Transmissie en persistentie van diergerelateerde MRSA bij dierenartsen en hun huisgenoten

In 2003 werden in Nederland de eerste stammen van een nieuwe variant van methicillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA), geïsoleerd uit vee. Deze zogenoemde dier-gerelateerde MRSA (LA-MRSA) werd in de Nederlandse MRSA-surveillance vanaf 2007 de meest dominante MRSA-variant bij mensen en op dit moment behoort ongeveer 30% van alle ingestuurde MRSA tot de LA-MRSA. Een probleem met LA-MRSA is dat stammen van deze MRSA-variant met de huidige moleculaire technieken niet te onderscheiden zijn, waardoor het moeilijk is vast te stellen of transmissie van LA-MRSA plaatsvindt. In deze studie zijn dierenartsen en hun huisgenoten gedurende 2 jaar herhaaldelijk gescreend op de aanwezigheid van S. aureus. De hierbij gevonden LA-MRSA-isolaten werden geanalyseerd met de hoogresolutietechniek whole genome mapping. LA-MRSA bleek weliswaar genotypisch homogeen te zijn, maar voldoende diversiteit te bevatten om de LA-MRSA-stammen die gevonden werden in de dierenartsen van elkaar te onderscheiden. LA-MRSA-isolaten die tijdens het onderzoek uit dezelfde dierenarts geïsoleerd werden, waren niet van elkaar te onderscheiden.Dit impliceert dat deze dierenartsen persistent drager waren van dezelfde LA-MRSA-stam. Op basis van de typering kon vastgesteld worden dat transmissie van LA-MRSA van dierenarts naar huisgenoten in vrijwel alle huishoudens plaatsvond, maar in de meeste huishoudens bleek dit steeds om een andere LA-MRSA-stam te gaan.