Tuberculose kan op verschillende manieren gevonden worden. Ook kan de ziekte op verschillende plekken in het lichaam zitten. Van een deel van de tbc (Tuberculose)-patiënten wordt de diagnose in het laboratorium bevestigd. Tot slot is het belangrijk om te weten of mensen ook weer genezen van tuberculose. Op deze pagina leest u de resultaten voor deze onderwerpen over het jaar 2024.
Manier van opsporen
Tuberculose kan op verschillende manieren worden gevonden. We maken onderscheid tussen passieve en actieve opsporing. Bij passieve opsporing krijgt iemand met klachten de diagnose tuberculose. Bij actieve opsporing wordt tuberculose gevonden tijdens screeningsonderzoek, bijvoorbeeld bij contacten, immigranten of asielzoekers.
In 2024 is van:
- 17% van de tbc (Tuberculose)-patiënten (n=128) bekend dat ze de diagnose kregen via actieve opsporing (4% via bron- en contactonderzoek en 13% via screening van risicogroepen).
- Dit is lager dan in 2023, toen werd 21% van de patiënten gevonden via actieve opsporing (4% via bron- en contactonderzoek en 17% via screening van risicogroepen).
- In tabel 1 is deze groep verder opgesplitst naar type actieve opsporing in 2024 voor heel Nederland en per REC (Regionaal Expertise Centrum)-regio.
- In de REC-regio Noord-Oost werden relatief meer patiënten via actieve opsporing gevonden (29%) dan in de andere REC-regio’s (10 tot 16%). In REC-regio Noord-Oost is het aanmeldcentra voor asielzoekers Ter Apel. Daar krijgen asielzoekers uit landen waar tuberculose veel voorkomt de verplichte binnenkomst-screening.
- 69% van de tbc-patiënten (n=533) bekend dat ze de diagnose kregen op basis van klachten (passieve opsporing) (figuur 1).
- 10% van de tbc-patiënten (n=80) de manier van opsporing niet bekend. Van deze patiënten is geen toestemming voor het registreren van aanvullende gegevens die niet wettelijk verplicht zijn. (Zie ook toelichting in de pagina Methoden)
| Noord-Oost N (%) | Noord-West N (%) | Zuid- Holland N (%) | Zuid N (%) | Heel Nederland* N (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Totaal aantal patiënten 2024 en % van totaal in Nl | 181 (24) | 224 (29) | 213 (28) | 150 (20) | 768* (100) |
| Gevonden via passieve opsporing (#) | 113 (62) | 161 (72) | 178 (84) | 103 (69) | 555 (72) |
| Gevonden via actieve opsporing (#) | 53 (29) | 36 (16) | 21 (10) | 23 (15) | 133 (17) |
| waarvan via bron- en contactonderzoek | 9 (17) | 11 (31) | 9 (43) | 10 (43) | 39 (29) |
| waarvan via screening bij binnenkomst in Nederland | 29 (55) | 15 (42) | 8 (38) | 9 (39) | 61 (46) |
| waarvan via vervolg screening | 12 (23) | 8 (22) | 2 (10) | 3 (13) | 25 (19) |
| waarvan via röntgencontrole bij TBI ( Tuberculose-infectie) | 2 (4) | 2 (4) | 1 (2) | 0 (0) | 5 (4) |
| waarvan via overige screening | 1 (2) | 0 (0) | 1 (2) | 1 (2) | 3 (2) |
| Wijze van opsporing onbekend (geen toestemming patiënt) | 15 (8) | 27 (12) | 14 (7) | 24 (16) | 80 (10) |
Type diagnose
Meestal komt tuberculose in de longen voor (pulmonale tuberculose), maar de ziekte kan ook andere delen van het lichaam aantasten (extrapulmonale tuberculose). Zie ook Diagnostiek tuberculose.
In 2024:
- had 60% van de patiënten tuberculose in de longen (n=461). Dit heet longtuberculose of pulmonale tuberculose (PTB).
o Dit was vergelijkbaar met 2023 (61%).
o 74 patiënten hadden zowel tuberculose in de longen als ook op een andere plek in het lichaam. - 40% van de patiënten had alleen tuberculose buiten de longen (n=305). Dit heet extrapulmonale tuberculose (ETB).
- Bij twee patiënten is de lokalisatie (nog) onbekend.
Van de 461 patiënten met longtuberculose was bij 205 (44%) het sputum of het bronchusspoelsel microscopisch positief. Dit wijst erop dat zij de meest besmettelijke vorm van tuberculose hadden. In totaal had 27% van alle tbc-patiënten in 2024 deze meest besmettelijke vorm van tuberculose. Dit percentage is iets lager dan in 2023 (30%).
| Noord-Oost N (%) | Noord-West N (%) | Zuid- Holland N (%) | Zuid N (%) | Heel Nederland* N (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Totaal aantal patiënten 2024 en % van totaal in Nl | 181 (24) | 224 (29) | 213 (28) | 150 (20) | 768* (100) |
| Longtuberculose (PTB & EPTB) | 111 (61) | 136 (61) | 124 (58) | 90 (60) | 461 (60) |
| Sputum en/of BAL (Broncho Alveolaire Lavage) positieve longtuberculose | 50 (28) | 58 (26) | 58 (27) | 39 (26) | 205 (27) |
| Kweekpositief (alle tbc-patiënten) | 120 (67) | 153 (69) | 150 (70) | 95 (64) | 518 (67) |
Figuur 3 laat zien waar in het lichaam de patiënten tuberculose hadden. Na tuberculose in de longen werd tuberculose het meest gevonden in de perifere lymfeklieren (n=96, 13%). Bij achttien patiënten (van wie één jonger dan 15 jaar) werd tbc (Tuberculose)-meningitis vastgesteld, vaak was dat in combinatie met een andere vorm van tuberculose.
Figuur 3. Aantal tbc-patiënten naar tuberculose hoofdlokalisatie in 2024
Sla de grafiek 'Figuur 3. Aantal tbc-patiënten naar tuberculose hoofdlokalisatie in 2024' over en ga naar de datatabel* zonder perifere lymfklieren, tbc (Tuberculose)-pleuritis en oogtuberculose
Tuberculose buiten de longen kwam vaker voor bij patiënten geboren in het buitenland (41%) dan bij tbc (Tuberculose)-patiënten die in Nederland geboren zijn (30%) (zie figuur 4).
Kweekbevestiging en gevoeligheidsbepaling
Voor het stellen van de diagnose worden verschillende onderzoeken gebruikt, zoals een longfoto of CT-scan, en laboratoriumonderzoek van afgenomen materiaal, waaronder microscopie, PCR (polymerase chain reaction)(polymerase chain reaction) en kweek. Bacteriologische bevestiging is belangrijk om tuberculose goed te kunnen behandelen, vooral omdat de bacterie soms ongevoelig kan zijn voor bepaalde medicijnen.
Kweekbevestiging
In 2024 werd de diagnose tuberculose bij 518 patiënten (67%) met kweekonderzoek bevestigd (tabel 2). Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren (figuur 5). De diagnose werd vaker met kweekonderzoek bevestigd bij patiënten met longtuberculose (78%) dan bij patiënten met tuberculose buiten de longen (51%).
In totaal werd de diagnose tuberculose bij 531 patiënten (67%) bacteriologisch bevestigd:
- Bij 518 patiënten met kweekonderzoek, daarvan hadden:
o 504 patiënten M. tuberculosis (97%)
o 7 patiënten M. bovis (1,4%)
o 7 patiënten M. africanum (1,4%) - Bij 13 patiënten met microscopisch onderzoek op lichaamsmateriaal én een moleculaire test (zoals polymerase chain reaction, PCR (polymerase chain reaction)) voor de detectie van M. tuberculosis-complex
Gevoeligheidsbepaling
Bij 515 van de 518 patiënten (99%) met door kweekonderzoek bevestigde tuberculose was een gevoeligheidsbepaling bekend in het Nederlands Tuberculose Register (NTR). Bij 12% (63/518) werd een vorm van resistentie vastgesteld:
- Bij 2,1% (11/518; inclusief de 7 patiënten met een M. bovis-infectie) ging het om pyrazinamideresistentie.
- Bij 7,5% (39 /518) ging het om monoresistentie tegen isoniazide.
- Bij 2,5% (13/518) ging het om resistentie tegen rifampicine, vaak gecombineerd met resistentie tegen een ander tbc (Tuberculose)-geneesmiddel. Al deze patiënten waren geboren in het buitenland, van wie twee vluchtelingen uit Oekraïne. Van deze dertien patiënten had(den):
o Drie patiënten mono-resistentie tegen rifampicine.
o Acht patiënten multiddrugresistente (MDR) tuberculose (resistentie tegen in ieder geval rifampicine en isoniazide).
o Twee patiënten pre-XDR-tuberculose (MDR-tuberculose in combinatie met resistentie tegen fluoroquinolonen (zoals moxifloxacine of levofloxacine)).
o Nul patiënten XDR (Extensieve (drug)resistentie)-tuberculose (MDR-tuberculose in combinatie met resistentie tegen fluoroquinolonen en bedaquiline en/of linezolid) (figuur 6).
Figuur 6. Aantal tbc-patiënten met rifampicine-resistente tuberculose (mono-RR-, MDR-, pre-XDR en XDR-tuberculose)*, 2014-2024
Sla de grafiek 'Figuur 6. Aantal tbc-patiënten met rifampicine-resistente tuberculose (mono-RR-, MDR-, pre-XDR en XDR-tuberculose)*, 2014-2024' over en ga naar de datatabel* RR (Rifampicine resistentie) = rifampicineresistentie; MDR (Multi(drug)resistentie) = multidrugresistentie; pre-XDR=pre-extensieve drugresistentie, XDR (Extensieve (drug)resistentie) = extensieve drugresistentie
Behandelresultaten
Patiënten met rifampicinegevoelige tuberculose, diagnosejaar 2023
Of de behandeling tegen tuberculose succesvol is, is pas achteraf bekend. Op deze pagina leest u daarom wat de behandelresultaten zijn van de patiënten die in 2023 de diagnose tuberculose kregen. In dat jaar werden in Nederland 720 tbc (Tuberculose)-patiënten behandeld van wie de behandelresultaten werden geregistreerd. Dit aantal is inclusief 17 patiënten die in het buitenland de diagnose kregen en in Nederland verder gingen met hun behandeling.
Van de 720 tbc-patiënten waren er 704 met normale gevoeligheid voor rifampicine. In totaal voltooide 78% van deze patiënten (546 van de 704) de behandeling met succes (figuur 7). Dat is minder dan in voorgaande jaren (gemiddeld 84% in 2020-2022). De WHO (World Health Organization)-norm voor behandelsucces van 85% werd niet bereikt. Het streefpercentage van 90% uit het Nationaal plan tuberculosebestrijding 2021-2025 ook niet.
Bij 12% was het behandelresultaat niet gerapporteerd; bij 9% omdat er geen toestemming was van de patiënt en bij 3% omdat het (nog) niet was ingevuld.
- Het deel van de patiënten dat eerder stopte met de behandeling, was met 4,3% vergelijkbaar met de jaren 2020-2022 (4,5%).
- Het deel van de patiënten dat overleed (aan tuberculose of door een andere oorzaak), was in 2023 met 3,3% lager dan in 2020-2022 (4,0%).
Figuur 7. Behandelresultaat van tbc-patiënten met rifampicinegevoelige tuberculose, 2017-2023
Sla de grafiek 'Figuur 7. Behandelresultaat van tbc-patiënten met rifampicinegevoelige tuberculose, 2017-2023 ' over en ga naar de datatabel* Afgebroken door bijwerkingen of doordat patiënt niet verder wil met de behandeling
Patiënten met een vorm van rifampicineresistente tuberculose, diagnosejaren 2021-2023
Vanwege de kleine aantallen patiënten met rifampicineresistente tuberculose, staan hier de behandelresultaten van deze patiënten over de jaren 2021-2023 samen. In die drie jaren werden 39 patiënten met een vorm van rifampicineresistente tuberculose behandeld. Daarvan voltooide 72% (n=28) de behandeling met succes. Dat is lager dan in voorgaande periodes. Bij 7 patiënten was het behandelresultaat niet gerapporteerd omdat er geen toestemming was van de patiënt. Eén patiënt stopte de behandeling eerder en er overleden geen patiënten in deze groep (figuur 8).
Figuur 8. Behandelresultaat van patiënten met rifampicineresistente tuberculose, 2015-2023
Sla de grafiek 'Figuur 8. Behandelresultaat van patiënten met rifampicineresistente tuberculose, 2015-2023' over en ga naar de datatabel* Afgebroken door bijwerkingen of doordat patiënt niet verder wil met de behandeling