Met PIENTER 3 onderzocht het RIVM de bescherming tegen infectieziekten in de Nederlandse bevolking. Op deze pagina leest u meer over de resultaten van dit onderzoek.
Evaluatie en monitoring van het Rijksvaccinatieprogramma
Het Rijksvaccinatieprogramma vaccineert kinderen tegen een aantal infectieziekten die mensen ernstig ziek kunnen maken. Met PIENTER 3 onderzocht het RIVM onder andere hoe goed de Nederlandse bevolking tegen deze infectieziekten beschermd is. Het gaat dan om de immunologische bescherming: of en hoeveel antistoffen mensen tegen een bepaalde infectieziekte in hun lichaam hebben.
Het meten van deze bescherming en het onderzoek naar welke groepen het grootste risico op (ernstige) ziekte lopen, heet immuun-surveillance. Immuun-surveillance is belangrijk voor het evalueren van de (langetermijn)effecten van vaccinaties en het aanpassen van vaccinatieprogramma’s als dat nodig blijkt.
De materialen van PIENTER 3 zijn verzameld in 2016 en 2017, en worden nog steeds gebruikt om metingen in te doen. Sinds 2025 is er een vernieuwd vaccinatieschema om kinderen nog beter te beschermen. Daar hebben de gegevens van PIENTER aan bijgedragen. beschermen. Daar hebben de gegevens van PIENTER aan bijgedragen. Meer achtergrondinformatie over de wijzigingen in het Rijksvaccinatieprogramma kunt u lezen in de wetenschappelijke publicatie.
Resultaten PIENTER 3 per infectieziekte
Hieronder vindt u de resultaten van PIENTER 3 per infectieziekte.
Haemophilus influenzae type b (Hib)
Immuniteit tegen Haemophilus influenzae type b (Hib) door vaccinatie is effectief in het voorkomen van ziekte. Toch neemt langzaam het aantal infecties toe. In vergelijking met PIENTER 2 blijkt de immuniteit in PIENTER 3 minder goed in kinderen vlak na vaccinatie en in de gemiddelde leeftijd waarop mensen zwanger worden. Het is nu nog niet duidelijk of dit komt door een wisseling van vaccin, of veroorzaakt wordt door andere factoren, bijvoorbeeld doordat de ziekte minder rondgaat en mensen er minder mee in contact komen.
Factsheet: Haemophilus influenzae type b. PIENTER 3 study results
Publicatie: volgt
Kinkhoest
Meer dan tien jaar na de introductie van het acellulaire kinkhoestvaccin bij jonge kinderen is met PIENTER 3-data de bescherming tegen kinkhoest in Nederland onderzocht. De studie toonde aan dat de bacterie ondanks vaccinatie nog steeds rondgaat. Dit blijkt uit antistoffen die gemeten zijn, die aangemaakt worden na contact met de bacterie. Vooral bij adolescenten werden relatief vaak antistoffen van recent doorgemaakte kinkhoest gevonden. De resultaten onderstrepen het belang van voortdurende monitoring en het overwegen van aanvullende maatregelen om kinkhoestuitbraken te voorkomen.
Publicatie:
- More than 10 years after introduction of an acellular pertussis vaccine in infancy: a cross-sectional serosurvey of pertussis in the Netherlands
Versteegen P, Berbers GAM, Smits G, Sanders EAM, van der Klis FRM, de Melker HE, van der Maas NAT.
The Lancet Regional Health - Europe 2021; 10:100196.
Difterie
Uit PIENTER 3-data blijkt dat veel volwassenen van 40 tot en met 59 jaar lage antistofconcentraties tegen difterie hebben. Dit betekent dat zij een beperkte bescherming tegen difterie hebben. De bevindingen onderstrepen het risico dat difterie opnieuw kan opduiken onder volwassenen in Nederland. De uitkomsten benadrukken ook het belang van aandacht voor vaccinatie en bescherming in deze leeftijdsgroep.
Publicatie:
- Circulation of pertussis and poor protection against diphtheria among middle-aged adults in 18 European countries
Berbers G, van Gageldonk P, Kassteele JV, Wiedermann U, Desombere I, Dalby T, Toubiana J, Tsiodras S, Ferencz IP, Mullan K, Griskevicius A, Kolupajeva T, Vestrheim DF, Palminha P, Popovici O, Wehlin L, Kastrin T, Maďarová L, Campbell H, Ködmön C, Bacci S, Barkoff AM, He Q & the Serosurveillance Study Team.
Nature Communications 2021; 12(1):2871.
Meningokokken
Vaccinatie tegen meningokokken type C is in 2002 ingevoerd in Nederland. Door een uitbraak van meningokokken type W is deze vaccinatie in 2018 vervangen door een vaccinatie die beschermt tegen meningokokken types A, C, W en Y. De resultaten uit PIENTER 3 in 2016/2017 lieten zien dat de meerderheid van zowel kinderen als volwassenen in Nederland matig beschermd waren tegen meningokokken type A, C, W en Y. De meningokokken type C-immuniteit die was opgewekt door de massacampagne in 2002 was ook afgenomen. Deze resultaten onderstrepen het belang van de meningokokken-ACWY-boostervaccinatie voor tieners die in 2020 in het Rijkvaccinatieprogramma is opgenomen. Deze boostervaccinatie kan de duur van de bescherming verbeteren.
Factsheet: Meningococcal ACWY disease. PIENTER 3 study results
Publicatie:
Seroprevalence of meningococcal ACWY antibodies across the population in the Netherlands: Two consecutive surveys in 2016/17 and 2020
Ohm M, Knol MJ, Vos ERA, Bogaard MJM, van Rooijen DM, Sanders EAM, de Melker HE, van der Klis FRM, Berbers GAM.
Vaccine 2022; 40(1):59-66.
Mazelen en rodehond
In 1987 is de BMR-vaccinatie (bof, mazelen, rodehond) tegen bof, mazelen en rodehond opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Deze verving de mazelenvaccinatie die sinds 1976 werd gegeven en de rodehondvaccinatie die sinds 1974 aan meisjes werd gegeven. Uit onderzoek met PIENTER 3-data uit 2016-2017 blijkt dat bijna iedereen in Nederland beschermende antistoffen heeft tegen mazelen (97%) en rodehond (95%). Het vaccinatieprogramma werkt goed en biedt langdurige bescherming. In gebieden waar minder wordt gevaccineerd, zijn er wel mensen zonder bescherming. Deze groepen vormen een risico voor nieuwe uitbraken van mazelen en rodehond.
Publicatie: volgt.
HPV
In PIENTER 3 werd de verandering in de aanwezigheid van antistoffen tegen het humaan papillomavirus (HPV) onderzocht onder de Nederlandse bevolking vóór en na de introductie van het HPV-vaccinatieprogramma voor meisjes. De resultaten lieten zien dat het percentage mensen met antistoffen tegen de HPV-types die in het vaccin zitten (HPV16 en HPV18) duidelijk is toegenomen bij jonge vrouwen na invoering van de vaccinatie. Dit wijst erop dat het vaccinatieprogramma effectief is in het beschermen van meisjes en jonge vrouwen in Nederland tegen de belangrijkste risicotypes van HPV
Publicatie:
Changes in HPV Seroprevalence from an Unvaccinated toward a Girls-Only Vaccinated Population in the Netherlands
Pasmans H, Hoes J, Tymchenko L, de Melker HE, van der Klis FRM.
Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention 2020; 29(11):2243-2254.
Overige infectieziekten
PIENTER 3 onderzocht ook de bescherming tegen infectieziekten die zijn opgenomen in vaccinatieprogramma’s voor volwassenen, zoals griep, pneumokokkenziekte en corona. Ook bestudeert PIENTER contact met en immuniteit tegen andere infectieziekten die zorgen voor ziektelast in de Nederlandse bevolking. Hieronder vindt u de resultaten van PIENTER 3 per onderwerp.
RS-virus
In onderzoeksmateriaal van PIENTER 3 ontdekten onderzoekers dat bijna alle kinderen in hun eerste twee levensjaren besmet raken met het RS-virus. De lockdowns tijdens de coronapandemie zorgden ervoor dat het RS-virus minder rondging en dat alle leeftijdsgroepen in de Nederlandse bevolking minder weerstand tegen het virus hadden. Dit kan bijgedragen hebben aan de piek in besmettingen buiten het normale RS-virusseizoen om, toen de coronamaatregelen weer waren opgeheven.
Factsheets:
- Respiratory Syncytial Virus. PIENTER 3 study results
- RS-virus during COVID-19 pandemic. PIENTER 3 study results
Publicaties:
- Antibody Responses to Respiratory Syncytial Virus: A Cross-Sectional Serosurveillance Study in the Dutch Population Focusing on Infants Younger Than 2 Years
Berbers G, Mollema L, van der Klis F, den Hartog G, Schepp R.
The Journal of Infectious Diseases 2021; 224(2):269-278. - Population-based serology reveals risk factors for RSV infection in children younger dan 5 years
Andeweg SP, Schepp RM, van de Kassteele J, Mollema L, Berbers GAM, van Boven M.
Scientific Reports 2021; 11(1):8953. - Decline of RSV-specific antibodies during the COVID-19 pandemic
Den Hartog, van Kasteren PB, Schepp RM, Teirlinck [ignore]AC/[ignore], van der Klis FRM, van Binnendijk RS.
The Lancet Infectious Diseases 2023; 31(1):23-25.
Chlamydia
Met data uit PIENTER 1 (1995/1996), 2 (2006/2007) en 3 (2016/2017) is onderzocht hoeveel procent van de Nederlandse bevolking antistoffen tegen chlamydia heeft. De resultaten laten zien dat dit percentage onder 25-jarigen niet is afgenomen tussen 1996 en 2017, ondanks de jarenlange inzet van gerichte preventie en behandelstrategieën onder deze doelgroep. Het blijven volgen van chlamydia blijft belangrijk om de effectiviteit van preventieprogramma’s te kunnen evalueren.
Factsheet: Chlamydia Trachomatis. PIENTER 3 study results
Publicaties:
- Trends in Chlamydia trachomatis IgG seroprevalence in the general population of the Netherlands over 20 years
Alexiou ZW, van Aar F, Hoenderboom BM, Morre SA, Heijne JCM.
Sexually Transmitted Infections 2024; 100(1):31-38. - Trends in de aanwezigheid van chlamydia-antistoffen in de Nederlandse bevolking tussen 1996 en 2017
Alexiou ZW, van Aar F, Hoenderboom BM, Morre SA, Heijne JCM.
RIVM Infectieziekten Bulletin 2025.
Antimicrobiële resistentie tegen colistine
Het antibioticum colistine wordt vaak als laatste redmiddel gebruikt als andere antibiotica niet werken. Daarom is in 660 onderzoeksmaterialen van PIENTER 3 onderzocht hoe vaak resistentie tegen colistine voorkomt. Minder dan 1% van de materialen bevatte colistine-resistentie. Hieruit concluderen we dat colistine-resistentie weinig voorkomt in Nederland.
Factsheet: Colistin resistance PIENTER 3 study results
Publicatie:
- Colistin-resistant Enterobacterales among veterinary healthcare workers and in the Dutch population
Dierikx CM, Meijs AP, Hengeveld PD, van der Klis FRM, van Vliet J, Gijsbers EF, Rozwandowicz M, van Hoek AHAM, Hendrickx APA, Hordijk J, Van Duijkeren E.
JAC Antimicrobial Resistance 2022; 4(2):dlac041.
Antimicrobiële resistentie: ESBL- en CPE bacteriën
Met data uit PIENTER 3 is gekeken naar het verband tussen het gebruik van maagzuurremmers, leefstijlfactoren en het dragen van resistente bacteriën (ESBL- en CPE (Carbapenemase-producerende Enterobacterales)-bacteriën) in de darmen bij de Nederlandse bevolking. Deze studie vond geen duidelijk verband tussen het gebruik van maagzuurremmers en de aanwezigheid van deze resistente bacteriën in de darmen. Mensen met een verhoogd BMI (Body Mass Index. De BMI is een index die de verhouding tussen lengte en gewicht bij een persoon weergeeft. De BMI wordt veel gebruikt om een indicatie te krijgen of er sprake is van overgewicht of ondergewicht.), niet-Westerse migratieachtergrond en die reizen naar hoog-risico landen reizen hadden een verhoogd risico op het dragen van een resistente bacteriën (ESBL- en CPE-bacteriën) in de darmen.
Publicatie:
- Gastric acid suppression, lifestyle factors and intestinal carriage of ESBL and carbapenemase-producing Enterobacterales: a nationwide population-based study
Willems RPJ, van Dijk K, Dierikx CM, Twisk JWR, van der Klis FRM, de Greeff SC, Vandenbroucke-Grauls CMJE.
Journal of Antimicrobial Chemotherapy 2021; 77(1):237-245.
Cytomegalovirus (CMV) en epstein-barrvirus (EBV)
Het cytomegalovirus (CMV) en het epstein-barrvirus (EBV) zijn herpesvirussen en blijven na besmetting levenslang in iemands lichaam. Met data uit PIENTER 3 is het effect onderzocht van het hebben van beide virussen op de T-(afweer)cellen van jongvolwassenen en volwassenen van middelbare en oudere leeftijd.
De onderzoekers zagen dat mensen die beide virussen hadden, tekenen vertoonden van een ‘verouderd’ T-cel-fenotype. Dat betekent dat hun T-cellen eigenschappen lieten zien die vooral bij ouderen voorkomen, zoals meer uitputting van de T-cellen. Dit suggereert dat het hebben van beide virussen bijdraagt aan het sneller verouderen van deze T-cellen, zelfs bij jongere mensen. Deze resultaten helpen ons beter te begrijpen wanneer mensen mogelijk meer risico lopen op een minder goede afweerreactie tegen nieuwe virussen door een sluimerende infectie met deze herpesvirussen.
Publicatie:
- Cytomegalovirus and Epstein-Barr virus co-infected young and middle-aged adults can have an aging-related T-cell phenotype
Hofstee MI, Cevirgel A, de Zeeuw-Brouwer ML, de Rond L, van der Klis F, Buisman AM.
Scientific Reports 2023; 13(1):10912.
Luchtwegimmuniteit
In de luchtwegen komt veel binnen. Niet alleen virussen en bacteriën, maar ook bijvoorbeeld luchtvervuiling. Dit kan klachten in de luchtwegen veroorzaken. Hoe de afweer werkte van deelnemers uit PIENTER 3 bleek dan ook sterk te wisselen met de leeftijd en tussen seizoenen. Daarnaast hadden leefstijlfactoren, zoals roken, en ziekteklachten, zoals allergie en koorts, invloed op deze afweerprofielen. De methode die gebruikt is om dit te onderzoeken, lijkt geschikt voor meer onderzoek naar de stressreactie van het lichaam op wat er aan ziekmakends binnenkomt via de luchtwegen.
Factsheet: Respiratory mucosal immune marker profiles PIENTER 3 study results
Publicatie:
- Effect of age and season on respiratory mucosal immune marker profiles
Van Woudenbergh E, van Rooijen DM, Veldman-Wolf JJ, Nicolaie MA, Huynen MA, van der Klis FRM, de Jonge MI, den Hartog G.
Journal of Allergy and Clinical Immunology 2024; 153(6):1681-1691.e12.
Ziekte van Lyme
Met data uit PIENTER 1 en PIENTER 3 is gekeken naar het percentage mensen met antistoffen tegen de ziekte van Lyme in Nederland. Dit percentage steeg van 2,8% in 1995/1996 naar 4,4% in 2016/2017. Risicofactoren voor de ziekte van Lyme bleken: toenemende leeftijd, mannelijk geslacht en aantal tekenbeten. De resultaten benadrukken het belang van continue surveillance en bestrijding van door teken overdraagbare ziekten. De inzichten in de risicofactoren voor de ziekte van Lyme bieden waardevolle inzichten om gerichte preventie en voorlichting te ontwikkelen, bijvoorbeeld voor ouderen.
Publicaties:
- Twenty Years of Lyme Borreliosis in the Netherlands: Temporal Trends in Seroprevalence and Risk Factors
Hoeve-Bakker BJA, van den Berg OE, Doppenberg HS, van der Klis FRM, van den Wijngaard CC, Kluytmans JAJW, Thijsen SFT, Kerkhof K.
Microorganisms 2024; 12(11):2185. - Seroprevalence and Risk Factors of Lyme Borreliosis in The Netherlands: A Population-Based Cross-Sectional Study
Hoeve-Bakker BJA, van den Berg OE, Doppenberg HS, van der Klis FRM, van den Wijngaard CC, Kluytmans JAJW, Thijsen SFT, Kerkhof K.
Microorganisms 2023; 11(4):1081.
Borrelia miyamotoi
Borrelia miyamotoi is een door teken overdraagbare bacterie. Onderzoekers gebruikten data uit PIENTER 3 en andere data uit Nederland en Zweden om de blootstelling, infectie en ziekte door B. miyamotoi te onderzoeken. Ze vonden aanwijzingen dat blootstelling aan en infecties met B. miyamotoi in beide landen voorkomen, maar zeldzaam zijn in vergelijking met de ziekte van Lyme. En slechts een klein deel van de mensen met een infectie ontwikkelde ziekteverschijnselen. De studie benadrukt het belang van het kunnen herkennen en onderzoeken van B. miyamotoi als mogelijke oorzaak bij tekenbeetziekten. Vooral bij mensen die klachten hebben na een tekenbeet maar negatief testen op Lyme.
Publicatie:
- Exposure, infection and disease with the tick-borne pathogen Borrelia miyamotoi in the Netherlands and Sweden, 2007-2019
Hoornstra D, Stukolova OA, van Eck JA, Sokolova MI, Platonov AE, Hofhuis A, Vos ERA, Reimerink JH, van den Berg OE, van den Wijngaard CC, Lager M, Wilhelmsson P, Lindgren PE, Forsberg P, Henningsson AJ, Hovius JW.
Journal of Infection 2024; 89(6):106326.
Toxoplasmose
De parasiet Toxoplasma gondii is een van de belangrijkste voedsel-overdraagbare ziekteverwekkers in Nederland en vooral gevaarlijk tijdens de zwangerschap. Omdat de ziekte meestal zonder specifieke klachten verloopt en niet meldingsplichtig is, zijn er geen jaarlijkse cijfers beschikbaar. De meest betrouwbare informatie over de risicofactoren en de aanwezigheid van deze infectie onder de Nederlandse bevolking komt uit de PIENTER-onderzoeken. De resultaten uit PIENTER 3 laten zien dat zo’n 30% van de Nederlandse bevolking antistoffen tegen de parasiet had in 2016/2017. Omdat dit niet minder was dan tien jaar daarvoor, is het belangrijk om het bewustzijn onder de bevolking te vergroten en in te zetten op preventie.
Publicatie:
- Seroprevalence of Toxoplasma gondii and associated risk factors for infection in the Netherlands: third cross-sectional national study
Van den Berg OE, Stanoeva KR, Zonneveld R, Hoek-van Deursen D, van der Klis FR, van de Kassteele J, Franz E, Opsteegh M, Friesema IHM, Kortbeek LM.
Epidemiology & Infection 2023; 151:e136.
Nieuwe ziekteverwekkers: Westnijlvirus en usutuvirus
Westnijlvirus (WNV) en usutuvirus (USUV) zijn virussen die door muggen worden overgedragen op vogels en soms ook op mensen en andere zoogdieren. Mensen die vogels ringen (vogelringers) lopen mogelijk een verhoogd risico op infectie met deze virussen, omdat ze veel contact hebben met vogels en muggen. Onderzoekers vergeleken data over de blootstelling aan WNV en USUV bij vogelringers in Nederland met data uit PIENTER 3 voor de blootstelling onder de algemene Nederlandse bevolking. Hieruit bleek dat WNV en USUV in Nederland rondgaan en dat vogelringers inderdaad een risicogroep zijn. Het onderzoek onderstreept het belang van monitoring en preventieve maatregelen voor mensen met veel vogelcontact.
Publicatie:
- Assessing West Nile virus (WNV) and Usutu virus (USUV) exposure in bird ringers in the Netherlands: a high-risk group for WNV and USUV infection?
De Bellegarde de Saint Lary C, Kasbergen L, Bruijning-Verhagen PCJL, van der Jeugd H, Chandler F, Hogema BM, Zaaijer HL, van der Klis FRM, Barzon L, de Bruin E, Ten Bosch Q, Koopmans M, Sikkema R, Visser LG.
One Health 2023; 16:100533.
Microbioom in darmen en luchtwegen
Met lichaamsmaterialen uit PIENTER 3 hebben onderzoekers gekeken naar het microbioom, alle micro-organismen bij elkaar, in de darmen en luchtwegen bij mensen van alle leeftijden in de algemene bevolking. Dit onderzoek gaf meer inzicht in hoe micro-organismen, het immuunsysteem en resistentie tegen antibiotica samenhangen met gezondheid en infecties. De resultaten helpen om nieuwe strategieën te bedenken om de volksgezondheid te verbeteren. Bijvoorbeeld door infecties gericht te voorkomen met kennis over het microbioom.
Factsheet: Microbiome. PIENTER 3 study results
Publicaties:
- Profiling the fecal microbiome and its modulators across the lifespan in the Netherlands
Boverhoff D, Kool J, Pijnacker R, Ducarmon QR, Zeller G, Shetty S, Sie S, Mulder AC, van der Klis F, Franz E, Mughini-Gras L, van Baarle D, Fuentes S.
Cell Reports 2024; 43(9):114729. - Host and environmental factors shape upper airway microbiota and respiratory health across the human lifespan
Odendaal ML, de Steenhuijsen Piters WAA, Franz E, Chu MLJN, Groot JA, van Logchem EM, Hasrat R, Kuiling S, Pijnacker R, Mariman R, Trzciński K, van der Klis FRM, Sanders EAM, Smit LAM, Bogaert D, Bosch T.
Cell 2024; 187(17):4571-4585.e15. - Gut colonisation by extended-spectrum β-lactamase-producing Escherichia coli and its association with the gut microbiome and metabolome in Dutch adults: a matched case-control study
Ducarmon QR, Zwittink RD, Willems RPJ, Verhoeven A, Nooij S, van der Klis FRM, Franz E, Kool J, Giera M, Vandenbroucke-Grauls CMJE, Fuentes S, Kuijper EJ.
The Lancet Microbe 2022; 3(6):e443-e451 - Reducing bias in microbiome research: Comparing methods from sample collection to sequencing
Kool J, Tymchenko L, Shetty SA, Fuentes S.
Frontiers in Microbiology 2023; 14:1094800. - Benchmarking laboratory processes to characterise low-biomass respiratory microbiota
Hasrat R, Kool J, de Steenhuijsen Piters WAA, Chu MLJN, Kuiling S, Groot JA, van Logchem EM, Fuentes S, Franz E, Bogaert D, Bosch T.
Scientific Reports 2021; 11(1):17148. - Higher off-target amplicon detection rate in MiSeq v3 compared to v2 reagent kits in the context of 16S-rRNA-sequencing
Odendaal ML, Groot JA, Hasrat R, Chu MLJN, Franz E, Bogaert D, Bosch T, de Steenhuijsen Piters WAA.
Scientific Reports 2022; 12(1):16489.
PFAS
Met bloedmonsters uit PIENTER 3 keken onderzoekers naar verschillende PFAS in de Nederlandse bevolking. Daaruit bleek dat mensen in Nederland meerdere PFAS in hun bloed hebben. Er is gekeken naar 28 PFAS in bloed. In bijna alle bloedmonsters zijn minimaal zeven verschillende PFAS gevonden: PFOA (perfluoroctaanzuur), PFNA, PFDA, PFUnDA, PFHxS, PFHpS en PFOS (perfluoroctaansulfonaten). In het algemeen zijn de hoeveelheden PFOS het hoogst, gevolgd door PFOA.
Bij bijna de hele bevolking zit er meer PFAS in het bloed dan de gezondheidskundige grenswaarde die daarvoor bestaat. Dit bevestigt de resultaten van eerder onderzoek van het RIVM en de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) dat mensen te veel PFAS binnenkrijgen. Dit kan effect hebben op het immuunsysteem.
Publicatie:
- PFAS in bloed van de Nederlandse bevolking
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) 2025. RIVM rapport 2025-0094