Voor het onderzoek naar de gezondheidseffecten van ultrafijn stof is informatie nodig over de blootstelling van omwonenden van Schiphol aan ultrafijn stof. Hiervoor heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu samen met TNO (voorheen ECNEnergieonderzoek Centrum Nederland ), GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam en ESCErbrink Stacks Consult metingen en berekeningen uitgevoerd. Met metingen is op een aantal locaties de concentratie ultrafijn stof bepaald. De meetresultaten zijn gebruikt om het rekenmodel te toetsen en verbeteren. Met berekeningen kunnen we uitspraken doen over de concentratie op meer locaties en onder verschillende weersomstandigheden.

Resultaten

Het rekenmodel is op twee punten aangepast. Taxiënde vliegtuigen zijn als bron toegevoegd. Daarnaast zijn extra gegevens over de uitstoot van ultrafijn stof van vliegverkeer uit de wetenschappelijke literatuur gebruikt. Vervolgens zijn de rekenresultaten afgestemd op de meetwaarden. Het aangepaste rekenmodel blijkt op deze manier goed in staat te zijn om gemiddelde concentraties over een langere tijd te bepalen. Locaties met lagere en hogere concentraties worden goed van elkaar onderscheiden. Daarmee zijn we erin geslaagd om het rekenmodel geschikt te maken voor onderzoek naar effecten op de gezondheid als mensen langdurig aan ultrafijn stof van vliegverkeer van Schiphol blootstaan.

Aanpak

Het onderzoek bestond uit drie onderdelen:

  • Vergelijkingsmetingen meetapparatuur

De concentraties van ultrafijn stof zijn op alle locaties met hetzelfde type apparaat (EPCEnvironmental Particle Counter Environmental Particle Counter -3783) gemeten. Om de kwaliteit van de apparatuur te controleren maakten zogeheten vergelijkingsmetingen deel uit van het onderzoek. Hiermee stellen het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu , TNO en GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam het verloop en de vergelijkbaarheid van de metingen van de apparatuur vast. De vergelijkingsmetingen zijn tijdens het onderzoek een aantal keer herhaald.

  • Bijdrage van taxiënde vliegtuigen

Vaak wordt alleen gekeken naar de uitstoot van stijgende en landende vliegtuigen. Het doel van deze meetcampagne was om te onderzoeken of het nodig en mogelijk is om ook taxiënde vliegtuigen als aparte bron van ultrafijn stof mee te nemen. Deze kortdurende meetcampagne is nabij de Polderbaan in mei en juni 2017 uitgevoerd. Op basis van de metingen is besloten om taxiënde vliegtuigen mee te nemen als aparte bron in het rekenmodel.

  • Toetsing van het model

De meetcampagne is in augustus 2017 gestart en heeft een jaar geduurd. Op twee locaties is het hele jaar gemeten. Halverwege de meetcampagne is de meetapparatuur van vier locaties verplaatst naar vier andere locaties. Dit maakt het mogelijk om op tien locaties gedurende een half jaar gegevens te verzamelen. De meetlocaties zijn weergegeven in onderstaande kaart:  

Metingen geven alleen voor de meetlocaties en onder de omstandigheden van het meetmoment de concentratie ultrafijn stof weer. Met het rekenmodel van ESCErbrink Stacks Consult (Erbrink Stacks Consult) en het RIVM is het mogelijk de concentraties te bepalen op alle locaties en in verschillende situaties, zoals onder andere weersomstandigheden. Dus ook op locaties waar geen meetapparatuur staat. De metingen zijn gebruikt om het rekenmodel te toetsen. De rekenresultaten voor de locaties waar is gemeten zijn afgestemd op de meetwaarden.

Toepassing rekenmodel voor gezondheidsonderzoek

Met de berekening hebben we inzicht in de jaargemiddelde concentraties van ultrafijn stof rond Schiphol.  Deze jaargemiddelde resultaten gebruiken we  in het onderzoek naar de gezondheidseffecten van langdurige blootstelling.