Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland tot en met 8 november 2018.

IB november 2018

Auteur: B. Schimmer

Infectieziekten Bulletin, jaargang 29, nummer 9, november 2018

Binnenlandse signalen

Bof onder studenten in Brabant

In de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst-regio’s Brabant-Zuidoost en Hart voor Brabant is een cluster van bof gemeld. De eerste ziektedagen van de 8 patiënten (leeftijd van 20 tot 24 jaar) variëren van 14 tot en met 22 oktober. De patiënten zijn studenten in Eindhoven. Zeven patiënten waren volledig gevaccineerd tegen bof en 1 patiënt was niet gevaccineerd. Bij 5 patiënten werd bof bevestigd door laboratoriumdiagnostiek en de andere 3 konden alleen epidemiologisch worden gelinkt. Een duidelijke bron is niet gevonden maar vermoedelijk zijn ze tegelijk besmet tijdens een activiteit van een studentenvereniging. In overleg met de GGD hebben de studentenvereniging en de universiteit alle studenten in Eindhoven per e-mail geïnformeerd: studenten worden geadviseerd om hun vaccinatiestatus te controleren en zich te laten vaccineren als ze niet of maar 1 keer gevaccineerd zijn, verder worden ze verzocht zich te melden bij de GGD als ze gezondheidsklachten hebben die passen bij bof en bij ziekte thuis te blijven. Uit het genotyperingsonderzoek  blijkt dat de bof bij de studenten wordt veroorzaakt door genotype G. De bepaalde korte sequentie is identiek aan recent gedetecteerde bofvirussen in o.a. de Verenigde Staten, Canada en Schotland. Om de clusteromvang in kaart te brengen is het ook bij nieuwe bofpatiënten zinvol om materiaal in te sturen voor typeringsonderzoek. In overleg met de GGD kan dit in het kader van de openbare gezondheidszorgdiagnostiek. In Nederland zijn dit jaar tot en met 24 oktober 2018, 50 patiënten met bof gemeld. In 2016 en 2017 waren dit respectievelijk 71 en 46 patiënten. (Bronnen: GGD Brabant Zuid-Oost, GGD Hart voor Brabant, RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

Meerdere gezinsclusters van hepatitis A na een reis naar Marokko

Op 9 oktober kreeg de GGD Rotterdam-Rijnmond melding van 3 kinderen met hepatitis A uit hetzelfde gezin. Het gezin was 6 weken daarvoor teruggekomen uit Marokko voor vakantie en langdurig familiebezoek. Uit het contactonderzoek bleek dat het gezin in Marokko veel tijd had doorgebracht met 3 andere gezinnen die daar ook op vakantie waren, en gezamenlijk maaltijden hadden genuttigd. Vier van de 6 kinderen uit 1 van deze gezinnen hadden klachten gehad passend bij hepatitis A. Na onderzoek bleek dat alle 6 kinderen positief waren voor hepatitis A IgM immuunglobuline M. Drie van de 9 kinderen waren PCR polymerase chain reaction-positief en de typeringen bevestigden een stam die geassocieerd is met herkomst Marokko; bij de andere 6 kinderen was de PCR negatief.

Zes van de 9 kinderen met hepatitis A waren gedurende hun besmettelijke periode naar de basisschool geweest; 1 basisschool met 2 kinderen verspreid over 2 klassen en 1 basisschool met 4 kinderen verspreid over 4 klassen. Er is nog geen secundaire transmissie op de scholen aangetoond. De leerlingen en medewerkers van beide basisscholen hebben een hepatitis A-vaccinatie aangeboden gekregen. Dit heeft vooral als doel om secundaire transmissie naar ouders en andere volwassenen te voorkomen. Bij 1 basisschool kon de vaccinatie beperkt blijven tot 2 klassen en bij de andere school is aan alle leerlingen en medewerkers vaccinatie aangeboden. Dit soort uitbraken toont aan dat reizigers geïnformeerd moeten worden over het belang van vaccinatie, ook voor hun kinderen. (Bron: GGD Rotterdam-Rijnmond)

Verheffing van Salmonella Goldcoast in Nederland

Sinds september 2018 is in de landelijke Salmonella laboratoriumsurveillance een significante toename van het aantal humane isolaten van Salmonella enterica serotype Goldcoast te zien. Op basis van whole genome sequencing (WGS whole genome sequencing) is er sprake van een uitbraak van 16 patiënten vanaf week 27 dit jaar. Het gaat om 7 mannen en 9 vrouwen in de leeftijd van 2- 87 jaar. Patiënten wonen verspreid over het land. Het echte aantal geïnfecteerde personen ligt naar schatting velen malen hoger. De uitbraak lijkt vooralsnog beperkt tot Nederland. GGD’en zijn gevraagd om een vragenlijst af te nemen bij de patiënten voor bronopsporing, waarbij specifiek wordt gevraagd naar de consumptie van varkensvleesproducten. Uit de geretourneerde vragenlijsten komt tot nu toe geen specifiek product naar voren. 2 isolaten afkomstig van varkenskarkassen die bemonsterd werden tijdens routineonderzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) in een slachthuis (in week 29 en week 32), bleken te matchen met de uitbraakstam. Dit wijst er op dat de bron zeer waarschijnlijk gezocht moet worden bij varkens(-slachterij). De NVWA is gestart met het in kaart brengen van de processtromen van deze varkens(karkassen) vanaf het oorsprongsbedrijf naar de verwerkende industrie. Het is vooralsnog niet duidelijk in welke schakel van de voedselketen de bron van deze uitbraak zich bevindt. Getracht zal worden om een focus aan te brengen in de forward tracering (richting levensmiddelen) om daarmee mogelijke aanknopingspunten in bronnen voor eventuele beheersmaatregelen te vinden. Eerdere uitbraken van S. Goldcoast in het buitenland werden gelinkt aan onder andere  varkensvlees en schelpdieren.  (Bronnen: RIVM, NVWA)     

Buitenlandse signalen

Westnijlvirusinfecties in Duitsland

Het transmissieseizoen in Europa voor het westnijlvirus (WNV West Nile virus) van 2018 startte eerder dan gebruikelijk en er zijn al meer meldingen dan die van de afgelopen 5 jaren tesamen. In 2018 zijn voor het eerst in Duitsland westnijlvirusinfecties bij meerdere dieren (paarden, roofvogels) en een persoon vastgesteld. Deze eerste autochtone besmetting was bij een 31-jarige dierenarts die autopsie had uitgevoerd op een Laplanduil (Strix nebulosa) die was gevonden in een wildpark in Beieren. Drie dagen na de autopsie kreeg de dierenarts griepachtige klachten en vlekkerige huiduitslag. Een gepaard serumsample liet seroconversie van IgM antistoffen zien tegen WNV samen met een significante titerstijging van IgG Immunoglobulin G tegen WNV en andere flavivirussen. De patiënt was gevaccineerd tegen tekenencefalitis (TBE tick-borne encephalitis) en gele koorts, hetgeen de significante titerstijging van IgG kan verklaren. Infectie met westnijlvirus nadat een patiënt een autopsie op besmette vogels had uitgevoerd, is vaker beschreven. Beschermingsmaatregelen, zoals het dragen van handschoenen, schort en oogbescherming zijn belangrijk om dit risico zo klein mogelijk te houden. De gebruikelijke transmissieroute van WNV naar mensen via muggen, was in dit geval onwaarschijnlijk. Maar omdat het een bijzonder hevig transmissieseizoen is voor het westnijlvirus, is het toch van belang dat reizigers die naar gebieden waar westnijlinfecties voorkomen gaan en bewoners in deze gebieden, preventieve maatregelen nemen tegen muggenbeten (o.a. het dragen van bedekkende kleding). (Bronnen: OIECDCProMED)

Autochtone dengue in Spanje en Zuid-Frankrijk

Het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC European Centre for Disease Prevention and Control) heeft een snelle risicobeoordeling uitgebracht over autochtone dengue binnen de Europese Unie(EU European Union ) in oktober 2018. Begin oktober werd bij 9 patiënten na laboratoriumonderzoek dengue aangetoond: 3 patiënten in Zuid-Spanje en 6 in Frankrijk.De patiënten in Zuid-Spanje komen uit 1 familie en zijn zeer waarschijnlijk besmet geraakt in de regio Murcia of de provincie Cadiz. Dit is de eerste laboratoriumbevestigde autochtone dengue-uitbraak in Spanje. Het denguevirus wordt onder andere overgedragen via Aziatische tijgermuggen, Aedes albopictus, die in de regio Murcia al waren gevestigd en nu ook in de provincie Cadiz voorkomen (Figuur 1). Het Spaanse ministerie van Volksgezondheid voert in samenwerking met deze regio’s aanvullend entomologisch onderzoek uit in de omgeving van de mogelijke blootstellingsplaatsen. Gezondheidsmedewerkers en laboratoria zijn geïnformeerd om tijdige opsporing en melding van nieuwe denguevirusinfecties mogelijk te maken.In Frankrijk is bij 5 patiënten in Saint Laurent du Var dengueserotype 2 vastgesteld  en bij 1 niet-gerelateerde patiënt in Montpellier serotype 1. Aedes albopictus is normaal tot begin november actief in de omgeving van Saint Laurent du Var en tot begin december in Montpellier. In Zuid-Frankrijk zijn in 2010, 2013, 2014 en 2015 denguepatiënten gemeld die ter plaatse besmet waren. Deze uitbraken bleven altijd beperkt tot maximaal 7 patiënten. (Bronnen: , VectorNet, ECDC).

Verspreiding van Aedes albopictus in Europa op regionaal-provinciaal niveau

Figuur 1. Verspreiding van Aedes albopictus in Europa op regionaal/provinciaal niveau

Uitbraak van Burkholderia cepacia complex infecties op de IC intensive care in Duitsland

In augustus 2018 werd in Duitsland een bovenregionale uitbraak geconstateerd van Burkholderia cepacia-complex onder patiënten op de intensivecare-afdeling van een aantal ziekenhuizen.  De uitbraak werd veroorzaakt door het gebruik van besmet mondwater. Tot nu toe zijn 16 patiënten met een infectie of kolonisatie gemeld in 3 ziekenhuizen in 2 federale deelstaten. Twee patiënten met ernstige comorbiditeit zijn overleden. De WGS-gegevens ondersteunen het verband tussen de B. cepacia-isolaten van 2 patiënten en het mondwater. Het mondwater (niet op alcoholbasis) dat voornamelijk voor de Duitse markt wordt geproduceerd, is teruggeroepen door de producent in Luxemburg.  Burkholderia cepacia kan tot een pneumonie leiden bij immuungecompromitteerde patiënten, bij patiënten die beademd worden en ook bij patiënten met cystic fibrose. Bij gezonde personen leidt het zelden tot infectie. In het verleden is al eerder een B. cepacia-uitbraak beschreven in Duitsland door besmet mondwater. Bronnen: RKI Epidemiologisches BulletinEurosurveillanceBfArMMartin et al., 2012.

Uitbraak van listeriose gerelateerd aan zalmproducten in enkele Europese landen

De Europese Voedselautoriteit (EFSA Europese Voedselveiligheidsautoriteit) en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) hebben een langer bestaande uitbraak van listeriose gemeld, veroorzaakt door Listeria monocytogenes sequentietype (ST) 8. Deze uitbraak werd geïdentificeerd door middel van WGS-analyse in 3 landen: Denemarken (6 patiënten), Duitsland (5) en Frankrijk (1). Er zijn 4 patiënten overleden. In oktober 2015 werd de eerste patiënt vastgesteld in Denemarken en de meest recente patiënt werd in mei 2018 in Duitsland gemeld. In 2017 werd een eerste uitbraak door Denemarken onderzocht en gelinkt aan gerookte- zalmproducten. In oktober 2017 meldde Frankrijk een overeenstemmende L. monocytogenesstam in voedselisolaten van gemarineerde zalm die afkomstig was van hetzelfde Poolse verwerkingsbedrijf dat ook werd geïdentificeerd in het Deense uitbraakonderzoek. Dit ondersteunt de hypothese dat er mogelijk besmetting heeft plaatsgevonden bij het verwerkingsbedrijf in Polen. Maar omdat de WGS-gegevens over de isolaten in de milieu- en voedselmonsters uit de Poolse verwerkingsfabriek ontbreken, is het niet mogelijk om dit te bevestigen.

Verontreiniging op het niveau van de primaire productie kan vooralsnog ook niet worden uitgesloten, totdat gedetailleerde informatie over de Noorse producenten van de zalm die in de besmette partijen is gebruikt, wordt gerapporteerd en beoordeeld. Er zijn in september 2017 bestrijdingsmaatregelen geïmplementeerd bij het Poolse verwerkingsbedrijf; o.a. aanvullende schoonmaak/desinfectie van materialen en ruimten en intensivering van het testbeleid van voedselsamples.

Ondanks deze maatregelen wijst de identificatie van dezelfde stam in een zalmproduct in Frankrijk en een nieuwe patiënt met listeriose in Duitsland erop dat de bron van besmetting nog steeds actief is. Mogelijk zijn besmette producten gedistribueerd naar andere landen van de Europese Unie (EU). De omvang van deze uitbraak is waarschijnlijk groter omdat de uitbraak werd geïdentificeerd met WGS dat slechts in een aantal Europese landen (waaronder Nederland) routinematig wordt gebruikt om L. monocytogenes-isolaten te karakteriseren. Er is voor zover bekend geen distributie naar Nederland geweest van besmette producten. Ook zijn er geen Nederlandse patiënten gemeld die gerelateerd zijn aan deze uitbraak. (Bronnen: NVWA, ECDC-EFSA , S. Schjørring et al. Eurosurveillance (2017).

Snelle toename van invasieve pneumokokkenziekte in Engeland en Wales door non-vaccin serotype 7C

In een artikel in Emerging Infectious Diseases (EID Tijdschrift Emerging Infectious Diseases) rapporteren onderzoekers over een plotselinge en snelle toename van invasieve pneumokokkenziekte door serotype 7C in Engeland en Wales. Dit serotype is niet opgenomen in een pneumokokkenvaccin. In de periode 2000/2001 tot en met 2015/2016 waren er jaarlijks gemiddeld 3 patiënten en in 2016/2017 waren dit er 29. De toename werd bijna volledig veroorzaakt door klonale expansie van sequentietype 177, die eerder geassocieerd werd met vaccinserotype 19F. In Nederland is geen sprake van een toename van serotype 7C. In de surveillance van het Nederlands Referentie Laboratorium voor Bacteriële Meningitis (NRLBM Nederlands Referentie Laboratorium voor Bacteri?le Meningitis) werd 1 patiënt met invasieve pneumokokkenziekte serotype 7C gezien in 2018, 1 in 2007 en 2 in 2006. (Bronnen: EID, NRLBM) 

Auteur

B. Schimmer, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM

Correspondentie

Barbara Schimmer