Dit is de thermometer seksuele gezondheid waarin de meest recente gegevens per halfjaar van de Centra Seksuele Gezondheid (CSG’s) worden gepresenteerd. De volgende soa worden hier getoond: chlamydia, gonorroe, syfilis en (Humaan Immunodeficientievirus). 

Voor een uitgebreid overzicht en voor soa-cijfers uit andere bronnen verwijzen we naar het soa jaarrapport dat jaarlijks in juni wordt gepubliceerd.

In deze thermometer worden gegevens per groep getoond: vrouwen, mannen die alleen seks hebben met vrouwen (MSV), mannen die seks hebben met mannen (MSM) en genderdiverse personen (trans en non-binaire personen). (mannen die seks hebben met mannen) die voor reguliere soa-consulten bij het (Centrum Seksuele Gezondheid) komen, worden weergegeven als MSM-soa (soa consult). MSM die voor (pre-expositie profylaxisis) zorg bij de CSG’s komen, worden weergegeven als MSM-PrEP (PrEP consult).

Samenvatting

In de eerste helft van 2026 zijn bij de (Centrum Seksuele Gezondheid)’s:

  • 71.247 (seksueel overdraagbare aandoening)- en (pre-expositie profylaxisis) consulten geregistreerd.
  • 5.195 chlamydia-diagnoses en 209 (Lymphogranuloma venereum)-diagnoses gesteld.
  • 6.444 gonorroe-diagnoses gesteld.
  • 911 infectieuze syfilis-diagnoses gesteld.
  • 81 (Humaan Immunodeficientievirus)-diagnoses gesteld.

Soa-consulten

In de eerste helft van 2026 zijn er in totaal 71.247 soa- en PrEP-consulten uitgevoerd bij de CSG’s. Van deze consulten, waren:

  • 20.825 (29%) consulten bij vrouwen;
  • 11.087 (16%) bij MSV;
  • 24.928 (35%) bij (mannen die seks hebben met mannen)-soa;
  • 12.709 (18%) bij MSM-PrEP;
  • 1.698 (2%) bij genderdiverse personen.

Vergeleken met de tweede helft van 2025 is het aantal soa- en PrEP-consulten met 3% afgenomen. In die periode waren er 73.545 soa- en PrEP-consulten. Deze daling past bij de dalende trend die sinds 2024 zichtbaar is. Het aantal consulten nam vooral af bij vrouwen en MSV, en nam licht toe bij MSM-PrEP en genderdiverse personen.

Van alle consulten in de eerste helft van 2026 was 39% onder personen van 25 jaar en jonger. Dit aandeel was lager onder MSM-soa en MSM-PrEP dan onder de overige groepen. In 32% van de consulten hadden personen soa-symptomen en in 17% van de consulten hadden personen een partnernotificatie ontvangen voor een soa. Dit is vergelijkbaar met de tweede helft van 2025.

Soa-vindpercentage

Het soa-vindpercentage (percentage consulten met minstens één positieve soa-test: chlamydia, gonorroe, infectieuze syfilis, hiv of infectieuze hepatitis B) was in de eerste helft van 2026 16,4%. Het vindpercentage bij vrouwen was 14,3%, bij MSV 17,8%, bij MSM-soa 18,9%, bij MSM-PrEP 14,1%, en bij genderdiverse personen 13,2%. Dit was vergelijkbaar met 2025 maar lager dan in jaren hiervoor. Dit komt omdat er sinds 2025 minder personen op chlamydia zijn getest vanwege het veranderde testbeleid en er daardoor minder chlamydia-diagnoses zijn gesteld.

{#thermometer-seksuele-gezondheid::config_soa_consulten}

{#thermometer-seksuele-gezondheid::config_soa_vindpercentage}

Chlamydia

Sinds 2025 worden personen die geen klachten hebben niet meer getest op chlamydia. Alleen personen met (seksueel overdraagbare aandoening)-klachten of personen van wie de huidige partner positief getest is op chlamydia en soa-klachten heeft, worden getest op chlamydia. In de eerste helft van 2026 kreeg 31% van de bezoekers bij de (Centrum Seksuele Gezondheid)’s een chlamydiatest. In 2024 was dit nog 99%. Er werden in de eerste helft van 2026 5.195 chlamydia-diagnoses gesteld bij de CSG’s. De meeste diagnoses werden gesteld bij vrouwen (2.382) en MSV (1.698).

Door het veranderde chlamydia testbeleid namen de chlamydia-vindpercentages toe, en zijn deze alleen vergelijkbaar met 2025. Het chlamydia-vindpercentage in de eerste helft van 2026 was:

  • 22,2% bij vrouwen;
  • 35,6% bij MSV;
  • 17,5% bij (mannen die seks hebben met mannen)-soa;
  • 19,5% bij MSM-PrEP;
  • 13,8% bij genderdiverse personen.

{#thermometer-seksuele-gezondheid::config_chlamydia}

Lymphogranuloma venereum

Lymphogranuloma venereum (LGV) is een zeldzamere en ernstigere vorm van chlamydia. Alle (mannen die seks hebben met mannen) worden op (Lymphogranuloma venereum) getest. In de eerste helft van 2026 waren er 209 LGV-diagnoses, waarvan 207 bij MSM. 54% van de MSM met LGV van 2026 rapporteerden geen (seksueel overdraagbare aandoening)-gerelateerde klachten. Daarnaast werden 2 LGV-diagnoses vastgesteld bij genderdiverse personen.

Gonorroe

In totaal werden er in de eerste helft van 2026 6.444 gonorroe-diagnoses gesteld. Hiervan werden de meeste diagnoses gesteld bij MSM-soa en bij MSM-PrEP. Vergeleken met de tweede helft van 2025 daalde het gonorroe-vindpercentage in alle groepen licht, maar het ligt nog steeds hoger dan voor 2022.

Het aantal gonorroe-diagnoses en gonorroe-vindpercentage in de eerste helft van 2026 was:

  • 3.724 bij MSM-soa (vindpercentage 15,1%);
  • 1.465 bij MSM-PrEP (vindpercentage 12,0%);
  • 722 bij vrouwen (vindpercentage 3,5%);
  • 363 bij MSV (vindpercentage 3,3%);
  • 170 bij genderdiverse personen (vindpercentage van 10,3%).

Microbiologische resistentie tegen ceftriaxon, het huidige voorkeursmiddel voor de behandeling van gonorroe, werd in Nederland voor het eerst in 2025 gerapporteerd. Het betrof een persoon die gonorroe opliep in Zuidoost-Azië en bij terugkeer in Nederland werd gediagnosticeerd. De behandeling met ceftriaxon bij deze persoon was succesvol. Er zijn sindsdien geen nieuwe ceftriaxon-resistente gonorroe-infecties gediagnosticeerd.

In 2025 rapporteerden 15 van de 24 (Centrum Seksuele Gezondheid)’s uitslagen van gevoeligheidstesten in het Gonokokken Resistentie tegen Antibiotica Surveillance (GRAS) programma. Deze CSG’s waren samen verantwoordelijk voor 82% van alle gonorroe-infecties die in Nederland bij de CSG’s werden vastgesteld.

{#thermometer-seksuele-gezondheid::config_gonorroe}

Infectieuze syfilis

In de eerste helft van 2026 werden er 911 diagnoses van infectieuze syfilis gesteld bij de (Centrum Seksuele Gezondheid)’s. De meeste diagnoses werden vastgesteld bij (mannen die seks hebben met mannen)-soa (594) en bij MSM-PrEP (263). Het infectieuze syfilis-vindpercentage was 2,4% bij MSM-soa en 2,1% bij MSM-PrEP. Dit was voor beide groepen vergelijkbaar vergeleken met eerdere jaren.

Het infectieuze syfilis-vindpercentage onder genderdiverse personen was in de eerste helft van 2026 1,2%, dit was lager dan in de tweede helft van 2025. Deze dalende trend was al sinds 2022 zichtbaar.

Vrouwen en MSV worden niet standaard getest op syfilis. Ongeveer 51% kreeg een syfilistest. Bij vrouwen was het vindpercentage 0,2%, dat was lager dan in 2025. Ook het aantal diagnoses daalde van 29 in de tweede helft van 2025 naar 19 in de eerste helft van 2026. Bij MSV was het vindpercentage 0,3%, lager dan in de tweede helft van 2025. Het aantal diagnoses daalde van 35 in de tweede helft van 2025 naar 16 in de eerste helft van 2026.

{#thermometer-seksuele-gezondheid::config_syfilis_MSM_genderdivers}

{#thermometer-seksuele-gezondheid::config_syfilis_vrouwen_MSV}

Hiv

In de eerste helft van 2026 werden er 81 (Humaan Immunodeficientievirus)-diagnoses gesteld bij de (Centrum Seksuele Gezondheid)’s. Van de 81 diagnoses waren er 50 bij (mannen die seks hebben met mannen)-soa en 11 bij MSM-PrEP consulten. Het hiv-vindpercentage bij MSM-soa was 0,2%, vergelijkbaar met voorgaande jaren. Het vindpercentage bij MSM-PrEP was 0,09%, iets hoger dan de afgelopen jaren.

Er werden 5 hiv-diagnoses gesteld bij genderdiverse personen. Het vindpercentage was bij deze groep 0,3% in de eerste helft van 2026, wat vergelijkbaar is met 2025.

Vrouwen en MSV worden niet standaard getest op hiv. Ongeveer 51% kreeg een hivtest. Er werden 8 hiv-diagnoses gesteld onder vrouwen en 7 onder MSV. Het vindpercentage was voor beide groepen laag, maar wel hoger dan vóór 2025: 0,08% bij vrouwen en 0,13% bij MSV.

{#thermometer-seksuele-gezondheid::config_hiv_MSM_genderdivers}

{#thermometer-seksuele-gezondheid::config_hiv_vrouwen_MSV}

Oktober 2026

Met dank aan alle Centra Seksuele Gezondheid, (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)-en en de medisch microbiologische laboratoria.
Contact: soap@rivm.nl