Op deze pagina vindt u de stand van zaken over het griepvirus. De meest recente data zijn voorlopige data van de voorgaande week. Wekelijks worden de cijfers van de voorgaande weken opnieuw berekend met eventueel nagekomen gegevens betreffende griepmeldingen en/of onderzoek van neus- en keelmonsters om een grotere precisie te bereiken.

Griep: stand van zaken

Afgelopen week (5 t/m 11 oktober) bezochten 36 op de 100.000 mensen de huisarts met griepachtige klachten, wat hoger is dan voorgaande weken, maar vergelijkbaar met voorgaande seizoenen. In de 15 ingestuurde IAZinfluenza-achtig ziektebeeld- en andere ARIacute respiratoire infectie-monsters die zijn afgenomen in de periode van 5 t/m 11 oktober 2020 werd twee maal rhinovirus en twee maal SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2 gevonden en geen influenzavirus, RSVRespiratoir Syncytieel Virus of enterovirus. Dit blijkt uit de gegevens van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

De volgende update wordt geplaatst op woensdag 21 oktober. In de wekelijkse update epidemiologische situatie COVID-19 in Nederland wordt iedere dinsdag om 14.00u de laatste SARS-CoV-2 cijfers gepresenteerd.

In het ene griepseizoen komt er meer griep voor dan in het andere griepseizoen. De griepepidemie van 2015/2016 duurde 11 weken en de griepepidemie van 2016/2017 duurde 15 weken. De langdurige griepepidemie 2017/2018 in Nederland duurde 18 weken en de griepepidemie van 2018/2019 was na 14 weken ten einde. De griepepidemie van 2019/2020 was kort en mild (week 5 tot en met 7 2020). Een korte opleving van de griepepidemie in week 10 en 11 2020 overlapte met de eerste 2 weken van de COVID-19 epidemie.

Bron grafiek: Peilstations participerend in Nivel Zorgregistraties eerste lijn.

Virologische uitslagen

In de periode van 5 t/m 11 oktober 2020 (week 41) werden 15 keel- en neusmonsters afgenomen bij patiënten met een acute luchtweginfectie. Deze monsters zijn getest op aanwezigheid van influenzavirus, RSVRespiratoir Syncytieel Virus, rhinovirus, enterovirus en SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2. In deze monsters werd geen influenzavirus, RSV of enterovirus gevonden. Er werd in deze periode twee maal rhinovirus en twee maal SARS-CoV-2 gevonden.

Wekelijks worden de cijfers van de voorgaande weken herberekend, omdat er monsters kunnen nakomen en verdere testen benodigd kunnen zijn. De zorg die huisartsenpraktijken leveren is aangepast vanwege de COVID-19-pandemie. Hierdoor zijn de patiënten waarbij monsters zijn afgenomen mogelijk niet geheel representatief voor alle patiënten met acute luchtweginfecties die de huisarts raadplegen.

In de periode van 5 t/m 11 oktober 2020 (week 41) werden 15 keel- en neusmonsters afgenomen bij patiënten met een acute luchtweginfectie. Deze monsters zijn getest op aanwezigheid van influenzavirus, RSV, rhinovirus, enterovirus en SARS-CoV-2. In deze monsters werd geen influenzavirus, RSV of enterovirus gevonden. Er werd in deze periode twee maal rhinovirus en twee maal SARS-CoV-2 gevonden.

Bron grafiek: RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Peilstations participerend in Nivel Zorgregistraties eerste lijn.

    Informatie over bovenstaande grafiek

    Let op! De aantallen mensen met SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2 in de steekproef van de Peilstations kunnen niet vergeleken worden met de resultaten van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en.

    Bij een steekproef van de personen die de huisarts consulteren met griepachtige klachten of acute luchtweginfecties, worden monsters afgenomen voor de landelijke respiratoire surveillance. Dit wordt gedaan door ongeveer 40 huisartsenpraktijken die deelnemen aan de Peilstations van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Momenteel worden de meeste mensen met griepachtige klachten getest door de GGD’en. De resultaten van de Peilstations zijn gebaseerd op mensen die op consult komen bij de huisarts. De aantallen mensen met COVID-19 in de steekproef van de Peilstations kunnen niet vergeleken worden met de resultaten van de GGD’en. De actuele COVID-cijfers staan hier: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/actueel.

    Let op: de getallen boven de balken in de grafiek zijn de totale aantallen geteste monsters. Er kunnen dubbelinfecties voorkomen. Hierdoor kunnen de gestapelde proporties in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan in werkelijkheid het geval is.

    In de periode van 30 september 2019 tot en 17 mei zijn 658 influenzavirussen ontvangen door het ErasmusMCErasmus Medical Center: 648 maal type A (waarvan 176 subtype A(H3N2) en 121 subtype A(H1N1)pdm09) en 10 maal type B (waarvan 4 Victoria-lijn).

    Grafiek van het totale aantal en het type influenzavirussen dat in de afgelopen periode van 53 weken per week is aangetoond in Nederland en gerapporteerd aan de WHO (gedetecteerd in Peilstation monsters plus gestuurd aan het NICNationaal Influenza Centrum Nationaal Influenza Centrum  ErasmusMC; vanaf week 40 in 2018 gedetecteerd in Peilstation monsters plus gerapporteerd door laboratoria aan de virologische weekstaten waarvan een deel door NIC Nationaal Influenza Centrum  ErasmusMC is gesubtypeerd).

    Gedurende het griepseizoen wordt er regelmatig een influenzanieuwsbrief uitgebracht. De meest actuele influenza nieuwsbrief is te vinden op de website van het NIC ErasmusMC.

    Samenvatting griepepidemie 2019/2020

    De griepepidemie in de winter van 2019/2020 verliep relatief mild en duurde kort, namelijk van 27 januari tot en met 16 februari 2020. Een korte opleving van de griepepidemie van 2 tot en met 15 maart 2020 overlapte met de eerste 2 weken van de COVID-19 epidemie. Deze winter kwamen vooral influenza A-virussen voor. Van alle influenzavirussen die aangetroffen werden bij patiënten met griepachtige klachten bij de huisarts was 49% van het subtype A(H3N2), 43% van het subtype A(H1N1)pdm09 en slechts 8% van het type B.

    Griepvaccin 2019/2020

    De WHO heeft op 21 maart 2019 bekend gemaakt welke A(H3N2)-influenzavirus stam is geselecteerd voor het influenzavaccin voor volgend seizoen. Dit is een A/Kansas/14/2017 (H3N2)-achtig virus geworden. Dit is een virus van de 3C.3a clade, dat de laatste weken van het seizoen steeds vaker gevonden werd in sommige delen op het noordelijk halfrond. Dit was vooral het geval in de VSVerenigde Staten, maar minder in Europa.

    De samenstelling van het vaccin voor het seizoen 2019/2020:

    • A/Brisbane/02/2018 (H1N1)pdm09-achtig virus;
    • A/Kansas/14/2017 (H3N2)-achtig virus;
    • B/Colorado/06/2017-achtig virus (B/Victoria/2/87 lijn);
    • B/Phuket/3073/2013-achtig virus (B/Yamagata/16/88 lijn)

    In Nederland was tijdens het 2018/2019 seizoen ongeveer een vijfde deel van de A(H3N2) virussen van clade 3C.3a. De overige A(H3N2) virussen waren twee varianten van clade 3C.2a1b virussen die veel in Europa zijn aangetoond. De gekozen A(H3N2) vaccinstam van clade 3C.3a lijkt niet goed te kunnen beschermen tegen deze twee varianten. Hoe goed de A(H3N2) component van het vaccin volgend seizoen zal werken hangt daarom af van of er volgend seizoen meer clade 3C.3a virussen dan clade 3C.2a1b virussen zullen rondgaan in Nederland, net zoals nu al het geval is in de VS.

    Monitoring sterftecijfers

    Jaarlijks melden artsen in een beperkt aantal overlijdensgevallen influenza als primaire (onderliggende) doodsoorzaak van de overledene. Bij de directe aanleiding van het overlijden aan een andere doodsoorzaak kan influenza echter wel een rol gespeeld hebben, ook al staat dat niet vermeld op het overlijdenscertificaat. In samenwerking met het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek wordt op basis van de totale sterfte (alle doodsoorzaken) met statistische modellen geschat of er oversterfte is. Influenza is een van de mogelijke oorzaken van oversterfte, maar deze kan bijvoorbeeld ook worden veroorzaakt door een warme of een koude periode, of andere infecties.

    Griep is in de winterperiode een besmettelijke ziekte die zich vaak snel door het land verspreidt. Als in een land of regio meer dan een ‘normaal’ aantal mensen tegelijk griep of griepachtige symptomen heeft en er griepvirus aangetoond wordt in afgenomen monsters, dan spreken we van een epidemie. Een griepepidemie wordt ook wel wintergriep of seizoensgriep genoemd en komt vrijwel ieder jaar voor tussen november en april.

    Bij een grieppandemie is er sprake van een nieuw influenzavirus dat zich over de hele wereld verspreidt en mensen ziek maakt. Omdat ieder mens na het doormaken van de griep een tijdelijke weerstand heeft tegen griep zal je niet snel na een griep weer griep krijgen. Alleen wanneer je besmet raakt met een geheel nieuw virus kan je ziek worden.