Onderzoeken naar de gezondheid van mensen die in Brabant en Limburg in de buurt van veehouderijen wonen hebben veel informatie opgeleverd.  Een aantal vragen blijft nog onbeantwoord. Daarom zijn in 2018 verschillende vervolgonderzoeken gestart, waarin de onderzoekers willen achterhalen waarom mensen die wonen in de buurt van geitenhouderijen (en deels pluimveehouderijen) vaker een longontsteking hebben.

Het gaat hierbij om de volgende onderzoeksvragen:

  • Geldt ook voor andere regio’s dat mensen die in de buurt van geiten- en pluimveehouderijen vaker met longontsteking worden gediagnostiseerd?
  • Welke ziekteverwekkers veroorzaken longontstekingen in de omgeving van geitenhouderijen?
  • Aan welke ziekteverwekkers worden geitenhouders blootgesteld?
  • Komen ziekteverwekkers vaker voor op of rond bepaalde typen geitenhouderij?

De resultaten van deze vervolgonderzoeken worden los van elkaar gepubliceerd in de periode 2019 - 2021.

Gelden de resultaten van VGOLivestock farming and the health of local residents-II ook in andere delen van Nederland?
Het onderzoek naar het verband tussen veehouderijen en gezondheid werd tot nu toe alleen in Noord-Brabant en Noord-Limburg uitgevoerd. Herfst 2018 verscheen hiervan een actualisering over de jaren 2014-2016 (IJzermans, et al.). Eenzelfde onderzoek wordt nu uitgevoerd in de provincies Gelderland, Utrecht en Overijssel. Dan weten we of het verband ook elders geldt of dat het om een specifiek probleem in Noord-Brabant en Noord-Limburg gaat.

Welke ziekteverwekkers veroorzaken longontsteking in de omgeving van geitenhouderijen?
Als iemand een longontsteking heeft wordt deze meestal gelijk door de huisarts behandeld. Het is daarom bijna nooit nodig om te onderzoeken welke ziekteverwekker de longontsteking heeft veroorzaakt. Voor dit onderzoek worden enkele honderden patiënten geselecteerd die een longontsteking hebben en in de omgeving van een geitenhouderij wonen. Bij deze patiënten onderzoeken we welke ziekteverwekker de longontsteking veroorzaakt. De onderzoekers kijken niet alleen naar nieuwe patiënten, maar proberen dit ook na te gaan voor mensen die in het verleden een longontsteking hadden. Daarvoor worden gegevens in enkele ziekenhuizen onderzocht. De gegevens van mensen die minder dan 2 kmkilometer van een geitenhouderij wonen worden vervolgens vergeleken met mensen die er verder vandaan wonen (controlegroep).

Aan welke ziekteverwekkers worden geitenhouders blootgesteld?
Als een ziekteverwekker afkomstig van geiten de longontstekingen veroorzaakt, dan zouden geitenhouders hier het meest mee in aanraking moeten komen. Daarom onderzoeken we bij 100 geitenhouders en hun medewerkers of zij vaker worden blootgesteld aan bepaalde ziekteverwekkers die mogelijk longontsteking veroorzaken. Het gaat om bacteriën, virussen en schimmels.

Komen bepaalde ziekteverwekkers vaker voor op of rond verschillende typen geitenhouderij?
We willen in kaart brengen of het aantal patiënten met longontstekingen in de omgeving afhangt van het type geitenhouderij. Daarvoor onderzoeken we een aantal geitenbedrijven op de volgende punten:

  • De onderzoekers brengen in kaart welke ziekteverwekkers op geitenhouderijen aanwezig zijn, die gerelateerd kunnen zijn aan de longontstekingen bij omwonenden. Niet alleen dieren, maar ook de mest, stof (veegmonsters) en de lucht worden onderzocht.
  • De verschillende manieren van werken op geitenhouderijen worden in kaart gebracht, met name  hoe een bedrijf omgaat met mest. De onderzoekers combineren dit met metingen naar mogelijke  ziekteverwekkers die op geitenhouderijen aanwezig kunnen zijn. Zo kijken we of de aantallen en het soort ziekteverwekkers verschilt per type geitenhouderij.

Wordt alleen naar geitenbedrijven gekeken?
De onderzoeken die nu gestart zijn richten zich vooral op de vraag waarom mensen die in de buurt van geitenbedrijven wonen vaker  longontsteking hebben. In een deel van de analyses wordt ook naar het effect van andere landbouwhuisdieren gekeken, zoals pluimvee.