Vragenlijstonderzoek over de kwaliteit van het surveillancesysteem en ervaringen van deelnemende laboratoria

IB maart 2019

Auteurs: M. van Dijk, S. Mooij, J. Duijster, R. Pijnacker, A. Vossen, S. Hahné

Infectieziekten Bulletin, jaargang 30, nummer 2, maart 2019

De virologische weekstaten vormen een laboratoriumsurveillancesysteem, waarin een overzicht van wekelijks aangetoonde infectieziekten wordt gegeven. Tot 21 laboratoria verspreid over Nederland melden eenmaal per week bepaalde ziekteverwekkers die bij patiënten werden gevonden (voornamelijk virussen). De gegevens worden gebruikt om het voorkomen van bepaalde ziekteverwekkers binnen de bevolking te monitoren. De virologische weekstaten zijn ingesteld in 1989 door het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en de Nederlandse Werkgroep Klinische Virologie (NWKV Nederlandse Werkgroep voor Klinische Virologie) van de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie).  In 2017/2018 heeft het RIVM een vragenlijstonderzoek uitgevoerd onder de deelnemende laboratoria om de kwaliteit van dit surveillancesysteem en de tevredenheid onder laboratoria te evalueren. Dit heeft geleid tot enkele aanbevelingen die de komende maanden in praktijk zullen worden gebracht.

Wat zijn de virologische weekstaten?

Laboratoria die deelnemen aan de surveillance melden wekelijks het aantal nieuw vastgestelde infecties met momenteel 46 verschillende ziekteverwekkers. Daarnaast meldt een deel van de laboratoria op wekelijkse of jaarlijkse basis ook het totaal aantal testen dat is uitgevoerd per ziekteverwekker (noemergegevens). Het RIVM gebruikt de virologische weekstaten en andere surveillancebronnen om het voorkomen van infectieziekten te monitoren en daarmee de volksgezondheid te bewaken. (1) Met de gegevens kunnen veranderingen in het voorkomen van infectieziekten worden gesignaleerd. Dit kan leiden tot verder onderzoek, het nemen van bestrijdingsmaatregelen en/of vermelding in het Wekelijks overzicht infectieziektesignalen.  Dit overzicht wordt verstuurd naar ruim 2.600 professionals op gebied van infectieziekten om hen te informeren over relevante, recente ontwikkelingen op het gebied van infectieziekten in binnen- en buitenland. (2) Daarnaast kunnen onderzoekers (van buiten het RIVM) een aanvraag indienen om gegevens te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. De landelijke dekking van de virologische weekstatenwerd in 2002 geschat tussen 38% en 73%. De hoogte van dit percentage hangt af van de ziekteverwekker omdat het per laboratorium verschilt voor welke ze (kunnen) testen. (3) De recente gegevens van de virologische weekstaten zijn in openbare rapportages beschikbaar op de RIVM-website.

Evaluatie van de virologische weekstaten

Het RIVM beschouwt de virologische weekstaten als een zeer waardevol surveillancesysteem. Enerzijds vanwege de lange en constante looptijd en anderzijds het brede scala van ziekteverwekkers waarvoor niet altijd goede andere surveillancebronnen beschikbaar zijn in Nederland. De waarde van de surveillance hangt af van de medewerking van de laboratoria en de kwaliteit van hun gegevens.  Het RIVM heeft in samenwerking met de NWKV een evaluatie van de virologische weekstaten uitgevoerd om inzicht te krijgen in:

1. de kwaliteit van het huidige virologische weekstaten surveillancesysteem en

2. de ervaring van de laboratoria met de virologische weekstaten

om het systeem verder te verbeteren en bestendig te maken voor de toekomst.

Methode

In april 2017 hebben we een uitgebreide vragenlijst gestuurd naar alle medisch-microbiologische laboratoria die deelnemen aan de virologische weekstaten. De vragen gingen over diagnostiek/testbeleid, methoden van data-aanlevering aan de virologische weekstaten, gebruiksvriendelijkheid en mogelijke verbeterpunten voor de virologische weekstaten. De antwoorden zijn geanalyseerd met behulp van kwalitatieve en kwantitatieve methoden, waaronder mixed methods designs. In lijn met de richtlijnen van de Amerikaanse Centers for Disease Prevention and Control (CDC Centers for Disease Control and Prevention) voor de evaluatie van surveillancesystemen voor de publieke gezondheid, hebben we 5 systeemattributen geselecteerd en verder uitgewerkt: datakwaliteit, representativiteit, bruikbaarheid, simpliciteit en draagvlak. (4)

Resultaten

In totaal hebben 16 van de 21 aangesloten laboratoria (76%) de vragenlijst ingevuld. Wij lichten per systeemattribuut de belangrijkste bevindingen toe:

Datakwaliteit

De diagnostiek van meer dan 20% van ziekteverwekkers wordt uitbesteed aan een ander laboratorium; hierbij gaat het vaak om zeldzame ziekteverwekkers. De meeste laboratoria die diagnostiek uitbesteden of uitvoeren voor een ander laboratorium hebben geen afspraken gemaakt over wie meldt aan de virologische weekstaten in het geval van een positieve laboratoriumuitslag. Ruim de helft van de laboratoria (60%) gaf aan naast de positieve testuitslagen ook de wekelijkse of jaarlijkse noemergegevens te melden. Herhaalde diagnostiek voor dezelfde patiënt wordt door 81% van de laboratoria niet gemeld. 1 laboratorium gaf aan ook bepalingen die uitsluitend worden uitgevoerd in het kader van wetenschappelijk onderzoek te melden.

Representativiteit

Voor een aantal geselecteerde ziekteverwekkers hebben wij retrospectief het aantal positieve uitslagen per week vergeleken met de meldingen in Osiris-AIZ (het systeem waarin meldingsplichtige ziekten worden geregistreerd in het kader van de meldingsplicht). Het doel was om een inschatting te maken van de representativiteit van de virologische weekstaten. Zoals verwacht waren de absolute aantallen hoger in Osiris-AIZ (vanwege de landelijke dekking, in tegenstelling tot de virologische weekstaten). De trends - de toe- en afname van het aantal meldingen - waren vergelijkbaar (figuur 1), waarmee de virologische weekstaten representatief lijken voor landelijke trends.Figuur 1: Aantal meldingen van hantavirus, hepatitis A, hepatitis B (acuut en chronisch) en mazelen in de virologische weekstaten (blauwe lijn) vergeleken met Osiris-AIZ (rode lijn). 3-WMA = lopend gemiddelde over 3 weken. De figuur voor mazelen is opgesplitst in verband met de epidemie in 2013/2014 (let op het gebruik van een 2e Y-as (schaal) in de grafiek van mazelen (2013-2014)).

Veranderingen in testbeleid komen regelmatig voor, zowel op landelijk niveau als binnen afzonderlijke laboratoria. Zo gaf 27% van de laboratoria aan dat zij na 2010 gestart zijn met hepatitis E-virusdiagnostiek. 20% van de laboratoria is gebruik gaan maken van moleculaire technieken zoals polymerase chain reaction (PCR polymerase chain reaction), ter vervanging van kweek.

Aantal meldingen van hantavirus, hepatitis A, hepatitis B (acuut en chronisch) en mazelen in de virologische weekstaten (blauwe lijn) vergeleken met Osiris-AIZ (rode lijn). 3-WMA = lopend gemiddelde over 3 weken. De figuur voor mazelen is opgesplitst in verband met de epidemie in 2013/2014 (let op het gebruik van een 2e Y-as (schaal) in de grafiek van mazelen (2013-2014)).
Aantal meldingen van hantavirus, hepatitis A, hepatitis B (acuut en chronisch) en mazelen in de virologische weekstaten (blauwe lijn) vergeleken met Osiris-AIZ (rode lijn). 3-WMA = lopend gemiddelde over 3 weken. De figuur voor mazelen is opgesplitst in verband met de epidemie in 2013/2014 (let op het gebruik van een 2e Y-as (schaal) in de grafiek van mazelen (2013-2014)).
Aantal meldingen van hantavirus, hepatitis A, hepatitis B (acuut en chronisch) en mazelen in de virologische weekstaten (blauwe lijn) vergeleken met Osiris-AIZ (rode lijn). 3-WMA = lopend gemiddelde over 3 weken. De figuur voor mazelen is opgesplitst in verband met de epidemie in 2013/2014 (let op het gebruik van een 2e Y-as (schaal) in de grafiek van mazelen (2013-2014)).
Aantal meldingen van hantavirus, hepatitis A, hepatitis B (acuut en chronisch) en mazelen in de virologische weekstaten (blauwe lijn) vergeleken met Osiris-AIZ (rode lijn). 3-WMA = lopend gemiddelde over 3 weken. De figuur voor mazelen is opgesplitst in verband met de epidemie in 2013/2014 (let op het gebruik van een 2e Y-as (schaal) in de grafiek van mazelen (2013-2014)).

Figuur 1. Aantal meldingen van hantavirus, hepatitis A, hepatitis B (acuut en chronisch) en mazelen in de virologische weekstaten (blauwe lijn) vergeleken met Osiris-AIZ (rode lijn). 3-WMA = lopend gemiddelde over 3 weken. De figuur voor mazelen is opgesplitst in verband met de epidemie in 2013/2014 (let op het gebruik van een 2e Y-as (schaal) in de grafiek van mazelen (2013-2014)).

Bruikbaarheid voor surveillancedoeleinden

Jaarlijks worden gemiddeld 6 signalen gebaseerd op gegevens uit de virologische weekstaten (vervolgsignalen niet meegerekend) vermeld in het Wekelijks overzicht infectieziektesignalen.

Simpliciteit

De mediane tijd die laboratoria wekelijks besteden aan het melden aan de virologische weekstaten ligt op 30 minuten, met een spreiding van 15 minuten tot 4 uur. Ongeveer de helft van de laboratoria gaf aan dat als zij ook noemergegevens zouden doorgeven, dit te veel extra tijd in beslag zou nemen, tenzij het meldsysteem wordt aangepast. 

Draagvlak

De meeste (67%) laboratoria hebben goede ervaringen met de virologische weekstaten; 13% noemde het systeem zeer goed; 13% ondervindt er geen voordeel van; 6% vindt het nuttig voor retrospectieve analyses maar ziet weinig real-time impact. Een laboratorium geeft aan ‘Goed om de landelijke trend te zien ten opzichte van de eigen data’, en een ander ‘Ik vind het superhandig, ook als stok achter de deur om je eigen data op orde te hebben’. Het belangrijkste verbeterpunt voor de virologische weekstatenis verdere automatisering, om het proces van rapportage te vereenvoudigen. 

Discussie / conclusie

• Uit de evaluatie blijkt dat de virologische weekstaten een representatief beeld geven van de epidemiologie van een selectie van ziekteverwekkers in Nederland. De virologische weekstaten zijn bruikbaar voor het tijdig waarnemen van trends of uitbraken die regelmatig genoemd worden in het Wekelijks overzicht van infectieziektesignalen.• De kwaliteit van de gegevens kan verbeterd worden door afspraken tussen de deelnemende laboratoria.  Zo is het belangrijk om bij uitbestede diagnostiek afspraken te maken over welk laboratorium de melding doet. Dit zal onder- en overrapportage voorkomen.• Veranderingen in testbeleid, zoals het toenemende gebruik van moleculaire technieken, hebben invloed op het aantal meldingen. Zo zal een (zeldzame) ziekteverwekker vaker worden aangetoond als die wordt opgenomen in een multiplex-PCR. Hier wordt voor zover mogelijk rekening mee gehouden bij de interpretatie van de gegevens.• Noemergegevens helpen bij het interpreteren van de gegevens uit de virologische weekstaten mits een groot deel van de laboratoria deze gegevens ook meldt. Dan kan een inschatting worden gemaakt of een toename van positieve testuitslagen (deels) verklaard kan worden door een toename van het aantal uitgevoerde testen. Bijvoorbeeld omdat het testbeleid is veranderd of omdat artsen meer alert zijn.• Over het algemeen zijn de deelnemende laboratoria positief over de virologische weekstaten, ondanks de tijd die het melden wekelijks kost. Verdere automatisering van het proces van melden is belangrijk om de tijdsinvestering van laboratoria te beperken en foutgevoeligheid te verminderen. Daarnaast zal de handleiding van de virologische weekstaten worden aangepast in overleg met de deelnemende laboratoria (zie kadertekst).

kader

De volgende aanbevelingen komen naar aanleiding van de evaluatie naar voren:

  • Aanpassing van de handleiding van de virologische weekstaten voor deelnemende laboratoria, waarin o.a. staat:
    • Welk laboratorium meldt in geval van uitbestede diagnostiek.
    • Dat er éénmalig gemeld dient te worden per ziekteperiode.
    • Hoe om te gaan met diagnostiek die wordt uitgevoerd in het kader van wetenschappelijk onderzoek.
  • Het belang van noemergegevens benadrukken.
  • Mogelijkheden voor het automatiseren van de virologische weekstaten onderzoeken, en indien mogelijk implementeren.

Deze evaluatie had als doel de gegevenskwaliteit van de virologische weekstaten en de ervaringen van de deelnemende laboratoria te onderzoeken, om waar mogelijk het surveillancesysteem te verbeteren. In een volgende evaluatie kunnen ook andere gebruikers van de gegevens (i.e. laboratoria die niet deelnemen aan de virologische weekstaten, onderzoekers, deelnemers aan het wekelijkse Signaleringsoverleg op het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) worden meegenomen.

Tot slot willen wij de deelnemende laboratoria graag hartelijk danken voor hun wekelijkse inzet bij het melden en de medewerking aan deze evaluatie: zonder hen zouden de virologische weekstaten niet bestaan.

Auteurs

M. van Dijk 1, S. Mooij 1, J. Duijster 1, R. Pijnacker 1, A. Vossen 2, S. Hahné 1

  1. Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM
  2. Klinische virologie, Leids Universitair Medisch Centrum

referenties