsters werd influenzavirus of RSV gevonden.

In week 26 t/m 32 van 2019 werden van zeven patiënten met griepachtige klachten een monster afgenomen. Hierin werd eenmaal enterovirus gevonden. Hierin werd geen influenzavirus, RSV of rhinovirus gevonden. Daarnaast werd in week 26 t/m 32 van negen patiënten met een andere acute luchtweginfectie een monster afgenomen. Hierin werd twee maal rhinovirus gevonden. In deze monsters werd geen influenzavirus of RSV gevonden.

Bron grafiek: RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Peilstations participerend in NivelNederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Zorgregistraties eerste lijn.

Let op: de getallen boven de balken in de grafiek zijn de totale aantallen geteste monsters. Er kunnen dubbelinfecties voorkomen. Hierdoor kunnen de gestapelde proporties in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan in werkelijkheid het geval is.

In de periode van 1 oktober 2018 tot en met 23 juni 2019 zijn 1233 influenzavirussen ontvangen door het ErasmusMCErasmus Medical Center: 1224 maal type A (waarvan 339 type A(H3N2) en 387 type A(H1N1)pdm09) en 9 maal type B (waarvan 1 van de Yamagata-lijn en 1 van de Victoria-lijn).

Grafiek van het totale aantal en het type influenzavirussen dat in de afgelopen periode van 53 weken per week is aangetoond in Nederland en gerapporteerd aan de WHO (gedetecteerd in Peilstation monsters plus gestuurd aan het NICNationaal Influenza Centrum Nationaal Influenza Centrum  ErasmusMC; vanaf week 40 in 2018 gedetecteerd in Peilstation monsters plus gerapporteerd door laboratoria aan de virologische weekstaten waarvan een deel door NIC Nationaal Influenza Centrum  ErasmusMC is gesubtypeerd).

Gedurende het griepseizoen wordt er regelmatig een influenzanieuwsbrief uitgebracht. De meest actuele influenza nieuwsbrief is te vinden op de website van het NIC ErasmusMC.

Samenvatting griepepidemie 2018/2019

De griepepidemie in 2018/2019 in Nederland is voorbij en duurde 14 weken, van 10 december 2018 t/m 17 maart 2019. Dit is langer dan het gemiddelde van 9 weken in de afgelopen 25 jaar. In het begin van de epidemie werd in de monsters afgenomen bij patiënten met griepachtige klachten die bij de huisarts zijn geweest voornamelijk RSV en rhinovirussen gevonden. In het begin van 2019 nam het aandeel influenzavirus toe. Deze winter kwam vooral influenza A-virussen en weinig influenza B-virus voor, terwijl het voorgaande seizoen 2017/2018 vooral een influenza B seizoen was. Van alle tot nu toe gevonden influenzavirussen afgenomen bij patiënten met griepachtige klachten bij de huisarts was 52% influenzavirus type A(H1N1)pdm09, 46% type A(H3N2) en 1% type B. In het begin van het influenza seizoen werd vooral influenza type A(H1N1)pdm09 gevonden, richting het einde van het seizoen werd voornamelijk type A(H3N2) gevonden. Ook in andere Europese landen kwam dit griepseizoen vooral influenza A en weinig influenza B voor.

De epidemie in 2018/2019 was een milde griepepidemie. Het totaal aantal mensen dat zich in het seizoen met griepachtige klachten en met longontsteking bij de huisarts heeft gemeld, was dit seizoen lager dan in de vier vorige seizoenen. Ook de oversterfte was het afgelopen seizoen laag in vergelijking met de voorgaande twee winterseizoenen.

Griepvaccin 2019/2020

De WHO heeft op 21 maart 2019 bekend gemaakt welke A(H3N2)-influenzavirus stam is geselecteerd voor het influenzavaccin voor volgend seizoen. Dit is een A/Kansas/14/2017 (H3N2)-achtig virus geworden. Dit is een virus van de 3C.3a clade, dat de laatste weken van het seizoen steeds vaker gevonden werd in sommige delen op het noordelijk halfrond. Dit was vooral het geval in de VSVerenigde Staten, maar minder in Europa.

De samenstelling van het vaccin voor het seizoen 2019/2020:

• A/Brisbane/02/2018 (H1N1)pdm09-achtig virus;
• A/Kansas/14/2017 (H3N2)-achtig virus;
• B/Colorado/06/2017-achtig virus (B/Victoria/2/87 lijn);
• B/Phuket/3073/2013-achtig virus (B/Yamagata/16/88 lijn)

In Nederland was tijdens het seizoen ongeveer een vijfde deel van de A(H3N2) virussen van clade 3C.3a. De overige A(H3N2) virussen waren twee varianten van clade 3C.2a1b virussen die veel in Europa zijn aangetoond. De gekozen A(H3N2) vaccinstam van clade 3C.3a lijkt niet goed te kunnen beschermen tegen deze twee varianten. Hoe goed de A(H3N2) component van het vaccin volgend seizoen zal werken hangt daarom af van of er volgend seizoen meer clade 3C.3a virussen dan clade 3C.2a1b virussen zullen rondgaan in Nederland, net zoals nu al het geval is in de VS.

Monitoring sterftecijfers

Jaarlijks melden artsen in een beperkt aantal overlijdensgevallen influenza als primaire (onderliggende) doodsoorzaak van de overledene. Bij de directe aanleiding van het overlijden aan een andere doodsoorzaak kan influenza echter wel een rol gespeeld hebben, ook al staat dat niet vermeld op het overlijdenscertificaat. In samenwerking met het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek wordt op basis van de totale sterfte (alle doodsoorzaken) met statistische modellen geschat of er oversterfte is. Tijdens de griepepidemie in de winter van 2017/2018 is in Nederland de sterfte in de leeftijdsgroep 65 jaar en ouder sterk verhoogd ten opzichte van de sterfte die deze tijd van het jaar wordt verwacht. Vanaf week 50 in 2017 tot en met week 14 in 2018 was de totale sterfte (alle doordsoorzaken) sterk verhoogd in Nederland. Dit viel precies samen met de griepepidemie. Influenza is een van de mogelijke oorzaken van oversterfte, maar deze kan bijvoorbeeld ook worden veroorzaakt door een warme of een koude periode, of andere infecties.

    Griep is in de winterperiode een besmettelijke ziekte die zich vaak snel door het land verspreidt. Als in een land of regio meer dan een ‘normaal’ aantal mensen tegelijk griep of griepachtige symptomen heeft en er griepvirus aangetoond wordt in afgenomen monsters, dan spreken we van een epidemie. Een griepepidemie wordt ook wel wintergriep of seizoensgriep genoemd en komt vrijwel ieder jaar voor tussen november en april.

    Bij een grieppandemie is er sprake van een nieuw influenzavirus dat zich over de hele wereld verspreidt en mensen ziek maakt. Omdat ieder mens na het doormaken van de griep een tijdelijke weerstand heeft tegen griep zal je niet snel na een griep weer griep krijgen. Alleen wanneer je besmet raakt met een geheel nieuw virus kan je ziek worden.