Infectieziekten Bulletin, januari 2026

Auteurs

Babette van Deursen1, Ewout Fanoy1, Marloes Brinkhuis2, Kevin Wassing2, Louise de Vos Klootwijk2, Putri Hintaran1, Stijn Raven1

  1. GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) regio Utrecht
  2. GGD Haaglanden

Achtergrond

De afgelopen jaren daalt de vaccinatiegraad in Nederland. Deze trend heeft zich versterkt in het post-COVID-19-tijdperk, terwijl het toenemende internationale reizen heeft geleid tot de import van ziekten die door vaccinatie kunnen worden voorkomen. Historisch gezien bleven uitbraken van mazelen en andere ziekten waartegen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) een vaccin aanbiedt, beperkt tot individuele gevallen of grotere uitbraken in de Biblebelt of de antroposofische gemeenschap. Meldingen aan de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) laten nu echter een nieuwe trend zien, waarbij clusters van RVP Rijksvaccinatie programma (Rijksvaccinatie programma)-ziekten zich voordoen in stedelijke gebieden onder Nederlandse kinderen met een migratieachtergrond. In 2024 zijn onder Marokkaanse Nederlanders (tweede en derde generatie) kleine uitbraken van mazelen, bof en ernstige kinkhoest gemeld. Deze ontwikkeling lijkt verband te houden met de sterk afnemende BMR bof, mazelen,rodehond (bof, mazelen,rodehond)-vaccinatiecijfers in deze populatie: de vaccinatiegraad nam in tien jaar tijd met 25% af tot 65% (1). Ter vergelijking: de vaccinatiegraad van het gehele geboortecohort daalde met 6% van 95% in 2010 naar 89% in 2020. Om deze ontwikkeling en de gevolgen van de dalende BMR-vaccinatiegraad te illustreren, belicht dit artikel recente mazelenuitbraken uit 2024 en 2025 in de regio’s Utrecht en Den Haag en de genomen maatregelen op het gebied van de volksgezondheid.

Mazelen

Mazelen is een van de meest besmettelijke infectieziekten, veroorzaakt door een virus dat via de lucht wordt verspreid. De eerste symptomen zijn onder meer koorts, hoesten, verkoudheidssymptomen en conjunctivitis. Na een paar dagen verschijnt een karakteristiek exantheem over het hele lichaam. Er kunnen ernstige complicaties optreden, zoals longontsteking, otitis media of encefalitis. Mazelen zijn overdraagbaar vanaf vier dagen voordat de huiduitslag verschijnt. Het BMR bof, mazelen,rodehond (bof, mazelen,rodehond)-vaccin biedt bescherming tegen mazelen; de zeldzame gevallen die na vaccinatie voorkomen, zijn doorgaans mild. Sinds 1987 waren er twee prikmomenten voor de BMR-vaccinatie bof, mazelen, rodehond (bof, mazelen, rodehond) in het RVP Rijksvaccinatie programma (Rijksvaccinatie programma)-schema: op 14 maanden en op 9-jarige leeftijd. In 2025 is het schema aangepast: de tweede prik wordt nu gegeven rond de leeftijd van 3 jaar. De aanname van deze wijziging is dat het, mits ouders hun kinderen inderdaad laten vaccineren, de kans op uitbraken op scholen verkleint, beter aansluit bij andere vaccinaties en beter de internationale richtlijnen volgt.

Beschrijving van de uitbraak in de regio Utrecht

Op 17 november 2024 is een mazeleninfectie gemeld bij GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) regio Utrecht. De indexpatiënt (Figuur 1, casus 1-00) was een ongevaccineerd kind van 5 jaar oud dat in Marokko woonde en in Nederland was voor familiebezoek. Zeer waarschijnlijk liep het kind de infectie op in Tanger, Marokko, waar op dat moment een mazelenepidemie woedde (2).

Cluster 1

Tijdens de besmettelijke periode had de index meerdere familieleden bezocht en een consult gehad bij de huisartsenpost (HAP). Uit bron- en contactonderzoek (BCO) kwamen 34 directe contacten naar voren, waarvan 12 als niet-beschermd contact voor mazelen werden ingeschat, omdat ze ongevaccineerd waren en de ziekte niet hadden doorgemaakt. Acht personen ontvingen een BMR-vaccinatie bof, mazelen, rodehond (bof, mazelen, rodehond) als post-expositieprofylaxe (PEP). Uiteindelijk raakten zeventien (in)directe contacten besmet met mazelen. Dit leidde tot verdere verspreiding binnen en buiten de regio Utrecht (Figuur 1).

Figuur 1. Netwerkdiagram van de mazelenuitbraak in GGD regio Utrecht, november-december 2024.

Cluster 2

Twee weken later werd een tweede mazeleninfectie gemeld, bij een ongevaccineerd kind van 3 jaar oud (Figuur 1, casus 2-00). Dit kind had zowel een huisartsenpraktijk (HA) bezocht die de wachtkamer deelde met een fysiotherapiepraktijk, als de HAP huisartsenpost (huisartsenpost). Het BCO bron- en contactonderzoek (bron- en contactonderzoek) bracht ongeveer vijftig contacten in kaart, waarvan zeventien als niet-beschermd contact voor mazelen werden geclassificeerd. Drie van hen ontvingen een BMR-vaccinatie. Drie anderen ontvingen immunoglobulines, met als indicatie dat zij een verhoogde kans op een ernstig beloop hadden en BMR-vaccinatie gecontra-indiceerd of niet werkzaam was (3). Uiteindelijk raakte één ongevaccineerd gezinslid besmet dat geen PEP had ontvangen.

Halverwege december werd een derde mazelenmelding gedaan van een ongevaccineerd kind van 4 jaar oud (Figuur 1, casus 3-00). Binnen het gezin werden twee niet-beschermde hoogrisicocontacten geïdentificeerd. Een hoogrisicocontact bij mazelen wordt gedefinieerd als een persoon zonder volledige immuniteit (geen doorgemaakte infectie en onvoldoende BMR bof, mazelen,rodehond (bof, mazelen,rodehond)-vaccinaties), die tijdens de besmettelijke periode van een mazelenpatiënt nauw of langdurig contact heeft gehad binnen dezelfde ruimte. Bij navraag bleken er via het schoolplein ook vier niet-beschermde contacten te zijn, maar omdat zij hadden gespeeld op de buitenspeelplaats werden zij niet als hoogrisicocontact ingeschat. Geen van deze niet-beschermde contacten accepteerde de aangeboden BMR-vaccinatie. Uiteindelijk testten beide ongevaccineerde gezinsleden, die geen PEP hadden ontvangen, positief op mazelen.

De clusters bestonden uit 3 primaire besmettingen en resulteerden in 23 secundaire mazelenpatiënten. Dit waren vooral ongevaccineerde jonge, basisschoolgaande Marokkaans-Nederlandse kinderen. Opvallend was dat de (groot)ouders en de oudste kinderen wel gevaccineerd waren, terwijl de jongste kinderen dat niet waren. De drie primaire besmettingen waren zeer waarschijnlijk epidemiologisch aan elkaar gelinkt. Tijdens de besmettelijke periode van de eerste besmetting bevonden alle drie zich op ten minste één moment op dezelfde locatie (een portiekflat), wat duidt op de vorming van drie subclusters binnen één groter cluster (Figuur 1).

Beschrijving van de uitbraak in de regio Haaglanden

In de regio Haaglanden zijn er sinds 28 februari 2025 in totaal 23 meldingen van mazelen gedaan bij de GGD Haaglanden. Van deze meldingen was 48% man en 52% vrouw, met een oververtegenwoordiging van kinderen (91%). De leeftijd varieerde van 1 maand tot 51 jaar, met een mediaan van 5 jaar. Bij drie kinderen (13%) was ziekenhuisopname noodzakelijk.

Van de 23 personen was 91% helemaal niet gevaccineerd tegen mazelen en had 9% één dosis van het BMR-vaccin ontvangen. Tijdens het BCO kon de reden voor het niet-vaccineren niet worden vastgesteld. Van de 23 meldingen waren 18 mensen Marokkaanse Nederlanders (tweede en derde generatie) en 5 mensen Turkse Nederlanders (tweede en derde generatie).

De patiënten waren geografisch verspreid over drie delen van Den Haag en nabije omgeving:

  • 22% kwam uit stadsdeel Escamp
  • 48% kwam uit het Centrum
  • 8,7% kwam uit Laak
  • 22% kwam uit een aan Den Haag grenzende randgemeente

Deze stadsdelen hebben de laagste vaccinatiegraad van Den Haag. Voor BMR 2-jaar (verslagjaar 2024) is dit:

  • 79% in Escamp
  • 74% in Centrum
  • 82% in Laak

In totaal zijn zes afzonderlijke clusters geïdentificeerd: vijf gezinsclusters en één cluster dat verband hield met een basisschool. Vier gezinnen benoemden tijdens de bronperiode een reisgeschiedenis naar Marokko. Als preventieve maatregel is PEP toegediend aan drie huishoudcontacten: twee kregen het BMR-vaccin en één kreeg immunoglobulinen. 

Figuur 2. Netwerkdiagram van mazelenuitbraak in de regio Haaglanden (voorjaar 2025)

Figuur 2. Netwerkdiagram van mazelenuitbraak in de regio Haaglanden (voorjaar 2025)

Data gebaseerd op gerapporteerde meldingen van mazelen vanaf 1 februari 2025 tot en met 1 mei 2025, onderlinge verbanden zijn gebaseerd op informatie uit het BCO

Note: Vliegtuig = buitenlandreis, Ziekenhuis = ziekenhuiswachtkamer, Koffer = wachtkamer huisartsenpost, Graduation cap = middelbare school, Kind = basisschool II, Monument = basisschool I, Cirkel = thuis, Lepel = KDV kinderdagverblijf (kinderdagverblijf)/PSZ, Gebouw = schoolgerelateerd, Vraagteken = onbekend.

Discussie

De in dit artikel beschreven mazelenclusters deden zich voornamelijk voor onder Marokkaanse Nederlanders. Het merendeel van de ongevaccineerde kinderen was in de basisschoolleeftijd of jonger. Opvallend is dat ouders (bij navraag doorgaans in Nederland geboren en opgegroeid) vaak zelf als kind gevaccineerd waren, maar hun eigen kinderen niet hebben laten vaccineren.  

Begrip van factoren die bijdragen aan dalende vaccinatiegraad

Om de kans op dergelijke mazelenclusters te verkleinen, is het belangrijk beter te begrijpen welke factoren bijdragen aan de dalende vaccinatiegraad binnen deze sociale groep. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat Marokkaanse Nederlanders hun besluitvorming omtrent COVID-19-vaccinatie in belangrijke mate laten beïnvloeden door persoonlijke risicoperceptie, meer dan door sociale verantwoordelijkheid, religieuze overtuigingen of de vaccinatiekeuzes van familieleden (4). Hoewel deze bevindingen mogelijk niet één-op-één te vertalen zijn naar RVP-vaccinaties vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma (vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma), kunnen vergelijkbare mechanismen een rol spelen bij de houding tegenover kinderimmunisatie. Tijdens bron- en contactonderzoek kan het daarom helpen niet alleen maatschappelijke consequenties en het collectieve belang van vaccinatie te bespreken, maar ook individuele gezondheidsrisico’s. Zo sluit communicatie beter aan bij verschillende motivaties en perspectieven. Verder kwam uit dat onderzoek naar voren dat het vertrouwen in de overheid relatief laag is, wat ook niet bevorderend is voor de bereidheid en het vertrouwen om vaccinatie te ontvangen – al geldt dit niet specifiek voor de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap. Er is bovendien een duidelijke behoefte aan informatie over de ziekte, het vaccin, mogelijke bijwerkingen en de gevolgen van zowel de ziekte als de vaccinatie (4).

Wijkgerichte aanpak

Specifieke studies naar de afwegingen van Marokkaans-Nederlandse ouders voor hun kinderen ten aanzien van RVP-vaccinaties zijn ons niet bekend. Wel kunnen we leren van de manier waarop kennis is opgedaan binnen andere sociale groepen met een kritische houding ten opzichte van vaccinaties, zoals antroposofen en bevindelijk gereformeerden (5). Door deze aanpak ook toe te passen op deze sociale groep kunnen overwegingen en barrières ten aanzien van vaccinatie achterhaald worden en verwerkt worden in beleid van gezondheidsdiensten zoals GGD’en. Een recente wijkgerichte vaccinatie-aanpak in Den Haag laat zien dat laagdrempelige wijkactiviteiten, inzet van jeugdverpleegkundigen in de buurt en vaccinatiemomenten op scholen kunnen bijdragen aan een hogere vaccinatiebereidheid in wijken met lage BMR-vaccinatiegraad (6). Deze ervaringen sluiten aan bij onze bevindingen dat juist in stedelijke buurten met concentraties van ongevaccineerde kinderen aanvullende, buurtgebonden interventies nodig zijn. Voor de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap vraagt dit echter om een verdere verdieping, met specifieke aandacht voor vertrouwen, besluitvorming en culturele aansluiting.

Kritische drempel

Naarmate de omvang van een bepaalde sociale groep toeneemt en binnen deze groep het aandeel ongevaccineerden groeit, kan een kritische drempel worden bereikt waarbij de kans op clusters toeneemt. In de hier beschreven clusters, die na het opvlammen en na de inzet van maatregelen ook weer lijken uit te doven, betrof het merendeels kinderen op de basisschool. De recente daling van de vaccinatiegraad onder Marokkaanse Nederlanders kan ertoe leiden dat deze clusters zich in de toekomst vaker voordoen of langer aanhouden. Wanneer bovendien meer ongevaccineerde kinderen de middelbare schoolleeftijd bereiken, kan dit, mede door hun grotere mobiliteit en sociale netwerken, de snelheid van virustransmissie bij een toekomstige uitbraak vergroten (7).

Onbedoelde introductie van infectieziekten

Ook spelen binnen een specifieke sociale groep variaties in importrisico’s een rol. De landen waar mensen naar reizen verschillen sterk per doelgroep. In de beschreven clusters reisden vooral Marokkaans-Nederlandse gezinnen regelmatig tussen Nederland en Marokko voor familiebezoek. Door deze frequente reisbewegingen met persoonlijke contacten kan, zodra daar vaccineerbare ziekten circuleren, onbedoeld introductie in Nederland plaatsvinden. Het is daarom belangrijk epidemiologische gegevens uit landen met intensief reizigersverkeer te betrekken bij risicobeoordelingen en communicatie over vaccinatie, zodat tijdig kan worden ingespeeld op veranderende risico’s en introducties via reizigers kunnen worden beperkt, bijvoorbeeld door gerichte voorlichting en media-aandacht bij uitbraken.

Sterke interne cohesie

Een andere factor die de verspreiding van infectieziekten kan beïnvloeden, is de vaak sterke interne cohesie van sociale groepen. Literatuur suggereert dat binnen de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap nauwe familiebanden en onderlinge sociale netwerken belangrijk zijn, waarbij kinderen soms naar dezelfde scholen gaan (4). Dit vertoont enige overeenkomst met de gereformeerde gemeenschap in de Biblebelt, waar de vaccinatiegraad binnen bepaalde scholen en netwerken eveneens laag kan zijn. Een belangrijk verschil is echter de geografische spreiding: de gereformeerde gemeenschap woont voornamelijk in landelijke gebieden, terwijl Marokkaans-Nederlandse gezinnen grotendeels geconcentreerd zijn in sterk verstedelijkte gebieden. Zo woont meer dan de helft van deze bevolkingsgroep in de Randstadgemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht (8). Naast leeftijdsverdeling en stochastische variatie in transmissie, is de mate waarin scholen door sociale netwerken van leerlingen met elkaar verbonden zijn van invloed op de verspreidingspatronen van mazelen (7). Waar introducties binnen de gereformeerde gemeenschap in het verleden tot grotere regionale uitbraken konden leiden, zien we in de stedelijke context bij de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap eerder kortdurende, kleinschalige clusters die opvlammen en weer uitdoven.

Aanbevelingen voor IZB Infectieziektebestrijding (Infectieziektebestrijding)-professionals

Op basis van de huidige bevindingen en gesprekken met betrokkenen formuleren wij enkele aanbevelingen voor hoe professionals in de infectieziektebestrijding (IZB) de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap mogelijk beter kunnen bereiken en de vaccinatiegraad kunnen versterken:

  1. Bouw vertrouwen op
    Volgens een geraadpleegde sleutelpersoon (persoonlijke communicatie, Aziz Kalla, 2025) is het belangrijk om eerst te investeren in het opbouwen van vertrouwen. Bijvoorbeeld door samen te werken met sleutelfiguren binnen de gemeenschap. Deze benadering sluit aan bij wijkgerichte initiatieven die verschillende GGD’en reeds inzetten om de vaccinatiegraad te verbeteren. Daarnaast kan het streven naar een personeelsbestand dat beter de diversiteit van de regio weerspiegelt, bijdragen aan vertrouwen en herkenning.
  2. Werk samen met de gemeenschap aan gerichte interventies 
    Vervolgens kan in co-creatie met de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap gewerkt worden aan gerichte interventies, zoals cultuur- en taalgevoelige voorlichtingscampagnes. Het is daarbij van belang dat deze aansluiten bij de informatiekanalen die binnen de gemeenschap veel worden gebruikt, waaronder specifieke sociale mediaplatforms.
  3. Toon oprechte interesse in vaccinatieoverwegingen
    Tot slot kwam in het gesprek met de sleutelpersoon naar voren dat het tonen van oprechte interesse in de overwegingen achter vaccinatiekeuzes kan bijdragen aan meer wederzijds begrip en vertrouwen. In de praktijk kan een open gesprek hierover ondersteunend zijn aan het contact tussen professionals en ouders, bijvoorbeeld als hier aandacht voor is tijdens het bron- en contactonderzoek.

Conclusies

De opleving van mazelen onder tweede- en derdegeneratie-Marokkaanse Nederlanders in stedelijke gebieden vormt een nieuwe en zorgwekkende uitdaging voor de volksgezondheid. Deze trend, die samenhangt met een sinds enkele jaren dalende vaccinatiegraad, onderstreept de noodzaak van gerichte interventies om de vaccinatiegraad te verhogen. Inzicht in de oorzaken van de dalende vaccinatiegraad specifiek binnen de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap is cruciaal. Hiermee kan bepaald worden hoe eventuele vaccinatiebarrières weggenomen kunnen worden en welke communicatiestrategieën het beste zijn om clusters zoals hier beschreven in de toekomst te voorkomen.

Dankwoord

Wij danken Aziz Kalla, sleutelpersoon en gezondheidsvoorlichter binnen de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap in Utrecht, voor het kritisch meelezen en de waardevolle inzichten uit de praktijk over vaccinatie en vertrouwen. Ook bedanken wij Stichting Sleutelpersonen Utrecht voor het aandragen van externe meelezers.

  1. Pijpers Joycevan Roon AnnikaSchipper MaartenStok Marijnvan den Hof Susanvan Gaalen RubenHahné Susande Melker HesterThe decrease in childhood vaccination coverage and its sociodemographic determinants, the Netherlands, birth cohorts 2008 to 2020. Euro Surveill. 2025;30(39):pii=2500251. https://doi.org/10.2807/1560-7917.ES.2025.30.39.2500251
  2. ProMED. MEASLES - MOROCCO (09): (TANGIER-TETOUAN-AL HOCEIMA) INCREASING INCIDENCE, FATAL. [Internet]. ProMED; 2024. Available from: promedmail.org/alert/8719772
  3. Mazelen | LCI-richtlijn | LCI-richtlijnen
  4. Hamdiui N, de Vries M, Stein ML, et al. How did Moroccan immigrants in the Netherlands decide with regard to their COVID-19 vaccine uptake? An exploratory qualitative study. BMC Infect Dis. 2025;25:602. doi:10.1186/s12879-025-11003-4.
  5. Wilhelmina L M Ruijs 1, Jeannine L A Hautvast, Giovanna van Ijzendoorn,
    How orthodox protestant parents decide on the vaccination of their children: a qualitative study BMC Public Health 2012 Jun 6:12:408. doi: 10.1186/1471-2458-12-408.
  6. NU.nl. Hoe Den Haag alles op alles zet voor meer vaccinaties tegen mazelen. 2024.
  7. Munday JD Creutzfeldt-Jakob (Creutzfeldt-Jakob), Atkins KE, Klinkenberg D, Meurs M, Fleur E, Hahné SJ, et al. Estimating the risk and spatial spread of measles in populations with high MMR measles, mumps, rubella (measles, mumps, rubella) uptake: using school-household networks to understand the 2013 to 2014 outbreak in the Netherlands. PLoS Plos One (Plos One) Med. 2024;21(10):e1004466. doi: 10.1371/journal.pmed.1004466.
  8. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). (2023). Bevolking; migratieachtergrond, generatie, leeftijd, regio, 1 januari; 2010–2022 [Dataset]. StatLine. https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/84910NED