De toenemende mondiale vraag naar grondstoffen zorgt voor een stijgende milieudruk. Deze overschrijdt nu al de grenzen van een duurzaam gebruik  van de aarde. Transitie naar een circulaire economie biedt hiervoor een oplossing. In een circulaire economie is het gebruik van nieuwe grondstoffen minimaal en hergebruik maximaal. Nederland heeft als doel in 2050 een circulaire economie te hebben.

Integrale kennis en gebruiksvriendelijke instrumenten

Een circulaire economie biedt kansen, maar brengt ook risico's met zich mee. Zo kan het zijn dat hergebruik van grondstoffen leidt tot risico's voor de gezondheid of het milieu. Een voorbeeld hiervan is het recyclen van piepschuim behandeld met - inmiddels verboden - brandvertragers. De vraag is dan of hergebruik een optie is en zo ja, hoe dan.
Binnen het SPRStrategisch Programma RIVM -thema "Circulaire economie" wil het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu onderzoeken op welke manier circulair ook veilig en gezond kan zijn, en hoe nieuwe producten zó ontworpen kunnen worden dat ze naast circulair ook praktisch toepasbaar zijn, bijvoorbeeld voor ontwerpers.

Vier onderzoekslijnen

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu richt zich bij het uitdiepen van het thema "circulaire economie" op vier vraagstukken die onderling samenhangen en de hele grondstoffencyclus beslaan. Hierbij is aandacht voor zowel kortcyclische als langcyclische processen. Kortcyclische processen betreffen bijvoorbeeld kunststof verpakkingsmaterialen voor levensmiddelen, langcyclische processen bijvoorbeeld bouwmaterialen zoals isolatiematerialen en kunststof kozijnen.
De vier onderzoekslijnen zijn:
1. Veilig en duurzaam ontwerpen
2. Circulaire consumptie (producten en diensten)
3. Schone recycling
4. Indicatoren en monitoring

Van 'safe by design' naar 'sustainable by design'

De beste kans om circulariteit te bereiken ligt in de ontwerpfase van een product. Bij het ontwerp kan al rekening worden gehouden met een zo lang mogelijke levensduur en ook  met een zo hoogwaardig mogelijk hergebruik . Voor het RIVM betekent dit dat ook aan de veiligheid en gezondheid wordt gedacht, dus veilig en duurzaam ontwerpen. 'Safe by design' is al een bekend concept voor het RIVM. De uitdaging is nu om dit te verbreden naar 'sustainable by design'. 

Samen met ontwerpers

Om ervoor te zorgen dat 'sustainable by design' ook praktisch toepasbaar is, wil het RIVM hiervoor samenwerken met ontwerpers. De wetenschappelijke rekenmodellen en instrumenten kunnen zo getoetst worden aan wat er bij het ontwerpen en produceren van producten in de praktijk allemaal komt kijken. 

Circulaire consumptie

Naast het circulair ontwerpen is het ook belangrijk om te kijken naar de aanschaf, het gebruik en het afdanken van producten, en het gebruik van diensten (consumptie). Bij circulaire consumptie gaat het erom dat er zo min mogelijk producten worden aangeschaft, aangeschafte producten zo lang mogelijk worden gebruikt, en afval wordt verminderd. Voorbeelden hiervan zijn tweedehands auto’s en refurbished mobiele telefoons. Het RIVM wil verkennen of en zo ja, welke rol het zou kunnen vervullen bij het stimuleren van circulaire consumptie.

Recycling kan risico's voor gezondheid en/of milieu opleveren

Als maatschappij hebben we te maken met een enorme erfenis aan producten en materialen waar tal van (zeer) zorgwekkende stoffen in zitten. Het hergebruik van deze producten/materialen kan risico's voor de gezondheid en/of het milieu met zich meebrengen. Dit is een dilemma voor circulaire economie omdat het doel van circulaire economie juist is om de milieudruk te verminderen maar wel op een veilige manier.
Dit dilemma speelt ook bij de vergunningverlening voor het verwerken en afvoeren van afval: welke stoffen/producten mogen wel en welke niet hergebruikt worden en op welke manier. Het RIVM maakt hiervoor een afwegingskader waarbij de risico’s en de voordelen van hergebruik inzichtelijk naast elkaar worden gezet en zo tegen elkaar afgewogen kunnen worden.
Een goed voorbeeld hiervan is recycling van cadmium-houdend PVC voor leidingen.
 Door het toepassen van een dubbele mantel kunnen de in PVC aanwezige zorgwekkende stoffen niet in aanraking komen met het milieu.

Monitoring en scenario's

Om te weten hoe ver de transitie naar een circulaire economie is gevorderd, is het belangrijk om deze te monitoren. Het RIVM is betrokken bij verschillende monitoringsystemen op zowel nationaal, regionaal als sectoraal niveau.
Het is ook mogelijk om vanaf de andere kant te redeneren: wat kan de leefomgeving, regionaal, nationaal en internationaal,
 maximaal aan of waaraan kan een individu maximaal blootgesteld worden, bijvoorbeeld in de arbeidssituatie (absolute grenzen). Het RIVM wil kijken of monitoringsystemen gekoppeld kunnen worden aan absolute grenzen en zo ja, hoe. Daarnaast wil het RIVM scenario's ontwikkelen om trends en hun integrale impact goed te kunnen inschatten  Zo kan monitoring straks helpen om beleid te formuleren dat gericht is op een circulaire economie en zodoende bijdraagt aan de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties.

Onderzoek

Voor het SPRStrategisch Programma RIVM -thema "Circulaire economie" voert het RIVM de volgende drie onderzoeken uit:

Wat

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu draagt bij aan de overgang naar een duurzame, veilige en gezonde circulaire economie door implementatie van duurzaam en veilig circulair ontwerp in innovatieprocessen te stimuleren. En de technische implementatie ervan waar nodig met kennis te ondersteunen.

Waarom

Circulariteit,veiligheid en duurzaamheid vallen niet per definitie met elkaar samen in een circulaire economie. De onderzoeks- en ontwikkelingsfasen van stoffen, processen en producten (research & development, R&DResearch and Development) zijn daarom een aangrijpingspunt om de overgang naar een circulaire economie te realiseren. Het is een goed moment om duurzaamheid en veiligheid mee te wegen in de keuze om een ontwikkeling al dan niet door te zetten. De nadruk ligt nu vooral nog op technologische kanten en mogelijkheden op de markt.

Hoe

Om circulair ontwerpen veilig en duurzaam te maken, moet het bruikbaar zijn in de praktijk. Daarom zijn een aantal casusstudies de kern van dit project. Op basis van een veldanalyse ontwikkelen we een of meer scenario’s om een circulair ontwerp aan te laten sluiten bij de doelstellingen voor veiligheid en duurzaamheid. De scenario’s worden vervolgens getoetst bij een brede groep belanghebbenden. We onderzoeken ook de relevante wettelijke context en voeren geïntegreerde beoordelingen uit van deze scenario’s.

In samenwerking met

Stakeholdernetwerken worden opgezet om kennis uit te wisselen, (wettelijke) kaders in kaart te brengen, publiek toegankelijke publicaties uit te brengen, en workshops  te houden. Om samen te werken aan veilige en duurzame beoordelingsmethoden voor circulair ontwerp.

Wat

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wil strategische besluitvorming in de overgang naar een circulaire economie beter ondersteunen door het effect van realistische oplossingsscenario’s op micro- en macroniveau te berekenen. Ook wil het de relatie tussen die twee leren interpreteren.

Waarom

Bij keuzes voor circulaire maatregelen is inzicht nodig of deze ook veilig en duurzaam zijn. Hiervoor zijn instrumenten beschikbaar voor de micro-schaal, bijvoorbeeld het effect als een kilogram katoen wordt vervangen door gerecycled katoen. Er zijn ook instrumenten voor de macro-schaal, zoals hoeveel gerecycled katoen wordt er in Nederland gebruikt? Door deze twee te combineren, ontstaan nieuwe inzichten.

Hoe

Het is hierbij belangrijk realistische oplossingen te definiëren. Ook is het belangrijk om het effect van oplossingen op de kwaliteit van materiaalstromen op macroniveau te berekenen. Ten slotte is het van belang de uitkomsten daarvan te kunnen koppelen aan beleidsdoelen op verschillende niveaus, zoals de klimaatdoelen van Nederland en de duurzaamheidsdoelen van de VNVerenigde Naties.

Plastics is hiervoor een casestudie. We maken een overzicht van mogelijke oplossingen voor knelpunten die de transitie naar een circulaire economie tegenhouden wat plastics betreft. De consequenties van deze oplossingen voor mens en milieu (duurzaamheid, veiligheid en gezondheid) worden doorgerekend. Deze lessen gelden vermoedelijk voor meer soorten materiaal. Daarnaast wordt een basis gelegd om kwaliteit mee te nemen in macro-analyse.

Samenwerking

Het RIVM en samenwerkingspartners, zoals PBLPlanbureau voor de Leefomgeving en CPBCentraal Planbureau, zullen leren om sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethoden en milieu-natuurwetenschappelijke aanpakken te combineren.

Wat

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wil inzicht krijgen in de mogelijke en gewenste rollen die we (nog meer) kunnen vervullen om circulaire consumptie te stimuleren. Hiervoor is onderzoek nodig naar de waarden, percepties, afwegingen en verwachtingen van gebruikers. Dit geldt in het bijzonder voor consumenten en leveranciers. En welke stappen nodig zijn om de mogelijke en gewenste rollen te realiseren.

Waarom

In de overgang naar een circulaire economie is het RIVM een onafhankelijke en betrouwbare kennisleverancier en adviseur voor overheden, bedrijfsleven en burgers. Maar het RIVM wil ook ‘aanjager’ zijn en ervoor zorgen dat de transitie daadwerkelijk plaatsvindt. Welke rol het RIVM het beste kan vervullen om consumenten te stimuleren meer circulaire keuzes te maken, hangt af van de behoeften en wensen van onder andere de doelgroep en opdrachtgevers, de mogelijkheden van het RIVM en al bestaande activiteiten en andere stakeholders op dit dossier.

Hoe

Het project start met een analyse van de term circulaire consumptie, de activiteiten die al worden ontplooid op dit gebied bij andere organisaties, en welke behoeften er zijn om de circulaire consumptie te stimuleren. Dit wordt gedaan aan de hand van een literatuurscan en interviews met deskundigen intern en andere stakeholders die zich bezig houden met het stimuleren van circulaire consumptie. Vervolgens worden verschillende scenario’s uitgedacht over hoe circulaire consumptie zich in de toekomst zou kunnen ontwikkelen en wat de rol voor het RIVM daarin zou kunnen zijn. Op basis van deze exercitie wordt voor twee casussen gepeild welke behoeften consumenten hebben en hoe zij bij circulaire consumptie zouden kunnen worden betrokken. Op basis van deze input worden een aantal mogelijke rollen voor het RIVM geformuleerd, die intern worden getoetst en bij opdrachtgevers.

Dit project valt ook onder het ondersteunende thema "Perceptie en gedrag".