Op het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zijn alle materialen van de eerste ronde (april) onderzocht. De voorlopige uitkomsten zijn doorgegeven aan het Outbreak Management Team (OMTOutbreak Management Team) en gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Op deze pagina worden de voorlopige uitkomsten gepresenteerd.

Er zijn 6102 personen uitgenodigd om mee te doen aan de Pienter Corona studie en daarvan hebben 3400 personen zich aangemeld. De leeftijdsverdeling is van 3 tot 90 jaar.

We hebben op het laboratorium al 2,096 vingerprikjes onderzocht. In het vingerprikbloedje van 75 personen  konden we antistoffen tegen het Corona virus aantonen en dat is dan bijna 4%. We vonden geen verschil tussen mannen en vrouwen; het percentage personen met antistoffen tegen coronavirus was bijna gelijk. Personen met antistoffen tegen coronavirus hadden vaker klachten zoals verminderde geur/smaak, koorts, algehele malaise, spierpijn en gewrichtspijn dan personen die geen antistoffen tegen coronavirus hebben.

In de figuur ziet u een overzicht van percentage personen die antistoffen hebben naar leeftijd. Het percentage personen die antistoffen hebben neemt toe met de leeftijd en is het laagst bij de kinderen onder 19 jaar. We zijn heel benieuwd hoe dit plaatje eruit ziet na de tweede ronde.

In de figuur staat per leeftijdsgroep het percentage antistoffen vermeld. De groep 3 tot 4 jaar: 1,4 procent antistoffen. De groep 5 tot 9 jaar: 1,1 procent. De groep 10 tot 14 jaar: 0 procent. De groep 15 tot 19 jaar: 1,1procent. De groep 20 tot 24 jaar: 7,6 procent. De groep 25 tot 29 jaar: 2 procent. De groep 30 tot 34 jaar: 7.6 procent. De groep 35 tot 39 jaar: 5,3 procent. De groep 40 tot 44 jaar: 4,7 procent. De groep 45 tot 49 jaar: 3,5 procent. De groep 50 tot 54 jaar: 4,1 procent. De groep 55 tot 5

 

Figuur voorlopige resultaten: Percentage personen met antistoffen tegen coronavirus (95% betrouwbaarheidsinterval) naar leeftijd