Infectieziekten Bulletin, februari 2026
Auteurs
Jessica Jansen1, Joan Roozemond1, Irene Vroom1, Rian Wijnhorst1, Dr. (Doctor) Inge Huijskens2, Florence Guibert Buiron3, Dr. Raïssa Tjon-Kon-Fat1, Myriam den Oudsten1
- 1 Infectieziektebestrijding, GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) Zuid-Holland Zuid, Dordrecht
- Regionaal Laboratorium Medische Microbiologie, Dordrecht
- Huisartsenpraktijk Guibert Buiron, Dordrecht
Inleiding
De afdeling infectieziektebestrijding (IZB) van de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) Zuid-Holland Zuid (ZHZ) kreeg regelmatig een melding van een diagnose van bof, mazelen, rodehond of kinkhoest door een huisarts, zonder dat deze bevestigd werd met een laboratoriumtest. Zo’n diagnose leidt bij ouders en personeel in kinderopvang en school tot onrust, die soms onnodig blijkt. Gebrek aan ervaring met infectieziekten kan ook leiden tot onderrapportage, doordat huisartsen de ziekten niet herkennen.
Het inzetten van diagnostiek is dus enerzijds belangrijk om nieuwe uitbraken tijdig te herkennen en anderzijds om onterechte verdenkingen op infectieziekten (en de daarmee gepaard gaande onrust) te voorkomen. Het belang ligt op het grensvlak van de individuele gezondheid en de publieke gezondheid.
Huisartsen wisten de afdeling IZB (Infectieziektebestrijding) niet altijd te vinden voor melding, advies of overleg. De GGD wil daarom graag een gesprekspartner van de huisartsen zijn. Zo kan de GGD tijdig uitbraken signaleren en zo nodig maatregelen nemen. Dit kan ook in het directe belang zijn van de huisarts. Denk bijvoorbeeld aan een mazelenpatiënt die besmettelijk in de huisartsenpraktijk geweest is.
Deze observaties waren de aanleiding voor GGD ZHZ (Zuid-Holland Zuid) om als regioproject een gratis geaccrediteerde e-learning voor huisartsen te ontwikkelen over infectieziekten. Met als onderwerp: bof, mazelen, rodehond en kinkhoest bij kinderen.
Doel van de e-learning is om op een laagdrempelige manier de kennis van huisartsen te vergroten over:
- bof, mazelen, rodehond en kinkhoest
- de gevolgen van deze infectieziekten voor het kind en zijn directe omgeving
- hoe huisartsen kunnen samenwerken met de GGD hierin
Daarnaast wil GGD ZHZ met deze e-learning huisartsen stimuleren om diagnostiek in te zetten bij een verdenking op één van deze infectieziekten. De relevantie hiervan blijkt onder meer uit het advies van de NHG om laboratoriumdiagnostiek in te zetten bij iedere verdenking op mazelen zonder epidemiologische link.
Dit artikel beschrijft de ontwikkeling van de e-learning en de evaluatie van het gebruik van de e-learning in het eerste jaar na lancering. Leerpunten kunnen worden meegenomen bij de ontwikkeling van vergelijkbare typen deskundigheidsbevordering.
Vooronderzoek
In 2022 is er een verkennend vragenlijstonderzoek uitgevoerd onder huisartsen in regio ZHZ. Deze vragenlijst had als doel om een beeld te krijgen van de kennis van huisartsen over infectieziekten bij kinderen en de werkwijze die ze volgen bij een eventuele verdenking. De opbrengst van dit onderzoek diende als input voor de ontwikkeling van de e-learning. Zo zou deze zoveel mogelijk aansluiten bij de kennis en behoefte van huisartsen.
In totaal hebben acht huisartsen de vragenlijst ingevuld. Alle huisartsen gaven aan de LCI (Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding)-richtlijnen te raadplegen bij verdenking op bof, mazelen, rodehond of kinkhoest. De helft gaf aan ook de NHG-richtlijn te raadplegen.
De meerderheid van de huisartsen gaf aan een diagnose te stellen op basis van klinisch beeld, zonder inzet van diagnostiek. Er waren hierbij wel verschillen per ziektebeeld:
- Voor kinkhoest zei slechts één huisarts diagnostiek in te zetten (13%).
- Voor rodehond en mazelen zeiden twee huisartsen diagnostiek in te zetten (25%).
- Voor bof zeiden vier huisartsen diagnostiek in te zetten (50%).
Voorafgaand aan het onderzoek was een van de aannames dat huisartsen geen diagnostiek inzetten, omdat ze te weinig tijd hebben. Maar slechts één huisarts gaf tijdgebrek aan als reden (13%). Onduidelijkheid over in te zetten diagnostiek en belasting voor het kind werden het meest genoemd als belemmerende factoren voor het inzetten van laboratoriumdiagnostiek.
Meest genoemde overlegpartners voor huisartsen waren:
- collega-huisarts (71%)
- kinderarts (57%)
- arts-microbioloog (57%) (figuur 1)
Slechts twee huisartsen (29%) zeiden met de GGD te overleggen.
In het vragenlijstonderzoek gaven huisartsen ook aan het relevant te vinden om te weten welke infectieziekten voorkomen in de regio en dat zij een e-learning als geschikt instrument zagen voor scholing.
Figuur 1: Met wie overlegt de huisarts bij vragen over diagnose en beleid bij bof, mazelen, rodehond en kinkhoest?
*Zeven van de acht respondenten hebben deze vraag beantwoord.
Ontwikkeling e-learning
De ontwikkeling van de e-learning vond plaats in de periode 2021-2024. Aan de hand van het vooronderzoek waren er meerdere brainstormsessies met een projectgroep over de opzet en inhoud van de e-learning. De projectgroep bestond uit artsen en verpleegkundigen werkzaam binnen de infectieziektebestrijding van de GGD ZHZ. Naast de projectgroep was er een adviesgroep van twee huisartsen, een jeugdarts en een arts-microbioloog uit de regio ZHZ. Zowel met de casuïstiek als met de concept-e-learning heeft de adviesgroep meegelezen en getest. Vervolgens heeft ook een adviseur van de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI) van het RIVM meegelezen en de e-learning getest.
Voor elk van de vier ziekten werd een casus geschreven. Naast de casuïstiek werden losse interactieve leerelementen ontwikkeld om de deelnemers van de e-learning betrokken te houden bij de stof, zoals quiz-elementen en interactieve afbeeldingen. Ook werden twee video's opgenomen, met een toelichting op de onderwerpen 'wering van werk, school of kinderdagverblijf' en 'bescherming tegen kinkhoest bij jonge zuigelingen'. Tot slot werden toetsvragen opgesteld, die deelnemers aan het einde van de e-learning moeten beantwoorden.
Na het aanleveren van teksten, beeld en toetsvragen heeft de organisatie Medonline de e-learning ontwikkeld.
De e-learning is sinds november 2024 gratis beschikbaar via www.elearninginfectieziekten.nl en in de catalogus van het platform DOC-learning opgenomen.
De e-learning is door huisartsen in heel Nederland gratis te volgen. Deelnemers ontvangen één accreditatiepunt (ABC-1). Ook niet-huisartsen hebben toegang tot de e-learning. Zo kunnen ook Verpleegkundig Specialisten, kinderartsen en andere geïnteresseerden deelnemen.
Implementatie
De projectgroep stelde een uitgebreid communicatieplan op. Huisartsen in de regio Zuid-Holland Zuid ontvingen per post een flyer met informatie over de e-learning. Regionaal is er een persbericht verspreid en is aan huisartsensamenwerkingsverbanden gevraagd een nieuwsbericht te plaatsen. In aanvulling daarop heeft de GGD ZHZ een online promotiecampagne voor huisartsen gevoerd via LinkedIn.
Via andere GGD’en is getracht zoveel mogelijk huisartsen in Nederland te bereiken. GGD’en werden daartoe opgeroepen via o.a. (onder andere) nieuwsberichten in het Infectieziekten Bulletin, de RAC (Regionale Arts Consulenten)-REC-nieuwsbrief en een regioproject-webinar. Daarnaast werd de e-learning op een poster gepresenteerd bij de Transmissiedag Infectieziekten. Tot slot werden ook het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) gevraagd bij te dragen aan de communicatie over de e-learning richting hun leden.
Evaluatie
Aan het einde van de e-learning zit een vragenlijst. Daarmee kan de e-learning doorlopend geëvalueerd worden. Hiermee wil GGD ZHZ in beeld krijgen hoe de e-learning gewaardeerd wordt, welke professionals (huisartsen/niet-huisartsen) de e-learning volgen en uit welke regio deelnemers komen.
Eind oktober 2025 was de e-learning 275 keer gevolgd. 228 deelnemers gaven aan als huisarts te werken. In elke provincie namen huisartsen deel; 28,5% kwam uit de regio Zuid-Holland Zuid (tabel 1).
| Provincie | n | % |
|---|---|---|
| Zuid-Holland Zuid | 65 | 28,5% |
| Zuid-Holland, overige regio's | 32 | 14,0% |
| Noord-Brabant | 30 | 13,2% |
| Noord-Holland | 25 | 11,0% |
| Limburg | 19 | 8,3% |
| Zeeland | 15 | 6,6% |
| Utrecht | 14 | 6,1% |
| Gelderland | 11 | 4,8% |
| Overijssel | 8 | 3,5% |
| Flevoland | 4 | 1,8% |
| Drenthe | 3 | 1,3% |
| Friesland | 1 | 0,4% |
| Groningen | 1 | 0,4% |
| Totaal van alle provincies | 228 | 100 |
De e-learning werd beoordeeld met gemiddeld een 8. De inhoud van de e-learning werd door 94% van de huisartsen als relevant ervaren voor de praktijk. Ook gaf een ruime meerderheid aan na het volgen van de e-learning meer te weten over:
- laboratoriumdiagnostiek (95%)
- het herkennen van klinische symptomen (90%)
- het werk van de afdeling IZB van de GGD (82%)
Figuur 2: Toegenomen kennis deelnemers (zelf gerapporteerd) t.a.v. laboratoriumdiagnostiek, klinische symptomen en werk van GGD-afdeling IZB, na volgen van e-learning over bof, mazelen, rodehond en kinkhoest
Conclusie en discussie
De introductie van een e-learning voor huisartsen over bof, mazelen, rode hond en kinkhoest bij kinderen heeft laten zien dat een online scholing een waardevolle aanvulling kan zijn op het gebied van deskundigheidsbevordering voor de infectieziektebestrijding.
Deelname aan het vooronderzoek was beperkt tot acht huisartsen. Een sterk punt van het project is echter dat naast het vooronderzoek, huisartsen betrokken waren in alle fases van de ontwikkeling van de e-learning.
De positieve evaluatie van de e-learning lijkt aan te geven dat deze voldoende aansluit bij de verwachtingen van huisartsen die de e-learning volgen.
De evaluatie van de e-learning is positief, maar beperkt zich wel tot (zelf)evaluatie van de training net nadat deze gevolgd is. Er is geen inzicht in het effect van het volgen van de e-learning op de daadwerkelijke uitvoering van zorg, bijv. (bijvoorbeeld) het inzetten van diagnostiek door huisartsen. Vervolgonderzoek zou zich mogelijk hierop kunnen richten.
De deelname van 65 huisartsen in regio Zuid-Holland Zuid betreft een percentage van ruim 20% van het aantal huisartsen werkzaam in de regio. We hopen dat het aantal deelnemende huisartsen verder zal stijgen in de komende periode.
De implementatie van de e-learning binnen de verschillende GGD-regio's wordt opgevolgd en gestimuleerd. Hiervoor stelt GGD ZHZ communicatiemiddelen beschikbaar.
Concluderend: de e-learning speelt in op een actuele behoefte in het veld. Nederland zag recentelijk een opleving van zowel kinkhoest als mazelen en bof. Met deze e-learning wordt de kennis over deze infectieziekten bij huisartsen versterkt. Dit kan mogelijk bijdragen aan snellere signalering, betere samenwerking en een effectievere bestrijding.
Ook kan de ervaring die met deze e-learning wordt opgedaan gebruikt worden bij de ontwikkeling van nieuwe scholingen voor huisartsen en andere ketenpartners op het gebied van infectieziektebestrijding.
Oproep: Helpt u mee de huisartsen te bereiken?
Heeft u als GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) een nieuwsbrief of ander medium om huisartsen in uw regio te bereiken? Informeer huisartsen en verwijs hen naar www.elearninginfectieziekten.nl.
Er is ook een digitale flyer beschikbaar om te verspreiden onder huisartsen. Neem hiervoor contact op met jh.jansen@ggdzhz.nl.
Dit project werd mede mogelijk gemaakt door financiële steun vanuit het programmabudget van de Regionale Ondersteuning vanuit het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM.
Op de foto: Ellen Verspui Chief Medical Officer DG (directeur-generaal)&J ZHZ (Zuid-Holland Zuid)/GGD ZHZ en RAC (Regionale Arts Consulenten) Zuid-Holland (links) overhandigt de e-learning aan huisarts Florence Guibert Buiron uit Dordrecht (rechts). Op de achtergrond Joan Roozemond en Myriam den Oudsten, zij werkten als verpleegkundige M+G/IZB en als arts IZB (Infectieziektebestrijding) mee aan de ontwikkeling van de e-learning.
Infectieziekten Bulletin - februari 2026
- Van centrumvorming naar verdere professionalisering en een pandemie
- Digitaal ondersteund bron- en contactonderzoek tijdens de COVID-19-pandemie: wat is de toegevoegde waarde?
- Ontwikkeling en evaluatie van e-learning voor huisartsen over infectieziekten bij kinderen
- Herzien en aangepast - Impact van de richtlijnwijziging voor chronische hepatitis B op GGD Hollands Midden