Infectieziekten Bulletin, februari 2026
30 jaar Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI), veel veranderingen verder. De wereld van de infectieziektebestrijding is continu in beweging en nooit saai. Dat geldt ook voor de LCI (Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding). In deze decennia stonden er drie centrumhoofden aan het roer: Jim van Steenbergen (1995 – 2011), Aura Timen (2011 – 2022) en Tjalling Leenstra (2022 – nu). In drie interviews blikken zij terug op hun tijd bij de LCI. Timen beleefde er een roerige periode. Hoe kijkt zij hierop terug en wat heeft ze kunnen uitvoeren van haar ambities?
Tekst: Inge Senden
Timen, sinds voorjaar 2022 hoofd en hoogleraar eerstelijnsgeneeskunde bij het Radboudumc (Radboud University Medical Centre), werkte al vanaf 2000 bij de LCI (Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding) (waarvan zes jaar als hoofd van de afdeling Preventie en Response) toen ze in 2011 startte als centrumhoofd van de LCI. Haar periode aan het roer bestond uit herinrichting, uitbreiding en verdieping. En natuurlijk niet te vergeten: de COVID-19-pandemie.
Direct uitdaging
“Ik pikte nog het staartje van de Q-koortsuitbraak mee als centrumhoofd. Verder kan ik zeggen dat ik een LCI trof die al goed ingebed was in het RIVM dankzij mijn voorganger, Jim van Steenbergen. Dat was een prettige binnenkomer. Wel kreeg ik direct uitdaging op managementniveau: binnen het RIVM ging het grote aantal centra terug naar elf. Een beleidsafdeling werd samengevoegd met de LCI en dat moest ik in goede banen leiden. Dat was een taai traject; iedereen moest geplaatst worden. Dus was ik veel bezig met HR (human resources) en financiën. Vanaf 2012 bestond deze nieuwe vorm van de LCI uit zo’n tachtig collega’s.”
Timen focuste binnen de LCI op drie belangrijke pijlers. De eerste was gericht op het op orde brengen van de organisatie. Daarnaast stond het profileren en meer zichtbaar maken van de LCI naar buiten toe hoog op haar agenda, en ten slotte het opzetten van onderzoek en een stevig opleidingsklimaat. Ze wist te bewerkstelligen dat de LCI in 2015 officieel een opleidingsinstituut werd waar artsen in opleiding tot arts Maatschappij + Gezondheid de tweede fase van hun specialisatie volgen. “Ik werd ook opleider. Tjalling Leenstra (huidige LCI-centrumhoofd, red.) is hier deels opgeleid. Vele jonge artsen in opleiding volgden. Er was echt sprake van een boeiende omgeving om als arts je specialisatie te doen.”
Meer wetenschappelijk onderzoek
Ook voor het doen van wetenschappelijk onderzoek wilde Timen een stevige basis leggen bij de LCI. “We haalden daartoe projecten en dus financiering binnen bij onder andere de ECDC (European Centre for Disease Prevention and Control) en ZonMw (ZorgOnderzoek Nederland Medische Wetenschappen). Bijvoorbeeld een project over indicatoren van goed outbreakmanagement of een ECDC-project om de zogenaamde HEPSA-tool (health emergency preparedness self assessment) gereed te maken voor de praktijk. En vele andere onderzoeken gericht op de verbinding tussen preparedness en respons, op effectieve maatregelen. Mijn benoeming als bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam in 2018 gaf een grote impuls aan het wetenschappelijke onderzoek van de LCI; de weg lag nu open om ons onderzoek in te bedden in een academische omgeving met promotietrajecten.”
Maar uitbraken en crises bleven verreweg de meeste aandacht vragen. De grotere opschalingen bij verschillende infectieziekte-uitbraken staan haar nog goed bij. “Zoals de mazelenuitbraak in 2013 – 2014. De LCI speelde een sleutelrol in de coördinatie van de landelijke bestrijding en in het ondersteunen van de landelijke advisering via het Outbreak Management Team (OMT). Wellicht gaan we binnenkort nog een mazelenuitbraak meemaken…” Ook de dreiging van ebola in 2014 – 2015, het voorbereiden op de maatregelen bij gevallen met een verdenking van infectie en de overname van een ebolapatiënt in Nederland hebben indruk gemaakt. “De opkomst en verspreiding van het zikavirus was ook een grote crisis, met veel gevallen wereldwijd en specifieke risico’s binnen het Caribisch gebied. En dan hadden we nog de patiënten met lassakoorts in 2019. Elke twee jaar zo ongeveer was er wel weer een dreiging, een uitbraak of een crisis.”
Persoonlijke bedreigingen
“Maar toen kwam 5 januari 2020. Vanaf dat moment nam COVID-19 mijn hele leven in beslag. De coronajaren hebben veel impact gehad. Ik droomde zelfs over de LCI. Geen nachtmerries hoor! Maar er was geen tijd om ergens bij stil te staan, het ging maar door. Iedere week een OMT (Outbreak Management Team), of zelfs meerdere. We werkten helemaal crisisgedreven en hadden te maken met complexe adviezen en veel voorwerk daarvoor om alles zo evidence-based mogelijk voor te bereiden. En daarnaast kreeg ik persoonlijke bedreigingen. Pas nadat ik vertrok bij de LCI, kreeg ik tijd om dit allemaal te laten bezinken. Sowieso vond ik de beveiliging in COVID-19-tijd indrukwekkend…”
Spin in het bestrijdingsweb
De profilering van de LCI nam een vogelvlucht tijdens de pandemie. “Veel lijnen liepen via de LCI, die een belangrijke inhoudelijke en organisatorische rol in het OMT vervulde. En ook departementen buiten VWS (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) lazen de OMT-adviezen. Zo keek het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de risico’s rondom werken; Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit naar de zoönotische aspecten; Infrastructuur en Waterstaat naar de gevolgen voor Schiphol en cruiseschepen; Defensie naar militairen; Onderwijs, Cultuur en Wetenschap naar adviezen voor de maatregelen op scholen en scholensluitingen en Economische Zaken naar de generieke kaders en de adviezen rondom sluitingen van horeca. Wij waren ‘de spin in het bestrijdingsweb’, en zo voelde dat ook.”
Allemaal even gedreven
Waar Timen positief op terugkijkt? “Op hoe we ons staande hebben gehouden tijdens de pandemie. Wie je ook belde ’s avonds laat, ’s nachts of in het weekend: alle collega’s waren even gedreven. Bij iedereen was even duidelijk waartoe de LCI op aarde was, in welke functie dan ook: we werkten allemaal aan infectieziektebestrijding. Die combinatie van professionaliteit, gedrevenheid en het warme, collegiale gevoel heb ik als uniek ervaren.” Juist daarin schuilt ook wat ze graag nog meer had willen doen destijds: “Ik had er meer willen zijn op persoonlijk vlak voor de LCI’ers. Maar dat ging niet in de hectiek. Voor de reflectie kreeg ik later pas tijd en ruimte. Graag had ik alle persoonlijke verhalen nog meer gehoord.”
Trots is ze ook op die periode: “Alle jonge artsen die opeens ambassadeurs in het veld werden. De voor- en achterwachten die alle nieuwe informatie die beschikbaar kwam over COVID-19 bij elkaar legden in de megapuzzel, de onderzoekers die hun onderzoeken direct verrijkten met COVID-19-relevante vragen, de redacteuren die alle documenten redigeerden en ervoor zorgden dat de taaie informatie begrijpelijk werd voor iedereen. Maar ook het secretariaat waar altijd het licht brandde, de collega’s in het managementteam van de LCI die ongelooflijk moeilijke en snelle beslissingen moesten nemen. De positie die de LCI innam binnen het CIb (Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, red.), de sterke opdracht die we allen bij de LCI voelden ten aanzien van de ‘crisis der crises’ en hoe de LCI samenwerkte met andere centra binnen het RIVM en met externen. In bijvoorbeeld de vele responsteams, taskforces en ad-hoc-overleggen.”
Uitdagingen blijven er ook voor de LCI, denkt Timen. “In tijden van hoge vakinhoudelijke specialisatie moet je generalistisch blijven en vooral niet te bureaucratisch worden. Na elke grote crisis worden nieuwe organisaties opgericht. De valkuil kan zijn dat die te ver van de inhoud af komen te staan. Je moet snel kunnen blijven inspringen, schakelen en handelen. Op de inhoud en niet op de procedures. Niet vanachter een bureau, maar de wereld in, júist bij infectieziektebestrijding.”
Tijd voor een nieuw perspectief
De verhuizing naar het nieuwe pand van het RIVM op het Utrecht Science Park droeg Timen een warm hart toe, maar heeft ze niet meer meegemaakt. “Dat vind ik echt jammer en al zeker dat ik straks als externe niet de toren in mag, maar alleen op de begane grond.” Haar vertrek was wel op het goede moment, constateert ze. “Iemand zei mij: soms is weggaan het mooiste cadeau dat je kunt geven aan de organisatie en aan jezelf. COVID-19 kwam in rustiger vaarwater, dat was de goede timing. Iemand anders moest de transitie naar de nieuwe vorm LCI gaan leiden. Ik had daarvoor niet meer genoeg afstand. Het was tijd voor een nieuw perspectief. En helemaal losgelaten heb ik de LCI ook weer niet; ik begeleid er nog promovendi.”
Infectieziekten Bulletin - februari 2026
- Van centrumvorming naar verdere professionalisering en een pandemie
- Digitaal ondersteund bron- en contactonderzoek tijdens de COVID-19-pandemie: wat is de toegevoegde waarde?
- Ontwikkeling en evaluatie van e-learning voor huisartsen over infectieziekten bij kinderen
- Herzien en aangepast - Impact van de richtlijnwijziging voor chronische hepatitis B op GGD Hollands Midden