Infectieziekten Bulletin, maart 2026
30 jaar Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI), veel veranderingen verder. De wereld van de infectieziektebestrijding is continu in beweging en nooit saai. Dat geldt ook voor de LCI (Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding). In deze decennia stonden er drie centrumhoofden aan het roer: Jim van Steenbergen (1995 – 2011), Aura Timen (2011 – 2022) en Tjalling Leenstra (2022 – nu). In drie interviews blikken zij terug op hun tijd bij de LCI. In dit derde en laatste deel: Tjalling Leenstra had een “vliegende start” en blikt graag vooruit.
Tekst: Inge Senden
Tjalling Leenstra volgde, na een tussentijdse waarneming door Corien Swaan, begin zomer 2022 Aura Timen op als centrumhoofd van de LCI (Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding). Eerder deed hij wetenschappelijk onderzoek naar tropische infectieziekten in Kenia en de VS (Verenigde Staten). Ook was hij werkzaam bij defensie als arts-epidemioloog/senior adviseur, als epidemioloog bij het CIb (Centrum Infectieziektebestrijding (onderdeel van het RIVM))-EPI en tijdens de COVID-19-periode als arts Maatschappij & Gezondheid (M&G) bij GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) Amsterdam. Hij heeft de infectieziektebestrijding dus vanuit vele kanten bekeken in zijn loopbaan. Al deze ervaringen nam hij mee om de LCI verder te ontwikkelen na de COVID-19-pandemie. Want dat het infectieziektelandschap daarna is veranderd, is iets dat zeker is.
“Na het afronden van mijn baan bij GGD Amsterdam had ik twee weken verlof, voor ik zou starten bij de LCI. Die start kwam eerder: mpox speelde opeens en ik werd gebeld of ik toch eerder kon komen en het responsteam kon bijwonen. Zo werd ik gelijk meegenomen in de respons op deze uitbraak van een virus waar we nog geen ervaring mee hadden. Kortom: ik kreeg een vliegende start.” Ook pikte hij het staartje van de COVID-19-opschaling mee. “De LCI was qua personeel verdubbeld. De LCI-medewerkers, allemaal gedreven professionals, hadden zich uit de naad gewerkt. Dat deden ze nog steeds, ook ná COVID-19.”
Uit de crisissfeer
Een van Leenstra’s taken was om alles weer terug richting het normale te brengen. “De LCI weer uit die crisissfeer te halen. Dat hebben we op verschillende manieren gedaan. Door een COVID-uitzwaaimoment, sessies waarin je je verhaal over die tijd kwijt kon, maar ook door leuke activiteiten met de hele LCI samen om de cohesie te versterken.”
Niet alleen kreeg Leenstra te maken met de lessons learned uit de pandemie, ook was het zaak de nieuwe LCI-collega’s die gestart waren tijdens COVID-19 meer bij te brengen over andere infectieziekten. Daar hadden ze nog weinig tot niks van meegekregen in die bijzondere periode waarin alles om COVID-19 draaide. “Er is ook gebouwd aan twee nieuwe afdelingen: Onderzoek, Innovatie en Implementatie (OII) en Advisering, Programmamanagement en Vaccinatie (APV). OII was de kroon op het werk van Mart Stein en Aura Timen die in de jaren voor COVID hard hadden gewerkt aan een plek voor sociaal wetenschappelijk en toegepast onderzoek naar infectiepreventie en -bestrijding.”
De pandemie had namelijk laten zien hoe belangrijk sociale wetenschap en gedragsonderzoek zijn voor de publieke gezondheidszorg. Leenstra: “Hoe goed de geadviseerde maatregelen nageleefd worden, wordt natuurlijk voor een groot deel bepaald door gedrag. Als je weet wat mensen motiveert of juist niet, kun je daarmee rekening houden bij je interventies en je communicatie. Daar maken we nu veel meer gebruik van, bijvoorbeeld in het programma Verder met Vaccineren. Daarin wordt gekeken naar de vaccinatiegraad, wat nog barrières zijn en hoe je mensen motiveert. Alles samen met de GGD en de jeugdgezondheidszorg.”
Ethiek
Verder is er een samenwerking met het Ethiekinstituut van de Universiteit Utrecht, vertelt Leenstra, die ook secretaris is van het Outbreak Managment Team (OMT). “Het OMT (Outbreak Management Team) adviseert over de medisch wetenschappelijke aspecten van infectieziektebestrijding. Daaronder liggen natuurlijk de waarden van de publieke gezondheidszorg, zoals proportionaliteit, het beschermen van kwetsbaren en het principe van equity. De waarden bleven vaak wat verborgen in onze adviezen en het was dan voor sommige burgers, politici en beleidsmakers niet duidelijk genoeg wat de doelen van de COVID-maatregelen waren. Door dit nog beter te beschrijven, wordt duidelijker vanuit welk perspectief we adviseren. Dit kan de overheid en politiek helpen bij de besluitvorming en communicatie over maatregelen.”
Na de tijd van talloze OMT’s over COVID-19 merkt Leenstra dat de wereld rondom de LCI ook veranderd is: “De politiek en media hebben meer aandacht voor infectieziekten. Daarmee staat ons werk extra in de schijnwerpers. Het is zaak dat we snel kunnen duiden en bepalen of er een risico voor de volksgezondheid is en dat we een advies uitbrengen.”
Sterke GGD’en
Een goede samenwerking binnen het RIVM, binnen het Centrum Infectieziektebestrijding, maar ook daarbuiten, helpt daarbij, weet Leenstra. Dat is dan ook één van zijn speerpunten. “Daarvoor heb je sterke GGD’en nodig, goede public health-professionals en een goede onderlinge samenwerking. Aan die versterking is de afgelopen jaren hard gewerkt, onder andere in het VIP-programma (Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemische paraatheid) van de GGD’en en door in te zetten op netwerksamenwerking.”
Tijdens de pandemie was er tussen LCI en GGD’en weinig ander contact dan over COVID-19. Om dit weer meer uit te breiden en de banden op alle fronten weer aan te halen, heeft de LCI een bezoekronde gedaan langs de GGD’en, zijn er regelmatig onderlinge bijpraatsessies en leren GGD-professionals de LCI (en het CIb) kennen tijdens ‘LCI meets GGD’. De RAC (Regionaal Arts Consulenten) speelt ook een belangrijke rol in het contact tussen GGD en LCI, al sinds de start van het CIb in 2005. Deze consulenten hebben een brugfunctie tussen GGD’en onderling en tussen GGD’en en CIb.
Tijdens COVID-19 is ook de REC (Regionaal Epidemiologisch Consulenten) aan deze bovenregionale ondersteuningsstructuur toegevoegd. Ná COVID-19 werden in het kader van versterking van landelijke en bovenregionale samenwerking communities of practice ingericht. Zoals voor doelgroepenaanpak, points of entry en zoönosen.”
”Oók generieke preparedness is heel belangrijk”
De afgelopen jaren is er hard gewerkt aan pandemische paraatheid, zoals de snelle opschaling van grootschalige medisch operationele processen door de LFI (Landelijke Functionaliteit Infectieziekten). Dat vindt Leenstra terecht, maar hij heeft wel een aandachtspunt: “Oók generieke preparedness is heel belangrijk. Niet alleen voor het grootschalige, maar ook voor de wat kleinere opschalingen. Dat moet in balans blijven. Dit kan zomaar zo zijn met een volgende mazelenuitbraak, ook daarop is preparatie nodig.”
Om op allerlei uitbraken goed voorbereid te zijn, is flexibiliteit van essentieel belang, benadrukt Leenstra. “Als LCI willen we die relevante rol bij preventie en bestrijding blijven houden en dan moet je continu inspelen op veranderingen.” Hoe je dat dan doet? “Vaak doe je iets omdat het zo ontstaan is. We stellen onszelf vaak de vraag: doen we het goed, kan het beter? Veel evalueren en bereid zijn om aanpassingen te doen waardoor je doelgerichter werkt.”
Een voorbeeld daarvan zijn de LCI-richtlijnen. Leenstra: “Daarvan kwamen er steeds meer bij. Tot een hoeveelheid waarbij het een enorme uitdaging is die up-to-date te krijgen én houden. We vragen ons nu kritisch af: wat heeft het veld écht nodig, wat is de basis? En is deze hoeveelheid aan producten reëel om ook de kwaliteit te behouden? Daar stellen we kaders voor op. Ook doen we onderzoek naar innovatieve methoden, zoals AI, om de herziening van richtlijnen minder arbeidsintensief te maken.”
Ons een spiegel voorhouden
Vooruitkijkend naar de toekomst denkt Leenstra aan een LCI die nog altijd het kennis- en coördinatiecentrum voor de infectieziektebestrijding is. “De plek waar wetenschappelijke kennis uit het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) bij elkaar komt en wordt omgezet naar praktische adviezen en gecoördineerd beleid. Waar artsen M+G en onderzoekers (PhD-kandidaten) worden opgeleid en stagiairs komen vanuit infectieziektebestrijding en jeugdgezondheidszorg. Waar ook bedrijfsartsen in opleiding rondlopen, verpleegkundigen hun stage lopen en ook co-assistenten komen leren. De LCI draagt zo bij aan de ontwikkeling van professionals, die het RIVM goed leren kennen. Maar juist ook andersom werkt dit goed: deze mensen kijken kritisch, zijn nieuwsgierig. Ze houden ons een spiegel voor. Als je opleidt, moet je goed kunnen uitleggen waarom je de dingen doet zoals je ze doet. Dat houdt ook de LCI scherp.”
In deze tijd van geopolitieke spanningen en verminderde steun aan de WHO (World Health Organization) en infectieziektebestrijding in de Global South blijft de dreiging van infectieziekteuitbraken onverminderd hoog, weet Leenstra. “Daarom is een sterk infectieziektebestrijdingsveld met intensieve samenwerking tussen alle lagen zo belangrijk, daar blijven we hard aan werken.”
Nederland veiliger maken
Leenstra kijkt met frisse moed naar de komende jaren: “Hoofd van de LCI is de leukste baan die ik tot nu toe heb gehad. Alle aspecten van de infectieziektebestrijding komen hier bijeen en elke week is er weer wat nieuws. Het is fantastisch om met zoveel gedreven en superslimme mensen samen te werken om de schade door infectieziekten zo veel mogelijk te beperken en Nederland veiliger te maken.”
Infectieziekten Bulletin - maart 2026
- Van een vliegende start naar spiegels voorhouden en terug naar het normale
- Wonderlijke vraag: Moet je gezichtscrème weggooien als je schurft hebt?
- Een snelle en doeltreffende uitbraakrespons door een sterk GGD-netwerk
- Vaccinaties in de huisartsenpraktijk – trends en indicaties
- Tijdstrends en huidige risicofactoren voor gonorroe onder jonge cisgender vrouwen in Nederland (2018–2024): een retrospectieve studie