Dit deelonderzoek gaat na of mensen die in de buurt wonen van land- en tuinbouw astma of COPD kunnen krijgen door contact met bestrijdingsmiddelen. Bij volwassenen gaat het om astma en COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease (chronische bronchitis of longemfyseem)). Bij kinderen alleen om astma. Er zijn aanwijzingen in de wetenschappelijke literatuur dat er voor beide ziekten een relatie is met bestrijdingsmiddelen.
Looptijd (verwacht): september 2025-mei 2030
Astma en COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease (chronische bronchitis of longemfyseem)) bij volwassenen
De onderzoekers gebruiken gegevens uit verschillende Nederlandse gezondheidsregistraties zoals de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg en Vektis. Die gaan over medicijngebruik, ziekenhuisopnames en ander zorggebruik. Ook wordt de doodsoorzakenstatistiek van het CBS gebruikt. Op basis van deze informatie bepalen onderzoekers welke mensen tussen 2016 en 2023 astma of COPD hebben gekregen en welke mensen er aan COPD zijn overleden.
Astma bij kinderen
Het onderzoek naar astma bij kinderen richt zich op de kinderen die in hun jeugd medicijnen tegen astma zijn gaan gebruiken. Het gaat hierbij om kinderen geboren tussen 2006 en 2014. De onderzoekers kijken ook naar de ernst van de ziekte. Voor ernstige astma gaat het om medisch-specialistische zorg en ziekenhuisopnames.
Hoe wordt dit onderzocht
De onderzoekers kijken of er op basis van deze verzamelde gegevens een verband is op groepsniveau tussen de ziekte en blootstelling aan bestrijdingsmiddelen in de woonomgeving Dit gebeurt met het rekenmodel dat is ontwikkeld in deelonderzoek 2.
In het onderzoek naar astma bij kinderen kijken de onderzoekers ook of ouders al voor de geboorte van hun kind mogelijk in aanraking zijn geweest met bestrijdingsmiddelen. Bijvoorbeeld tijdens de zwangerschap. Dit kan gebeurd zijn in de woonomgeving, maar ook via hun werk, bijvoorbeeld in de land- of tuinbouw.
Alle analyses gebeuren binnen de beveiligde digitale omgeving van het CBS.