Voor een zelftest is lichaamsmateriaal zoals bloed, urine of speeksel nodig. Deze lichaamsmaterialen worden gebruikt om een ziekte, of het risico op een ziekte, te bepalen.

Soms kunt u de test zelf uitvoeren en ziet u meteen het resultaat. Voorbeelden hiervan zijn een zelftest voor cholesterol, een zelftest voor diabetes of een zwangerschapstest.


Soms is er een deskundige bij nodig. U neemt thuis de test af en stuurt bijvoorbeeld bloed of urine op naar een laboratorium. Een deskundige onderzoekt het daar. U krijgt de uitslag na een paar dagen of weken thuis gestuurd. Voorbeelden zijn zelftesten voor blaasontsteking, seksueel overdraagbare aandoeningen (SOASeksueel overdraagbare aandoeningen), allergie en coeliakie (glutenintolerantie).


Voor een erfelijkheidstest, een DNAdeoxyribonucleic acid-test, of genetische test wordt wangslijmvlies gebruikt. Met deze test kunt u verwantschap, afkomst, of de kans op een ziekte laten bepalen. Het wangslijmvlies neemt u zelf af en stuurt u naar een laboratorium. Op  de website van het Erfocentrum leest u meer over moeilijke keuzes rond erfelijkheid. Deze informatie kan mensen helpen om de juiste keuze te maken.