De surveillance rapportage Tuberculose in Nederland (TiN) over het diagnose jaar 2024 is via deze webpagina te lezen. Door te klikken op onderstaande linken kunt u de verschillende onderdelen van de rapportage lezen. Een samenvatting van het rapport is er onder weergegeven.
Surveillance van tuberculose en tbc-infectie in 2024
Samenvatting
In 2024 werden er in Nederland 768 patiënten gemeld met de ziekte tuberculose (tbc) (incidentie 4,3 per 100.000 inwoners). Het aantal meldingen is 9% hoger dan in 2023 (703 meldingen) en was daarmee weer op hetzelfde niveau als in de jaren voorafgaand aan de COVID-19 pandemie: in 2019 waren er 754 meldingen met eveneens een incidentie van 4,3 per 100.000 inwoners.
Er is al tientallen jaren een dalende trend van het aantal tbc (Tuberculose)-patiënten in Nederland waarbij het laagste aantal bereikt werd tijdens de COVID-19 pandemie. Na het afbouwen van de coronamaatregelen, zoals het beperken van contact en het houden van afstand, is de transmissie van tuberculose weer toegenomen. Daarnaast nam de instroom van asielzoekers en immigranten in Nederland weer toe, ook uit landen waar tuberculose veel voorkomt. Deze mensen worden bij binnenkomst in Nederland verplicht gescreend op tuberculose en de ziekte kan zo snel worden opgespoord en behandeld.
In Nederland komt tuberculose vaker voor bij mensen die niet in Nederland zijn geboren. Van deze groep was de incidentie het hoogst (42 per 100.000) in de groep tussen de 15 en 25 jaar oud. In 2024 waren 622 van de 768 de patiënten (81%) in het buitenland geboren. Dat is vergelijkbaar met 2023 (82%). De meeste van deze 622 patiënten waren geboren in Eritrea (n=96), Somalië (n=45) en Marokko (n=44). Dit zijn landen waar tuberculose veel voorkomt. Onder de patiënten die geboren zijn in Eritrea en Somalië waren veel asielzoekers die korter dan 2,5 jaar in Nederland waren op het moment dat tbc werd vastgesteld. Bijna de helft van deze patiënten (46%) was jonger dan 18 jaar. In 2024 was het aantal tbc-patiënten geboren in Nederland hoger (n=145) dan in 2023 (n=128) maar bleef procentueel nagenoeg gelijk; 18% in 2023 en 19% in 2024.
In 2024 werd de bacterie die tuberculose veroorzaakt bij 518 van de 768 patiënten (67%) in het laboratorium aangetoond met een positieve kweek. Bij 13 patiënten (1,7%) was de bacterie ongevoelig voor het antibioticum rifampicine (rifampicine-resistente tuberculose). De afgelopen 10 jaar was dat het geval bij 6 tot 18 patiënten per jaar. De behandeling van rifampicine-resistente tuberculose is vaak complex, maar dankzij nieuwe medicijnen (andere antibiotica) is de behandelduur minder lang.
Wanneer de tbc-bacterie in de longen zit, kan tbc besmettelijk zijn. We spreken dan van pulmonale tbc (PTB). Van de 768 patiënten in 2024 hadden er 461 (60%) PTB (Pulmonale tuberculose). In 2023 was dit het geval bij 468 patiënten (67%). In 2024 hadden 205 patiënten (27%) de besmettelijkste vorm van PTB (open tbc), In de jaren voor de COVID-19 pandemie lag het percentage besmettelijke tbc rond de 25%. Tijdens de pandemie daalde het tot 21%, en in 2022–2023 steeg het weer naar 27–31%.
De diagnose tbc kan op meerdere manieren worden gesteld. Bij het merendeel (72%) van de tbc-patiënten in 2024 gebeurde dit naar aanleiding een zorgvraag vanwege klachten. Bij 17% werd de diagnose gesteld na actieve opsporing, bij 12% door screening van risicogroepen en bij 5% door bron- en contactonderzoek. Het percentage actieve opsporing is in 2024 lager dan in 2023, toen werd 21% van de patiënten gevonden via actieve opsporing. Bij 10% van de patiënten is niet bekend hoe de diagnose werd gesteld vanwege het ontbreken van toestemming van de patiënt voor het delen van deze informatie met het RIVM.
Als bij meerdere patiënten dezelfde tuberculosebacterie aangetoond wordt op basis van de laboratoriumtechniek DNA (deoxyribonucleic acid)-fingerprinting, is er sprake van clustering. Zo wordt duidelijk in welke gevallen er sprake is van transmissie ofwel overdracht van de tbc-bacterie. Over het algemeen is er weinig transmissie in Nederland. Bij een aantal clusters is het aannemelijk dat transmissie in het buitenland plaats vond. In 2024 was bij 22% van het totaal aantal patiënten sprake van recente clustering. In 2019, het laatste jaar voor de COVID-19 pandemie lag het percentage op 24%. Tijdens de pandemie daalde het tot 16%, en in 2022–2023 steeg het weer naar 21–22%. In 2024 waren er 10 clusters die met 3 patiënten of meer zijn gegroeid, in 2019 waren er 12 . Voor het eerst sinds de COVID-19-pandemie werden in 2023 weer meer contacten van tbc-patiënten onderzocht op tuberculose en op tbc-infectie (TBI). Als een persoon wel besmet is met de bacterie maar (nog) geen tuberculose (ziekte) heeft, dan wordt dat een TBI ( Tuberculose-infectie) genoemd. De resultaten van het bron- en contactonderzoek van 2023 zijn vergeleken met 2019, het laatste jaar vóór de COVID-19-pandemie. Het percentage personen gevonden met tuberculose (0,9%) was vergelijkbaar met 2019, hoewel er minder personen werden onderzocht op tuberculose in 2023 (n = 3482) ten opzichte van 2019 (n = 5537). Het percentage personen gevonden met een TBI lag hoger (13%) dan in 2019 (9%), terwijl er minder personen werden onderzocht op TBI in 2023 (n = 3387) ten opzichte van 2019 (n = 5409).
Door een TBI vroeg op te sporen kunnen mensen worden behandeld voordat ze ziek worden. In 2024 waren er 1509 meldingen van personen met TBI, dat is 5% meer dan in 2023 (n=1436). Bij meer dan 40% (n=659) van het aantal TBI meldingen werd de diagnose gesteld door screening van migranten bij binnenkomst in Nederland en bij 30% door bron- en contactonderzoek rondom een tbc-patiënt. 68% van de 1509 personen die gemeld werden in 2024 met TBI startte met een behandeling om te voorkomen dat ze ziek worden /tbc krijgen. Deze behandelresultaten worden in 2026 gepubliceerd. In 2023 voltooide 88% van de TBI-patiënten de behandeling.
Vroege opsporing van de ziekte tuberculose en van TBI, gevolgd door curatieve of preventieve behandeling, kan een ernstig ziekteverloop en sterfte aan tuberculose voorkomen. Het beperkt de transmissie naar andere personen, dit beschermt de volksgezondheid. De maatregelen om tuberculose in Nederland terug te dringen staan beschreven in het Nationaal plan tuberculosebestrijding 2021-2025.
Auteurs
E. Slump
R. Anthony
A.C. Mulder
M.P. Kamst-van Agterveld
G. ter Linde
H.J. Schimmel
E. Stempher
N. Vrubleuskaya