Indien bij een incident radioactieve stoffen vrijkomen kan het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu radioactiviteit meten in lucht, luchtstof en neerslag. Om de hoeveelheid neergekomen radioactiviteit (depositie) te bepalen analyseert het RIVM ook water-, gras- en veegmonsters. Een veegmonster wordt bijvoorbeeld genomen van het oppervlakte van een voertuig of van een speeltoestel in besmet gebied. Meetdeskundigen van het RIVM hebben voor deze metingen verschillende apparatuur tot hun beschikking.

Stralingsmeetwagens

Het RIVM beschikt over twee identieke geavanceerde meetwagens die zowel alfa-, beta- als gammastraling kunnen meten afkomstig van radioactieve stoffen in de lucht en op de grond. Met de meetwagens kan rijdend het gammastralingsniveau in kaart worden gebracht. Daarnaast worden ook metingen gedaan met gammaspectrometrie om individuele gammastralers te kunnen identificeren.

Folder over de stralingsmeetwagens

Nationaal Meetnet Radioactiviteit

Het NMR Nationaal Meetnet Radioactiviteit is een waarschuwingsmeetnet voor stralingsongevallen bestaande uit 160 meetposten verspreid over heel Nederland. Het meet continu het gammastralingsniveau in de buitenlucht. Bij een ongeval geeft het meetnet inzicht in de omvang en het verloop van de radioactieve besmetting. De metingen worden elke 10 minuten on-line op het RIVM verzameld en geanalyseerd.
Meer informatie over het NMR

Waakvlaminstituten

In het geval van een stralingsongeval waarbij radioactieve stoffen vrijkomen, kan het RIVM acht instituten oproepen om ook metingen te verrichten. Dit worden de waakvlaminstituten (WVI's) genoemd. De WVI's liggen verspreid over Nederland. Deskundigen van de WVI's voeren elke 2 uur metingen uit en sturen de meetgegevens naar het RIVM. De meetresultaten worden door het RIVM gecombineerd met alle beschikbare meetgegevens in Nederland.  Hiermee ontstaat snel een algemeen beeld van een (mogelijke) radioactieve besmetting in Nederland.

Radiologisch laboratorium

Het radiologisch laboratorium van het RIVM in Bilthoven heeft de beschikking over diverse technieken om radioactiviteit te meten. In veel gevallen kan het monster direct zonder voorbehandeling gemeten worden. Zoals bijvoorbeeld bij het meten van gammastralers in watermonsters, luchtfilters, gras- of grondmonsters. In andere gevallen is een specifieke voorbehandeling nodig, zoals bijvoorbeeld voor de bepaling van de beta-stralers tritium, koolstof-14 of strontium-90 in water.

De bepaling van alfastralers vraagt een specifieke en tijdrovende monstervoorbehandeling. Vandaar dat er eerst een snelle screeningstechniek wordt uitgevoerd waarbij de som van alle aanwezige alfa-stralers wordt gemeten:  de totaal-alfa bepaling.
Ook de laboratoria van Rijkswaterstaat in Lelystad, en van het Wageningen Food Safety Research beheersen deze technieken. Elk laboratorium heeft zijn eigen specifieke technieken om monsters te behandelen en te analyseren.

 Continue monstername van milieumonsters
Het RIVM bemonstert continu regenwater en luchtstof in Bilthoven. Hiermee kan de eventuele stralingsbelasting waar de Nederlandse bevolking aan bloot staat nauwkeurig bepaald worden.

Meer informatie over het radiologisch laboratorium

Op onderstaande foto's zijn afgebeeld: de 4 opvangbakken voor regenwater op het monsternameveld van het RIVM en de luchtstof aanzuiginstallatie met de ronde klep geopend op het dak van het RIVM. Links het schone en witte filter bij de start van de aanzuigperiode, rechts het zwarte filter na een week luchtstof aanzuigen. Er is dan ca. 125.000 m3 lucht aangezogen.

Samenwerken op het gebied van meten

Tijdens een stralingsongeval voeren verschillende instanties metingen uit om de blootstelling aan straling te bepalen. Optimale samenwerking en afstemming tussen deze instanties is noodzakelijk om een goed beeld van de radiologische situatie te krijgen. De metende partijen vullen elkaar aan op competenties en middelen. De afstemming vindt in de voorbereiding plaats binnen de LCP-SLandelijk Crisisplan Straling werkgroep Landelijk Afstemming Meten bij Stralingsincidenten (LAMS). Het RIVM coördineert het LAMS en zit ook de werkgroep voor. Bovendien is het RIVM met de uitgebreide meetcapaciteiten een belangrijke metende partij. Bij een inzet coördineert een meet- en stralingsdeskundige van het RIVM de landelijke meetstrategie vanuit het Radiologisch en Gezondheidskundig Expertise Netwerk. Deze deskundige werkt nauw samen met de stralingsdeskundige modelleurs van het RIVM om gezamenlijk de radiologische situatie in kaart te brengen.

Meer informatie over LAMS