Transmissie van tuberculose zegt iets over de verspreiding van de tuberculosebacterie in Nederland. Dit kan op verschillende manieren worden onderzocht. Op deze webpagina leest u hoe deze transmissie wordt gemeten.

Transmissie van tuberculose (het doorgeven van de tuberculosebacterie aan andere mensen) kan op verschillende manieren onderzocht worden:

  • door de opbrengst van het bron- en contactonderzoek te evalueren
  • door de aantallen clusterende patiënten (patiënten die bij elkaar horen op basis van dezelfde DNA deoxyribonucleic acid (deoxyribonucleic acid)-fingerprints van de tuberculosebacterie) te monitoren
    • door recente clustergroei (clustergroei binnen twee jaar) te monitoren
    • door de clustergrootte in kaart te brengen
Bron- en contactonderzoek

Bron- en contactonderzoek

Op deze pagina staan de resultaten van het bron- en contactonderzoek bij (index)patiënten die in 2023 hoorden dat ze tuberculose hadden. Alleen de gegevens van indexpatiënten waarvan de status van de melding gevalideerd was en met consistente data (n=690, 98%), zijn meegenomen.

Bij 454 van de 690 indexpatiënten (66%) is in 2023 bron- en contactonderzoek uitgevoerd:

  • 3482 personen werden onderzocht op tuberculose
    • bij 31 (0,9%) werd tuberculose vastgesteld
  • 3387 personen werden onderzocht op tbc Tuberculose (Tuberculose)-infectie
    • bij 457 (13%) werd een tbc-infectie vastgesteld

Ter vergelijking, in het pre-COVID-jaar 2019 ging het om:

  • 5537 op tuberculose gescreende personen
    • bij 49 (0,9%) werd tuberculose vastgesteld
  • 5409 op tbc-infectie gescreende personen
    • bij 460 (9%) werd een tbc-infectie vastgesteld

Voor het eerst na de COVID-19-pandemie werden er in 2023 weer meer contacten onderzocht op tuberculose en op tbc-infectie, dan in de jaren waarin de COVID-19-pandemie een rol speelde. Daarom is 2019 genomen als het laatste jaar vóór de COVID-19-pandemie om mee te vergelijken. Het percentage personen gevonden met tuberculose (0,9%) was vergelijkbaar met 2019 (0,9%). Wel zijn er minder personen onderzocht op tuberculose in 2023 (n = 3482) ten opzichte van 2019 (n = 5537). Het percentage personen gevonden met tbc-infectie lag hoger (13%) dan in 2019 (9%), terwijl er minder personen werden onderzocht op tbc-infectie in 2023 (n = 3387) ten opzichte van 2019 (n = 5409). 

In tabel 1 en 2 staat de opbrengst van het bron- en contactonderzoek uitgesplitst naar type tuberculose bij de indexpatiënt en naar de ring van het contactonderzoek.

Tabel 1. Opbrengst bron- en contactonderzoek voor tbc-ziekte naar soort en besmettelijkheid van de bronpatiënt en intensiteit van het contact, 2023
* N = aantal contacten met tbc, (n) = aantal contacten gescreend
 Sputumpositieve longtuberculoseKweekpositieve longtuberculoseKweeknegatieve longtuberculoseExtrapulmonale tuberculoseTotaal
 N (n)*%N (n)*%N (n)*%N (n)*%N (n)*%
Eerste ring17
(987)
1.7%4
(518)
0.8%2
(75)
2.7%1
(244)
0.4%24
(1824)
1.3%
Tweede ring4
(1096)
0.4%3
(383)
0.8%0
(9)
0.0%0
(65)
0.0%7
(1553)
0.5%
Derde ring0
(71)
0.0%0
(32)
0.0%0
(0)
0.0%0
(2)
0.0%0
(105)
0.0%
Totaal21
(2154)
1%7
(933)
0.8%2
(84)
2.4%1
(311)
0.3%31
(3482)
0.9%

 

Tabel 2. Opbrengst bron- en contactonderzoek voor tbc-infectie naar soort en besmettelijkheid van de bronpatiënt en intensiteit van het contact, 2023
* N = aantal contacten met tbc, (n) = aantal contacten gescreend
 Sputumpositieve longtuberculoseKweekpositieve longtuberculoseKweeknegatieve longtuberculoseExtrapulmonale tuberculoseTotaal
 N (n)*%N (n)*%N (n)*%N (n)*%N (n)*%
Eerste ring212
(956)
22.2%64
(487)
13.1%6
(75)
8%35
(240)
14.6%317
(1758)
18%
Tweede ring87
(1081)
8%40
(373)
10.7%0
(9)
0%5
(65)
7.7%132
(1528)
8.6%
Derde ring5
(70)
7.1%3
(30)
10%0
(0)
0%0
(1)
0%8
(101)
7.9%
Totaal304
(2107)
14.4%107
(890)
12%6
(84)
7.1%40
(306)
13.1%457
(3387
13.5%
Clusteranalyse

Clusteranalyse

Met whole genome sequencing (WGS) kunnen onderzoekers ziekteverwekkers op DNA deoxyribonucleic acid (deoxyribonucleic acid)-niveau bekijken. In 2024 was van 510 tbc Tuberculose (Tuberculose)-patiënten een M. tuberculosis-isolaat met een DNA-fingerprint (op basis van WGS Whole Genome Sequence (Whole Genome Sequence)) bekend bij het Nationaal Referentielaboratorium Tuberculose van het RIVM.

  • Bij 69% (355/510) van de patiënten ging het om een (aanvankelijk) uniek isolaat (een isolaat met een uniek moleculair profiel).
  • Bij 22% (112/510) ging het om een isolaat dat recent (binnen twee jaar) clusterde met een bestaand cluster of een tot dan toe uniek isolaat.
  • Bij 9% (47/510) ging het om een isolaat dat paste bij een bestaand cluster, maar waarbij er al meer dan twee jaar geen andere nieuwe patiënt bij dat cluster was gevonden.

Het doel uit het Nationaal plan tuberculosebestrijding 2021-2025 was dat in 2024 de transmissie van tuberculose met 25% zou zijn gedaald ten opzichte van 2019. In 2019 ging het om 496 patiënten met een WGS-uitslag:

  • 72% (n=356) met een uniek of aanvankelijk uniek isolaat
  • 24% (n=118) met een isolaat dat binnen twee jaar clusterde
  • 4% (n=22) met een niet binnen twee jaar clusterend isolaat

Het aandeel isolaten dat binnen twee jaar clusterde daalde tijdens de COVID-19-jaren van 24% in 2019 naar 19% in 2020 en 16% in 2021. In 2022 nam het percentage recente clustering weer toe tot 22%, hetzelfde percentage als in 2023 en 2024. In figuur 1 staat het verloop over de jaren.

Er waren 10 clusters in 2024 die met 3 of meer patiënten groeiden. Ter vergelijking: dit waren er 6 in 2021, 9 in 2022 en 14 in 2023. In 2019 waren er 12 clusters met groei van 3 of meer patiënten. In 2024 waren er:

  • 4 clusters met groei van 3 patiënten
  • 6 clusters met groei van 4 of meer patiënten (zie figuur 2)

Het is aannemelijk dat bij een deel van de clusters de transmissie niet in Nederland plaatsvond.