Het aantal mensen met de ziekte van Parkinson neemt toe. Elk jaar krijgen in Nederland ongeveer 3.700 mensen de diagnose parkinson. Over de oorzaken is nog veel onduidelijk. Er zijn zorgen over de invloed van de leefomgeving, waaronder blootstelling aan chemische bestrijdingsmiddelen. In buitenlands onderzoek is een verband aangetoond tussen het werken met bepaalde bestrijdingsmiddelen en parkinson. In OBO-2 worden twee onderzoeken gedaan naar parkinson.
Onderzoek 1: Vergelijking blootstelling patiënten met controlegroep (in 4 regio’s)
Looptijd (verwacht): oktober 2023-september 2029
In dit onderzoek wordt samen met patiënten die parkinson hebben in kaart gebracht of en hoe zij in contact zijn gekomen met bestrijdingsmiddelen. Het gaat bijvoorbeeld om het inademen van lucht of huisstof, het aanraken van grond of stof waar resten van bestrijdingsmiddelen inzitten, het eten van behandelde groente of fruit of het uitvoeren van een beroep in de landbouw. Dit heet blootstelling aan bestrijdingsmiddelen.
Hoe wordt dit onderzocht?
Onderzoekers kijken of er verschillen zijn in blootstelling aan bestrijdingsmiddelen tussen mensen met parkinson en mensen zonder deze ziekte. Zo kan de rol van blootstelling aan bestrijdingsmiddelen in het ontstaan en de ontwikkeling van parkinson worden onderzocht. De onderzoekers vragen in ziekenhuizen aan patiënten die een parkinson-diagnose krijgen om mee te doen. In dezelfde ziekenhuizen worden ook mensen zónder parkinson gevraagd mee te doen, maar die zoveel mogelijk lijken op de patiënten mét parkinson wat betreft leeftijd en geslacht.
Beide groepen krijgen de vraag om een aantal vragenlijsten in te vullen en een beetje bloed te laten onderzoeken. Ook wordt hen gevraagd twee weken lang een polsbandje te dragen. Dit polsbandje legt vast wat de persoonlijke blootstelling aan bestrijdingsmiddelen in deze periode is . Ook wordt er gevraagd wat voor werk de patiënt doet en of er blootstelling aan bestrijdingsmiddelen kan zijn op het werk.
Dit deelonderzoek bepaalt voor beide groepen de totale blootstelling aan bestrijdingsmiddelen uit de omgeving. Dus van alle plekken waar deelnemers hebben gewoond. Dit gebeurt met het rekenmodel dat is ontwikkeld in deelonderzoek 2.
Dit onderzoek maakt deel uit van een groter onderzoek (PD-PEST) naar de rol van verschillende omgevingsfactoren in het ontstaan en de ontwikkeling van parkinson.
Onderzoek 2: Landelijk onderzoek naar verband tussen parkinson en blootstelling aan bestrijdingsmiddelen in de woonomgeving (cohortonderzoek).
Looptijd (verwacht): oktober 2023-oktober 2027
Het tweede onderzoek naar parkinson richt zich op de groep patiënten met parkinson die in de buurt van land- en tuinbouw wonen of gewoond hebben. Onderzoekers gaan na of er bij deze patiënten een verband is tussen blootstelling aan bestrijdingsmiddelen en het ontstaan van parkinson.
Hoe wordt dit onderzocht?
Het onderzoek brengt eerst in kaart wie tussen 2017 en 2022 parkinson heeft gekregen. De onderzoekers gebruiken hiervoor gegevens uit verschillende Nederlandse gezondheidsregistraties zoals: de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg en Vektis. Deze registraties gaan over medicijngebruik, ziekenhuisopnames en ander zorggebruik. Ook wordt de doodsoorzakenstatistiek van het CBS gebruikt.
Met deze gegevens analyseren de onderzoekers of parkinson vaker voorkomt bij bepaalde groepen. Hiervoor wordt het rekenmodel gebruikt dat eerder is ontwikkeld binnen OBO-2. Alle analyses gebeuren binnen de beveiligde digitale omgeving van het CBS.
De onderzoekers beperken zich tot landelijke gebieden in Nederland om een goede vergelijking te kunnen maken tussen mensen met en zonder blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. Het gaat om mensen van 40 jaar en ouder omdat bijna alle nieuwe gevallen van parkinson in die leeftijdsgroep worden gezien.