Elektriciteit wordt vanuit een energiecentrale naar de gebruiker getransporteerd. Transport over lange afstanden vindt plaats via boven- en ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Bij transport van elektriciteit ontstaan magnetische velden.

Hoogspanningslijnen

Bij een bovengrondse hoogspanningslijn hangen meestal drie (bundels) draden links en drie rechts aan de mast. Bliksemdraden boven aan de mast beschermen de lijn tegen blikseminslag. In Nederland zijn er hoogspanningslijnen van 380 kilovolt (kVkilovolt kilovolt ), 220 kV, 150 kV, 110 kV en 50 kV. De spanning op de draden van een hoogspanningslijn veroorzaakt een elektrisch veld. Als er stroom door de draden loopt, is er ook een magneetveld.

Magneetvelden

De magneetvelden velden rond een hoogspanningslijn worden extreem-laagfrequente (ELF) velden genoemd omdat het Nederlandse elektriciteitsnet werkt met ‘50 hertz wisselstroom’. De sterkte van het magneetveld in de buurt van een hoogspanningslijn hangt af van de stroom door de draden, de afstand tot de draden en de manier waarop de draden aan de mast zijn opgehangen. De sterkte van het magneetveld wordt uitgedrukt in tesla of microtesla (één miljoenste deel van een tesla). De magneetveldsterkte is het hoogst in het hart van de hoogspanningslijn. Daar is de veldsterkte op een meter boven maaiveld ongeveer 10 microtesla. Verder van de hoogspanningslijn neemt de magneetveldsterkte af. De figuur geeft een voorbeeld van het verloop van de veldsterkte in de buurt van drie verschillende hoogspanningslijnen.

 

Bovengrondse en ondergrondse verbindingen

Als een bovengrondse hoogspanningsverbinding ondergronds wordt gebracht, veranderen de magneetvelden. De volgende figuur geeft weer hoe het magneetveld (op 1 meter hoogte) verandert als een bovengrondse 380 kV verbinding ondergronds wordt aangelegd. Direct boven de ondergrondse verbinding (afstand 0 m in de figuur) neemt de magneetveldsterkte toe, maar op wat grotere afstand ligt de veldsterkte van de ondergrondse verbinding onder die van de bovengrondse verbinding.

 

Bescherming bevolking

De Europese Unie heeft - in een aanbeveling (1999/519/EGEuropese Gemeenschap Europese Gemeenschap ) - een referentieniveau van 100 microtesla voor bescherming van leden van de bevolking vastgelegd. Deze waarde wordt in Nederland op voor het publiek toegankelijke plaatsen niet overschreden, ook niet in de buurt van hoogspanningslijnen. Het voorzorgsbeleid van het ministerie van VROMVolkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, zoals dat is vastgelegd in het beleidsadvies uit 2005, gaat een stap verder. Gemeenten en netbeheerders worden geadviseerd nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen langdurig worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla.