Dit deelonderzoek gaat na of het in contact komen met bestrijdingsmiddelen invloed heeft op de cognitieve ontwikkeling van kinderen. Denk aan hun concentratie, het maken en uitvoeren van plannen, taal, ruimtelijke taken, het geheugen en functioneren op school. Hiervoor zijn enkele wetenschappelijke aanwijzingen, én zijn er zorgen over. In Nederland zijn ontwikkelingseffecten bij kinderen nog onvoldoende onderzocht. Onderzoek hiernaar werd geadviseerd door Gezondheidsraad in 2020.
In OBO-2 worden kinderen in groep 7 en 8 onderzocht die in de buurt van landbouwpercelen wonen. Deze kinderen kunnen via de lucht meer bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen dan kinderen die verder weg wonen. De Universiteit Utrecht voert dit onderzoek uit, samen met het RIVM.
In dit onderzoek wordt op verschillende manieren gemeten hoe kinderen met bestrijdingsmiddelen in contact komen (blootstelling). Daarnaast worden cognitieve functies van de kinderen in kaart gebracht via testen en vragenlijsten. Zo krijgen de onderzoekers inzicht in de mate van blootstelling en de mogelijke effecten op de hersenontwikkeling.
Hoe wordt dit onderzocht?
Het onderzoek bestaat uit: Een pilot (fase 1) en een grootschalige vervolgonderzoek (fase 2).
Pilot (fase 1) looptijd verwacht maart 2024-najaar 2026
Het Pilot-onderzoek bestaat uit twee delen:
- Blootstelling: er wordt onderzocht wat de beste manier is om de blootstelling van kinderen aan bestrijdingsmiddelen te meten. Daarbij kijken de onderzoekers of deze manier zowel nauwkeurig als gebruiksvriendelijk is. Dit onderzoek test bijvoorbeeld het dragen van een polsbandje, het opsturen van een klein plukje haar en het verzamelen van wat huisstof.
- Cognitie: Kinderen vullen online een aantal tests in om hun cognitieve ontwikkeling te meten en om de praktische toepasbaarheid van deze methode te beoordelen.
Aan de pilotfase (fase 1) deden in 2025 en 2026 ongeveer 50 kinderen mee uit de fruitregio in Gelderland.
Vervolgonderzoek (fase 2): looptijd verwacht tot eind 2030
Op basis van de resultaten uit de pilotfase wordt de aanpak van dit onderzoek verder verfijnd. In 2026 volgt dan een grootschalige onderzoek met ongeveer 1.500 kinderen uit landelijke gebieden in heel Nederland.
Meedoen?
De Universiteit Utrecht zoekt voor fase 2 nog kinderen uit groep 7 en 8 die het leuk vinden om mee te doen in dit onderzoek. Voor meer informatie en aanmelden is een speciale website: obokids.nl. Deelname is altijd vrijwillig.
Resultaten online in te zien
De resultaten en conclusies van dit deelonderzoek worden online gepubliceerd, onder andere op rivm.nl. De informatie is beschikbaar in het Nederlands en in het Engels.
Het eerste rapport verschijnt in het najaar van 2026. Dit is een tussentijds rapport over de pilotstudie met 50 kinderen. In dit rapport staat onder andere:
- hoe de kinderen en hun ouders/verzorgers zijn benaderd
- welke tests de kinderen hebben gedaan
- wat de belangrijkste uitkomsten van deze tests zijn
- wat er in de pilot goed ging en wat beter kan
- of er aanpassingen nodig zijn voor het vervolgonderzoek met 1.500 kinderen
In 2030 verschijnt een eindrapport met het totaalbeeld. Daarin gaan de onderzoekers in op de centrale vraag: heeft het in contact komen met bestrijdingsmiddelen invloed op de cognitieve ontwikkeling van kinderen?