Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft onderzocht wat mogelijke bronnen zijn voor blootstelling aan chroom-6 door consumenten. Over het algemeen blijkt dat consumentenblootstelling aan chroom-6 laag is. Veel producten mogen inmiddels geen chroom-6 meer bevatten. Wel kunnen consumenten in aanraking komen met kleine hoeveelheden chroom-6 als er sprake is van een overtreding van de normen of van verontreiniging. Consumenten kunnen via de lucht aan chroom-6 worden blootgesteld als chroomhoudende producten worden bewerkt, bijvoorbeeld door ze te lassen, zagen, schuren of verbranden. Als dit niet gebeurt, komt er geen chroom-6 uit de producten vrij en is er geen risico.

Conclusie.

  • Het is belangrijk om producten te blijven controleren op concentraties chroom-6 
  • Consumenten moeten bewust worden gemaakt van de mogelijke gevaren als zij zelf producten met chroom gaan bewerken of verduurzaamd hout gaan verbranden.

 
Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de veiligheid van de consument te waarborgen. Aanleiding is de aandacht voor chroom-6-blootstelling op de werkplek (Defensie, Gemeente Tilburg en NSNederlandse Spoorwegen) en de nieuwe beoordeling door de Gezondheidsraad van chroom-6 voor de werker in 2016.
 
Doel van het onderzoek was om te laten zien:

  • Welke consumentenproducten mogelijk chroom-6 kunnen bevatten en
  • Of consumenten worden blootgesteld aan chroom-6.
  • Welke wettelijke kaders op deze producten van toepassing zijn (regels en normen).
  • Of er aanvullende maatregelen nodig zijn om consumenten te beschermen tegen blootstelling aan chroom-6.