Op deze pagina vindt u een samenvatting van het jaarverslag 2020 van de Commissie van Toezicht.

De Commissie van Toezicht heeft tot taak het wetenschappelijk niveau en de onafhankelijkheid van het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu te bewaken. Zij doet hierover jaarlijks verslag aan de eigenaar, het Ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport .

Het jaar 2020 stond in belangrijke mate in het teken van de COVID-19 pandemie. De Commissie heeft in een tussentijdse evaluatie (‘Quickscan COVID-19’) vastgesteld dat de wetenschappelijke inbreng van het RIVM op de besproken onderwerpen van goede kwaliteit was, en op onafhankelijke wijze tot stand is gekomen. De Commissie heeft naar aanleiding van de Quickscan enkele aandachtspunten voor de korte termijn benoemd: een duidelijker onderscheid in de communicatie tussen de adviezen en wetenschappelijke inzichten van het RIVM en de adviezen en wetenschappelijke inzichten van het OMT Outbreak Management Team; een uitgebreidere onderbouwing van de uitspraken die op basis van rekenmodellen worden gedaan; en voortzetting, verbreding en verdieping van het gedragswetenschappelijk onderzoek en onderzoek naar de impact van de epidemie op de bredere volksgezondheid. Daarnaast heeft de Commissie enkele aandachtspunten voor de langere termijn geformuleerd: vergroting van de personele ruimte voor kennisbehoud, -ontwikkeling en -opbouw bij het RIVM; een meer integrale evaluatie van de wetenschappelijke onderbouwing van het Nederlandse beleid dan in de Quickscan mogelijk was; aandacht voor de vraag welke institutionele inrichting het meest geschikt is om inzichten vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines in de beleidsvoorbereiding bij elkaar te brengen. Deze punten zijn besproken met het RIVM zelf en het Ministerie van VWS, en hebben deels ook al opvolging gekregen.

In 2020 heeft de Commissie ook aandacht besteed aan het Strategisch Programma RIVM (SPR Strategisch Programma RIVM ). Zo is de in 2020 door het RIVM uitgevoerde zelfevaluatie van het SPR 2015-2018 besproken, waaruit naar de mening van de Commissie over het geheel genomen een positief beeld naar voren komt. Mede naar aanleiding van de terugloop van het aantal publicaties uit het SPR, heeft de Commissie benadrukt dat de oorspronkelijke doelstelling van het SPR, namelijk wetenschappelijke innovatie, zoveel mogelijk in stand moet blijven. Deze gesprekken hebben ertoe geleid dat in de tweede ronde van het programma (SPR 2021-2022) meer nadruk is gelegd op wetenschappelijke innovatie, en dat meer mogelijkheden zijn geschapen voor promotieprojecten.

De Commissie besprak ook een bibliometrische analyse van de wetenschappelijke publicaties van RIVM als geheel over de periode 2010 – 2020. De analyse van het aantal citaties laat zien dat de wetenschappelijke impact van het RIVM zich kan meten met die van academische instellingen. Naar aanleiding van het teruggelopen aantal wetenschappelijke publicaties sprak de Commissie haar steun uit voor extra financiering voor het RIVM om de kennisbasis en het wetenschappelijke fundament te versterken.

Gedurende 2020 heeft, ten gevolge van de COVID-19 pandemie, geen wetenschappelijke audit van het werk van het RIVM plaatsgevonden. Wel is gestart met de voorbereiding voor een audit Medische Technologie, die zijn beslag zal krijgen in 2021 en waarover in het jaarverslag van 2021 zal worden gerapporteerd.

Er zijn in 2020 geen meldingen van mogelijke problemen op het gebied van wetenschappelijke integriteit gedaan bij de Vertrouwenspersoon Wetenschappelijke Integriteit. Wel is een eerdere melding afgehandeld, die betrekking had op ongewenste beïnvloeding van een eindrapportage door belanghebbenden. Naar aanleiding van deze melding heeft het RIVM een grondig onderzoek uitgevoerd naar procedures die de onafhankelijkheid van wetenschappelijke rapportages moeten waarborgen, en voor het betreffende organisatieonderdeel nieuwe richtlijnen opgesteld.

De Commissie verklaart dat haar bevindingen in 2020 het beeld van eerdere jaren bevestigen dat het RIVM er in het algemeen goed in slaagt om de wetenschappelijke kwaliteit en onafhankelijkheid van het instituut te waarborgen.